Twee jaar geleden, bij de start van de voorronde van het EK 2004 in Portugal thuis tegen Bulgarije, was België niet klaar ; nu was het dat wel, hoopte Aimé Anthuenis. Nu, bij de start van de voorronde van het WK 2006 in Duitsland thuis tegen Litouwen, was er alleszins meer cohesie en groepsgevoel dan toen, stelde de bondscoach vooraf vast. Maar dat volstond niet tegen een zeer agressief voetballend nummer 118 van de wereld, dat zich in twee lijnen van vier en daarvoor Edgaras Jankauskas (ex-Club Brugge) achter een diepe spits heel compact opstelde.
...

Twee jaar geleden, bij de start van de voorronde van het EK 2004 in Portugal thuis tegen Bulgarije, was België niet klaar ; nu was het dat wel, hoopte Aimé Anthuenis. Nu, bij de start van de voorronde van het WK 2006 in Duitsland thuis tegen Litouwen, was er alleszins meer cohesie en groepsgevoel dan toen, stelde de bondscoach vooraf vast. Maar dat volstond niet tegen een zeer agressief voetballend nummer 118 van de wereld, dat zich in twee lijnen van vier en daarvoor Edgaras Jankauskas (ex-Club Brugge) achter een diepe spits heel compact opstelde. Ruimte was er nauwelijks en dan zijn er globaal gesproken drie strategieën mogelijk : je probeert er doorheen te breken met een individuele actie, of je slaat het middenveld over en sluit bij, of je zorgt voor een zodanig snelle balcirculatie dat de tegenstander het niet meer kan belopen. België was zaterdag maar zelden tot een van de drie goed in staat. Litouwen was veel sterker en agressiever in duel en het was voor de eerste optie zeker een nadeel dat Mbo Mpenza al na 23 minuten uitviel na een botsing met de Litouwse doelman. De oorlog werd op het middenveld gevoerd en daar door België verloren. Als het je tegen een atletischere ploeg telkens tien lijf-aan-lijfgevechten kost om voor doel te komen, is het aangewezen het middenveld over te slaan. Het gebeurde ook af en toe, maar dan bleek dat de Rode Duivels centraal voorin présence misten, te weinig druk konden zetten op het centrale verdedigingsduo, niet over de kracht en gestalte van Club Brugge beschikten. Wesley Sonck alleen kan dat niet. Hij rendeert het best met twee centrumspitsen, zoals bij RC Genk destijds met Moumou Dagano. Aimé Anthuenis had het niet aangedurfd met twee centrumspitsen te spelen en daarachter Thomas Buffel, vermoedelijk uit schrik om op het middenveld tekort te komen. Op het moment dat met Luigi Pieroni, reserve bij Auxerre, een tweede centrumspits klaar stond om in te vallen, scoorde Sonck schitterend op vrijschop en mocht Pieroni weer gaan zitten. Pas in de slotfase, na de gelijkmaker van Litouwen, kwam hij erin en ging op het einde ook nog Daniël Van Buyten voorin postvatten. Dan zag je dat Litouwen toch in de problemen kwam en plots wel kansen moest toestaan. Het was een wedstrijd waarin de Rode Duivels bijvoorbeeld een Nordin Jbari in vorm goed hadden kunnen gebruiken, een type dat met de rug naar doel kan spelen en in de zestien meter met inzet van alle middelen oorlog kan maken. Dat type misten we. Een snelle balcirculatie zat er ook niet in, zeker niet in de eerste helft. Zo kwam een toch functionele passeur als Sven Vermant het eerste kwartier amper aan de bal, waarna zijn eerste dieptepass op Bart Goor ook meteen het eerste doelgevaar opleverde. Dan zie je dat als de bal snel moet rondgaan, Philippe Clement het soms moeilijk krijgt om snel en zuiver in te spelen. Met alle respect voor de kwaliteiten die hij wél heeft, zoals bijvoorbeeld het bespelen van de scheidsrechter en de tegenstander. Opvallend was dat hij minder dan anders luchtduels won en dat hij en Van Buyten, die de voorkeur had gekregen op Vincent Kompany, daarbij enkele keren tegen elkaar botsten. Bij de tegengoal kopte Van Buyten een lange bal flagrant in de voeten van Jankauskas, die scoorde met een grondscherend schot. Andere vaststellingen : Thomas Buffel, momenteel invaller bij Feyenoord, is niet helemaal dezelfde als vorig seizoen. Hij mist wat matchritme, merk je in zulke omstandigheden. En Didier Dheedene is niet meer dezelfde speler als bij Anderlecht destijds. Hij kende bovendien problemen met de achillespees en zat na zeventig minuten kapot. De backs deden te weinig goeds met hun vrijheid. Eric Deflandre probeerde diep te komen, in zijn stijl, wisselde goede met slechte momenten af en bleef bij de rust geblesseerd in de kleedkamer. Kompany viel uitstekend in. Eerst als rechtsachter en op het einde als verdedigende middenvelder. Clement verhuisde toen warempel naar de rechtsbackpositie. Achteraf sprak Aimé Anthuenis de hoop uit dat in de toekomst spelers die nu vaak bankzitter zijn bij hun club, er meer aan spelen zullen toekomen. Want anders, benadrukte hij, wordt het moeilijk. Anderen selecteren ? Die zijn er in zijn ogen niet. Veel verbetering moet er dus blijkbaar niet meer verwacht worden. Of toch ? Hij noemde de geblesseerde Walter Bassegio een verlies. Die had, aldus de bondscoach, in dergelijke wedstrijd, zeker toen er in de tweede helft iets meer ruimte viel, als balvaste, creatieve speler met een uitstekende dieptepass nuttig kunnen zijn. En hij noemde de prestatie van de ingevallen Vincent Kompany op de posities van rechtsback en verdedigende middenvelder een positief punt voor het Belgisch voetbal. Wil dat nu net die speler zijn die hij voor deze wedstrijd uit de ploeg had gezet, weliswaar op de positie van centrale verdediger. Delicaat punt in de analyse is ook het feit dat Anthuenis slechts één keer trainde met het elftal waarmee hij aan de aftrap kwam. Tot de laatste dag ging hij uit van een ploeg met Roberto Bisconti op het middenveld, Mbo Mpenza centraal in de spits en zonder Wesley Sonck. In extremis en al dan niet onder druk van commentatoren deed hij het dus met Sonck centraal, Mpenza op rechts en Bisconti op de bank. Slechts één speler verschil, maar een groot verschil in het functioneren van de ploeg. Een gelijkspel thuis tegen Litouwen is een zeer teleurstellend resultaat. Het hypothekeert in groep 7 - met ook nog Spanje, Servië en Montenegro, Bosnië-Herzegovina en San Marino - na één speeldag al meteen de Belgische kansen op het WK, zoals de thuisnederlaag tegen Bulgarije dat twee jaar geleden ook deed. De eerstvolgende kwalificatiewedstrijd is Spanje uit op 9 oktober. Dé vraag die zich opdringt, is of je dan een topspits als Emile Mpenza kunt thuislaten, iemand met de kracht, de explosiviteit en de doelgerichtheid om het kwetsbare centrum van de Spanjaarden te teisteren ? Neen. Maar of zijn hoofd ernaar staat ? En of Aimé Anthuenis de spons wil vegen over het verleden ? Ja, toch ? ! Christian VandenabeeleKan je voor Spanje-België een topspits als Emile Mpenza thuislaten ? Neen.