'Mijn ploegafgevaardigde van twintig jaar geleden is nu materiaalman. Dat ik hier nog steeds mensen ken: chapeau, voorzitter', vertelde een opgetogen Olivier Deschacht enkele weken geleden bij zijn voorstelling als nieuwe speler van Sporting Lokeren. Hij bedoelde het goed, maar de routinier van Anderlecht en ex-jeugdspeler van Lokeren legde daarmee de achilleshiel van de club bloot: op Daknam is er de voorbije twintig jaar amper iets veranderd.
...

'Mijn ploegafgevaardigde van twintig jaar geleden is nu materiaalman. Dat ik hier nog steeds mensen ken: chapeau, voorzitter', vertelde een opgetogen Olivier Deschacht enkele weken geleden bij zijn voorstelling als nieuwe speler van Sporting Lokeren. Hij bedoelde het goed, maar de routinier van Anderlecht en ex-jeugdspeler van Lokeren legde daarmee de achilleshiel van de club bloot: op Daknam is er de voorbije twintig jaar amper iets veranderd. De immer enthousiaste en sympathieke Willy Peeters (87) - u kent hem ongetwijfeld van het legendarische dansfilmpje in de kleedkamer - is toe aan zijn 61e seizoen als ploegafgevaardigde. En neen, die 61 is geen typfout. Het koppel Hilde en Albert voorziet de spelers al sinds mensenheugenis van hun maaltijden en staat in voor de was en de plas op de club. Veel gezichten van twintig of zelfs dertig jaar geleden lopen er nog steeds rond. Nog meer dan andere profclubs in België steunt Sporting Lokeren op vrijwilligers. Tot de persverantwoordelijke toe: ex-VRT-medewerker Herman Van de Putte moet zowat de enige onbezoldigde persverantwoordelijke zijn in de Jupiler Pro League. Zijn zoon doet tegenwoordig de administratie bij de wedstrijden. Dat charmante amateurisme geeft Lokeren een familiale en toegankelijke sfeer. Spelers zijn er nog bereikbaar voor supporters en pers. Alleen: in het huidige voetballandschap maakt het van Sporting Lokeren een aftandse hoeve te midden van moderne flatgebouwen en imposante wolkenkrabbers.In het moderne voetbal, met zijn steedse hogere budgetten, hogere eisen - gebaseerd op wetenschappelijke bevindingen en marketingonderzoek - en hogere ambities, is steunen op vrijwilligerswerk een rem op de ontwikkeling. Hoezeer je die (veelal gepensioneerde) vrijwilligers ook moet bewieroken voor hun onvermoeibare inzet, het is moeilijk om van hen constante innovatie en input te verlangen. Extra personeel aanwerven betekent echter extra investeringen. Dat is nu net wat bandenmagnaat Roger Lambrecht, net 87 geworden en bezig aan zijn 25ste seizoen als voorzitter van Sporting Lokeren, wil vermijden. Het gevolg daarvan is dat Sporting Lokeren al enkele seizoenen aanmoddert, opgezogen in een machtsvacuüm. Waarbij in alle geledingen van de club aangevoeld wordt dat een nieuw elan noodzakelijk is, maar niemand die weet wanneer en hoe dat er zal komen. Ook medewerkers en spelers lezen de weerkerende artikels waarin de voorzitter steeds herhaalt dat hij de club van de hand wil doen. Het zorgt zowel in de burelen als op het oefenveld voor een bepaalde gelatenheid. Een gebrek aan ambitie dat zich als een griep van het ene echelon op het andere overzet, ondanks de terugkeer van Peter Maes, dat voor een (kortstondige) opstoot van enthousiasme zorgde. Toen Olivier Deschacht bij zijn intrede op Daknam meteen enkele suggesties deed om de omkadering van de ploeg te verbeteren, gingen zijn ploegmaats daar smalend mee om: ' Good luck, Oli!'. Een speler beaamt: 'De meeste spelers hier hebben betere omstandigheden gekend bij hun vorige clubs, dat zorgt al voor een bepaalde demotivatie.' De beste periode onder de regie van Roger Lambrecht beleefde Sporting Lokeren tussen 2011 en 2014, niet toevallig de periode dat er met Marc Vanmaele een CEO actief was die de extrasportieve organisatie in handen nam. Vanmaele was een groot pleitbezorger van de stadionvernieuwing en wist de zuinige Lambrecht - die weinig heil ziet in het investeren in infrastructuur, want dat geld valt moeilijk te recupereren - te overtuigen om een nieuwe tribune te zetten. Daarin gesterkt door de goede resultaten: twee keer bekerwinst, driemaal PO1-deelname en Europa Leaguevoetbal. Zo kreeg Daknam eindelijk een volwaardig stadion, met achter het doel langs de parkingzijde niet langer de kenmerkende muur van reclamepanelen maar een heuse tribune met 3000 zitjes. Veel heeft die echter niet gerendeerd, want net in de jaren daaropvolgend dook Sporting een laagconjunctuur in. Eerst vertrok Vanmaele (nu algemeen coördinator bij Cercle Brugge) en een jaar later Peter Maes. Sinds 2015 vecht Lokeren tegen de degradatie en zag het zijn gemiddeld aantal toeschouwers van 8000 weer dalen naar 5000. Sportief probeerde Lokeren nochtans wél met zin voor vernieuwing verder te drijven op de goede flow van het Maestijdperk. Met Bob Peeters stak technisch directeur Willy Reynders zijn nek uit: hij geloofde in het potentieel van de man die bij AA Gent (beloften) en Cercle Brugge toonde met jeugd te kunnen werken en met verzorgd voetbal resultaten te kunnen neerzetten. Het draaide op een sisser uit. De eigenzinnige Peeters lag nooit in de bovenste schuif bij voorzitter Lambrecht, die liever vist uit de vijver van meer ervaren trainers of bekende namen. Dat deed de bandenmagnaat dan ook zodra hij de gelegenheid zag: na amper vier maanden mocht Peeters beschikken en kondigde Lokeren op 25 oktober 2015 tot ieders verbazing de terugkeer van Georges Leekens aan. Een impulsieve daad van de voorzitter die daarbij niet eens zijn TD consulteerde. De innige band tussen Lambrecht en Reynders kreeg toen een serieuze knak. Leekens maakte er immers geen geheim van dat hij manager naar Engels model wilde zijn, de relatie met Reynders was van meet af onderkoeld. Het bleek het startsein van nog meer achteruitgang en onduidelijkheid op Daknam. Met Leekens zette Lokeren een stap terug in de tijd. Dat besef sijpelde een jaar later, nadat steeds meer toeschouwers afhaakten op het lamentabele, ongeïnspireerde voetbal onder de ex-coach van de Rode Duivels, ook bij de voorzitter door. Die zag zijn fout in - 'Leekens blijft een vriend, maar hij is passé' - en gaf Reynders zijn zin. Met Rúnar Kristinsson waagde de TD nogmaals een poging om alvast op sportief vlak voor vernieuwing te zorgen. Met zijn onderbouwde discours en integere aanpak kreeg de IJslander snel pers, publiek én spelersgroep achter zich. In de voorbereiding op het seizoen 2017/2018 werd goed gevoetbald en lieten resultaten het beste verhopen. Na twee jaar zoeken leek Sporting Lokeren eindelijk zijn nieuw elan gevonden te hebben sinds het vertrek van Peter Maes. De eerste speeldag werd geopend met een thuismatch tegen Club Brugge: 0-4. Een mokerslag die niemand had zien aankomen. De volgende wedstrijd, op Kortrijk, bleek de ploeg niet hersteld van die opdoffer. Opnieuw ging Lokeren onderuit. Op hetzelfde moment bleek Peter Maes vrij op de trainersmarkt en opgejaagd door diens vrijage met STVV besloot Lambrecht dat hij de kans om zijn succestrainer terug te halen niet kon laten schieten. Na niet eens een jaar mocht Kristinsson beschikken. Een scharniermoment: in plaats van geduld te tonen, greep Lambrecht terug naar oude waarden. Een (laatste?) kans om te moderniseren werd zo vroegtijdig in de kiem gesmoord. Het trainersduo Kristinsson- Arnar Vidarsson bestookten de voorzitter met ideeën om de omkadering van de ploeg te professionaliseren. Van meer middelen voor de medische staf tot nieuwe fitnesstoestellen. Verschillende (ex-)spelers gaven het ons in de loop der jaren zuchtend mee: op vlak van organisatie en omkadering is Lokeren eerste klasse onwaardig. De voorzitter houdt de vinger op de knip en volgt alles minutieus op. En met alles bedoelen we álles. Kilometervergoedingen moeten met documenten gestaafd te worden. Een speler die elektroschoktherapie nodig had om een blessure sneller te laten herstellen - iets wat 80 euro kostte - diende daarvoor via de kinesist toelating te vragen aan de voorzitter. Met tegenzin stemde die uiteindelijk in. Op winterstage vindt hij het niet nodig om een dokter mee te sturen. De fitnesstoestellen zijn hopeloos verouderd en niet langer geschikt voor voetbalspecifieke oefeningen. Een fitnessruimte? Dat kan tijdens de week toch gewoon in de spelerstunnel? De kleedkamers zien er nog steeds hetzelfde uit als dertig jaar geleden. Klein en aftands. Hetzelfde geldt voor de ruimtes waar de technische en de medische staf huizen, in de winter is het er zelfs te vochtig en koud om medicatie te bewaren. Toen toenmalig CEO Vanmaele in 2014 aankaartte dat een stuk van de riolering in de nieuwe tribune moest verlengd worden, bleek dat alweer voer voor eindeloze discussies met de voorzitter. Het soort gekibbel dat veel medewerkers uiteindelijk te veel wordt. Ervaringsdeskundigen vertellen dat er met Lambrecht wel degelijk goed samengewerkt kan worden, maar dat je eerst zijn vertrouwen moet winnen - wat veel energie en tijd vergt - en met heel concrete plannen moet komen. 'En dat je niet over je budget heen gaat', wordt er fijntjes aan toegevoegd. Uiteindelijk is het dat ook wat Willy Reynders, veertien jaar lang de trouwe rechterhand van Lambrecht, de das omdeed. Zijn transfers van de voorbije seizoenen rendeerden niet langer. Sentiment legt het dan af van zakelijkheid. Een dag voor het sluiten van deze zomermercato kreeg de Limburger koudweg te horen dat zijn verhaal op Lokeren per direct stopte. De opvolgers van Vanmaele liepen al snel met hun hoofd tegen dezelfde muur. Eerst Rudy Geens, een ex-speler van KV Mechelen die na een half jaar als CEO alweer ontslagen werd, en nu Frederic Schroyens. Schroyens, doorgeschoven uit de jeugdwerking van Sporting Lokeren, werd in de zomer van 2016 aangesteld als algemeen directeur. Hij geeft blijk van dynamisme en goede ideeën, maar het mentaliteitsverschil met de 87-jarige baas is te groot. Schroyens zet volop in op automatisering en digitalisering binnen de club, maar zijn initiatief van twee seizoenen geleden om Daknam tijdens PO2 om te toveren tot een feestpaleis (met optredens van onder anderen Natalia en Soulsister) resulteerde in een verlieslatend concept. Dan is het bij Lambrecht zoals in het bordspel Monopoly: 'Ga drie plaatsen terug'... en moet je weer drie keer zo hard vechten om iets gedaan te krijgen. Zo draait Sporting Lokeren rondjes achter de eigen staart. Dat Lambrecht op zijn leeftijd niet meer wil investeren in de club lijkt vanuit zakelijk oogpunt logisch, hij blijft in de eerste plaats een gewiekst zakenman. De voorbije jaren draaide Lokeren verlies, terwijl het in 2015 nog 5,6 miljoen winst boekte. Dat was destijds vooral te danken aan de uitgaande transfers van Alexander Scholz, Hans Vanaken, Junior Dutra en Nill De Pauw. 'Wij hebben om de twee jaar een transfer nodig die ons minstens één miljoen euro oplevert', liet Lambrecht optekenen in HLN. Daaraan toevoegend dat degradatie naar 1B gelijk staat aan het doodsvonnis van zijn geliefde club. Al tien jaar roept de voorzitter dat hij de fakkel wil doorgeven, maar pas in maart 2017 werd daar concreet naar gehandeld door de club van een vzw om te vormen naar een nv. Lambrecht wil twintig miljoen euro (10 + 10) vangen voor zijn aandelen in het sportieve en de infrastructurele activa van zijn club. Er vonden al gesprekken plaats met potentiële overnemers uit China, Japan, Qatar en Rusland, maar telkens hield Lambrecht de boot af. In zijn ogen zijn dat investeerders die enkel wat spelers willen verhandelen en dan weer vertrekken. Vervolgens gaat hij dwarsliggen en wil hij hoofdaandeelhouder blijven. Het siert de voorzitter dat hij niet zomaar verkoopt aan de hoogste bieder en een stabiele toekomst voor zijn club beoogt; liefst ziet hij zelfs lokale verankering. Dat is mooi, maar waarom houdt hij dan het bod van een groep lokale ondernemers tegen? Dan blijkt het financiële aspect toch net iets te belangrijk. Ook op dat vlak blijft Sporting Lokeren maar rondjes draaien. De klok tikt ongenadig voort. De voorzitter zorgde er wel voor dat in geval van zijn plots overlijden de club nog twee jaar zelfredzaam is, maar ondertussen bladderen de muren in Daknam verder af, gaan de fitnesstoestellen steeds harder piepen en de trappengangen steeds doffer klinken. Het aanpalende natuurgebied Daknamse Meersen staat bekend als broedplaats voor ooievaars, de brengers van vernieuwing. Inspiratie genoeg in de nabije omgeving, me dunkt.