Deze week wordt wellicht duidelijk welke Belgische teams kans maken om Europees de winter te overleven. Vooral Anderlecht staat voor de match van alles of niets. Tegen Galatasaray kan het best gewonnen worden, maar ook dan zit er bijna zeker niet meer in dan een doorstart in de Europa League. Ondanks een paar knappe prestaties weegt paars-wit te licht voor Borussia Dortmund en Arsenal, topclubs die in eigen land nochtans een absoluut dieptepunt beleven.
...

Deze week wordt wellicht duidelijk welke Belgische teams kans maken om Europees de winter te overleven. Vooral Anderlecht staat voor de match van alles of niets. Tegen Galatasaray kan het best gewonnen worden, maar ook dan zit er bijna zeker niet meer in dan een doorstart in de Europa League. Ondanks een paar knappe prestaties weegt paars-wit te licht voor Borussia Dortmund en Arsenal, topclubs die in eigen land nochtans een absoluut dieptepunt beleven. De UEFA Youth League (de Champions League voor spelers jonger dan 19) geeft aan dat op dat niveau de clubs uit kleinere landen nog wel met gelijke wapens strijden. Basel telt evenveel punten als Real Madrid, Olympiacos gaat Juventus voor en Ajax doet beter dan Barcelona. Anderlecht is misschien nog het beste voorbeeld: twee overwinningen tegen Arsenal (4-3 en 1-2) en een echte demonstratie tegen Borussia Dortmund (5-0). Heel leuk allemaal, maar de Youth League is ook een vitrine waaruit de rijken straks gretig zullen graaien. Vroeger was dit geen echt probleem. Voetbal stond voor 'trickle-down economics'. De kleinere clubs (ook amateurclubs) kregen een faire vergoeding als ze een toptalent lieten vertrekken. Tegenwoordig schuimen de Europese toppers overal de velden af en plukken voor een prikje jonge jongens weg. Het conflict tussen Anderlecht en zijn 16-jarige jeugdspeler Jason Eyenga-Lokilo onderstreepte vorige week nogmaals dat de clubs alle middelen - ook als ze op het randje zijn - aanwenden om een fatsoenlijke vergoeding te krijgen en dat veel jongeren (of vaders) erg bevattelijk zijn voor geld. Dat de FIFA de opleidingsvergoedingen afbouwt, is een heel fout signaal. Zo worden de rijken steeds sterker en kunnen we straks alle competities opdoeken. De Champions League telt drie supertenoren (Barcelona, Bayern München en Real Madrid) en een handvol clubs (Chelsea, Manchester United en City, Atlético Madrid, PSG) die er af en toe van mogen dromen de halve finales te halen. Voor de rest is deelnemen (en de vele miljoenen) belangrijker dan winnen. Zelfs de Italiaanse kanjers moeten afhaken en de meest pijnlijke ontwikkeling was dat vijfvoudig bekerwinnaar Liverpool met een B-ploeg naar Bernabéu trok omdat het zich bij voorbaat kansloos waande bij Real. David versus Goliath is hét succesverhaal van het voetbal, maar "er is een echt probleem als winnen zo goed als uitgesloten wordt", schrijft Tsjalle van der Burg, auteur van 'Football Business. How markets are breaking the beautiful game'. "Als er geen hoop meer is en te veel fans het gevoel hebben dat hun club voor altijd tweederangs is geworden." De econoom van de universiteit Twente legt de schuld voor alle ellende bij de EU, die het voetbal de vrije markt oplegt en ging op zoek naar maatregelen om meer gelijkheid te creëren in het Europese topvoetbal. Helaas lijken zijn voorstellen zo goed als onhaalbaar. Van der Burg inspireert zich op Amerikaanse (lees: socialistische) ingrepen om de spanning terug te brengen. Hij wil terugkeren naar de situatie van voor het Bosman-arrest, zodat spelers die einde contract zijn niet meer gratis kunnen vertrekken. Hij wil voetbal op betaalzenders onmogelijk maken en alle clubs verplichten tien procent van hun loonmassa aan sociale projecten te besteden. Op die manier zouden de salarissen zakken. Misschien moet eerder heil worden gezocht in Italië. Het calcio besliste dat de kern van een ploeg uit de Serie A nog slechts uit 25 spelers mag bestaan, van wie vier Italiaan moeten zijn en evenveel bij de eigen jeugd werden opgeleid. Nog beter zou zijn daar acht spelers uit de eigen jongerenafdeling van te maken. Daar kan Europa weinig bezwaren tegen hebben en zou sportief succes opnieuw koppelen aan het opleiden van jonge spelers in plaats van een puissant rijke investeerder. Zo'n regel zou niet alleen de clubs verplichten het maximum te halen uit de eigen jeugd, maar het ook minder aantrekkelijk maken om de Europese velden af te stropen. Bestuurders van kleinere clubs zouden weer geruster kunnen slapen en jonge jongens in eigen omgeving volwassen én topvoetballer worden. ?DOOR FRANÇOIS COLINIn de UEFA Youth League wordt wel nog steeds met gelijke wapens gestreden.