Goed tien jaar is het geleden dat Antwerpen als voetbalstad zijn laatste succes vierde. Met een bekerzege tegen Club Brugge bevrijdde Germinal Beerschot zichzelf van een hoop frustraties en bereidde de stad zich voor op een bruisende nacht. Maar te midden van de euforie viel er ook bitterheid te horen, omdat het voetbal niet correspondeerde met de swingende ziel van de stad.
...

Goed tien jaar is het geleden dat Antwerpen als voetbalstad zijn laatste succes vierde. Met een bekerzege tegen Club Brugge bevrijdde Germinal Beerschot zichzelf van een hoop frustraties en bereidde de stad zich voor op een bruisende nacht. Maar te midden van de euforie viel er ook bitterheid te horen, omdat het voetbal niet correspondeerde met de swingende ziel van de stad. Het is typerend voor een metropool als Antwerpen, waar momenten van grote vreugde al vaker gevolgd werden door ogenblikken van diepe ontgoocheling. Midden in het gigantische feest dat na het veroveren van de beker losbrak en de schreeuwerige slogans die plots weer te horen vielen, schetsten critici een ontluisterend beeld over Germinal Beerschot, dat twee jaar eerder aan de rand van het bankroet stond, waar er zogenaamd geen visie was uitgewerkt en er een doemscenario dreigde omdat het commercieel een puinhoop was. Een paar maanden later zakte Germinal naar de bodem van het klassement en verdween de glinstering voor de rauwe realiteit. Helemaal niets leek er met de bekerwinst te zijn gedaan, de club roestte vast in conservatieve structuren en begon verzwakt aan het daaropvolgende seizoen, waarin trainer Marc Brys na zeven competitiewedstrijden werd ontslagen. Onder diens opvolger Jos Daerden werd de club alsnog zesde, maar die stapte op het einde van het seizoen op. Nu staat de tot Beerschot-Wilrijk omgedoopte club bovenaan in derde klasse en zakken er tegen de 10.000 toeschouwers naar het Kiel af. Het enthousiasme rond de club is groot. Dat is ook bij Antwerp niet anders. De oudste club van het land slijt haar twaalfde opeenvolgende seizoen in tweede klasse en wil zich bevrijden uit het vagevuur. De sportieve kwaliteit is er, de supporters genieten en de Bosuil bruist, dat zal ook vrijdag zo zijn als er tegen Cercle Brugge wordt gespeeld. Maar ook nu zijn er vragen over de niet helemaal duidelijke financiële constructie en de deals die Patrick Decuyper met schuldeisers afsloot. Hier en daar wordt er verwezen naar Beerschot, waar Patrick Vanoppen de macht greep en veel geld uitgaf, waarvan niemand de herkomst kende. Zo lijkt Antwerpen een duidelijke voedingsbodem te missen voor topvoetbal. Iedere club vaart koppig haar eigen koers, gedreven door emotionele overwegingen die iedere vorm van rationaliteit onmogelijk maken. Na de bekerzege van Germinal Beerschot liet de toenmalige sterke man, Jos Verhaegen, al horen dat er maar één mogelijkheid was om in deze stad naar de top door te stoten: er moet één grote club komen. Het is meer dan ooit een utopie. Zo gaat het leven in de Jupiler League verder zonder Antwerpse club. Met Lokeren dat vrijdag een opmerkelijke zege behaalde op een dolend Racing Genk. Dat kan Georges Leekens als geen ander: een groep hernieuwd zelfvertrouwen inpompen en een organisatie neerzetten. Maar het is opmerkelijk hoe het ontslag van Bob Peeters vorige week bleef beroeren. Als alle commotie is uitgeraasd, zal het wrange schouwspel uiteindelijk in het voordeel van Peeters uitdraaien, die nu haast overal in de rol van slachtoffer wordt geduwd. Het leidt af van de essentie: dat Peeters niet bij machte bleek Lokeren aan het voetballen te krijgen en nu al voor de vierde keer in goed vijf jaar als trainer wordt ontslagen. Allicht zoekt hij de schuld daarvoor amper bij zichzelf. Dat blijft opmerkelijk in de voetbalsport, waar trainers van spelers vragen dat ze zichzelf kunnen inschatten, maar niet in staat blijken dat zelf te doen. Je zou heimwee krijgen naar de tijd dat de kleurrijke Rik Pauwels, een rasechte Antwerpenaar, na een verloren wedstrijd met Beveren uit de kleedkamer stapte en de verbijsterde persmeute toesprak met de memorabele woorden: 'Heren, ik heb tactisch gefaald.' We zien het niemand uit het huidige trainerskorps doen. Trainers zijn nu vaak kampioenen in zelfbeklag. Ze hebben het over spelers die opdrachten niet begrijpen of over scheidsrechterlijke dwalingen. Of ze winden zich op over randzaken. Zoals Bob Peeters, die het had over een sms die hij na zijn ontslag van Georges Leekens zou hebben gekregen. Twee dagen later vertelt Leekens dan weer dat hij nooit een sms naar Peeters stuurde en via een advocaat alles zal laten uitzoeken. Een bizar verhaal dat een duidelijke uitkomst moet krijgen. Maar met profvoetbal heeft het allemaal niets te maken. DOOR JACQUES SYSTrainers zijn kampioenen in zelfbeklag.