Omringd door zijn paarden in zijn stoeterij in Clavier, bij Hoei, maakt Grégory Wathelet zich klaar voor alweer een nieuwe wedstrijd, slechts enkele dagen na zijn terugkeer van de vorige. In dit zeer bijzondere jaar volgen de jumpings elkaar in sneltempo op, al kijkt de veertigjarige Luikenaar streng toe op het welzijn van zijn paard Nevados, dat hij hoopt mee te nemen naar de Olympische Spelen. Omdat België zich kon kwalificeren voor de ploegencompetitie in de jumping, mogen er vier ruiters naar Tokio. Wathelet hoopt daar deel van uit te maken.
...

Omringd door zijn paarden in zijn stoeterij in Clavier, bij Hoei, maakt Grégory Wathelet zich klaar voor alweer een nieuwe wedstrijd, slechts enkele dagen na zijn terugkeer van de vorige. In dit zeer bijzondere jaar volgen de jumpings elkaar in sneltempo op, al kijkt de veertigjarige Luikenaar streng toe op het welzijn van zijn paard Nevados, dat hij hoopt mee te nemen naar de Olympische Spelen. Omdat België zich kon kwalificeren voor de ploegencompetitie in de jumping, mogen er vier ruiters naar Tokio. Wathelet hoopt daar deel van uit te maken. In 2019 kwalificeerde je je met het Belgische jumpingteam voor Tokio op het Europees kampioenschap. Was Tokio het hoofddoel op dat EK of hadden jullie gehoopt op de titel? Grégory Wathelet: 'Het ene ging samen met het andere. We wisten al een paar jaar dat België een zeer sterk team had, sterker dan ooit. We liepen de landstitel op de kampioenschappen al een paar keer mis, terwijl we individueel wel wonnen. Toch voelden we dat we er dicht bij waren. Op het EK moesten we absoluut de top vijf halen om ons te kwalificeren voor Tokio, maar ik heb altijd gezegd dat we ons met deze ploeg op een medaille moesten richten. Alles draaide goed uit en we pakten goud.' Hoe wordt de Belgische selectie gemaakt? Wathelet: 'Naargelang de vorm van het moment en de paarden. Ik heb mijn eerste kampioenschap gereden in 2006 en sindsdien heb ik er een stuk of tien gedaan, bijna nooit met hetzelfde paard. Je moet telkens opnieuw opbouwen en voorbereiden, en dus afwachten of je paard klaar is op het moment van de competitie. In 2017 hadden we bijvoorbeeld goed gepresteerd op de Europese kampioenschappen en wilden we met hetzelfde team terug naar de wereldkampioenschappen van 2018. Maar mijn merrie raakte geblesseerd en de andere paarden waren nog niet klaar, dus stond ik reserve, wat logisch was. Het Belgische team is erg sterk tegenwoordig, het wordt moeilijker om in het team te raken.' Je hebt er dus geen idee van wie naar Japan gaat? Wathelet: 'Dat hangt af van de resultaten in april, mei en juni. Er zijn maar zes of zeven ruiters die kunnen worden geselecteerd. Grote verrassingen zouden er dus niet mogen zijn, tenzij het ineens blessures regent.' Met slechts vier plaatsen zullen er een aantal teleurstellingen zijn. Wathelet: 'Natuurlijk, net als bij de Europese kampioenschappen in 2019. Drie weken voordien raakte het paard van Nicola Philippaerts geblesseerd, en daarna was het de beurt aan dat van Niels Bruynseels. Jos Verlooy en Jerôme Guéry, onze twee reserves, kwamen bij het team en namen hun plaats in. Toch wonnen we omdat het team zo sterk was. Dus ook voor Tokio zullen er teleurstellingen zijn, dat is zeker.' Geeft het geen moeilijkheden als je iemand opzij moet schuiven voor de kampioenschappen? Wathelet: 'Je kunt het vergelijken met voetbal, waar de coach 23 spelers selecteert en er een paar aan de kant worden gezet. Zoiets kan spanningen veroorzaken, en de bondscoach moet dat onder controle houden. Dat is normaal. Er staan geld en trofeeën op het spel, en je hebt te maken met sterke karakters, dus dat kan soms explosief zijn. Specifiek aan onze sport is dat we investeerders hebben aan wie we ons moeten verantwoorden als we niet geselecteerd worden. Bovendien beoefenen we in wezen een individuele sport, waarbij je je ten dienste moet stellen van het team.' Is de groepssfeer in het Belgische team ondanks dat alles goed? Wathelet: 'Zeer goed. Het is in ons voordeel dat we bijna allemaal van dezelfde generatie zijn. Op de Spelen in Londen was ik 32, terwijl de drie andere bijna vijftig of ouder waren. De sfeer was niet slecht, maar er was een generatiekloof, dat is onvermijdelijk. Twee jaar na Londen, op de wereldkampioenschappen in Caen, was ik de oudste. Ik ging van het ene uiterste naar het andere en we moesten ons aanpassen. Maar intussen hebben we samen veel meegemaakt en dat heeft de groep echt gevormd.' Ga je op hetzelfde paard rijden als op het EK? Wathelet: 'Ja, dat paard hebben we veilig gesteld. Zijn Poolse eigenaar wilde naar de Olympische Spelen in 2020 en hem daarna te koop stellen. Toen de Spelen werden uitgesteld, wilde hij niet wachten. Ik heb een oplossing moeten zoeken door externe investeerders aan te trekken die in het paard investeerden om hem voor mij en de competitie te behouden. Dus het is definitief: Nevados is van mij en ik kan een carrière met hem opbouwen. Voor Tokio heb ik alleen hem, dus als er een probleem opduikt, wordt het ingewikkeld.' Ben je bezorgd over je plaats op de Olympische Spelen? Wathelet: 'Het is niet aan mij om te beslissen, dat is aan de bondscoach. Zeker is dat mijn paard op dit ogenblik enorm regelmatig is en dat hij op het Europees kampioenschap een dubbele nul heeft gehaald. In 2020 won hij twee van de vier Grote Prijzen waaraan hij deelnam, waaronder één van de grootste, in Valkenswaard in september. Tot nu toe ligt dus alles open en moet ik hem goed verzorgen om hem in topvorm te krijgen voor Tokio. Alles is daaromheen gepland.'