Met tien Afrikanen begon Beveren afgelopen zondag aan de bekerfinale tegen Club Brugge. Het is symbolisch voor de steeds grotere import van voetballers uit het zwarte continent in dit land. Precies 88 Afrikanen staan er op dit moment op de loonlijst van de achttien eersteklassers en het zal aan Beveren niet liggen om dat aantal nog op te drijven : minimaal vier nieuwe Ivorianen worden er tijdens het tussenseizoen op het Freethiel geïnstalleerd. Er valt evenveel te zeggen over de manier waarop de Fransman Jean-Marc Guillou Beveren wil gebruiken om zaken te doen als over de wijze waarop het bestuur zijn ziel verkocht om in leven te blijven. Maar in dit land kan alles en voelt niemand zich geroepen om het aantal buitenlanders te beperken en de eigen voetbalcultuur te beschermen.
...

Met tien Afrikanen begon Beveren afgelopen zondag aan de bekerfinale tegen Club Brugge. Het is symbolisch voor de steeds grotere import van voetballers uit het zwarte continent in dit land. Precies 88 Afrikanen staan er op dit moment op de loonlijst van de achttien eersteklassers en het zal aan Beveren niet liggen om dat aantal nog op te drijven : minimaal vier nieuwe Ivorianen worden er tijdens het tussenseizoen op het Freethiel geïnstalleerd. Er valt evenveel te zeggen over de manier waarop de Fransman Jean-Marc Guillou Beveren wil gebruiken om zaken te doen als over de wijze waarop het bestuur zijn ziel verkocht om in leven te blijven. Maar in dit land kan alles en voelt niemand zich geroepen om het aantal buitenlanders te beperken en de eigen voetbalcultuur te beschermen. Niettemin bracht Beveren met zijn bonte verzameling van op straat gevormde voetballers frivoliteit in deze competitie, al volstond dat niet om zondag het nochtans niet bepaald imponerende Club Brugge van zich af te schudden. In het elftal van Beveren zit voldoende technisch vernuft maar de artistieke hoogstandjes die bij momenten worden opgevoerd sorteren te weinig effect. Toch tonen de Afrikanen hoe belangrijk het straatvoetbal als basis is en blijft. Ze zijn geen exponenten van een gedegen opleiding, maar maakten zich wel subtiliteit eigen door vrij en blij te kunnen voetballen. Ondanks alle slogans wordt de jeugd hier nog altijd veel te gemakkelijk vastgekneld in een tactisch schaakbord. Jonge voetballers moeten als individuen worden opgeleid, door competente vakmensen. In plaats daarvan zetten de clubs die moeten bezuinigen nog altijd eerst het mes in de jeugdopleiding en frappeert de matige basistechniek van vele spelers steeds meer. Elementaire zaken worden hier nog altijd verwaarloosd : passen, stoppen, koppen, trappen. Laat staan dat er wordt geleerd hoe je een bal met effect speelt. Terwijl Afrikaanse voetballers in staat zijn een bal te domineren, is het hier de bal die de speler domineert. Zeker wanneer de snelheid van uitvoering te hoog ligt. Afrikanen brengen letterlijk en figuurlijk kleur in deze competitie en voor dit blad was dit een aanleiding om, als overgang tussen de competitie en het komende EK, met een Afrika-Special uit te pakken. Op de vertrouwde rubrieken na hebben de meeste verhalen die we verderop brengen een Afrikaanse invalshoek. Het is opmerkelijk dat ook de Rode Duivels zich niet meer kunnen afsluiten van de invloeden van voetballers met Afrikaanse wortels : na Mbo en Emile Mpenza maakten Vincent Kompany en Anthony Vanden Borre hun opwachting in het keurkorps van Aimé Anthuenis. In andere landen is die ontwikkeling al een tijdje aan de gang. Frankrijk is wat dat betreft de absolute trendsetter : het reist naar het EK met meer zwarte dan blanke voetballers. In de ploeg die drie maanden geleden tegen België speelde, hadden alle veldspelers - doelman Fabien Barthez was het buitenbeentje - een Afrikaanse stempel. Het is niet onlogisch dat zij iets toevoegen aan de ploeg. Afrikanen zijn qua fysiologie gemaakt voor het topvoetbal : ze zijn explosief en atletisch, sterk en veerkrachtig. Dat zijn de ideale wapens in het op snelheid en dynamiek gebaseerde voetbal. Op voorwaarde dat je het allemaal kan overgieten met tactisch inzicht en discipline. In 2010 wordt het WK voetbal voor het eerst in Afrika georganiseerd. Dat Zuid-Afrika dan het decor vormt, heeft ongetwijfeld niet alleen sportieve redenen : juist in dit land - met zijn schrille tegenstellingen tussen zwart en wit, tussen weelderige rijkdom en exuberante armoede - leeft het voetbal nauwelijks. Toch heeft dit land naar de Fifa toe een charmeoffensief gevoerd en werd tijdens de loting van het WK 2006 in Frankfurt met de voormalige aartsbisschop Desmond Tutu nog een plaatselijke icoon ingezet om de kandidatuur te ondersteunen. Tutu sprak de overtuiging uit dat een WK in Zuid-Afrika een belangrijke bijdrage zal leveren tot de consolidering van de democratie in zijn land en zei dat voetbal de zwarten had geholpen om de Apartheid te overleven. Dat soort kreten doen het altijd bij Fifa-baas Sepp Blatter. Het neemt niet weg dat de organisatie van het WK in dit werelddeel symbool staat voor de opmars van Afrika. Op, maar ook naast het veld. door Jacques SysAfrikanen tonen hoe belangrijk straatvoetbal is.