De periode na het WK was lastig, geen totale afknapper, maar ook verre van geslaagd. De kwalificatiepoule voor het EK, die we normaal zouden moeten domineren, blijkt taaier dan verwacht. De nederlaag in Cardiff, samen met twee gelijke spelen, maakt dat België slechts drie van zijn zes matchen won. Dat zijn al meer dan genoeg punten verspeeld. Maar het is vooral op het vlak van de kwaliteit dat het schoentje wringt. De Rode Duivels konden alleen thuis tegen Andorra en Cyprus overtuigen. In Zenica was het twintig minuten uitstekend, in Jeruzalem en Cardiff idem. Dat is v...

De periode na het WK was lastig, geen totale afknapper, maar ook verre van geslaagd. De kwalificatiepoule voor het EK, die we normaal zouden moeten domineren, blijkt taaier dan verwacht. De nederlaag in Cardiff, samen met twee gelijke spelen, maakt dat België slechts drie van zijn zes matchen won. Dat zijn al meer dan genoeg punten verspeeld. Maar het is vooral op het vlak van de kwaliteit dat het schoentje wringt. De Rode Duivels konden alleen thuis tegen Andorra en Cyprus overtuigen. In Zenica was het twintig minuten uitstekend, in Jeruzalem en Cardiff idem. Dat is veel te weinig. Tot aan het WK oogstten de Belgen louter lof, maar konden ze nog altijd profiteren van de positie van outsider, waardoor ze niet te veel druk op de schouders voelden en de tegenstander konden laten komen om op de tegenaanval de ruimte te vinden. Dat is nu voorbij. Het statuut van de Rode Duivels is gewijzigd en - ook al weerspiegelt de FIFA-ranking niet het werkelijke niveau - ze worden nu onthaald met het ontzag dat past bij het nummer twee van de wereld. Doordat de Belgen in deze EK-poule huizenhoog favoriet zijn, stoten ze op ploegen die zich op de eigen helft verschansen. Te vaak missen ze dan de creativiteit om oplossingen te vinden. In Cardiff gaven de Rode Duivels 552 passes (tegenover 288 voor Wales), maar schoten ze maar één keer tussen de palen! De overgang van een counterploeg naar een dominante ploeg is dus nog niet voltooid. Door vast te houden aan zijn 4-5-1 met slechts één spits ontbreekt het Marc Wilmots soms aan gewicht in de zestien meter. Die spits is ook veeleer een kaatspaal dan een breekijzer. Wilmots weet dat hij gezegend is met een geweldig middenveld, maar elke ploeg die ambities heeft op een groot toernooi moet kunnen rekenen op een killer in de box, iemand die er op een eindronde vijf binnen schiet. In de vorige kwalificatiecampagne maakte Christian Benteke nog twee belangrijke goals, maar dit keer kan hij het verschil niet maken. Overschakelen op een systeem met twee aanvallers is een optie, maar de profielen van onze spitsen zijn nagenoeg identiek en in de tweede helft van Wales-België liepen Benteke en Romelu Lukaku mekaar voor de voeten. Mocht Michy Batshuayi, bij Marseille allicht weldra verlost van de concurrentie van André-Pierre Gignac, komend seizoen helemaal opbloeien, dan kan hij dat probleem oplossen. Batshuayi is geknipt voor een 4-4-2 en erg complementair met Lukaku of Benteke. In tegenstelling tot de aanval werd de verdediging wel met succes hertekend. Anderhalf jaar geleden draaide alles nog om de vaste as Vincent Kompany-Thomas Vermaelen. Op het WK waren dat Kompany en Daniel Van Buyten. Door het afscheid van Van Buyten en de blessures en schorsingen van Kompany verschenen Nicolas Lombaerts en Jason Denayer ten tonele. Met twee tegendoelpunten in zes kwalificatiematchen mag dat geslaagd genoemd worden.