Onze clubvoorzitters hebben gevoel voor humor. Neem Bruno Venanzi van Standard. Vorige week pleitte hij er in de kranten voor om de inkomsten van de tv-rechten te herverdelen. 'De grote clubs moeten meer krijgen', heette het.

Venanzi is van oordeel dat er rekening moet worden gehouden met het aantal abonnees, supporters, aanwezigheid op sociale en in klassieke media. 'Nu hebben we niet eens het dubbele van wat zogenaamd kleinere clubs krijgen. Terwijl er veel meer tv-kijkers zijn voor Standard-Anderlecht dan voor Cercle Brugge-Eupen.'

Onze landskampioen strijkt ongeveer zes keer zo veel op als de laatste uit de rangschikking, maar voor Venanzi is dat niet genoeg. De primus in de Premier League heeft anderhalf keer zoveel als de laatste, terwijl er ook echt wel meer tv- kijkers zijn voor Manchester United-Liverpool dan Norwich-Southampton.

Misschien moet de Standardpreses eens te rade gaan in het kapitalistische Amerika. In het American football krijgen alle clubs evenveel uit de tv-pot en gaat zeventien procent van de ticketverkoop naar de bezoekers, als compensatie voor clubs uit kleinere agglomeraties. In het voetbal zou het een geweldig idee zijn om bezoekende coaches aan te zetten mee het spektakel te verzorgen in plaats van de bus voor hun backlijn te parkeren.

Het voorstel van Venanzi om een percentage van de inkomsten van clubs die deelnemen aan de Champions League in een gemeenschappelijke pot te storten, is dan weer wel een goed idee. Ook al is het waarschijnlijk ingegeven in de overtuiging dat de Rouches de komende jaren niet te vaak in de vetpotten van het kampioenenbal zullen kunnen graaien. Toenmalig Antwerpvoorzitter Eddy Wauters kwam er halfweg de jaren 90 al mee op de proppen, maar werd toen door Michel Verschueren als een communist weggezet.

Dat nieuwe fiscale regels de doodsteek van het Belgisch voetbal zouden betekenen is quatsch.

Onze topclubs willen van alles meer, hoewel ze al van alles meer hebben. De fiscale en parafiscale voordelen (vrijstelling van doorstorting van tachtig procent van de bedrijfsvoorheffing en RSZ-regeling) is vooral een cadeau voor de groten. Alles bij elkaar gaat het om ongeveer 160 miljoen euro, die de clubs niet hoeven te betalen. Ongeveer de helft van dat bedrag komt de zogenaamde Grote Vijf ten goede.

In onze samenleving torsen de sterkste schouders de zwaarste lasten en er is geen reden waarom dit in het voetbal anders zou zijn. Nieuwe wetgeving zou dan ook vooral de modale profclubs ten goede moeten komen en vooral het jeugdvoetbal subsidiëren.

Dat nieuwe fiscale regels de doodsteek van het Belgisch voetbal zouden betekenen is quatsch. Een competitie is zo sterk als zijn zwakste schakel en de budgetten dichter bij elkaar brengen, zou de Pro League dus juist sterker maken. Maar dat interesseert Venanzi niet. Het gaat alleen om kortzichtig eigenbelang.

Dat onze clubs dan ook internationaal minder zouden presteren, hoeft niet. Ajax steekt nog steeds een stuk boven Anderlecht, Club Brugge en Standard uit en in Nederland bestaat geen fiscaal gunstregime zoals in België. Bovendien moet dit hoe dan ook herbekeken worden als er ooit een BeNeliga zou komen. Anders is er geen sprake van een 'gelijk speelveld' en dat zullen de Nederlanders nooit aanvaarden.

De Belgische top wil meer, maar krijgt dat al.

De oplossing voor de belastingproblematiek moet uit Europa komen. Het voetbal is wellicht de bedrijfstak met de minste grenzen en het zou het voetbal alleen ten goede komen als iedereen ook naast het veld op basis van dezelfde regels moet werken.

De topclubs willen altijd meer, maar zouden vooral wat meer respect voor de kleinere ploegen moeten koesteren. In Spanje mag een trainer ieder seizoen slechts voor één club werken. Een kleinere club kan daardoor zijn trainer in de loop van het seizoen niet weggeplukt zien worden, waardoor de hele organisatie in chaos wordt gestort. KRC Genk plukte zo twee seizoenen terug Philippe Clement weg op de Freethiel en heeft nu en overweegt nu deze truc te herhalen. Het zou Peter Croonen sieren als hij dan zou opstappen als voorzitter van de Pro League. Je kan geen twee meesters dienen.

Onze clubvoorzitters hebben gevoel voor humor. Neem Bruno Venanzi van Standard. Vorige week pleitte hij er in de kranten voor om de inkomsten van de tv-rechten te herverdelen. 'De grote clubs moeten meer krijgen', heette het. Venanzi is van oordeel dat er rekening moet worden gehouden met het aantal abonnees, supporters, aanwezigheid op sociale en in klassieke media. 'Nu hebben we niet eens het dubbele van wat zogenaamd kleinere clubs krijgen. Terwijl er veel meer tv-kijkers zijn voor Standard-Anderlecht dan voor Cercle Brugge-Eupen.' Onze landskampioen strijkt ongeveer zes keer zo veel op als de laatste uit de rangschikking, maar voor Venanzi is dat niet genoeg. De primus in de Premier League heeft anderhalf keer zoveel als de laatste, terwijl er ook echt wel meer tv- kijkers zijn voor Manchester United-Liverpool dan Norwich-Southampton. Misschien moet de Standardpreses eens te rade gaan in het kapitalistische Amerika. In het American football krijgen alle clubs evenveel uit de tv-pot en gaat zeventien procent van de ticketverkoop naar de bezoekers, als compensatie voor clubs uit kleinere agglomeraties. In het voetbal zou het een geweldig idee zijn om bezoekende coaches aan te zetten mee het spektakel te verzorgen in plaats van de bus voor hun backlijn te parkeren. Het voorstel van Venanzi om een percentage van de inkomsten van clubs die deelnemen aan de Champions League in een gemeenschappelijke pot te storten, is dan weer wel een goed idee. Ook al is het waarschijnlijk ingegeven in de overtuiging dat de Rouches de komende jaren niet te vaak in de vetpotten van het kampioenenbal zullen kunnen graaien. Toenmalig Antwerpvoorzitter Eddy Wauters kwam er halfweg de jaren 90 al mee op de proppen, maar werd toen door Michel Verschueren als een communist weggezet. Onze topclubs willen van alles meer, hoewel ze al van alles meer hebben. De fiscale en parafiscale voordelen (vrijstelling van doorstorting van tachtig procent van de bedrijfsvoorheffing en RSZ-regeling) is vooral een cadeau voor de groten. Alles bij elkaar gaat het om ongeveer 160 miljoen euro, die de clubs niet hoeven te betalen. Ongeveer de helft van dat bedrag komt de zogenaamde Grote Vijf ten goede. In onze samenleving torsen de sterkste schouders de zwaarste lasten en er is geen reden waarom dit in het voetbal anders zou zijn. Nieuwe wetgeving zou dan ook vooral de modale profclubs ten goede moeten komen en vooral het jeugdvoetbal subsidiëren. Dat nieuwe fiscale regels de doodsteek van het Belgisch voetbal zouden betekenen is quatsch. Een competitie is zo sterk als zijn zwakste schakel en de budgetten dichter bij elkaar brengen, zou de Pro League dus juist sterker maken. Maar dat interesseert Venanzi niet. Het gaat alleen om kortzichtig eigenbelang. Dat onze clubs dan ook internationaal minder zouden presteren, hoeft niet. Ajax steekt nog steeds een stuk boven Anderlecht, Club Brugge en Standard uit en in Nederland bestaat geen fiscaal gunstregime zoals in België. Bovendien moet dit hoe dan ook herbekeken worden als er ooit een BeNeliga zou komen. Anders is er geen sprake van een 'gelijk speelveld' en dat zullen de Nederlanders nooit aanvaarden. De oplossing voor de belastingproblematiek moet uit Europa komen. Het voetbal is wellicht de bedrijfstak met de minste grenzen en het zou het voetbal alleen ten goede komen als iedereen ook naast het veld op basis van dezelfde regels moet werken. De topclubs willen altijd meer, maar zouden vooral wat meer respect voor de kleinere ploegen moeten koesteren. In Spanje mag een trainer ieder seizoen slechts voor één club werken. Een kleinere club kan daardoor zijn trainer in de loop van het seizoen niet weggeplukt zien worden, waardoor de hele organisatie in chaos wordt gestort. KRC Genk plukte zo twee seizoenen terug Philippe Clement weg op de Freethiel en heeft nu en overweegt nu deze truc te herhalen. Het zou Peter Croonen sieren als hij dan zou opstappen als voorzitter van de Pro League. Je kan geen twee meesters dienen.