Op zijn 36e beheerst Sven Nys zijn sport tot in de perfectie. Net als Julien Absalon in het mountainbiken, Roger Federer in het tennis en Mohammed Ali in het boksen", tweette Paul Van Den Bosch op 2 december nog voor de start van de cross in Roubaix, die zijn poulain voor het eerst zou winnen. Evengoed had de coach Eddy Merckx kunnen vermelden, 'de Kannibaal' met wie Nys niet alleen een bijnaam, maar ook de geboortedatum - 17 juni - deelt. Voorbestemd dus om jaar na jaar concurrenten met huid en haar te verslinden - liefst 262 zeges heeft de Balenaar al op zijn naam staan.
...

Op zijn 36e beheerst Sven Nys zijn sport tot in de perfectie. Net als Julien Absalon in het mountainbiken, Roger Federer in het tennis en Mohammed Ali in het boksen", tweette Paul Van Den Bosch op 2 december nog voor de start van de cross in Roubaix, die zijn poulain voor het eerst zou winnen. Evengoed had de coach Eddy Merckx kunnen vermelden, 'de Kannibaal' met wie Nys niet alleen een bijnaam, maar ook de geboortedatum - 17 juni - deelt. Voorbestemd dus om jaar na jaar concurrenten met huid en haar te verslinden - liefst 262 zeges heeft de Balenaar al op zijn naam staan. Ook dit seizoen bleek zijn honger amper te stillen: tot hij na zijn zege in Heusden-Zolder op 26 december ziek werd (zie kader), won Nys liefst 9 van de 15 klasse-mentscrossen, of 60 procent, het hoogste percentage tot dan toe sinds 2007/08. Niet alleen omdat de spoeling dunner werd nadat Lars Boom en Zdenek Stybar naar de weg verkasten, of omdat de modderige parcoursen van de laatste maanden hem op het lijf geschreven waren, maar ook omdat - dixit Van Den Bosch - voor het eerst sinds hij in augustus 2003 met zijn poulain begon samen te werken alles als een aquarel mooi in elkaar vloeit: "De voorbereiding op het seizoen, rust voor en na een wedstrijd, training, voeding... Een evolutie van bijna tien jaar waarin Sven bleef zoeken naar verbetering en vernieuwing. Nu, op zijn 36e, heeft hij de (bijna) perfecte puzzel samengelegd." Aan zijn coach om vijf cruciale stukken te belichten. "Svens grootste kwaliteit, die hij al van jongs af ontwikkeld heeft. Niet in zijn BMX-periode, want daar, en later in sessies met bondscoach Erik De Vlaeminck, heeft hij vooral zijn buitengewone stuurvaardigheid aangeleerd. Wél toen hij als nieuweling overstapte naar het veld en hoofdzakelijk weinig intensieve duurtrainingen inlaste - dikwijls reed Sven heen en terug naar Namen, zo'n 180 kilometer. Niet de beste manier om op korte termijn resultaten te boeken, maar zo is zijn trainbaarheid en uithouding wel veel groter geworden. Later, in zijn eerste profjaren, is Rabobank ook voorzichtig met hem omgesprongen: geen te zware intervalsessies, niet té veel crossen, waardoor Sven niet vroegtijdig opbrandde. "Die lange duurtrainingen zijn nog altijd dé basis van zijn succes. Zelfs tijdens het veldritseizoen legt hij tijdens de week tot 160 kilometer op een dag af. Met een gemiddelde hartslag van 'amper' 130, maar wel met ongeveer 34 à 35 kilometer per uur, ook op een heuvelachtig parcours. In Majorca trapte Sven begin december zelfs eens gemiddeld 318 watt over drie uur. Heel weinig wegrenners die op training zulke wattages en snelheden halen - ook omdat ze die intensiteit al genoeg in wedstrijden bereiken. "Svens resultaten tijdens inspanningstesten spreken voor zich: van de zomer haalde hij een maximaal vermogen van 460 watt. Een persoonlijk record, goed tien watt meer dan in 2008. 'Slechts' twee procent, maar in topsport is dat véél. Dat hij, sinds hij er in 2011 een appartement kocht, heel veel op Majorca vertoefd heeft - zoals ook van de week - heeft daarin zeker meegespeeld. Sven vindt er ideale wegen voor lange duurtrainingen, met veel stevige colletjes. "Wattages zijn weliswaar sterk afhankelijk van het type ergometerfiets en van de testprocedure, maar in vergelijking met de renners van Lotto-Belisol die wij in het Energy Lab (het trainingsbegeleidingscentrum dat Van Den Bosch in 2009 opstartte, nvdr) testen, zit Sven wat dat betreft bij de top tien procent. Ook op de weg zou hij dus méér dan zijn mannetje hebben kunnen staan." "In 2003 bleek Svens grote kwaliteit, die basisuithouding, ook een nadeel. 's Zomers maalde hij immers zoals een wegrenner hoofdzakelijk kilometers. Pas de laatste twee, drie weken voor het seizoen dook hij het veld in, terwijl een crosser bijna het hele jaar op explosiviteit, weerstand en korte ritmeveranderingen moet oefenen. In de voorbereiding op het volgende seizoen hebben we die afwisseling in zijn schema's gestoken: al van in april met specifieke sessies in het veld, veel klimkilometers in de Ardennen en krachttraining op de rollen. "De jaren erna hebben we dat, en nog altijd, blijven herhalen. In de voorbereiding op, en ook tijdens het crossseizoen, trekken we op woensdag naar de bossen van Lichtaart, waar Sven onder meer tot tienmaal een steile zandheuvel op knalt. Ofwel met een langere aanloop, ofwel vanuit stand. Lóódzwaar, maar het werpt zijn vruchten af, want Sven heeft ondanks zijn leeftijd nog niets aan explosiviteit ingeboet. "Ook omdat hij op Majorca, en op de zware hellingen in het mountainbiken, krachtiger geworden is en hij die power door die specifieke sessies nog altijd perfect in één moment kan bundelen. Zijn piekvermogen, gedurende een paar seconden, gaat zelfs tot meer dan 1300 watt. Ruim 500 minder dan een topsprinter als André Greipel, maar die beschikt over een grotere spiermassa. Bovendien is het vooral belangrijk hoeveel watt je één à twee minuten kunt duwen, om bijvoorbeeld steile hellingen als de Koppenberg op te vlammen. Fenomenaal hoeveel kracht Sven dan ontwikkelt. (zie ook puzzelstuk vijf, nvdr) Telkens weer denk ik: het beest is los, als zijn fiets het maar houdt. (lacht) "Meer dan vroeger is zijn sprint nu een extra wapen. Al speelt in een veldrit vooral frisheid daar mee. Wie à bloc zit, kán niet meer versnellen. En Sven heeft op het einde nu eenmaal vaak het meeste overschot... Bovendien gelooft hij nu eindelijk dat hij kan sprinten en past hij ook de juiste techniek toe: niet met de handen boven, maar ónder aan het stuur." "Sven heeft een VO2-max (zuurstofopnamevermogen, nvdr) van ongeveer 80 ml/kg lichaamsgewicht. Véél, zeker voor een gespierde en dus zwaardere atleet als hij (80 ml/kg geldt als de grens van de wereldtop in uithoudingssporten, nvdr). Op zich zegt dat echter weinig - met 72 zou hij evengoed presteren. Belangrijker is welk percentage van je VO2-max je haalt: 75 procent van 80 is bijvoorbeeld minder dan 90 procent van 72. "Ook op dat vlak is Sven bijzonder getalenteerd. In 2006 won hij de cross in Lille - nijdig na een val op het mislukte WK in Zeddam - met een gemiddelde hartslag van 191, amper vijf eenheden onder zijn maximum. Onwaarschijnlijk bijna. Alleen mogelijk als je je melkzuur heel vlug kunt afvoeren en weer als brandstof gebruikt. Én als je een heel brede basisuithouding hebt om zo'n uitzonderlijk herstelmechanisme te ontwikkelen. "Svens mountainbikeavontuur heeft dat hoge-intensiteitsvermogen alleen maar positief beïnvloed. Omdat de duur van de races de laatste twee, drie jaar daalde van ruim 2 uur naar 1.35 à 1.40 uur, moest hij zich minder sparen en kon hij zijn gemiddelde hartslag van in het veldrijden - 180 à 181 - aanhouden. Als je lichaam daarop getraind is, heb je in een cross, die veertig minuten korter is, op het einde nog veel reserves, hé. "Daarenboven zakt Svens hartslag tijdens een wedstrijd bij de minste verpozing met een tiental eenheden. En na een minuut rust zelfs tot onder de 100. Vreemd is wel dat hij op training maximaal slechts 184 haalt, zelfs al kreunt en vloekt hij dan veel meer dan in een cross - wellicht speelt daar de wed- strijdadrenaline mee. "Wegens dat aangeboren recuperatievermogen is Sven zelden total loss na een veldrit, dit seizoen alleen na Tábor, Hamme-Zogge en Essen. Een weekend met twee crossen verteert hij meestal zelfs prima. Na een dag losrijden - al is dat bij hem relatief - kan hij weer een stevige duurtraining aan en zo weer aan zijn basis werken. Dáárom is hij in staat om bijna een heel seizoen op topniveau te presteren, zelfs na een drukke eindejaarsperiode. Van echt pieken naar het BK of WK is er bij hem dan ook geen sprake. "Sven mag zelfs niet té veel rusten. Tot een tweetal jaren geleden lasten we voor een zwaar weekend twee kalme dagen in, maar dan stond hij op zaterdag met dikke benen aan de start. Vaak voelde hij zich 's anderendaags zelfs beter. Daarom geeft hij nu op donderdag nog een paar keer plankgas en rijdt hij op vrijdag nog anderhalf à twee uur. "Om mogelijke vormdipjes op te vangen sliep Sven de voorbije jaren in december een tweetal weken op 1800 à 1900 meter hoogte in een kamer met zuurstofarme lucht. Omdat hij langer op Marjoca gebleven is, liet hij dat deze keer achterwege. Of zijn hematocriet nu 41 of 43 bedraagt - zijn normale, niet eens uitzonderlijke waarden - een invloed op zijn prestaties heeft het amper." "Nog een puzzelstukje dat we, zeker de laatste jaren, bijgeschaafd hebben. Een van de aanpassingen is dat Sven de dag voor de cross minder koolhydraten (spaghetti) eet, omdat die te veel vocht binden. Naast te veel rust een tweede reden waarom hij op zaterdag soms een loom, opgeblazen gevoel had. "Een andere, heel belangrijke, verbetering is dat we sinds twee jaar een uur voor de opwarming op een wedstrijd meten hoe hoog zijn bloedsuikerspiegel is. Als je koolhydraten eet, scheidt de pancreas insuline af om de hoeveelheid suiker weer te doen dalen. Bij Sven is die insulinereactie soms te sterk, waardoor zijn bloedsuikerspiegel te fel zakt en hij futloos wordt - een verschijnsel dat bij veel mensen en sporters voorkomt. In dat geval neemt hij een extra energiereep en wat sportdrank. "Een bekend probleem dat we (gedeeltelijk) onder controle hebben, is zijn groot vochtverlies bij temperaturen boven de 23 graden. Testen in aanloop naar de Spelen van Peking wezen uit dat Sven dan vlug oververhit raakt en twee- tot driemaal meer zout kwijtraakt dan een normaal persoon, met krampen tot gevolg. Dat probeert hij nu op te vangen door tot anderhalve liter per uur te drinken, met extra zout, en door in de opwarming een ijsvest te dragen of met ijs in de nek en rond de pols te starten. "In een herfst/wintersport als veldrijden is dat meestal geen probleem. Alleen in Treviso (2009), Namen (2010) en dit seizoen in Baden kwam hij op een warme nazomerdag geen stap vooruit. Twee procent vochtverlies kan dan tot een daling in het prestatievermogen van twintig procent leiden, terwijl dat bij koud weer slechts een paar procent is. Sven mag in de winter dus veel zweten, zijn lichaam zal nooit oververhit raken. Bo- vendien drinkt hij voor elke cross genoeg om dat vochtverlies ruimschoots te compenseren. En binnen het half uur na de finish neemt hij ook een hersteldrank - een combinatie van eiwitten en koolhydraten. "Qua voedingssupplementen beperkt Sven zich tot wat extra vitamine C en spierherstellende aminozuren. Een atleet die op een normale, gezonde manier eet, hoeft zich echt niet vol te stoppen met tientallen pillen. Vroeger was Sven wel te fanatiek bezig met voeding - élke calorie schreef hij op - maar nu eet hij wat de pot schaft. Heel af en toe zelfs een pak friet, en dat mag gerust." "Sven heeft een perfect uitgebalanceerd lichaam. Enorm afgetraind ook: in 2008 bedroeg zijn vetpercentage nog 7 à 8 procent, nu soms minder dan 6. Vet ingewisseld voor (zwaardere) spieren, want zijn gewicht is gestegen tot 72 à 73 kilo (voor 1m81, nvdr). Met zo'n laag vetpercentage mag hij zelfs een kilo meer wegen, want de Koppenberg op knallen, dat gebeurt puur op kracht, hé. "Die spiermassa heeft Sven vooral bijgewonnen sinds hij in de winter van 2010/11 met rompstabilisatie-oefeningen gestart is. Ervoor deed hij dat ook, maar niet echt gericht. Uit testen bleek toen dat de verhouding tussen zijn verschillende spiergroepen - buik, rug, bil, hamstrings... - niet optimaal was. Met in de voorbereiding om de twee dagen sessies tot anderhalf uur, die hij ook tijdens het seizoen geregeld herhaalt, heeft hij dat onevenwicht nu helemaal weggewerkt. "Resultaat: een lenig, maar tegelijkertijd oersterk lichaam, waardoor Sven als een blok graniet op zijn fiets zit. Zo kan hij vanop zijn zadel en vanuit zijn onderrug enorm veel power genereren. Een groot voordeel op steile hellingen, want zo heb je meer grip dan een renner die moet rechtstaan op de pedalen. "Sowieso zijn sterke rugspieren cruciaal voor een crosser, die veel meer dan een wegrenner schokken moet opvangen: op en van de fiets springen, trappen naar boven lopen terwijl je acht kilo op de schouders meezeult. Hoe ouder en hoe meer crossen achter de... rug, hoe groter de slijtage en hoe kwetsbaarder die spieren worden. "Ook bij Sven, die al in 2004, na een val in Sint-Niklaas, op het WK in Pontchâteau moest opgeven met rugklachten. Een probleem dat hij sindsdien onder controle heeft, onder meer door in elke cross een warmtepleister te dragen, maar vooral door die rompstabilisatie-oefeningen. Na een val, zoals onlangs in Loenhout, gaat hij ook meteen langs bij zijn osteopaat (EindhovenaarPaul Cuppen, die onder meer ex-topzwemmer Pieter van den Hoogenband onder handen nam, nvdr), want het risico blijft. Zie maar hoe er de ochtend van het vorige BK plots iets in zijn rug schoot. Bijna wenend belde Sven me op: 'Het gaat niet...' Maar na een behandeling kon hij gelukkig weer fietsen en gaf hij in Hooglede-Gits een demonstratie. Een mirakel, maar dat is Sven: telkens weer blijft hij me verbazen. Zondag, op het BK in Mol, mag hij dat, ondanks de ziekte van vorige week, gerust nog eens herhalen." DOOR JONAS CRETEUR"In vergelijking met de renners van Lotto-Belisol zit Sven qua testresultaten bij de top tien procent. Ook op de weg zou hij dus méér dan zijn mannetje hebben kunnen staan." "Fenomenaal hoeveel kracht Sven ontwikkelt op een helling als de Koppenberg. Telkens weer denk ik: het beest is los, als zijn fiets het maar houdt."