'Molenbeek speelt nog eens de UEFA Cup! Een formidabel succes voor deze jonge groep en de mens René Vandereycken', schalt de commentator op tv. We schrijven 12 mei 1996. Na een gelijkspel tegen aartsrivaal Anderlecht (0-0) verovert RWDM een Europees ticket door in de competitie vierde te worden met evenveel punten als Germinal Beerschot. Aan de RTBf-microfoon plengt voorzitter Serge Vilain een traantje van emotie. De supporters zijn het veld opgestormd met de kreet 'UEFA, hier komen we!', ze zullen de stunt tot diep in de nacht vieren. De spelers kunnen het niet vatten. 'Pure waanzin was het', vertelt Daniel Camus, die als kind van de club de kleuren van de eerste ploeg verdedigde van 1992 tot 1997. 'We hebben drie dagen feestgevierd: het begon met een karaoke in het MGM Café van de Kinepolis, het ging verder in de discotheken de Carré en de Lord. We hadden van een bestuurslid een kredietkaart gekregen, die hebben we drie dagen lang gebruikt.'
...

'Molenbeek speelt nog eens de UEFA Cup! Een formidabel succes voor deze jonge groep en de mens René Vandereycken', schalt de commentator op tv. We schrijven 12 mei 1996. Na een gelijkspel tegen aartsrivaal Anderlecht (0-0) verovert RWDM een Europees ticket door in de competitie vierde te worden met evenveel punten als Germinal Beerschot. Aan de RTBf-microfoon plengt voorzitter Serge Vilain een traantje van emotie. De supporters zijn het veld opgestormd met de kreet 'UEFA, hier komen we!', ze zullen de stunt tot diep in de nacht vieren. De spelers kunnen het niet vatten. 'Pure waanzin was het', vertelt Daniel Camus, die als kind van de club de kleuren van de eerste ploeg verdedigde van 1992 tot 1997. 'We hebben drie dagen feestgevierd: het begon met een karaoke in het MGM Café van de Kinepolis, het ging verder in de discotheken de Carré en de Lord. We hadden van een bestuurslid een kredietkaart gekregen, die hebben we drie dagen lang gebruikt.' Wanneer Johan Vermeersch, destijds de man die de sportieve beslissingen nam bij RWDM, gevraagd wordt naar een uitleg voor dat uitzonderlijke seizoen, volgt meteen een nogal verwarrend antwoord: 'Iedereen kent me toch!' Maar ook ... 'Ik heb slim gescout en gerekruteerd, tot zelfs in het Servische Radnicki Nis voor Spira Grujic en Wit-Rusland voor Joeri Vergueitsjik. Tijdens onze stage in aanloop naar het seizoen telden we slechts acht spelers. De journalisten schreven ons zoals gewoonlijk al naar tweede klasse. Maar we hebben het voor elkaar gekregen met een budget van 82 miljoen Belgische frank (ongeveer twee miljoen euro, nvdr), ik heb de cijfers thuis nog liggen!' Een seizoen lang stapelt RWDM de 0-0's en de Arsenalscores op. Het zet de neutrale toeschouwer niet aan het dromen. Maar dat maakt weinig uit. René Vandereycken is geen poëet of naïeveling, hij is een pragmaticus. De Limburgse strateeg had voorheen bewezen hoever zijn kunde reikt door Gent, met een ploeg die nauwelijks sterker was, naar de kwartfinales van de UEFA Cup te loodsen. Vandereycken mag de stadions doen leeglopen, hij haalt wel punten binnen. Met het hem eigen koele cynisme antwoordt hij zonder verpinken dat hij betaald wordt om te winnen. RWDM krijgt in het seizoen 1995-1996 slechts 29 goals binnen: de beste verdediging van de competitie. En toch zijn er veel woordenwisselingen tussen de coach en die andere grote mond van de club, manager Johan Vermeersch: 'Met Vandereycken zaten we iedere maandag samen om over voetbal te praten, alleen maar over voetbal, niet over vrouwen of wijn. Dat kon meer dan drie uur duren', herinnert de ondernemer van Ternat zich. 'Ik had nog tegen hem gespeeld toen hij bij Brugge zat, we waardeerden elkaar. Hij was een grote leider en een meester in veldbezetting.' Waarna meteen een egotrip volgt: 'René heeft trouwens altijd verklaard dat ik een van de twee mensen in België ben die iets van voetbal af weten, samen met Constant Vanden Stock.' RWDM wordt niet per ongeluk vierde in de competitie. Het RWDM van 1995-1996 is een geslaagde mix van anciens als Guy Vandersmissen, Gunter Jacob, Daniël Nassen en Dirk Rosez, potige kerels als Daniel Camus en Frédéric Pierre, en jongeren die vooral de hoop moesten vullen, maar werklustig en luisterbereid waren, zoals Adrian Bakalli, Alan Haydock, Stéphane Demets en Harold Deglas. 'Het was gewoonweg een goed geheel. En tactisch werkte het perfect', vertelt Guy Vandersmissen, destijds 38. 'Ik was libero, terwijl ik altijd als middenvelder had gespeeld. Dankzij mijn spelinzicht kon ik op dat niveau blijven meedoen. Ik was niet moe. En ik durfde ook weleens mee naar voren te trekken.' Zoals op 25 november 1995 en die triomfantelijke rush op Anderlecht (0-1) waardoor RWDM de derby wint. 'Een geweldige herinnering. We zijn te vaak als een verdedigende ploeg bestempeld, terwijl we met de bal van achteren wisten uit te breken en hoog druk zetten.' Daniel Camus (44) is niet de man die zijn kapitein van weleer zal tegenspreken. Omgeschoold tot zaakvoerder van een bedrijf in elektrostimulatie blijft hij vandaag de grootste verdediger van de zaak-Vandereycken. 'Ik werkte onder Sollied, Broos, Boskamp, Clijsters, Jacobs, De Mos: uitstekende trainers, maar Vandereycken was de beste en met voorsprong. Hij ging op alle details in. Hij bekeek een handbalmatch en paste zijn training tactisch aan in functie van wat hij in de handbalmatch gezien had. Zotte dingen, ik had nooit zo'n coach gekend. Hij kon ook in de theorie na de match een inworp nog vier keer overdoen. Hetzelfde met stilstaande fases, waar hij voortdurend op werkte. Dat was lastig voor de spelers, maar de resultaten waren er wel. Ter compensatie van extreme tactische eisen beschermde hij zijn spelers volledig tegen de buitenwereld, de pers enzovoort. Hij nam alles op zijn schouders. Hij kon een groep smeden. Hij wist een symbiose te creëren tussen de oudste en de jongste spelers. Gevestigde spelers die nooit veel krediet hadden gekregen en heel jonge die bijvoorbeeld uit bevordering konden komen. 'Wanneer hij met ons mee kaartte, was het altijd om te winnen. Op training ook: ik herinner me dat hij me aantrapte om een duel te winnen. Die man is een beest. En wanneer hij voor aanvang van de training op doel trapte, belandden negentig procent van zijn schoten, of hij ze nu met rechts of links gaf, tegen de netten. Bij wedstrijdjes op training wilden we hem allemaal in onze ploeg hebben.' Tegen de grote motoren van de competitie aarzelden de volgelingen van meester René niet om de zeis boven te halen. Camus: 'We hadden een beetje een ploeg bad boys zoals Wimbledon in Engeland. Tijdens een match in Brugge droeg Vandereycken me op om Sven Vermant hard aan te pakken op die en die manier. Voor René is voetbal een spel voor mannen. Hij heeft me nooit een uitbrander gegeven omdat ik een gele of rode kaart had gepakt. Hij leerde ons hoe we moesten tackelen. Hij ging zover in zijn wedstrijdanalyses dat hij ons vertelde dat een bepaalde speler nog maar pas van een verzwikking aan zijn rechterenkel terugkeerde en dus moeite zou hebben om naar rechts te draaien.' Het seizoen 1996-1997 begint zonder verrassingen. Weinig doelpunten, maar mooie resultaten in de competitie. De methode-Vandereycken maakt opgang. Alleen ligt deze keer Europa op het pad. De Molenbekenaars loten Besiktas in de 1/32 finales van de UEFA Cup. Met andere woorden, Vandersmissen en co maken zich op voor twee matchen buitenshuis. Want op 10 september 1996, voor de heenwedstrijd, is de Malisstraat volgelopen met Besiktasfans, uit Turkije natuurlijk, maar ook uit België en Duitsland. Het Edmond Machtensstadion is gehuld in zwart en wit en de sfeer is kolkend. De mannen van Vandereycken zetten een hoge rug op. Zoals steeds. Ondanks hun technisch overwicht slagen de Turken er niet in om Dirk Rosez te verschalken. De match eindigt op een maagdelijk gelijkspel en doet dromen van een mogelijke stunt. Maar de terugwedstrijd kondigt zich nog verhitter aan, temeer omdat Vandersmissen de enige is met echt een Europees verleden. De anderen, vooral de jongsten, houden hun ogen wijd open. Drie dagen lang logeert heel het team van Molenbeek in het Hilton van Istanbul, met uitzicht op de Bosporus en het Inönüstadion van Besiktas. Alan Haydock (40), toen een van de jongeren in de groep en tegenwoordig trainer van Halle in tweede klasse amateurs, vertelt: 'In de heenmatch was er een dolle sfeer, maar dat was nog niets vergeleken met wat we zouden meemaken in Istanbul. Anderhalf uur voor het begin van de match gingen we het veld op om eens rond te kijken. De tribunes zaten vol, maar er was nauwelijks lawaai. We keken elkaar aan met een blik alsof we wilden zeggen: 'Zo'n hel is het uiteindelijk niet!' Maar toen we naar de tunnel terugkeerden om naar de kleedkamers te gaan, sloeg de vlam in de pan. Het publiek wilde ons bang maken. En ik verzeker je dat het erg indrukwekkend was. Net als de gang, die oneindig lang leek. De match werd een schitterende ervaring, ook al eindigde ze op 3-0 voor Besiktas... Maar het ergste in heel het verhaal was het nieuws dat we de avond van de match te horen kregen over Bak.' 'Toen ik vlak na de match het auto-ongeval van Adrian (Bakalli, nvdr) vernam, was het alsof de hemel op mijn hoofd viel. Hij was mijn kleine broer, ik kende de familie', vertelt Daniel Camus. 'Bovendien kenden we nog niet precies de ernst van zijn blessures. Er was sprake van einde carrière. Bak torende hoog boven iedereen uit sinds het begin van het seizoen. Zonder dat voorval was hij volgens mij kapitein van de nationale ploeg geworden.' 'Het weekend voor de verplaatsing naar Istanbul speelden we tegen Lokeren', herinnert Adrian Bakalli zich. 'In een kopbalduel kwam Chris Janssens te laat en liep ik een barst op in een wenkbrauwboog. Daarom ben ik in Brussel gebleven. En terwijl mijn ploegmaats in de UEFA Cup speelden, ging ik een glas drinken met vrienden en had ik een verschrikkelijk verkeersongeval op de terugweg. Niets was daarna nog hetzelfde, ik beschikte nooit meer over al mijn mogelijkheden, was plotseling in volle vaart tot stilstand gebracht.' Adrian Bakalli zou een jaar later gelukkig weer op een voetbalveld te zien zijn, maar was niet meer als weleer. Molenbeek zou eveneens in een neerwaartse spiraal belanden. Het seizoen 1996/97 beëindigt de club op een weinig roemrijke zestiende plaats. Om een jaar later in tweede klasse te verzeilen. 'We moesten onze nieuwe tribune afschrijven en onze beste spelers verkopen', legt Johan Vermeersch uit, waarna hij koppig de slechte herinneringen herkauwt van het einde van zijn heerschappij. 'De gemeente heeft alles kapotgemaakt in Molenbeek. Waar speelt de club vandaag? In vijfde afdeling of zoiets.' RWDM is inderdaad ver weg van een nieuw bezoek aan Istanbul en schippert vandaag in derde klasse amateurs met veel kortere reisjes naar Ganshoren, Waterloo of Rebecq. Maar het Machtensstadion herleeft, ver van de schijnwerpers weliswaar, dankzij de terugkeer van oude en de komst van nieuwe 'BXL Boys'. Daniel Camus: 'Ik woonde in Molenbeek, groeide op in Molenbeek. Toen ik prof was, was ik peter van de voetbalploeg van de 'BXL Boys' die in de Sippelberg in Molenbeek speelden. Elke zaterdagnamiddag trok ik erheen om ze te zien spelen. En nu nog zoeken we elkaar op. De familie S'Konkers bijvoorbeeld: de vader was afgevaardigde bij RWDM en zijn twee zonen waren twee van de meest ondernemende 'BXL Boys'. Een van hen is politieagent geworden en heeft me ooit nog geholpen na een zaak. Dat is RWDM, twintig jaar later zijn het nog altijd je vrienden. Ik weet niet zeker of dat in andere clubs bestaat.' DOOR THOMAS BRICMONT - FOTO BELGAIMAGE'Wanneer Vandereycken met ons mee kaartte, was het altijd om te winnen.' - DANIEL CAMUS