Melodieus giert een stevige wind over de ijsvlakte. Onder de tred van Bengt-Uno Nilsson, alias Waffle, knispert de sneeuw in de Jämtkraft Arena. De eeuwige intendant van ÖFK heeft een stevige snor en de heldere ogen van dit deel van Noord-Europa. Een paar honderd meter hogerop vindt de eerste manche van de wereldbeker biatlon plaats, maar hier heerst stilte.
...

Melodieus giert een stevige wind over de ijsvlakte. Onder de tred van Bengt-Uno Nilsson, alias Waffle, knispert de sneeuw in de Jämtkraft Arena. De eeuwige intendant van ÖFK heeft een stevige snor en de heldere ogen van dit deel van Noord-Europa. Een paar honderd meter hogerop vindt de eerste manche van de wereldbeker biatlon plaats, maar hier heerst stilte. Östersund, ten zuiden van Zweeds Lapland, heeft zijn gebruikelijke rust hervonden. Het is koud, het heeft fors gesneeuwd en de avond valt vroeg. Hier lijken winters nooit te eindigen, vandaar de naam Winter City. Ongeveer 60.000 mensen wonen hier. Een oude man met skistokken en een muts van de lokale voetbaltrots zet zich schrap op de ijzige straten in het centrum. Een week geleden stond dit stadje op zijn kop, voor de laatste wedstrijd in de groepsfase van de Europa League. Het Oekraïense Zorya Loegansk was te gast. Met 2-0 werd gewonnen. Östersunds FK, vooraf al zeker van kwalificatie voor de volgende ronde, vierde. Een eerste keer Europa in en al meteen door naar de zestiende finales. ' Ongelooflijk en totaal onverwacht', geniet Graham Potter nog na. We zitten in zijn bescheiden bureautje vol boeken en met kitscherige gordijnen aan de ramen. De 42-jarige Engelse coach maakt stilaan deel uit van het meubilair. Hij belandde hier in 2011 en ligt aan de basis van de steile opgang van dit ploegje. Twee promoties na elkaar, drie seizoenen in de Superettan en daarna, in 2015, door naar de Zweedse voetbalelite, de Allsvenskan. In april kwam er een eerste echte trofee voor de Valken: de beker. 'Het ging wat traag, maar we zijn er geraakt', tempert voorzitter Daniel Kindberg, een charismatische vijftiger, het enthousiasme. In juli schakelde zijn ploeg Galatasaray uit in Istanboel. Opmerkelijk: zelfs de thuissupporters applaudisseerden. 'Een historisch moment', noemt de voorzitter het. 'Misschien het mooiste dat we al hebben gedaan. Tot dusver...' Na de eliminatie van PAOK Saloniki weet de ploeg uit Jämtland zich in de groepsfase te plaatsen achter Athletic Bilbao maar voor Hertha Berlin. De voorzitter legt zijn mirakelrecept uit: maak van je voetballers betere mensen, laat hen lezen, dansen, zingen... 'Wij komen uit de bergen. Hier woont geen kat en er is geen geld. Wil je wedstrijden winnen, dan moet je anders denken.' En dat geldt voor iedereen: spelers, clubleiders, zelfs de intendant van het stadion. Eljest. Zinsverbijstering. In Zweden is de gebaande wegen verlaten niet echt een traditie. Een beetje excentriek gedrag levert je al direct dit etiket op. Op Daniel Kindberg is eljest van toepassing. Een oud legerofficier, ex-lid van de Zweedse special forces. Hij maakte de oorlog mee in Bosnië, Congo en Sierra Leone. 'Wie daar niet de juiste beslissingen neemt, brengt niet alleen zijn leven, maar ook dat van zijn vrienden in gevaar.' Buiten mag het dan wel -7 zijn, ontvangen doet hij ons in een eenvoudig kostuum. Kindberg zit om geen punchline verlegen. Zijn spraakvaardigheid en zelfvertrouwen lijken Zlatanesk. In 2005 verliet hij het leger en ging hij in vastgoed handelen. Zijn lot verbond hij vanaf dan met zijn stad en aan haar voetbalclub ÖFK. Vóór de komst van Kindberg stelde die niks voor. In 1996 ontstond ze uit een fusie tussen het al even weinig succesvolle IFK en Ope IF. Tien jaar probeerde de ploeg uit de derde klasse weg te geraken. Toen de promotie eindelijk een feit was, ging ÖFK naar... derde klasse, omdat de Zweedse voetbalbond een nieuwe afdeling erbij creëerde. Algemeen manager Lasse Landin vertelt monotoon, zonder veel emoties, over die donkere jaren: 'Zelfs al probeerden we onze eigen filosofie te ontwikkelen, we bleven gelijken op al die andere clubs in Zweden. We wilden naar de elite van het Zweedse voetbal, maar hadden geen kaart om ons de weg te tonen. Het was wachten op een miljonair, of het winnen van de lotto.' Nadat de club alle hoop had gevestigd op enkele Engelse huurlingen, degradeerde ze in 2010 naar vierde klasse. Het leek alsof een poolwind het clubbestuur trof. Daniel Kindberg, op dat moment sportief directeur, gooit de handdoek. 'Toen de spelers dat hoorden, was hun reactie: als jij ermee stopt, dan wij ook.' Kindberg komt op zijn besluit terug, neemt het voorzitterschap over en begint vanaf nul. De zakenman, die De kunst van het oorlog voeren van Sun Tzu noemt als een van de boeken die hem getekend hebben, past de strategieën van de Chinese generaal toe om zijn zwalpende en weinig populaire club een nieuw elan te geven. 'De helft van de 400 à 500 mensen die naar het stadion kwamen, wilde zelfs dat we verloren. Er hing zeer veel negativiteit.' Vrij snel komt ÖFK er weer bovenop, door een nieuwe gedragslijn gebaseerd op humane ontwikkeling via sport en cultuur, met strijd tegen homofobie en hulp aan vluchtelingen. Eljest. Soms helpt het toeval een handje. In zijn eerste dagen als voorzitter ontmoet Kindberg Karin Wahlen, de dochter van Landin, die een bureau runt dat mensen met cultuur in contact wil brengen. Zij overtuigt de voorzitter van iets op het eerste gezicht zeer eenvoudigs: dat voetballers beter leren omgaan met moeilijke situaties, stress en druk op het veld, als ze zich ernaast onderdompelen in iets helemaal anders. Kindberg laat het idee rijpen in zijn hoofd. In 2012 worden die 'culturele uitdagingen' gecreëerd via een Culture Academy. In het plaatselijke theater wordt een project gelanceerd dat zijn gelijke niet kent. Vooraleer Kindberg in de zaal met 500 aanwezigen het podium beklimt, stelt Wahlen hem de vraag van één miljoen: 'Weet je waar de Zweden het meeste schrik voor hebben? Niet ziekte of dood, maar gewoon: praten voor een hele hoop mensen.' Wanneer Fouad Bachirou in de zomer van 2014 naar Östersunds komt, weet hij niks af van deze activiteiten van zijn nieuwe club. Hij heeft er net vier jaar grijs Schots kick-and-rush-voetbal opzitten wanneer hij plots een telefoontje krijgt van Billy Reid, de adjunct van Graham Potter. Reid had Bachirou nog zien voetballen toen hij trainer was van de Schotse tweedeklasser Hamilton en vraagt of hij naar Zweden wil komen. Drie jaar later is de gewezen voetballer van PSG international voor de Comoren, viceaanvoerder van de ploeg en lieveling van het publiek. Maar hij heeft naast het voetbal ook al gezongen en gedanst, twee keer zelfs. De laatste keer nog in oktober, ter ere van de Sami (Lappen), de oorspronkelijke bevolking van deze regio. Op deze ijskoude vrijdag nipt hij aan een kop warme chocomelk en spoelt hij de band terug naar het moment van zijn aankomst. Het thema: diversiteit via de schilderkunst. 'Na tien dagen stond ik al te schilderen. Ik weet nog dat ik tegen Billy zei: wat is dit voor onnozelheid? Ik had aanvankelijk moeite om de filosofie te begrijpen.' Fouad tekent handen die samen een wereldbol vormen, symbool voor de veertien nationaliteiten in de kern. 'De idee was mooi, het schilderij minder... Nu goed, de bedoeling is samen die dingen te doen. Maar lukt het niet, dan dwingen ze je ook niet.' Stefan Ilic had geen inspiratie. Op de dag van de tentoonstelling schonk de jonge middenvelder zijn lichaam. Met alleen zijn onderbroek aan ging hij tussen de werken van zijn ploegmaats zitten. 'De kinderen en hun ouders mochten hém schilderen. Om het even hoe!' Bachirou, die de timide blikken van zijn bewonderaarsters in het café negeert, lacht er nu nog mee: 'Ze schilderden hem vol van kop tot teen. Ilic is een schuchtere jongen, dus dat was voor iedereen verrassend. Maar het doel van die uitdagingen is ook: uit je comfortzone komen.' Die comfortzone van het voetbalwereldje is behoorlijk seksistisch. Daarom kondigt Kindberg in 2015 een groots project aan om de stereotypes te doorbreken. De ploeg zou klassiek ballet gaan dansen, op de tonen van het Zwanenmeer. De Valken ondergaan tijdens lange oefensessies een metamorfose. Fouad en zijn maats lachen daarbij met de soepelheid van hun trainer. 'Maar eigenlijk belandde je door dit te doen wel op een punt waarop iedereen gelijk werd. Er was geen coach meer, geen spelers, geen voorzitter. Iedereen gelijk.' De voetballers, in hun strakke zwarte trainingspak, doen opnieuw een zaal vollopen. Achteraf vieren ze die prestatie uitbundiger dan het winnen van een titel. Winnen is waar het uiteindelijk om gaat. 'Dat is ons hoofddoel. Die uitdagingen helpen gewoon om dat doel te bereiken', zo tracht Graham Potter het te minimaliseren. Potter is een adept van balbezit en een leerling van Belgisch bondscoach Roberto Martínez (zie kader). Hij wordt vrij snel het uithangbord van het project. In 2011 belandt Potter in Jämtland, met in zijn valies diploma's in de sociale wetenschappen en leiderschap, en op zijn cv assistent-bondscoach van de Engelse universitaire ploeg en technisch directeur van de vrouwenploeg van Ghana. 'Mijn job hier is spelers helpen om het voetbal beter te begrijpen', zegt hij. 'Maar tegelijk heb je te maken met mensen, en dat waren ze al voor ze voetballer werden. Het zijn vaders, broers, vrienden... Het is mooi om tactisch briljant te zijn, maar als de ploeg zich niet goed voelt in haar omgeving, is het moeilijk om er een stevig blok van te maken.' Op 13 april 2017 stelt de tovenaar uit de Midlands in zijn Jämkraft Arena een elftal op van spelers die belust zijn op revanche. Meer dan 9000 mensen zien hoe de aanvoerder met een kapiteinsband in de regenboogkleuren de beker omhoog steekt. Brwa Nouri, genaturaliseerd tot Zweed, heeft zijn roots in Iraaks Koerdistan en rekende af met een drugsverleden. In het voetbal beleeft hij zijn wedergeboorte. In het stadscentrum zijn de ramen versierd met gouden sterren voor de komende eindejaarsfeesten. In de pubs, bars en cafés is het warm. In een van die etablissementen praat Daniel Kindberg verder met ons. Zo enthousiast dat hij gaandeweg de macht over zijn aandoenlijk Engels verliest en zijn moedertaal de bovenhand neemt. Je proeft er de liefde in. Östersund heeft zich verzoend met zijn ÖFK. In Jämtland is er altijd al een zekere drang naar onafhankelijkheid geweest. Ze leefden hier een tijdje onder de Noorse kroon, later de Zweedse. Elke zomer organiseren ze het feest van hun fictieve Republiek. Voor de fun, maar ook om de eigen identiteit te bewaren. Het enige wat ontbrak, was een voetbalploeg die naam waardig. Een ploeg waarover ze konden praten tijdens de fika, de traditionele koffiepauze van de Zweden, een moment van groot belang. 'We wilden een ploeg bouwen die voor de mensen uit Jämtland als een vriend kon zijn. Eentje die ze bij hen thuis zouden willen ontvangen', aldus Lasse Landin. Vlak bij hem in zijn kantoortje staan twee grote dozen, tot de rand gevuld met gehandtekende ballen. Bestemming: het plaatselijke ziekenhuis. Een paar weken geleden organiseerde de club een wat speciale handtekeningensessie. Niet de voetballers mochten die zetten, wel kinderen, onder een contract waarin ze beloofden nooit drugs te zullen nemen. Ze moesten zweren dat ze brave jongens zouden blijven. Bachirou, voldaan door zijn shot chocolade, legt de achterliggende idee uit: 'Mensen zijn hier fier op ons voetbal, maar ze appreciëren vooral het feit dat we goed geïntegreerd zijn in deze gemeenschap.' In maart patrouilleerde hij 's avonds laat door de straten van Winter City, vergezeld van zijn ploegmaats. Hun taak: erover waken dat de jonge meisjes die op stap gingen, veilig thuis geraakten. Östersund lijkt in die donkere periode op een spookstad. Op drie weken tijd moest de lokale politie acht gevallen van seksuele agressie constateren. In die bedrukte sfeer schakelde de club haar spelers in als superhelden. Een paar dagen later wonnen ze de beker. Zo'n werkwijze valt niet van vandaag op morgen in te voeren. 'Het voorbeeld van Östersunds FK is niet zomaar te kopiëren', denkt manager Potter. 'Elke ploeg is anders, elke omgeving ook. Je moet die bijzonderheden meenemen, zelf iets creëren en het nog verbeteren waar kan.' Volgens Fouad Bachirou zou dit model in Frankrijk nooit van de grond komen. Kan een ploeg die succes wil hebben op sportief vlak zoveel belang hechten aan menselijke waarden? Daniel Kindberg is overtuigd van wel. Zijn model gaat het halen, zegt hij stellig: 'Er is voor 93 procent een band tussen de stand in het klassement en het zakencijfer van een club, dat is bewezen. En dus doet iedereen exact hetzelfde. Wie zo gek is om de anderen te kopiëren, zal eindigen zoals de anderen. Zo niet heb je nog 7 procent om over na te denken.' Hun rekrutering is gebaseerd op persoonlijkheid. De opdracht van de spelers en van alle betrokkenen is een totaal engagement, dat het sportieve overstijgt. Östersunds FK lijkt op die manier de ideale club. 'Minder middelen gebruiken maar ze slimmer aanwenden levert betere resultaten op. De huidige structuur van het mondiale voetbal moeten we stukslaan. Die levert niks positiefs op', meent de voorzitter, terwijl hij zijn tanden bloot lacht. 'Wij zijn het moderne voetbal.'