Het is 9 maart 2014 en FC Fostiras ontvangt Olympiacos Volou. Carlo Vandekerkhof (51), de Belgische eigenaar van de Griekse tweedeklasser, is enkele dagen eerder na een weekje buikgriep thuis in Langdorp weer in Athene geland. Jacky Mathijssen en zijn vrouw Petra hebben hem opgepikt op de luchthaven en samen zijn ze nog een stukje gaan eten. 's Anderendaags ontwaakt Vandekerkhof met een ijl hoofd en lichte evenwichtsstoornissen. Een paar uur platte middagrust brengt geen soelaas. Ook op zondagochtend vindt hij maar moeilijk zijn draai. Mathijssen, die in hetzelfde flatgebouw woont, is al naar het stadion vertrokken, maar Petra maakt zich zorgen. Ze raadt Vandekerkhof af de wedstrijd bij te wonen. Die slaat het advies in de wind en ziet zijn ploeg al vroeg op voorsprong klimmen. Het is zijn laatste herinnering aan die dag. Hij verliest het bewustzijn en wordt nog tijdens de wedstrijd naar een privéziekenhuis afgevoerd. Daar houden de dokters hem vier dagen in een kunstmatige coma. Bickerstaff encefalitis, luidt de diagnose: een agressieve virale infectie van de hersenstam.
...

Het is 9 maart 2014 en FC Fostiras ontvangt Olympiacos Volou. Carlo Vandekerkhof (51), de Belgische eigenaar van de Griekse tweedeklasser, is enkele dagen eerder na een weekje buikgriep thuis in Langdorp weer in Athene geland. Jacky Mathijssen en zijn vrouw Petra hebben hem opgepikt op de luchthaven en samen zijn ze nog een stukje gaan eten. 's Anderendaags ontwaakt Vandekerkhof met een ijl hoofd en lichte evenwichtsstoornissen. Een paar uur platte middagrust brengt geen soelaas. Ook op zondagochtend vindt hij maar moeilijk zijn draai. Mathijssen, die in hetzelfde flatgebouw woont, is al naar het stadion vertrokken, maar Petra maakt zich zorgen. Ze raadt Vandekerkhof af de wedstrijd bij te wonen. Die slaat het advies in de wind en ziet zijn ploeg al vroeg op voorsprong klimmen. Het is zijn laatste herinnering aan die dag. Hij verliest het bewustzijn en wordt nog tijdens de wedstrijd naar een privéziekenhuis afgevoerd. Daar houden de dokters hem vier dagen in een kunstmatige coma. Bickerstaff encefalitis, luidt de diagnose: een agressieve virale infectie van de hersenstam. Na twee weken mag Vandekerkhof het ziekenhuis verlaten. Nog tijdens zijn opname heeft hij plannen liggen uitdenken voor een nieuwe tribune, dito bus en een kunstgrasveld. Ondertussen wachten spelers en trainers vruchteloos op hun loon. Zodra zijn toestand het toelaat, wordt hij naar België gerepatrieerd. De revalidatie is lang en zwaar. Hij vermagert veertien kilo en moet als een kind weer leren stappen. "Ik mag blij zijn dat ik al in deze conditie verkeer," zegt hij op een zonnige herfstochtend, enkele uren voor weer een bezoek aan Gasthuisberg in Leuven, "maar professioneel heeft het mijn plannen een zware slag toegediend. Ik was maandenlang buiten strijd." Vandekerkhof koopt FC Fostiras op 8 augustus 2013. Een club uit het centrum van Athene die pas naar de Griekse tweede klasse is gepromoveerd. Vrienden, onder wie voormalig Beerschoteigenaar Patrick Vanoppen, raden het hem af. Ook Belgische partners die mee zouden investeren, trekken zich in laatste instantie terug. Wanneer de handtekeningen moeten worden gezet en Vandekerkhof om zich heen kijkt, staat hij nog alleen. Toch drijft hij door. Voor een symbolische euro en overname van de schulden, ongeveer 60.000 euro, wordt hij de eigenaar van een kleine voetbalclub in Griekenland. "Een berekend, relatief klein risico", noemt hij het. "Als ik destijds puur rationeel had gedacht, was ik ook nooit als zelfstandig ondernemer in de telecomsector gestapt. Na zeven jaar draaide ik meer dan 10 miljoen euro omzet." Vandekerkhof gaat er prat op nooit voor een werkgever te hebben gewerkt. Hij maakt als autodidact zijn weg in de IT-wereld en richt in 1996 United Telecom op. De sportwereld heeft er een bijzonder actieve sponsor bij: hij begint een eigen beachvolleybalteam, verwerft de rechten op het BK motorcross, neemt de commerciële en logistieke organisatie rond de Belgische ploeg in de motorcross der Naties in handen, richt mee de Beneliga handbal op en sponsort in het voetbal Lommel, Antwerp, STVV en Eupen. Wanneer hij eind 2010 zijn belangen in het bedrijf verkoopt, is hij een welgesteld man. "Dat was een erg rooskleurige periode in mijn leven. Ik besloot iets terug te doen voor het geluk dat me te beurt was gevallen." Hij reist naar Kenia, waar oud-STVV'er Jean-Marie Abeels een voetbalacademie leidt: de JMJ Sports Academy, naar zijn initialen en die van zijn Keniaanse echtgenote Juliana. Vandekerkhof woont een interland bij en raakt onder de indruk van Johanna Omolo, een van de eerste Keniaanse voetballers die door Abeels in 2007 naar België is gebracht. Zijn verblijf bij Visé, waar voorzitter Guy Thiry besluit mee te investeren in de academie, is echter van korte duur en hij verdwijnt in de Luxemburgse anonimiteit. Vandekerkhof vist hem op en loodst hem binnen bij het Beerschot van Vanoppen en Mathijssen. Omolo lost er de verwachtingen niet in. Via een omweg bij Lommel speelt hij nu bij Antwerp. Vandekerkhofs bemiddeling voor Omolo is niet toevallig: de Limburgse ondernemer heeft een participatie van vijftig procent genomen in de JMJ Academy. Minder fraaie verhalen over het project schrikken hem niet af. Zo zou er vanuit Nairobi door Abeels een onfrisse handel in Keniaans voetbaltalent worden opgezet. Verscheidene van de jongens die in België terechtkomen, stappen ook daadwerkelijk naar Sporta met hun klachten. Ook Abeels zelf geniet een dubieuze reputatie door enkele strafrechtelijke veroordelingen. Hij zit vast in een Duitse cel wegens vogelsmokkel vanuit Polen en loopt een veroordeling op wegens heling van sterkedrank. "Hij heeft een fout begaan, is daarvoor gestraft en heeft die straf uitgezeten", verdedigt Vandekerkhof zijn vennoot. "Dan moet het op een gegeven moment stoppen. Jean-Marie en zijn vrouw steken al hun energie en centen in de academie. Alles wordt voor die kinderen betaald, tot hun school toe. Hij is hard met de jongens, dat klopt. Dan weet je dat het niet moeilijk is om iemand te vinden die kwaad over hem spreekt. Maar wat mij betreft, heeft hij het hart op de juiste plaats." Volgens Vandekerkhof is zijn eigen engagement in de JMJ Academy even nobel. "Via United Telecom had ik een groot netwerk uitgebouwd in de sportwereld. Door mijn contacten hoopte ik de jongens uit de academie aan een test te helpen in Europa. Ik heb het twee jaar geprobeerd, maar als je een niet-EU-speler op een correcte manier hier wilt krijgen, is dat niet eenvoudig. Weinig clubs nemen het risico en bovendien zitten ze niet op mij te wachten. Heel frustrerend. Ik had gehoopt dat zij hun droom in België zouden kunnen waarmaken, maar dat is dus niet gelukt. Dat frustreert me." Zo veel altruïsme in een vooral op geldgewin beluste voetbalwereld: het lijkt te mooi om waar te zijn. Vandekerkhof zucht eens diep: "Dat is het eerste wat ik altijd moet uitleggen: dat er ook mensen zijn die dit niet voor het geld doen, maar omdat ze hopen dat anderen het beter zouden hebben. Die mannekes in de academie hebben mij gepakt. Zo'n jongen die naar Europa kan, stuurt geld naar zijn familie in Afrika. Het vervult me met trots als ik door het onderwijs van zestig kinderen te betalen kan bijdragen tot het welzijn van zo'n familie." Victor Wanyama, die via Beerschot en Celtic inmiddels voor Southampton voetbalt, is tot op vandaag de enige speler van wie de JMJ Academy op geld mag hopen. Dat gebeurt via een eigen team (dat vandaag in de Keniaanse derde klasse speelt), aangezien academies volgens de FIFA geen aanspraak kunnen maken op een opleidingsvergoeding. Over die constructie en de vergoeding loopt er momenteel een procedure bij de FIFA. Na Wanyama is Ayub Masika (door RC Genk aan Lierse uitgeleend) de bekendste académicien. Of hij ooit iets zal opbrengen is onzeker. Bij de tweede ploeg van Nice speelt dan weer een talent van wie Vandekerkhof wel veel verwacht. Uit noodzaak, want: "De academie draait lang nog niet break-even." Zijn aandelen in United Telecom verkocht, zijn Keniaanse droom in frustratie omgeslagen: Vandekerkhof is toe aan een nieuwe uitdaging. Begin 2012 wordt hij CEO van TopSportsLab. Deze spin-off van de KU Leuven, gespecialiseerd in blessurepreventie, heeft als drijvende krachten scheidsrechtercoach Werner Helsen en huidig physical coach van Olympique Marseille Jan Van Winckel. In hun zoektocht naar "iemand om het volgende stapje in hun internationalisering te helpen zetten" (dixit Vandekerkhof ), komen ze uit bij de vroegere United Telecomman. Vandekerkhof koopt zich in en vertegenwoordigt van dan af het ambitieuze bedrijf. De nieuwe CEO reist de wereld rond voor TopSportsLab. Van Brazilië over Europa tot Qatar en zelfs China en Japan. In Griekenland komt hij via Nico Claesen (ex-coach van het door United Telecom gesponsorde Eupen) in contact met Thomas Svarnopoulos, een in Duitsland wonende Griekse spelersmakelaar. Zijn onvervulde droom komt ter sprake, waarop hem de vraag wordt teruggekaatst: "Waarom koop je geen Griekse club?" Vandekerkhof is meteen enthousiast. Vooral omdat Griekenland - in tegenstelling tot België en Nederland - geen strengere loonvoorwaarden blijkt te hanteren voor niet-Europese spelers. Fostiras lijkt een goede keuze: liggend in een voorstad van Athene (Taurus), net gepromoveerd naar de tweede klasse, zogoed als schuldenvrij, maar niet in staat om aan de licentievoorwaarden te voldoen en daarom op zoek naar een overnemer. Vandekerkhof strikt Mathijssen als hoofdtrainer. Sven Vandenbroeck en Aleksander Mutavdzic worden zijn assistenten. "Ik vroeg Jacky of hij zin had om dit één jaar te doen. Dat had hij: hij was toe aan herbronning. Op drie weken tijd hebben we een kern samengesteld. Zowat iedereen was gaan lopen in de veronderstelling dat Fostiras geen licentie zou krijgen. Ons enige doel was om erin te blijven." Het plan is om Fostiras te gebruiken als showcase voor TopSportsLab en als Europese introductie voor jongens uit de academie van Jean-Marie Abeels. Van dat laatste komt niets in huis. Vandekerkhof stuit op het njet van de Griekse ambassade in Nairobi en krijgt zijn Keniaanse voetballers Griekenland niet binnen. Tegelijk lopen de oprichting van een nieuwe vennootschap en de overgang naar een volwaardig profstatuut verre van gesmeerd. De vorige eigenaar, de lokale oliebaas Stamatis Kalantzis - wiens familie genoeg heeft van het voetbal na een brutale overval door gemaskerde mannen met kalasjnikovs - beticht Vandekerkhof van wanbeleid en start enkele procedures op tegen de Belg. Het duurt tot eind januari 2014 voor de overname helemaal wordt geofficialiseerd. Ook sportief is de situatie zorgwekkend. In december staat de ploeg op drie na laatste, net boven de directe degradatieplaatsen. Vandekerkhof knoopt gesprekken aan met Olympiacos, de topclub uit Piraeus waarvan het oefencomplex op minder dan een kilometer van het stadionnetje van Fostiras ligt en waarvan de voorzitter wordt verdacht van het fiksen van wedstrijden en geweldpleging (wat hij ontkent). Het resultaat is een samenwerking die Vandekerkhof vier jonge spelers op uitleenbasis oplevert. Van de weeromstuit gaat het lopen: van zijn laatste dertien wedstrijden wint Fostiras er tien en speelt er drie gelijk. Verliezen doet het niet meer. Het kampioenschap wordt afgesloten met een onverhoopte derde plaats en deelname aan de play-offs. Vandekerkhof: "Het plan met Fostiras was om jonge spelers kansen te geven in een goed partnership. Jacky heeft fantastisch werk verricht in de ontwikkeling van die jongens. Vier van hen zijn nadien naar de hoogste klasse getransfereerd, één is naar Atletico Madrid B gegaan: hebben wij het dan zo slecht gedaan? Olympiacos heeft de samenwerking onmiddellijk verlengd." Het sportieve succes heeft ook een keerzijde. Niet alleen moeten er meer winstpremies dan begroot worden uitbetaald, de vliegtuigreizen en hotelkosten tijdens de play-offs zorgen voor nog meer extra kosten. Aan de inkomstenzijde staat daar amper iets tegenover. "Ondanks onze derde plaats daagden er gemiddeld maar driehonderd betalende toeschouwers op. En dat terwijl een seizoenabonnement slechts 100 euro kost en gepensioneerden en werklozen daar nog eens de helft korting op krijgen." "Ik ben naïef geweest", beseft Vandekerkhof nu. "Ik heb te impulsief gedacht dat Fostiras een oplossing kon zijn voor mijn droom en heb de zaak vooraf onvoldoende onderzocht. Mijn gezondheid heeft ook niet geholpen daarna. Bovendien ben ik voorgelogen door de vorige eigenaars over de werkelijke cijfers. De schulden zijn al opgelopen tot 150.000 euro. Nog altijd relatief weinig in het voetbal, maar het is duidelijk dat er een cashflowprobleem is." Spelers en trainers zijn sinds februari niet of onvolledig betaald. Mathijssen, Vandenbroeck en Mutavdzic bedanken voor een nieuw seizoen. Vandenbroeck onderneemt als enige juridische stappen en wendt zich tot Sporta. Voor Vandekerkhof blijven de problemen ook dit seizoen bestaan. Al een paar keer kon maar net een spelersstaking worden afgewend. Ondertussen zoekt de Belgische eigenaar samen met zijn general manager Svarnopoulos naar een oplossing. Een oplossing in de vorm van een investeerder of zelfs een mede-eigenaar. Een die uit Brazilië kan komen, uit het onvermijdelijke Midden-Oosten of gewoon uit Griekenland zelf. Vandekerkhof houdt er de moed in, maar is ook realistisch: "Vroeger was ik sponsor, nu moet ik zelf op zoek naar geld. Ik heb stilaan mijn limiet bereikt van wat ik in het voetbal kan en wil steken." DOOR JAN HAUSPIE"Ik heb te impulsief gedacht dat Fostiras een oplossing kon zijn voor mijn droom."