Even terugspoelen naar 21 april 2006, Anderlecht - Standard. Op drie speeldagen voor het einde van de competitie pakte Sporting met een 2-0-zege weer de eerste plaats, die tot dan ingenomen werd door de tegenstander van die avond. Op de laatste speeldag zou Anderlecht zijn 26e titel vieren voor eigen publiek tegen... Zulte Waregem. De getrouwen van paars-wit zouden natuurlijk graag zien dat de geschiedenis zich herhaalt en dat ze op 19 mei tegen de jongens van Francky Dury kampioen spelen. Maar ook al zien de bijgelovigen bepaalde gelijkenissen met toen, en ook al lijkt Standard overboord gekieperd in de titelrace en is Zulte Waregem sinds het even aan kop stond helemaal het noorden kwijt, toch kan men in Anderlecht nog geen zucht van verlichting slaken. Club Brugge en Racing Genk, die twee weken geleden zogezegd uit koers waren geslagen, zijn momenteel nog altijd de kapers op de kust van een 32e paars-witte titel. Niets is al beslist, maar de overwinning van zondag gaf de spelersgroep die met zichzelf worstelde - zeker na de gemiste strafschop in Brugge - wel een enorme boost van vertrouwen.
...

Even terugspoelen naar 21 april 2006, Anderlecht - Standard. Op drie speeldagen voor het einde van de competitie pakte Sporting met een 2-0-zege weer de eerste plaats, die tot dan ingenomen werd door de tegenstander van die avond. Op de laatste speeldag zou Anderlecht zijn 26e titel vieren voor eigen publiek tegen... Zulte Waregem. De getrouwen van paars-wit zouden natuurlijk graag zien dat de geschiedenis zich herhaalt en dat ze op 19 mei tegen de jongens van Francky Dury kampioen spelen. Maar ook al zien de bijgelovigen bepaalde gelijkenissen met toen, en ook al lijkt Standard overboord gekieperd in de titelrace en is Zulte Waregem sinds het even aan kop stond helemaal het noorden kwijt, toch kan men in Anderlecht nog geen zucht van verlichting slaken. Club Brugge en Racing Genk, die twee weken geleden zogezegd uit koers waren geslagen, zijn momenteel nog altijd de kapers op de kust van een 32e paars-witte titel. Niets is al beslist, maar de overwinning van zondag gaf de spelersgroep die met zichzelf worstelde - zeker na de gemiste strafschop in Brugge - wel een enorme boost van vertrouwen. John van den Brom, die in ijltempo zijn zelfverzekerdheid van de eerste maanden was kwijtgeraakt, deed onlangs een beroep op zijn landgenoot John Troost, een life energycoach die hij nog kende van bij Vitesse Arnhem. Met als doel bij zijn spelers 'positieve energie vrij te maken'. Het is nog een element dat aangeeft hoe fragiel de toestand was van de spelersgroep, die de eerste helft tegen Standard nog altijd zichzelf niet was. Tot Guillaume Gillet in het begin van de tweede helft zijn hoofd vol woede en zegedrift tegen de bal plaatste. Het had een bevrijdend effect op alle paars-witte betrokkenen (spelers, staf, bestuur, supporters), zeker toen nadien eindelijk nog eens een strafschop werd omgezet. Na het laatste fluitsignaal was er sinds lang nog eens een brede lach op de gezichten van de spelers en de fans te bespeuren, Silvio Proto trok zelfs met een megafoon naar de harde kern. Tegelijk werd er ook niet te hoog van de toren geblazen: toen de spelers de kleedkamer verlieten, bleven de gezichten strak en was de spanning nog altijd voelbaar. "Wij zijn de enige club met druk in de play-offs", gaf Proto toe. "Maar vandaag hebben we de gelederen gesloten en met ons hart gespeeld. We staan nu op de plaats die we verdienen." Cheikhou Kouyaté, de hele middag uitstekend voetballend, had zijn glimlach teruggevonden: "Ik denk dat de fans ons vermoord hadden als we hier vandaag verloren!" Een boutade misschien, maar de Senegalees wist heel goed - net als de ordediensten die zondag erg op hun hoede waren - dat bij een negatief resultaat de boel weleens had kunnen ontploffen. De verrassende invasie op het trainingsveld door enkele heetgebakerde fans van de BCS, de harde kern, lag nog vers in het geheugen. Met de zege tegen Standard werd dan ook een op meerdere vlakken zware week afgesloten. Na de nederlaag in Jan Breydel had Anderlecht besloten om over te gaan tot een communicatiestop. Geen enkele speler werd vrijgegeven om met de pers te praten, met uitzondering van een filmpje dat via de website werd verspreid en waarop Guillaume Gillet op een schijnbare persconferentie de vragen van een clubmedewerker beantwoordde. Het gebrek aan communicatie versterkte alleen maar het beeld van een diepe malaise. Van de weeromstuit besloot de club dan wel om per uitzondering de poorten van het trainingscentrum in Neerpede te openen voor de supporters op 1 mei, het Feest van de Arbeid, vier dagen voor de confrontatie met Standard. Terwijl dat initiatief op zich natuurlijk lovenswaardig was en er een legertje van zowat 2000 supporters op de training afkwam, liep het toch uit op een fiasco. Een dertigtal ontevreden fans die het oefenveld bestormden en de daaropvolgende bitse woordenwisseling tussen die ordeverstoorders en voorzitter Roger Vanden Stock overschaduwden in de media datgene wat men op het oog had: een rustige familiedag voor Anderlecht en zijn supporters. Ook al ging het maar om een kleine groep amokmakers, zij symboliseerden wel de ontevredenheid van de fans, die in de loop van de play-offs almaar ongeruster werden. Een nederlaag tegen Standard had de derde verliesmatch op rij betekend (iets wat al geleden is van het seizoen 1987/88), maar had Anderlecht vooral in een positie gebracht vanwaaruit een terugkeer (sportief maar vooral ook mentaal) zogoed als onmogelijk was geweest. Een aantal bepalende spelers als Milan Jovanovic, Dieumerci Mbokani, Lucas Biglia en Cheikhou Kouyaté mogen dan al sinds het begin van de play-offs onder vuur liggen wegens hun te lage rendement, de man die het felst op de korrel werd genomen, was natuurlijk de coach, John van den Brom. Niet verwonderlijk in een milieu waar het altijd de trainer is die als eerste de boter heeft gegeten. De Nederlander heeft na een verheugende periode tussen oktober en januari - zowel qua spelniveau als qua resultaten - de waardering voor zijn persoon sterk zien afkalven. Sinds 2013 zit er zand in de machine. Het gebrek aan spektakel, de afwezigheid van een duidelijke gedragslijn en enkele bedenkelijke uithalen naar de arbitrage hebben hem snel van zijn voetstuk gehaald. De benaming "de belangrijkste man van Anderlecht" (dixit Herman Van Holsbeeck in februari) neemt niemand nu nog in de mond. Van den Brom heeft erg veel invloed gekregen waar het transfers en omkadering betreft - iets wat vrij ongewoon is binnen het instituut. Misschien niet van in het begin, dan toch in elk geval sinds de kwalificatie voor de Champions League. Maar in het paars-witte huishouden is meer en meer tandengeknars te horen. Fysiektrainer Mario Innaurato kon zich niet verzoenen met de werkwijze van VDB en was de eerste om het voor bekeken te houden, niet veel later werd hij gevolgd door dokter Kris Vollon. "Van den Brom gaat uit van het principe dat iedereen hem zal volgen", zegt Jan-Hermen de Bruijn, hoofdredacteur van het Nederlandse magazine Elf Voetbal. "Wie weigert in zijn voetsporen te volgen, ligt eruit. In zijn omgeving en zijn werk verdraagt hij geen mensen die hem tegenspreken." Terwijl de komst van Bram Nuytinck, die duidelijk de stempel VDB draagt, nog als een succes kan worden beschouwd, zijn de wintertransfers een pak minder overtuigend. Tijdens de stage in Turkije drong Van den Brom erg aan op de komst van Demy de Zeeuw (en niet Steven Defour) om de afwezigheid van Lucas Biglia op te vangen. De Zeeuw werd aangebracht door Louis Laros, makelaar en goede vriend van VDB, en doet eerder terugdenken aan de rampzalige doortocht van Gaston Taument in de jaren negentig (ook een Nederlandse international) dan aan de grote historische successen van Oranje. Samuel Armenteros van zijn kant, oorspronkelijk voorzien voor volgend seizoen maar sneller ingehaald om het vertrek van Mbokani naar de Afrika Cup te ondervangen, heeft nog maar één keer gescoord en zit doorgaans in de tribune. VDB verkoos Armenteros boven de Braziliaan Kleber (toen bij Porto, nu bij Palmeiras), die door Luciano D'Onofrio al was gecontacteerd voor een mogelijke transfer naar Anderlecht. De scoutingcel heeft de indruk voor Piet Snot te werken en ergert zich blauw wanneer het weer eens gaat over 'het adressenboekje' of 'de contacten' van VDB in zijn thuisland. Zo zijn er binnen de club bijvoorbeeld weinig voorstanders te vinden van de Marokkaan Anaour Kali (FC Utrecht), die VDB nochtans op zijn verlanglijstje heeft staan. Een ander vraagteken wordt geplaatst bij de manier waarop Van den Brom met de jongeren omgaat. Iedereen feliciteerde hem dat hij Denis Praet (van wie de grote kwaliteiten al een hele tijd duidelijk waren) en vooral Massimo Bruno (een vrijwel onbekende jongen) in de ploeg dropte, maar met verbazing werd er gekeken naar de manier waarop er fysiek met hen werd omgesprongen. Praet en Bruno werden nauwelijks eens gespaard, terwijl de kern zo breed was en de formule van het kampioenschap met play-offs net toeliet om te roteren. Terwijl Denis Praet van oktober tot januari nog de grote inspirator was van paars-wit op een moment dat de moraal in het zenit stond, moest hij afhaken met de play-offs in zicht. Zijn vervangers, De Zeeuw op Standard of Gillet op Brugge, braken geen potten. Binnen de club verbaast men zich ook over het vertrek van Bruno Godeau, die het nu prima doet bij Zulte Waregem. De uitleg van VDB was dat er met Jordan Lukaku er nog bij voldoende linksachters waren. Dan is het gek dat de jongere broer van Romelu nooit een kans heeft gekregen. Erger nog: Jordan traint wel met de A-kern, maar zijn kastje staat in de kleedkamer van de beloften... John van den Brom kan rekenen op een invloedrijke beschermheer: Herman Van Holsbeeck, de manager die hem in Vitesse ging halen terwijl zogoed als niemand in Brussel hem kende. Van Holsbeeck nam een risico en staat daar nog altijd achter: "Van den Brom blijft, ook als Anderlecht geen kampioen wordt." Woorden waar je misschien om kunt glimlachen in een club die zo gewend is aan succes en die bij het ingaan van de money time alleen aan de kop van de rangschikking troont. Herinner je de verprutste play-offs van twee jaar geleden, toen Ariël Jacobs ook de hand boven het hoofd werd gehouden. Maar ondanks een contract voor nog twee seizoenen en sprekende resultaten in de heenronde zullen de Brusselse bewindvoerders op de avond van 19 mei met niets minder dan de titel genoegen nemen. Zeker gezien de club al over de ideale opvolger beschikt in de persoon van Besnik Hasi, die in de bovenste lade ligt bij Philippe Collin (die zelf sinds de komst van VDB wat op de achtergrond verzeild is geraakt). Hasi was als speler al een toonbeeld van strijdlust en bleef dat in zijn functie als T2. Een T2 die vaak de leiding neemt wanneer er tijdens een wedstrijd tactische richtlijnen moeten worden gegeven. De zege van vorige zondag, door een ploeg die toegewijd, gefocust en fysiek in orde was, bombardeert Anderlecht tot grote favoriet voor de titel. John van den Brom - die na de reprimande van het bestuur voor zijn uitlatingen na de match in Waregem minder zenuwachtig lijkt - kan beschikken over enkele spelers, zoals Mbokani, die net op tijd weer in vorm lijken. De bevestiging moet zondag komen in de cruciale match uit bij Racing Genk. DOOR THOMAS BRICMONT & BRUNO GOVERS - BEELDEN: IMAGEGLOBEDe zege van vorige zondag, door een ploeg die toegewijd, gefocust en fysiek in orde was, bombardeert Anderlecht tot grote favoriet voor de titel. Het gebrek aan spektakel, de afwezigheid van een duidelijke gedragslijn en enkele bedenkelijke uithalen naar de arbitrage hebben Van den Brom van zijn voetstuk gehaald.