Sandor Popovics was meer dan 25 jaar geleden trainer van KSV Waregem. Dankzij een artikel in Voetbal International (dé VI ! !) met klinkende koppen als "Ik schop mijn spelers de kantine in (bij de supporters)" en "Voetballers moeten acht uur per dag werken", trok hij de aandacht van Germain Landsheere. Na een kort gesprek in een wegrestaurant langs de autostrade, werd de zaak beklonken. Het was nog de tijd dat de trainerscarrousel niet bepaald werd door managers.
...

Sandor Popovics was meer dan 25 jaar geleden trainer van KSV Waregem. Dankzij een artikel in Voetbal International (dé VI ! !) met klinkende koppen als "Ik schop mijn spelers de kantine in (bij de supporters)" en "Voetballers moeten acht uur per dag werken", trok hij de aandacht van Germain Landsheere. Na een kort gesprek in een wegrestaurant langs de autostrade, werd de zaak beklonken. Het was nog de tijd dat de trainerscarrousel niet bepaald werd door managers. Een groot aantal spelers van Essevee had het bewuste artikel maar half gelezen of was slechte verstaander, want al heel snel zaten ze acht uur in de kantine of aanverwante gelegenheden. Het eerste seizoen speelden we nog wel de finale van de beker van België, het jaar erop was de degradatie heel dichtbij en moest Robert Goethals ons met heel veel hocus pocus redden. Toch was de Nederlandse Hongaar een prachtige kerel die ook conferencier had kunnen worden. Zijn tactische besprekingen waren bijwijlen hilarisch. Na uren brainstormen wou hij tegen Club Brugge eens twaalf man opstellen en om de collectiviteit te prediken (ja, dan al, dus niks nieuws onder de zon, het voetbal is al heel lang geleden uitgevonden) eindigde hij steeds met : "Wie scoort is niet erg !" Waarbij ik stilletjes hoopte dat het niet de tegenpartij zou zijn, je bent tenslotte keeper voor iets ... en de nul houden is al heilig van vóór Christus. Vandaar dat ze in het Astridpark straks een (klein) standbeeld voor Daniel Zitka gaan onthullen. Het was een tijdje geleden dat hij nog eens halve en hele mirakels had moeten verrichten, maar op Cercle was het weer van dat. De minzame Tsjech is dé man van het seizoen. Had hij eerst nog wat last van het rotatiesysteem met Proto, waarbij het heel snel duidelijk werd dat Proto moest spelen, dan laat hij nu dankzij de blessure van deze laatste al een jaar lang zijn grote klasse bewonderen. Niet alleen als keeper, maar ook als mens, want veel vertrouwen heeft hij niet gekregen in Brussel. Jaja, je moet twee goeie keepers hebben op dat niveau, maar het aantrekken van Proto was niet echt een positief signaal. Eenvoud siert, maar mij lijkt het dat zijn soms overdreven (gespeelde ?) bescheidenheid hem ook weghoudt uit de Tsjechische nationale selectie. Dat Petr Cech nog wel beter is wil ik graag geloven, maar mij maak je niet wijs dat er ook nog twee andere keepers beter zijn. Anderlecht kan straks zonder twijfel veel geld vangen voor hem, maar wie op zijn eentje een vijftiental punten pakt op een seizoen kan je beter houden. En zijn keeperstrainer ook. Intussen heb ik toch ook wel medelijden met Silvio Proto. Hij is hard aan het werken om zijn coach te overtuigen hem toch een plaatsje op de anders zo gevreesde invallersbank te gunnen. Dat lukt amper, misschien wel omdat Zitka blunderde (zijn enige, tegen Charleroi) net toen Proto zich weer fit meldde. Twee gelijkwaardige keepers is dan misschien toch geen goed idee. door wim de coninck Co-commentator van BelgacomTV