Het heeft wat, door de imposante ingang de Rotterdamse Kuip binnenstappen. Ook Cyriel Dessers kijkt nog elke dag zijn ogen uit. In het spelershome, waar zelfs het biljartlaken rood is, trekken de foto's van een volle Kuip alle aandacht. Op de ploegfoto die achter de bar hangt, staat de slogan: 'Niets is sterker dan dat ene woord.... ' Door iedereen die hier wel eens komt aan te vullen met: '...Feyenoord!'
...

Het heeft wat, door de imposante ingang de Rotterdamse Kuip binnenstappen. Ook Cyriel Dessers kijkt nog elke dag zijn ogen uit. In het spelershome, waar zelfs het biljartlaken rood is, trekken de foto's van een volle Kuip alle aandacht. Op de ploegfoto die achter de bar hangt, staat de slogan: 'Niets is sterker dan dat ene woord.... ' Door iedereen die hier wel eens komt aan te vullen met: '...Feyenoord!' Dessers arriveerde hier pas in de allerlaatste minute van de zomermercato maar is twee maanden later in Rotterdam al the talk of the town. Soms kan het gras aan de andere kant van de heuvel echt groener zijn, omschreef radio-analist Peter Vandenbempt het vorige week treffend. In België kwam je onlangs nog in beeld in de reeks FC United rond racisme. In jouw rootsverhaal werd racisme terloops vermeld, maar het leek niet allesoverheersend. Hoe heb jij dat als jonge speler zelf ervaren? Cyriel Dessers: 'Het was aanwezig, maar ik heb er me nooit zwaar laten door beïnvloeden. Mijn ouders gaven me mee dat ik in mensen die dat soort dingen zeggen, die niet correct zijn, geen energie moet steken door daarop te reageren. 'Focus op je eigen ding en laat ze met rust.' Daardoor haalde het me nooit zwaar naar beneden. Maar ik vind wel belangrijk om mijn stem in dat verhaal te laten horen, voor andere mensen die hun weg nog moeten maken. Voor mij valt het nog mee: ik ben een mix, heb een Vlaamse voornaam en achternaam, maar ik wil het opnemen voor de mensen die omwille van hun naam of uiterlijk bij het huren van een woning of bij een sollicitatie telkens onderaan de stapel belanden.' Welke raad geef jij mensen mee die met racisme of discriminatie geconfronteerd worden? Dessers: 'Niet gewoon slikken en verdergaan, zoals ik voorheen deed, maar mensen aanspreken op hun gedrag.' Is het anders in Nederland dan in België? Dessers: 'Het koloniale verleden is hier veel sterker aanwezig in het straatbeeld. Je hebt grote groepen mensen van Surinaamse, Indonesische, Antilliaanse origine. Hier zal ook wel racisme zijn, maar ik heb het gevoel dat Nederland op dat vlak verder is.' Is het in topsport met gemengde kleedkamers minder een item? Dessers: 'Als ik rondkijk in onze kleedkamer, is de verscheidenheid enorm. Die mix maakt het ook interessant. Als je van verschillende culturen de sterke punten samenvoegt, heb je een veel sterker en veel completer geheel dan wanneer je alleen de sterke punten van één cultuur neemt. Vanuit die simpele vaststelling kan ik niet begrijpen dat mensen daar tegen zijn.' Een jaar geleden koos je voor de Nigeriaanse nationale ploeg. Wat heeft je dat bijgebracht? Dessers: 'Bij de nationale ploeg ben ik verrassend goed onthaald, ook al spreek ik geen Yoruba. Veel jongens in de nationale Nigeriaanse ploeg zijn in Europa opgegroeid, in het Verenigd Koninkrijk, in Duitsland, of zoals William Troost-Ekong in Nederland. Dat maakt die integratie gemakkelijker. De wedstrijd die ik met Nigeria speelde, was in Oostenrijk. Ik kijk er naar uit om ook in Nigeria zelf eens te spelen, maar daarvoor zal ik eerst nog eens opgeroepen moeten worden.' Is de concurrentie groot? Dessers: ' Victor Osimhen en Kelechi Iheanacho zijn voorin de nummers één en twee, daarna heb je zes, zeven spitsen die voor plaatsen drie en vier strijden, onder wie ik, Paul Onuachu en Terim Moffi. Niet onlogisch voor een land met 180 miljoen inwoners en nog eens 100 miljoen die verspreid wonen over heel de wereld. Maar ik ben nog altijd superblij met de keuze die ik gemaakt heb.' Je bent ook blij met je clubkeuze. Wat is het grootste verschil tussen Genk en Feyenoord? Dessers: 'Feyenoord is gewoon supergroot. Dat wist ik al toen ik er tegen speelde, maar het valt nog meer op wanneer je voor de club zelf uitkomt. Overal waar ik kom, zijn Feyenoordsupporters. Je kan hier niet rustig door de stad lopen. Als ik hier op het trainingscomplex door de gangen loop en de prijzen zie: titels, bekers, Europabekers, de wereldbeker voor clubs... dan voel je dat dit een speciale club is. Spelen voor 50.000 man geeft energie. Van kleins af was ik een speler die kickte op grote wedstrijden, waarin ik vaak iets meer bracht. Met Tongeren was dat nog tegen Hasselt. Iedere keer als we een finale speelden, was ik in topvorm. Zoals in de promotieduels met NAC en vorig seizoen bij Genk.' Je miste hier de hele voorbereiding. Hoe moeilijk was dat? Dessers: 'Heel moeilijk, het was de eerste keer dat ik een voorbereiding miste. Ik belandde in een ploeg die al negen wedstrijden gespeeld had waarvan zes Europees. Die ploeg stond al, en ze stond goed. In de spits had Bryan Linssen al zes keer gescoord. Maar ik ben hier supergoed ontvangen. Dan is het fijn binnenkomen.' Als spits moet je maar één ding doen om je te laten opmerken. Dessers: 'Goals maken is altijd handig, maar ik speel ook mijn rol in de kleedkamer, ik word binnenkort 27. Ik hoor bij de meer ervaren spelers, ik kan mensen aanmoedigen. Die rol nam ik vorig seizoen bij Genk ook op me. 'In Nederland moet je vanaf het begin je mannetje staan, je durven uitspreken. Dat wordt ook geaccepteerd. Toen ik van Lokeren naar NAC ging, zei Willy Reynders al: 'Dat gaat goed bij je passen.' Lokeren was wel héél rustig, daar keek men op wanneer je om uitleg vroeg. Hier niet. Dat heeft altijd wel een beetje in mij gezeten. Hoewel ze me hier toch een typische Belg vinden, terwijl men me in België eerder een type Nederlander vond. Als je hier je mannetje niet staat, word je onder de voet gelopen.' Wat heb je aan Nederland te danken? Dessers: 'Ik heb hier kansen gekregen om mijn voetbalcarrière op te bouwen. Voor jonge spelers blijft het in België moeilijk; wanneer men tussen een jonge en een ervaren speler moet kiezen, gaan ze misschien vaker voor de oudere kracht. Hier is dat omgekeerd, omdat de jonge speler nog een grotere progressiemarge heeft. Ik had bij Lokeren kunnen blijven als tweede spits achter Tom De Sutter, maar ik voelde dat ik op mijn 21e een heel seizoen moest kunnen spelen.' Was je deze zomer verbaasd dat Feyenoord je haalde? Dessers: 'Ik wist dat ze nog een spits zochten. Midden augustus had ik al een eerste gesprek met de trainer, uiteindelijk is het de laatste dag rondgekomen. Dat was de meest bizarre dag uit mijn leven. Je vertrekt 's ochtends met de koffer naar Madrid en denkt dat je daar de komende maanden gaat wonen, en 's avonds laat teken je voor Feyenoord. Dat was een rollercoaster van emoties. Als speler heb je het op dat moment niet meer zelf in de hand, je bent totaal afhankelijk van wat er op dat moment in verschillende bestuurskamers wordt beslist, in Madrid, in Antwerpen, in Genk, in Rotterdam. Op dat moment had ik daar geen enkele invloed meer op; het was gewoon wachten op het beslissende telefoontje. Hoe vaak het die dag is gekeerd door verschillende redenen... Als dat gefilmd was en er zou een documentaire van gemaakt worden, dan zou die wel eens prijzen kunnen winnen.' ( lacht) Vertrekt Paul Onuachu eerder in de zomer, zit je niet hier? Dessers: 'Iedereen in de voetbalwereld, ook ik en Paul zelf, had verwacht dat hij na zo'n seizoen weg zou zijn. Mijn plan was om met zijn vervanger de strijd aan te gaan als spits bij Genk. Ik had er vertrouwen in dat ik die strijd kon winnen, want ik ben het vorige seizoen goed geëindigd en het nieuwe goed begonnen. Maar toen hij niet vertrok, wist ik dat hij na 35 goals opnieuw het krediet zou krijgen. 'Ik heb geen seconde spijt van mijn keuze voor KRC Genk, ik kijk nog altijd met een heel warm gevoel naar de club. Ik heb wel het gevoel dat het nog niet af is tussen Genk en mij, dat ik niet heb kunnen laten zien wat ik in mijn mars heb, ook omdat Paul een fantastisch seizoen heeft gehad. Genk zal altijd mijn club blijven. Toen ik begon met voetballen, werden ze kampioen, speelden ze Champions League en Wesley Sonck maakte iedere wedstrijd een goal en een salto. Wesley is lange tijd mijn favoriete speler geweest.' Welke vraag had je hem wel eens willen stellen? Dessers: 'Iedere week komt Robin van Persie hier een dag spitsentraining geven. Als je ziet wat die ons kan bijbrengen, soms kleine details, dan had ik zo'n dingen ook aan Wesley willen vragen. Soms helpen kleine details, leer ik nu ook van Van Persie.' Geef eens een voorbeeld. Dessers: 'Als de bal aan de overkant van het veld is, komt een spits voor de verdediger. Makkelijk voor die verdediger, want hij ziet tegelijk de spits en de bal voor zich. Dus adviseerde Van Persie om constant weg te bewegen, zodat je uit zijn gezichtsveld komt. Als je in de dode hoek zit, moet die verdediger zich moet afvragen: waar is hij nu?' Betekent dat dat je ook op je 27e nog een betere speler kan worden? Dessers: 'Absoluut. Net daarom was vorig jaar geen verloren seizoen. Op training moest ik constant tegen twee Colombiaanse internationals opboksen. Dat waren zo'n pittige duels dat ik elke keer iets nieuws moest bedenken om hen uit te schakelen. Het was mijn eerste jaar bij een topclub, en ik ben er als voetballer technisch, tactisch en mentaal sterker geworden. Maar de grootste progressie als voetballer maak je nog altijd als je vanaf de aftrap in de basis staat. Anders moet je op training andere aspecten zoeken om beter te worden. Dat heb ik vorig jaar gedaan.' Welke taal spraken jullie op training? Dessers: 'Engels.' En hier? Dessers: 'Nederlands.' Met al die buitenlanders? Dessers: 'Ja. De clubs hier zetten heel erg in op Nederlandse les. Bij Heracles hadden we een Duitse trainer, die probeerde het in het Nederlands. Dan word je als buitenlandse speler ook gewoon verplicht om die taal snel op te pikken. Als je dan contact hebt met supporters kun je een connectie maken.' Bij KRC Genk heeft men de lat hoger gelegd dit seizoen. Hoe hoog ligt de lat hier? Dessers: 'Feyenoord zal nooit in de schaduw staan, daarvoor is de club veel te groot. Na een paar woelige jaren is er deze zomer een nieuwe wind gekomen, met een nieuwe trainer en enkele nieuwe spelers. Dit zijn nog allemaal superjonge spelers, die gaan nog veel beter worden, ook nog tijdens dit seizoen.' Wat is jullie kracht? Dessers: 'Het groepsgevoel. Die groep zat toen ik kwam al zo goed in mekaar. Het klikt, dan is het veel prettiger om ergens binnen te komen. Onze trainer Arne Slot is tactisch top, die denkt zoveel stappen vooruit. Juist als een tegenstander denkt te weten hoe we het gaan aanpakken, verzint hij wat anders om hen te verrassen. Dat fascineert me. Daarnaast is hij een hele goeie veldtrainer en hij is ook heel duidelijk in wat hij verlangt. Dan hoef je geen verdere uitleg te vragen. Dat is fijn voor spelers.' Uiteindelijk maak je het de trainer wel makkelijk: eerst mag die andere spits het proberen. Lukt dat niet, brengt hij jou in de slotfase in en jij doet het dan. Dessers: 'Ik heb vorig jaar bij Genk geleerd niet meer ergens op te rekenen na een wedstrijd en het gewoon los te laten. Na een tijd werkt dat namelijk averechts, het remt je af omdat je keer op keer een kleine teleurstelling krijgt. Ik doe nu gewoon mijn ding en heb totaal geen verwachting voor de volgende wedstrijd. Als ik er moet staan vanaf de start, zal ik er staan. Is het pas vanaf minuut 85, ook goed.' Ook als invaller bij Genk bleef je uitleg niet beperkt tot je eigen situatie. Dessers: 'Paul heeft niet alleen mij, maar iedereen verrast. Dan moet je een andere rol vervullen. In de kleedkamer belangrijk zijn, andere mensen helpen. Ik wilde vorig jaar supergraag een prijs pakken met de club waarvan ik als kind al supporter was, en dat is me gelukt.' Wat heeft je tot nog toe het meest verbaasd in je spelersloopbaan? Dessers: 'Iedere keer als ik in mijn carrière denk: nu gaat het zo, loopt het anders. In mijn eerste half seizoen bij Utrecht scoorde ik twaalf goals en dacht: als ik deze lijn doortrek ben ik na dit seizoen klaar voor de volgende stap. Maar in december trok de trainer ( Erik ten Hag, nvdr) naar Ajax en kwam ik niet meer aan spelen toe. Toen ik naar Heracles trok dacht ik: hier ga ik twee jaar lekker ballen. Maar na een half jaar vochten grote clubs al om mijn handtekening. Vervolgens belandde ik bij Genk een jaar op de bank. Andere carrières zijn heel stabiel, de mijne verloopt met pieken en dalen, maar elke golf is telkens een stapje hoger. Toen ik hier belandde, las ik dat ik mislukt was bij Genk. Ik vind van niet. Ik kan het niveau bij een topclub aan. Ik ben alleen gebotst op Onuachu die een fantastisch seizoen had.' Heb je een toekomstplan? Dessers: 'Nee. Als je na negen wedstrijden in een goed draaiend geheel arriveert, kun je niet voorspellen wat het daar wordt. Als ik mag spelen, kom ik altijd aan mijn goals. Dat deed ik in Genk en toon ik ook nu, ik maakte er al vijf in 250 minuten, waarvan drie keer de winning goal. Misschien licht Feyenoord de optie, misschien keer ik terug naar Genk of lenen ze me uit aan een andere club. Als voetballer heb je daar veel minder controle over dan veel mensen denken. Bij Heracles kon ik in de winter naar Celta de Vigo, dat binnen een maand zowel in Bernabeu als Camp nou zou spelen. Toen ging ik even dromen, maar vervolgens sprong die transfer af en bleef ik gewoon bij Heracles.' Hoe ga je mentaal om met de onvoorspelbaarheid? Dessers: 'Dat is soms zwaar maar het is ook wat het voetbal zo mooi maakt. Op een bepaald moment zou Utrecht me uitlenen aan Waasland-Beveren, maar omdat ik me aan mijn knie blesseerde, ging dat niet door. Dat seizoen maakte ik uiteindelijk in de finale van de play-offs voor een Europa Leagueticket de winnende goal waardoor Utrecht Europees voetbal haalde. Veel spelers hebben een mooie, maar vlakke carrière. Ik ben international geworden, heb finales gewonnen, beslissende goals gemaakt, een prijs gewonnen met de club waar ik als kind van fan van was, ik ben gepromoveerd met NAC waar 25.000 man stond te juichen... Dat zijn ongelofelijke momenten. Tien jaar geleden was ik nog student, vatte ik mijn eerste jaar rechten aan. Mijn plan A was: voetballen in vierde klasse en studeren. Opeens kon ik van vierde klasse met Tongeren naar OHL en maakte daar dertig goals bij de beloften, waardoor Lokeren me wilde. Daar heb ik veel te danken aan Rudi Cossey. Hij heeft me in dat eerste jaar veel bijgestaan. Maar het parcours dat ik nu heb afgelegd... dat had niemand van ons in gedachten.'