Monumenten. Een term in het wielrennen die slaat op de vijf grootste eendagskoersen: Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije. Vijf klassiekers die op het palmares van slechts drie renners staan: Rik Van Looy (sinds 1961), Eddy Merckx (1971) en Roger De Vlaeminck (1977).
...

Monumenten. Een term in het wielrennen die slaat op de vijf grootste eendagskoersen: Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije. Vijf klassiekers die op het palmares van slechts drie renners staan: Rik Van Looy (sinds 1961), Eddy Merckx (1971) en Roger De Vlaeminck (1977). Van monumenten was in hun tijd echter nog geen sprake. Wel van de acht grote klassiekers, met ook nog Parijs-Brussel, de Waalse Pijl en Parijs-Tours. Acht wedstrijden die vanaf 1948 deel uitmaakten van de Challenge Desgrange Colombo, een regelmatigheidscriterium met daarin ook de grote rittenkoersen. Vanaf 1958 werd die Challenge vervangen door de Super Prestige Pernod, waarin ook de marathonkoers Bordeaux-Parijs een plaats kreeg. Drie van die acht grote klassiekers verloren echter hun status: Parijs-Brussel, omdat de koers tussen 1967 en 1972 niet meer georganiseerd werd, de Waalse Pijl en Parijs-Tours omdat ze te vaak van start- en finishplaats wijzigden - Parijs-Tours veranderde zelfs van naam (onder meer Blois-Chaville en de Grote Herfstprijs tussen 1974 en 1987). Parijs-Brussel en de Waalse Pijl werden ook niet opgenomen in de nieuwe Wereldbeker die UCI-voorzitter Hein Verbruggen in 1988 invoerde. In die periode ontstond zo de term 'monumenten', om het onderscheid te maken met de nieuwe/jongere Wereldbekerraces als de Amstel Gold Race of de Clásica San Sebastián. Door de toegenomen specialisering in het wielrennen slaagde geen enkele renner er sinds de jaren negentig in om de monumentale vijfklapper te realiseren. Onder meer Tafi, Tchmil, Bartoli, Bettini en Cancellara schreven daarna nog drie verschillende monumenten op hun naam, maar niemand die aan vier raakte. Tot Philippe Gilbert in 2019 Parijs-Roubaix won, twee jaar na zijn zege in de Ronde van Vlaanderen. Eerder had hij al tweemaal de Ronde van Lombardije (2009, 2010) en Luik-Bastenaken-Luik (2011) op zijn palmares geschreven, de twee 'klimmonumenten'. In een periode waarin hij, als puncheur bij uitstek, ook tweemaal de Amstel Gold Race (2010/2011) op zak stak én wereldkampioen werd (2012), ook op zijn favoriete Cauberg. Tussen de Ronde van Vlaanderen 2009 en de Ronde van Lombardije 2011 zette Gilbert zelfs een reeks van 11 opeenvolgende monumenten neer waarin hij de top 10 haalde, plús een vierde plaats en twee zeges in de Gold Race. Een soortgelijke serie die alleen Cancellara later gerealiseerd heeft: 12 podiumplaatsen op 13 monumenten (tussen 2010 en 2014). Maar niet met de verscheidenheid in kassei/klimklassiekers zoals Gilberts reeks, die hij in 2017 en 2019 nog meer opsmukte met zijn zeges in de Ronde en in Roubaix. En dan hebben we zijn triomfen in (semi)klassiekers als de Omloop Het Volk (2006/2008), Parijs-Tours (2008/2009), de Giro del Piemonte (2009, 2010), de Strade Bianche, Waalse Pijl, Clásica San Sebastian, GP de Québec (allen in 2011), de Brabantse Pijl (2011/2014) en zijn twee Belgische wegtitels (2011/2016) nog niet vermeld. Niet alleen qua verscheidenheid, ook qua kwantiteit steekt de Waal boven zijn generatiegenoten uit, met in totaal 37 zeges in eendagskoersen (WorldTour/categorie 1.1). De volgende in dat rijtje (qua aantal overwinningen in eendagsraces in de 21e eeuw) is Tom Boonen, met 32, maar dat waren hoofdzakelijk kasseiwedstrijden. Alejandro Valverde volgt op drie met 30 eendagstriomfen (vooral klimkoersen), Peter Sagan op vier met 24 stuks. Niet toevallig renners die, zoals Gilbert, ook de regenboogtrui hebben veroverde. Maar geen van hen die qua combinatie kwaliteit/kwantiteit/verscheidenheid het eendagspalmares van Phil evenaart. Een erelijst opgebouwd dankzij zijn fysieke polyvalentie, zijn killersinstinct en ongeëvenaard koersdoorzicht - collega's omschrijven hem vaak als de slimste renner van het peloton. Gezien de explosieve finale van Milaan-Sanremo, waar Gilbert bij zijn debuut in 2004 als 21-jarige springveer al aanviel op de Poggio en later twee keer derde werd (2008 en 2011), lijkt de kans klein dat de Lotto-Soudalrenner op zijn 38e ook nog de Primavera zal winnen. Maar dat dachten velen tot vorig jaar ook over zijn kansen op een zege in Parijs-Roubaix...