T waalf journalisten van Sport/Voetbalmagazine stelden elk een top 25 samen van de beste spelers die er momenteel rondlopen met de Belgische nationaliteit. De nummer één kreeg telkens 25 punten, de nummer twee 24 en zo verder. Dat resulteerde in deze top 50. Het is een momentopname van het Belgisch voetbal, een eigenzinnige en soms verrassende ranking, waarbij zowel de huidige vorm als de intrinsieke kwaliteiten als barometer golden.
...

T waalf journalisten van Sport/Voetbalmagazine stelden elk een top 25 samen van de beste spelers die er momenteel rondlopen met de Belgische nationaliteit. De nummer één kreeg telkens 25 punten, de nummer twee 24 en zo verder. Dat resulteerde in deze top 50. Het is een momentopname van het Belgisch voetbal, een eigenzinnige en soms verrassende ranking, waarbij zowel de huidige vorm als de intrinsieke kwaliteiten als barometer golden.'Kompany for president!' is een van de weinige uitroepen die we de voorbije maanden niét hoorden, en dan nog alleen omdat België een monarchie is. King Kompany is sinds dit seizoen eindelijk terug nadat hij bijna twee jaar, bij Anderlecht en bij Hamburg, met blessureleed kampte. Hij wint weer duels voor zijn tegenstanders beseffen wat er gebeurt. Op het veld paart de Brusselaar Afrikaans flegma aan Belgische wilskracht. Naast het veld werpt hij zich op als een intelligente jongeman, woordvoerder van de jonge hemelbestormers die de Rode Duivels van de toekomst zijn. Hij neemt geen blad voor de mond als het gaat om maatschappelijke problemen, het gevaar van extreem rechts of de tragedie van zijn vaders continent Afrika, maar hij praat ook met veel gevoel over de dood van zijn moeder die hij een plaats probeert te geven. Op zijn 21ste is Kompany niet alleen een topvoetballer, maar een cultfiguur in wording. 'I know you like my style', zingt zijn favoriete rapper 50 Cent. Inderdaad, dat doen we. Moussa in Wonderland, zo voelt de twintigjarige Belg van Malinese afkomst zich geregeld nog. Idool geworden op een moment dat hij zelf amper de idolatrie ontgroeid is. Op zijn zeventiende had hij er 23 wedstrijden in het eerste van Germinal Beerschot op zitten en ging hij zijn geluk beproeven in Nederland bij Willem II. Een jaar later trok hij naar titelaspirant AZ. Van Gaal kneedde de Antwerpenaar tot een balvaste, technisch vaardige en hardwerkende spits. Net negentien geworden, werd hij door Vandereycken van de nationale jeugdploegen meteen overgeheveld naar de A-kern. Hoewel zijn doelgerichtheid nog zijn zwakke punt is, scoorde hij in augustus twee goals in de 3-2-zege van België tegen Servië. En toen hij het enige doelpunt nette in de UEFA Cupwedstrijd van AZ tegen Larissa had de immer kritische Van Gaal slechts één woord voor zijn poulain: "Fantastisch!" Wanneer Simons op zes oktober de spelerstunnel van het Philipsstadion uitstapt en het veld betreedt voor de thuismatch tegen Willem II, toveren duizenden PSV-fans de tribune om tot één grote Belgische vlag. "Kapitein Simons, onze leeuw van Vlaanderen" blok-lettert een spandoek. De Vlaams-Brabander is bijzonder geliefd in Noord-Brabant. Simons is bij PSV de metronoom van het elftal, net zoals hij dat bij Club Brugge was: secuur in de interceptie en verzorgd uitvoetballend. Hij staat er altijd - letterlijk: in vijf seizoenen Club en tweeënhalf jaar PSV miste hij zegge en schrijve tien matchen. Nooit geblesseerd, uiterst zelden geschorst, het tekent de regelmaat waarmee Simons zijn matchen afwerkt, om het even of het een interland met de Rode Duivels is of een kwartfinale van de Champions League. Amper achttien jaar oud was Defour bij Genk al de kleine generaal op het middenveld. Goeie techniek, werkkracht en een buitengewone vista: de (voorbarige?) vergelijking met Van Moer was gauw gemaakt, zeker toen hij in de zomer van 2006 zijn blauw-witte tricot inruilde voor het shirt van de Rouches. Over de transfer was veel te doen omdat Defour dreigde met de beruchte wet van '78 om zijn contract te verbreken. Ook Ajax was geïnteresseerd en volgt de Mechelaar nog steeds op de voet. Bij Standard nam Defour al na één seizoen de kapiteinsband over van Conceiçao en daarbij schuwt hij de boude uitspraken allerminst. Samen met Kompany brengt hij de mondigheid van een nieuwe generatie naar het voetbal. Het is een kwarteeuw geleden dat Standard voor het laatst kampioen speelde. In mei 2008 heeft Defour afspraak met de geschiedenis. In april 2003 maakte Mudingayi zijn debuut voor de Rode Duivels onder Aimé Anthuenis. Het leek een eenmalig curiosum te zullen blijven. De verdedigende middenvelder raakte bij AA Gent nauwelijks van de bank. Een kuitenbijter, een breker waarop de vijandelijke aanvalsgolven stukliepen, dat wel, maar een stoethaspel wat het meevoetballen betreft. Zo ongeveer dacht coach Jan Olde Riekerink er toen over. De Buffalo's waren blij dat Torino in 2004 een kwart miljoen op tafel wou leggen voor de in Kinshasa geboren Belg. In Italië timmerde Mudingayi aan de weg. Enkele grote clubs uit het calcio kregen interesse en in 2005 maakte hij de overstap naar Lazio. Als basisspeler in de Serie A was het geen wonder dat hij weer in beeld kwam bij de nationale ploeg. De Brusselaar van Marokkaanse afkomst is eigenlijk een voetballer van de oude Belgische school die met o.a. Gerets, Vandereycken en Ceulemans spelers voortbracht met wie je naar de oorlog kon. Fellaini is een fort op het middenveld: een imposante gestalte, hard in het duel, quasi onklopbaar in de lucht en ballen recupererend aan de lopende band. Bovendien trekt hij geregeld mee naar voren en is hij bloedlink op stilstaande fasen. Inzinkingen kent hij nauwelijks. Tot minder dan een jaar geleden had hij ook voor Marokko kunnen uitkomen, maar hij koos voor zijn échte vaderland: België. Of hij daar ook in clubverband nog lang zal spelen is maar de vraag. De Premier League lonkt. Mirallas heeft iets met maidenmatchen. Hij scoorde in zijn eerste wedstrijd met Lille tegen PSG (1-0) en met de nationale ploeg tegen Servië (3-2). Nochtans is de jeugdspeler van Standard geen echte goalgetter, daarvoor scoort hij nog iets te weinig. Het potentieel is er alleszins: Mirallas is balvast, heeft een goed schot en is beweeglijk. Hij was het speerpunt van de beloften op het voorbije EK in Nederland en vormt bij de 'grote' Rode Duivels samen met Dembélé zowat de jongste voorhoede uit het internationale voetbal. Om 's lands hoop op zijn schouders te leggen is het nog te vroeg. In deze top 50 is Mpenza mogelijk de enige die nog voor een collectieve vaderlandse herinnering à la Vandenbergh of Grün gezorgd heeft. Tijdens de openingswedstrijd van Euro 2000 scoorde hij op de Heizel het beslissende doelpunt tegen Zweden. In de zes jaar die volgden, maakt hij nog twee prima seizoenen rond, eentje bij Schalke en eentje bij Standard. Vervolgens ontpopte hij zich bij Hamburg voornamelijk als een nukkige vedette en verkoos hij om letterlijk en figuurlijk de woestijn in te trekken, naar het Qatarese Al-Rayyan. Vorig seizoen gebeurde wat niemand nog verwacht had: Emile keerde terug in full force. Bij Manchester City weegt hij door zijn snelheid en wendbaarheid weer bijna als vanouds op de vijandelijke defensies. Het is een quizvraag op de Voetbalscheurkalender 2008: welke Belg scoorde vorig jaar twee goals uit bij AC Milan in de kwartfinale van de Champions League? Antwoord: Daniel Van Buyten. De rots uit Froidchapelle is misschien wel het beste voorbeeld van het gezegde "men is geen sant in eigen land". Sinds hij doorbrak bij Standard rezen er voortdurend twijfels over zijn capaciteiten, twijfels die vooral gevoed werden door zijn prestaties bij de Rode Duivels, waar hij zich al te vaak een reus op lemen voeten toonde. Maar zowel bij Marseille als bij Hamburg groeide Big Dan uit tot een gewaardeerde verdediger met veel inzet en uitstekend kopspel. Het leverde hem een transfer op naar Bayern München, waar hij het vorig jaar voortreffelijk deed in de competitie én de CL. Hoewel dit seizoen wat wisselvalliger verliep, werd hij toch al twee keer opgenomen in het elftal van de week in SportBild en Kicker. Naar een buitenlandse topclub verhuizen en daar na een maand of vier al kampioen spelen, het zal nog niet veel Belgen gegeven zijn, maar Nicolas Lombaerts slaagde erin. Op 11 november behaalde Zenit Sint-Petersburg de Russische landstitel, die voor het eerst sinds 1995 nog eens naar een club buiten Moskou ging. De Russen hadden Lombaerts ontdekt op het EK voor beloften in juni vorig jaar. De Bruggeling had er net een prima seizoen op zitten bij AA Gent en werkte ook een sterk EK af. Hij toonde een intelligent verdediger te zijn die zowel op de flank als centraal goed zijn weg vindt. Door de transfer naar Sint-Petersburg zag Lombaerts zich genoodzaakt zijn studies rechten op te geven, maar geen nood: hij kreeg er een riant jaarsalaris voor in de plaats. Scoren met de vingers in de neus en de ogen dicht, het is slechts de grootste spitsen gegeven. Sterchele gaf vorig seizoen bij Beerschot blijk van die gave en hij kroonde zich tot Belgisch topschutter. Blij als een kermisvogel was hij ook toen hij in maart voor het eerst werd opgeroepen voor de Rode Duivels. In de zomer leek hij op weg naar Anderlecht, maar na een ware soap werd het toch Brugge. Daar liet vrolijke Frans af en toe ook een minder trekje bewonderen, zoals provocatie van het publiek. Hoewel zijn productie een stuk lager ligt dan vorig seizoen, wist hij voor Club toch enkele zeer belangrijke goals te netten. Als zestienjarige kwam Karel Geraerts bij Club Brugge terecht, waar hij al vrij snel doorstootte naar de A-kern. Daar bleef hij ruim drie jaar aan de bank gekluisterd, straal genegeerd door coach Trond Sollied. Hij werd een half jaar uitgeleend aan Lokeren en verkaste vervolgens naar Standard. Voor de blonde middenvelder brak het wolkendek open in Luik, waar hij drie seizoenen lang amper een wedstrijd miste. Gebombardeerd tot dé Belgische box-to-boxspeler, heersend op het middenveld en gevaarlijk opduikend voor de doelmond, kreeg hij ook een vaste stek in de nationale ploeg. Verbazing alom toen de Limburger in juni terugkeerde naar Brugge. De verloren zoon werd met veel bombarie ingehaald en het vetgemeste kalf werd geslacht. Maar net zoals in de bijbelse parabel eindigt niet alles in peis en vree: Geraerts wist zijn niveau van bij Standard vooralsnog niet te evenaren. De voormalige jeugdspeler van Germinal was net achttien toen hij zijn opwachting maakte in de hoofdmacht van Ajax. Bij de Amsterdammers werd hij opgeleid tot een polyvalente verdediger die centraal maar ook als linksback uit de voeten kan. De Ajaxschool drukte haar stempel: sober verdedigen, uitstekend positiespel en verzorgd uitvoetballen. Na een uitleenjaar bij RKC verwierf hij een vaste plaats in Ajax Eén. Ook uit de kern van de Rode Duivels is hij nog nauwelijks weg te denken, tenminste voor zover hij niet afgeremd wordt door blessures. Drie heeft hij erop zitten in 2007. Tegen AZ scheurde hij in september nog de kruisband van zijn enkel. In de revalidatieperiode mocht hij zijn contract bij Ajax verlengen tot 2012. Samen met Tom Soetaers vormde Pocognoli vorig jaar een gouden duo op de Genkse linkerflank. Een goede dribbel, infiltratievermogen, de achterlijn halen en scherpe voorzetten afleveren: de jonge Luikenaar leek geknipt voor het Nederlandse voetbal en zo geschiedde. Ajax had interesse, maar het werd AZ, waar hij zijn makkers van de nationale jeugdploegen, Martens en Dembélé, terugvond. Onder coach Louis van Gaal bloeide Pocognoli verder open. Meestal wordt hij zelfs een rij vooruitgeschoven zodat hij op het middenveld zijn ding mag doen en al eens een goaltje meepikt. De Smet en De Sutter waren vorig jaar al de speerpunten van de groen-zwarte brigade, maar met de steun van Gombami en Iach-tchouk groeiden ze dit seizoen boven zichzelf uit. Van de twee wordt Stijn De Smet net iets hoger ingeschat. Op zijn 22ste heeft hij al meer dan 100 wedstrijden in het eerste van Cercle achter zijn naam staan. Zijn prestaties dit jaar maken hem tot grof wild op de transfermarkt en na het seizoen ligt in het Astridpark ongetwijfeld een vet contract klaar. Volgens coach De Boeck is De Smet nog niet klaar voor een topclub, maar wie in het Anderlechtbestuur stelde in het verleden belang in de mening van de ex-hulptrainer? Niet elke jongere trekt bij de eerste de beste kans die zich voordoet naar het buitenland. Witsel deed dat zelfs niet toen Arsenal en Real Madrid aan zijn mouw trokken, net nadat hij op het EK -16 was uitgeroepen tot beste speler. De beweeglijke rechterflankspeler bleef in Luik om zijn studies af te maken. Een verstandige keuze want in de terugronde van vorig seizoen dwong hij een basisplaats af bij Standard. Samen met Defour en Fellaini vormt hij de bloedjonge driehoek op het middenveld van de Rouches. Daarmee is hij ook de voorbode van de nieuwe lichting die op de Académie Robert Louis-Dreyfus opgeleid wordt. De Mul is een doorzetter, met een bijna Hollands zelfvertrouwen gaat hij voor zijn doelen. Toen hij op zijn zeventiende debuteerde in de ArenA was dat: doorbreken bij Ajax. Daarin slaagde hij ook - dat hij eerst een jaartje door het vagevuur moest op uitleenbasis bij Vitesse nam hij er zonder morren bij. Na een prima prestatie bij de Arnhemmers en een even goed seizoen terug bij Ajax, stond UEFA Cupwinnaar FC Sevilla deze zomer bij hem op de stoep. De Andalusiërs waren gecharmeerd door zijn snedige acties en vlotte dribbels op de rechterflank. De concurrentie in Spanje is zwaar en misschien komt er weer een uitleenjaar aan te pas, maar dat hij Sevilla niet verlaat vooraleer hij er zich waargemaakt heeft, dat staat vast. Een transfersom van vier miljoen en een jaarsalaris van één miljoen, dat had Dinamo Moskou veil om de blonde winger tijdens de winterstop in te lijven. Anderlecht zette echter een prijs van zes miljoen op zijn hoofd, een bewijs dat het zijn goudhaantje liefst wil houden. Voor de twintigjarige Legear gaat het allemaal heel snel. Hij maakt deel uit van de gouden generatie uit Luik, maar bij Standard verkeek men zich op zijn capaciteiten en liet men hem, net zestien geworden, naar de aartsrivaal uit Brussel vertrekken. Onder Hugo Broos kreeg de balvaardige flankspeler al snel zijn kans, maar het duurde tot vorig seizoen voor hij geregeld aan de aftrap kwam. Vercauteren had het wel voor Legear en die bedankte met leuke acties die hem tot een van de weinige lichtpunten maakte in het Anderlecht van de heenronde. Maandag 26 november 2007. Vanwege de uitzending op Canvas is KV Mechelen - Cercle Brugge, de laatste wedstrijd van de zestiende finales van de beker van België, net ná het weekend geprogrammeerd. Malinwa is enkele weken voordien in de competitie tegen een smadelijke 0-4 nederlaag aangelopen (met twee goals van De Sutter) en zint op wraak. Echter, om 21 u. 05, amper twintig minuten na aanvang van de wedstrijd, staat voor de ogen van duizenden verbouwereerde KV-supporters en een veelvoud aan televisiekijkers opnieuw een ontluisterende 0-4 op het scorebord. Alle goals getekend Tom De Sutter. De 22-jarige spits doet al grappend teken naar de bank: vervang me nu maar. Het zou de snelste applausvervanging uit de geschiedenis geweest zijn. Het talent en torinstinct van De Sutter wordt dit seizoen perfect gedirigeerd en aangewakkerd in een swingende Cercleploeg. Hij ziet er wat studentikoos uit, maar vergis je niet: Jan Verton-ghen is een harde. Bij Ajax moet hij momenteel proberen om niemand minder dan de geblesseerde Edgar Davids, de pitbull bij uitstek, te doen vergeten. Zijn speelkansen nemen gevoelig toe nu ook Thomas Vermaelen out is. Vertonghen kan immers zowel als linksachter als op het middenveld uit de voeten. Bij de Jonge Rode Duivels was hij al een vaste waarde en sinds mei heeft hij er ook een aantal A-caps opzitten. De voormalige jeugdspeler van Beerschot heeft een goede techniek, maar ook als er gebikkeld moet worden, is hij van de partij. Je merkt pas de waarde van iets wanneer het er niet meer is. Mémé Tchité werd in augustus, op de valreep van de transferperiode, door Anderlecht aan het Spaanse Santander verpatst. Geldelijk gewin ter compensatie voor het missen van de Champions League. De aalvlugge spits met zijn neus voor doelpunten werd tijdens de heenronde node gemist in het Astridpark. Tchités hart ligt ook in België, meldde hij toen hij de feestdagen hier doorbracht. In juni kreeg hij een brief van de overheid dat zijn naturalisatie in orde was, al moeten er nog enkele losse eindjes vastgeknoopt worden. Bij Santander is Tchité meestal invaller, maar toch scoorde hij al vier keer, waarmee hij medetopschutter is met collega-aanvaller Jorge Lopez. Mar tens is de kapitein van de succesrijke belofteploeg die zich in juni op het EK kwalificeerde voor de Olympische Spelen dit jaar in Beijing. De Belgische voetballiefhebber kent hem daar vooral van. Eén wedstrijd in de eerste klasse had hij er opzitten, in 2004 bij Anderlecht, toen hij verkaste naar RKC en vervolgens naar AZ. Waarnemers en analisten boven de Moerdijk noemen hem al enkele jaren een van de grootste talenten die er op de Nederlandse velden rondlopen. De Oost-Vlaming uit Bassevelde is een technisch sterke links-poot die op het middenveld perfect fungeert als flankspeler of als spelverdeler. Momenteel is hij wel maanden out met afgescheurde kruisbanden van de knie. Na Kompany was Vanden Borre het tweede jeugdproduct dat op zestienjarige leeftijd zijn debuut maakte in de piepjonge Anderlechtdefensie. De jonge rechtsback toonde zich niet alleen een stevige verdediger, hij liet ook zien dat hij een aardig stukje kan voetballen. Techniek en flair te koop, maar nonchalance ook. Tussen de oren zat het niet altijd goed. Na een aanvaring met Vercauteren werd hij afgeserveerd en was een transfer naar Fiorentina de enige uitweg. Als bevrijd daardoor blonk hij uit op het EK voor beloften in juni, maar bij de Italiaanse topklasser heeft hij het momenteel weer moeilijk om van de bank te geraken. Genialiteit en waanzin liggen ook in het voetbal dicht bij elkaar. Als je naar Blondel kijkt, weet je waarom. De jonge middenvelder, die bij Moeskroen al op zijn zeventiende in de basiself stond, wisselt technische hoogstandjes af met griezelige tackles. Zijn temperament lijkt het voornaamste struikelblok voor een heel grote carrière. Vier jaar geleden haalde Club hem, na een mislukte doortocht bij Tottenham, weer naar België, waar hij zich sinds vorig seizoen echt lijkt door te zetten. Af en toe kookt het potje nog wel eens over, maar de beheerste prestaties nemen stilaan de bovenhand. Zelden lag de doelman van de nationale ploeg zo onder vuur als Stijnen vorig seizoen. Een paar ongelukkige acties óp het veld - onder meer door driest uitkomen - en wat bedenkelijke uitspraken ernaast. Het pleit voor de Limburger dat hij er relatief rustig onder bleef en dat hij zich dit najaar helemaal herpakte. Goed meevoetballend en sterk op de lijn wist hij al menig punt te redden voor de koploper uit de competitie, die bijna al zijn zeges met één goal verschil binnenhaalde. Ook bij de Rode Duivels lijkt hij de onbetwiste nummer één. Er is een nieuwe leuze opgedoken in Gent: "Gillet, the best a team can get." Het gaat allemaal snel voor de jonge Luikenaar. In de zomer van 2006 werd hij door Gentse scouts met een neus voor talent weggehaald bij tweedeklasser Eupen. Bij de Oostkantonners speelde hij rechtsmidden en scoorde hij zestien keer in 32 duels. Leekens schoolde hem om tot rechtsachter en met succes. Door zijn offensieve kwaliteiten is Gillet een erg moderne back. Hij dweilt de rechterflank af alsof hij een extra paar longen heeft. Dat is ook de nationale selectieheren niet ontgaan. Gillet werd vorig jaar opgenomen in de selectie voor het beloften-EK. Uitgekotst door de trainer, verwezen naar de B-kern, vervolgens verwezen naar de amateurs: Soncks helletocht bij Mönchengladbach leek maar niet te eindigen. Tot in augustus opeens Club Brugge aanklopte bij de tweevoudige topschutter (2002 en 2003) en Gouden Schoen (2001) van Racing Genk. In Brugge probeert hij weer zijn niveau van weleer te halen: goed terugzakken, de bal opvragen, mannetje uitkappen en dan pijlsnel richting doel. Het leek goed te gaan, de jubelende salto viel weer een paar keer te bewonderen, maar een buikspierblessure gooide tijdelijk roet in het eten. Bailly valt op. Niet alleen door zijn vaak extravagant geschoren schedel of zijn flashy roze outfits, maar ook door zijn spectaculaire reddingen. "Een bal die je gewoon kan plukken, zweeft Logan liever over de lat", zei Jan Moons, zijn voorganger bij Genk, ooit. Soberheid is niet zijn sterkste punt, lenigheid en bijzondere reflexen zijn dat wel - de vergelijking met Jean-Marie Pfaff is niet uit de lucht gegrepen. Af en toe is hij nog wel op een foutje te betrappen, maar ondertussen wint hij ook aan maturiteit en gezag. Branie ook: na het vijfde tegendoelpunt vorig seizoen op Bergen, had hij voor zijn stuntelende verdedigers een cynisch applausje over. Door de dubbele confrontatie tussen Anderlecht en Fenerbahçe in de voorronde van de Champions League begin dit seizoen maakte België opnieuw kennis met de Turks-Belgische verdediger. Turaci, die al op jonge leeftijd een vaste waarde was bij La Louvière en Standard, tekende in de zomer van 2004 voor de club uit Istanbul. Hij kwam nadien vooral in het nieuws door zijn haat-liefdeverhouding met de Rode Duivels. Bij de nationale beloften was hij een vaste waarde, maar toen hij 22 was besloot hij voor Turkije te kiezen. Een heuse procedureslag volgde en liet Turaci tussen wal en schip. Dat hij in elk geval een sterke verdediger is met een uitstekende techniek, liet hij in de wedstrijden tegen Anderlecht duidelijk blijken. Clement maakte zijn debuut in de hoogste afdeling op een leeftijd die heel wat van de spelers in deze top 50 nog moeten bereiken. 22 was hij toen hij met Racing Genk naar eerste promoveerde. Twee jaar later beleefde hij een kortstondig avontuur bij het Engelse Coventry, voor hij naar Club Brugge trok om daar een onderdeel van het meubilair te worden. Maar wat een gewaardeerd onderdeel! Het negende seizoen is de Antwerpenaar al aan het volmaken in Brugge en ondanks hoogtes en laagtes, is hij dit jaar weer eens één van de, zoniet dé sterkhouder van blauw-zwart. Stevig in de duels, vaak beslissend met het hoofd, een rustpunt als het kan en een aanjager als het moet: zo hebben ze ze op de tribunes van Jan Breydel graag. Je bent voor hem of je bent tegen hem - een middenweg schijnt er voor Olivier Deschacht niet te zijn. Bij de grote voetbalenquête die dit blad in december hield, kwam de blonde linksback als 'meest overschatte speler' uit de bus. Deze plaats in de top 50 bewijst dat de redactie het daarmee niet eens is. Deschacht is een secure verdediger en een echte clubspeler zoals je ze nog weinig vindt. Zijn vele tegenstanders dankt hij vermoedelijk aan zijn leven naast het veld, zoals zijn voorkeur voor missen en andere fotomodellen. Niettemin is Deschacht ook dit jaar weer een van de uitblinkers bij de landskampioen. Wordt Grégoire een van de spelers die schitteren bij een subtopper, maar het niet maken bij een topclub? Feit is dat de Luikenaar - ook hij behoort als jeugdspeler van Seraing en Club Luik nog net tot de gouden generatie - het voortreffelijk deed bij Moeskroen en nu bij Gent, maar dat zijn passage bij Anderlecht een flop werd. De toekomst zal het uitwijzen, maar Grégoire heeft alvast een aantal kwaliteiten die onmiskenbaar zijn: hij kan een actie maken, levert assists bij de vleet af en toont geregeld zelfs een neus voor goaltjes. Als hij er nog in slaagt om niet met flitsen, maar constanter aanwezig te zijn in een match, dan klopt hij terecht aan de poort van de nationale ploeg. Bij de naam Roland Lamah zullen sommigen ongetwijfeld even denken: wie? De jonge middenvelder heeft zich immers nog niet veel kunnen tonen aan het Belgische publiek. Als kind migreerde hij van Ivoorkust naar ons land. Zijn voetbalcarrière begon bij toenmalig tweedeklasser Wezet, waar hij werd weggekaapt door Anderlecht, voor de neus van de Franse kampioen Lyon. Ondanks het vertrouwen dat Vercauteren in hem had, hielden blessures hem aan de kant. Dit seizoen werd hij uitgeleend aan het Nederlandse Roda JC. Ondertussen heeft Lamah zich wel een vaste stek weten te veroveren in de nieuwe lichting Jonge Rode Duivels. Huysegems leeft weer! Op 27 december viel hij in op het veld van Ajax om prompt de gelijkmaker voor Twente te scoren. De vraag blijft of het voor de getalenteerde aanvaller een nieuw begin zal zijn. Zo'n nieuw begin had er al enkele keren moeten komen. Toen hij in 2003, amper 21 jaar oud, van Lierse naar AZ verhuisde, draaide hij daar een paar behoorlijke seizoenen, maar Van Gaal raakte uitgekeken op hem. Een jaartje Feyenoord bracht geen soelaas, zijn sterkste kwaliteit - acties maken - durfde hij voor het kritische Rotterdamse publiek nog nauwelijks tonen. Misschien lukt het nu voortaan bij Twente wél. Soetaers debuteerde als achttienjarige bij Anderlecht, maar voor hij er kon doorbreken werd hij weggeplukt door Roda JC. In zijn vierde seizoen bij de Limburgers scoorde hij tien doelpunten in 30 matchen. Ajax liet zijn oog op hem vallen en haalde hem naar Amsterdam, maar dat werd geen meevaller. Na anderhalf jaar maakte hij de overstap naar Genk. Daar paste hij met zijn snelheid en dribbelvaardigheid perfect in het geroemde flankspel van de vice-kampioen. Vorig jaar voegde hij daar nog een extra specialiteit aan toe: vrijschoppen. Hij is nog maar 26, maar lijkt al veel langer mee te gaan. Als zestienjarige verruilde hij Cercle voor Feyenoord, waar hij uitgeroepen werd tot beste jeugdspeler. Bij stadsgenoot Excelsior mocht hij verder rijpen. Daar werd hij twee keer verkozen tot beste speler van de eerste divisie en keerde hij voor een basisplaats terug naar De Kuip. De Bruggeling openbaarde zich als een sluwe speler die handig tussen de lijnen loopt en geregeld scoort. Begin 2005 trok hij de plas over naar Glasgow. Ook bij de Rangers liep het een tijd goed, tot een zware blessure roet in het eten gooide. Buffel is ondertussen al maanden weer fit, maar krijgt weinig speelkansen. Bij vice-kampioen Genk zorgde Vrancken vorig seizoen samen met Wim De Decker voor de balans op het middenveld, het tegenwicht voor de aanvallend ingestelde vleugelspelers. Een rol die hem op het lijf geschreven is: kuitenbijter én regulator, een ettertje dat de tegenstander bewust op de zenuwen werkt, af en toe zelf infiltrerend en scorend. Zijn overstap van Gent naar Genk mag dus een succes heten, ook al was daar in het begin heel wat om te doen. Een paar seizoenen geleden kwam Vrancken immers nog uit voor de vijand uit Sint-Truiden en spaarde hij verbaal de roede niet voor Genk. Bij het begin van dit seizoen sprak Harm van Veldhoven de profetische woorden dat Germinal Beerschot dit jaar met Malki wel eens de topschutter in zijn rangen zou kunnen hebben. Momenteel staat de Syrische Brusselaar tweede in de schuttersstand met negen treffers en dan zag hij er nog een paar ten onrechte afgekeurd. Een neus voor goals is inderdaad dé kwaliteit van de aanvaller, die opvallend weinig voetbalbagage meedraagt: op zijn zesde kwam hij naar België en pas op zijn vijftiende sloot hij zich aan bij een club, de provincialer Scup Jette. Ajax, Southampton, Werder Bremen ... Jelle Van Damme had al enkele topcompetities doorzwommen voor hij naar eigen land terugkeerde. Hoewel het geen onverdeelde successen waren, wist hij altijd het vertrouwen van bondscoach Vandereycken te behouden. Ondertussen lijkt hij ook bij Anderlecht zijn plaats te vinden. De Oost-Vlaming zal nooit een schoonheidsprijs winnen, maar hij is polyvalent, sterk in de duels en strijdt altijd met tomeloze inzet. En was het niet de begaafde stilist Lozano die eens zei dat hij elke week wel een Van Damme naast zich gewild zou hebben? Haroun, zoon van een vader afkomstig uit Tsjaad, kende in zijn jonge carrière bij Racing Genk al heel wat hoogtes en laagtes. Als basispion van de belofteploeg leek hij enkele seizoenen geleden helemaal te gaan doorbreken bij een verjongend Genk, maar uiteindelijk liep dat niet van een leien dakje. Pas in het team dat vorig jaar tot op het einde van de competitie meestreed voor de titel, werd hij een van de smaakmakers. Haroun is van vele markten thuis: druk zetten, combineren, infiltreren en doelpunten maken. Tussendoor veroverde hij ook een stek in de selectie van de Rode Duivels. Onverwacht kwam er dit seizoen een terugval en verzeilde hij geregeld op de bank. De Brusselaar is daar niet gelukkig mee en spreekt over een transfer. De Congolese Belg volgde zijn jongere broer bij Kortrijk, Moeskroen en Standard, waar hun wegen scheidden. Terwijl Emile naar Schalke verhuisde, trok Mbo naar Sporting Lissabon. Via een ommetje bij Galatasaray en opnieuw Moeskroen kwam hij naar Anderlecht. In het Astridpark liet hij sporadisch mooie dingen zien (twee jaar geleden begon hij het seizoen met 7 goals in 5 matchen), maar meestal worstelde hij met zichzelf. Hoewel hij de laatste tijd amper van de bank komt, blijft hij een modelprof: hard werken en niet zeuren. Iachtchouk een Belg? Inderdaad: getrouwd met een Belgische en genaturaliseerd. Bij Oleg de minzame, Oleg de family man, is dat niet zomaar een boterbriefje. Op zijn achttiende kwam hij naar Anderlecht, waar hij tien jaar bleef en er een stuk van zijn hart liet. Bij paars-wit kon hij echter zijn talent, een fluwelen baltoets en een neus voor goals, te zelden tonen door tal van blessures. Het ritme bij het Griekse Ergotelis beviel hem vorig seizoen beter en zijn tere lichaam bleef blessurevrij. Toch keerde hij naar België terug: heimwee, én hij wil zijn dochters hier naar school sturen. Bij Cercle zag hij Hasi en De Boeck weer. Het spelplezier druipt van hem af. In 2003/04, zijn eerste seizoen in de hoogste afdeling, werd Pieroni meteen topschutter, wat hem in de aandacht bracht van heel wat buitenlandse clubs. Uiteindelijk werd het Auxerre, waar de aanvaller onder trainer Guy Roux een basisplaats verwierf. In januari werd hij overgenomen door Nantes, maar daar wist hij alleen in zijn debuutwedstrijd de weg naar het doel te vinden. Nantes degradeerde en Pieroni ging naar Lens, waar hij trainer Roux terugvond. Hoewel het ook bij Lens niet vlot liep, bleef de Belg met Italiaanse roots het vertrouwen genieten van bondscoach Vandereycken. Op 4 mei sloeg voor Thomas Chatelle het noodlot nog maar eens toe. In de wedstrijd tegen Lokeren scheurde hij de kruisbanden van de knie. De zoveelste blessure. Voor zijn club Racing Genk, in volle titelstrijd gewikkeld met Anderlecht, waren de gevolgen ook niet min: de blauw-witte adelaar verloor een van zijn vleugels. De Limburgers, die hun kracht grotendeels putten uit het spel over de flanken, werden letterlijk vleugellam gemaakt. Had Genk mét Chatelle de titel behaald? Het is een vraag waarop hij zelf nooit ontkennend geantwoord heeft. Ruim een maand geleden maakte hij zijn rentree bij Genk, maar hij had weinig zin in een verlengd verblijf. Tijdens de winterstop meldde Anderlecht zich en Genk zag de vogel vliegen. Een jaar geleden werd Hans Cornelis door dit blad uitgeroepen tot beste verdediger van de heenronde 2006/07. Door de mindere prestaties van Genk, lijkt ook de waardering voor de Oost-Vlaming wat achteruitgegaan. Nochtans is Cornelis het prototype van een moderne back: goed positioneel verdedigen en hoog opkomen, de achterlijn halen en scherpe voorzetten afleveren. In Genk hebben ze alleszins veel vertrouwen in Cornelis, want eind 2006 werd zijn contract verlengd tot 2011. Oktober 2006, een koude winteravond in Wenen. De lokale grootheid Austria draait al enige tijd vierkant en Zulte Waregem duwt hen nog wat dieper in het moeras: 1-4. Tim Matthijs scoort die avond een hattrick. De Oost-Vlaming staat symbool voor het boerenjaar van Zulte Waregem. Enkele maanden ervoor besliste hij in de slotseconden de finale van de beker van België tegen Moeskroen. Het had er nochtans helemaal anders kunnen uitzien: AA Gent leende Matthijs een seizoen eerder uit, waarbij coach Leekens hem duidelijk maakte dat hij maar beter kon slagen want dat hij bij Gent geen kans meer zou krijgen. Matthys bewees con brio Leekens' ongelijk. In de zomer van 2005 kwam de jonge doelman na een uitstekend seizoen bij La Louvière in Anderlecht aan, klaar om daar de nummer één te worden en bij de Rode Duivels de concurrentie met Stijnen aan te gaan. Amper een jaar later spatte de droom uiteen. Een zware knieblessure hield hem maanden aan de kant en nadien wist hij een uitstekende Zitka niet meer uit het doel te spelen. Proto is nochtans een zeer getalenteerde keeper: balvast, lenig en met veel flair. Zijn harde werk op training werd verrassend genoeg het eerst beloond door bondscoach Vandereycken, die hem in oktober als derde doelman opriep voor de interlands tegen Finland en Armenië. De 24-jarige Oost-Vlaming is een van de verrassingen in dit lijstje. Vorig jaar was hij als drijvende kracht van promovendus Dender al een van de beste spelers in tweede klasse. Hij tekende bij KV nog voor de Maneblussers zeker waren van promotie en hij zal het zich niet beklaagd hebben. In een ploeg die tegen de degradatie knokt, is hij wekelijks een van de uitblinkers: goed in de recuperatie, aan de basis van menige aanval. Naar verluidt staat hij op het verlanglijstje van heel wat eersteklasseclubs. De oudste speler staat in deze ranking geheel toevallig net voor de jongste. Tussen Doll en Hazard gaapt een kloof van 18 jaar - hij zou zijn vader kunnen zijn. De ex-speler van Seraing en Anderlecht beleeft bij Lokeren een derde jeugd. Hij is nog steeds een kei in de duels en met zijn ervaring ontpopte hij zich tot de onbetwistbare patron van de Oost-Vlamingen. In het Top Footklassement van dit blad prijkt Doll na de heenronde met het beste weekgemiddelde. Stel: we doen deze denkoefening binnen vijf jaar nog eens. Het is niet uitgesloten dat de nummer 50 van nu dan op één prijkt. Eden Hazard is het piepjonge talent dat net als Mirallas bij Lille speelt en er kan leren van veteraan Kluivert. Op het EK -17 dat in mei in ons land werd georganiseerd, rees zijn ster. Twee maanden geleden kreeg de petit Belge (letterlijk: hij is maar 1m70 groot) zijn eerste speelminuten in het fanionteam van le LOSC. Hazard is een aanvallende middenvelder die bij voorkeur kort achter de spitsen opereert. Inderdaad, daar waar alle groten speelden... S door peter mangelschots - beelden reporters