Fabian Cancellara kondigde onlangs aan dat hij nog twee seizoenen doorgaat. Eind 2016 wil hij de fiets opbergen. De Zwitser zal dan 35 jaar zijn. Maar of hij bij hetzelfde besluit blijft als hij dan nog steeds een hoofdrol speelt...
...

Fabian Cancellara kondigde onlangs aan dat hij nog twee seizoenen doorgaat. Eind 2016 wil hij de fiets opbergen. De Zwitser zal dan 35 jaar zijn. Maar of hij bij hetzelfde besluit blijft als hij dan nog steeds een hoofdrol speelt... Erik Gerets riep na het einde van zijn voetbalcarrière heel zeker te weten dat hij nooit langer trainer zou zijn dan tot zijn 55e. Dan wilde hij het voetbal loslaten en van het leven profiteren. In mei wordt Gerets 61. Hij beweegt zich nog steeds in het wereldje en liet onlangs horen dat een job als bondscoach hem eventueel wel zou aanspreken. De ervaring leert dat mensen die hun afscheid lang op voorhand aankondigen zelden woord houden. Het is alsof ze een datum nodig hebben om naar iets toe te werken. Vanaf het moment dat dit tijdstip dichterbij komt, denken ze er plots weer anders over. Zoals ook Sven Nys. Het was in januari 2011 dat we voor ons zusterblad Knack een interview maakten met Nys. Er werd op dat moment al een tijdje gesproken over een troonsafstand, maar Nys bleef met een verbazend gemak een hoofdrol spelen in het veldrijden. Hij had zich er nochtans mentaal op voorbereid dat anderen hem gingen overvleugelen, maar dat gebeurde niet. Nys kwam tot het besef dat zijn niveau nog altijd zeer hoog lag. Maar hij wist ook dat er een moment zou komen dat hij een punt achter zijn carrière zou moeten zetten. Dat zou, zo zei hij toen, februari 2014 zijn. Hij hoopte dan te stoppen op een hoogtepunt. Of hij dat ook zou doen als hij dan nog eens wereldkampioen zou worden, vroegen we hem. Nys hoefde over het antwoord geen seconde na te denken. "Ook dan stop ik. Op een hoogtepunt. Dat zou prachtig zijn. Waarom zou ik dan nog moeten doorgaan, er komt toch niets meer dat nog mooier is?" Het klonk doordacht. En overtuigend. Of Sven Nys zich die woorden nog herinnert? Na een goed seizoenbegin werd de Brabander een karikatuur van zichzelf. Hij streed de afgelopen weken in de achterste gelederen. Ook een korte rustpauze bracht bij zijn rentree geen beterschap. Na acht dagen pauze dook Nys anderhalve week geleden in de vrieskou van Diegem kort na de start als vierde de eerste bocht in, zakte een halve ronde later naar de achtste positie terug en beëindigde de eerste ronde als veertiende. Uiteindelijk finishte hij als zestiende. Hij sprak er achteraf over dat het goede gevoel terug is, dat het Belgisch kampioenschap nog te vroeg komt, maar dat hij zeker tot februari 2016 doorgaat. Hij bepaalde zelf, zo zei hij gedecideerd, waar en wanneer het eindigt. Ook al zal hij op dat moment bijna 40 jaar zijn. Vreemd is het om tegen die achtergrond nog eens terug te bladeren in het oude interview. Want, zei Nys toen: "Ik moet kunnen meeknokken voor een podiumplaats, anders heeft het geen zin. Ik kan onmogelijk vrede nemen met een rol als figurant, daar ben ik te veel winnaar voor. Nu nog lig ik soms wakker van nederlagen: wat heb ik fout gedaan, waar had ik kunnen demarreren? Dat spookt door mijn hoofd." Hij leek zeker van zijn stuk. Veel geld verdienen en achterhoedegevechten leveren, dat interesseerde hem niet. Lachend zei hij dat hij dan maar op een andere manier aan de kost moest komen. Door hier en daar wat lintjes door te knippen bijvoorbeeld. En angst voor het zwarte gat? Nys erkende wel dat het hem vooral moeite zal kosten om op een andere manier te functioneren, om zijn levenshouding te veranderen. Is het dat wat Sven Nys in deze voor hem zo donkere periode in het zadel houdt? Hij is verslaafd aan het leven van een topsporter. Ook al verloopt elke dag op dezelfde saaie, monotone manier: trainen, eten, rusten, slapen. Pasta eten op kerstavond, om tien uur gaan slapen op oudejaarsavond, het stoort hem niet. En nog steeds kon hij ervan genieten om keihard te trainen, een warme douche te nemen en dan met een uitgehongerd gevoel aan de tafel te zitten. Hij beschouwde het allemaal niet als een opoffering, hij kreeg er nog altijd een enorme kick van om zichzelf op training af te matten. Natuurlijk wist Nys dat er een moment zou komen dat het wat minder zou gaan, dat hij niet meer zou kunnen meedoen voor de overwinningen, maar dat zou hij niet constateren tijdens de wedstrijden. Die signalen zou hij eerder krijgen. Op training. Dat is zijn barometer. Zo vertelde hij het toen, in februari 2011. Hoe zou Sven Nys er nu over denken? Kan hij, de man die dertien keer de Superprestige won, het nu plots toch opbrengen om, al dan niet voorlopig, tot een meeloper te worden gedegradeerd? Denkt hij aan het startgeld - dat tussen de 8000 en 15.000 euro zou liggen - dat hij in iedere cross opraapt? Aan wat klampt hij zich vast om te geloven dat hij er toch weer bovenop komt? Naar een oneindige reeks meningen werd er gehengeld om een verklaring te vinden voor de spectaculaire val van Sven Nys. Ze hadden één constante: niemand had er een sluitende verklaring voor. Ook Sven Nys zelf niet. Zo blijft de negenvoudige Belgische kampioen maar doorgaan. Op zoek naar het licht in de duisternis. Hij weet uiteraard dat er sleet komt op het lichaam van een 38-jarige, maar het is alsof hij deze gedachte wil verdringen. In de media pompt hij zichzelf moed in. Hij weet dat hij immens populair blijft. Overal waar hij komt, juichen de mensen hem toe. Terecht. Nys bouwde een schitterende carrière uit, hij gaf het veldrijden kleur, hij kwam altijd eerlijk en correct over, hij profileerde zich steeds als de apostel van het professionalisme. Ook daarom is het vreemd om Sven Nys nu aan het werk te zien. Het valt voor hem te hopen dat hij uit die impasse geraakt. Op die manier doorgaan botst met zijn temperament. En met zijn zelfrespect. DOOR JACQUES SYS - FOTO: BELGAIMAGE"Ik kan onmogelijk vrede nemen met een rol van figurant." Sven Nys in 2011