De trekking voor de achtste finales in de Europabeker voor Landskampioenen leverde Club Brugge in 1990 een fantastische affiche op. Het trad aan tegen Italiaans kampioen en EC1-winnaar AC Milan dat onder Arrigo Sacchi uitgegroeid was tot dé Europese topclub.
...

De trekking voor de achtste finales in de Europabeker voor Landskampioenen leverde Club Brugge in 1990 een fantastische affiche op. Het trad aan tegen Italiaans kampioen en EC1-winnaar AC Milan dat onder Arrigo Sacchi uitgegroeid was tot dé Europese topclub. In San Siro zagen 70.000 kijkers, waaronder flink wat Bruggelingen, hoe trainer Georges Leekens de bus parkeerde voor het eigen doel. Frank Farina liep als enige spits 90 minuten lang op de helft van Milan achter ongrijpbare ballen. De tweede aanvaller, Foeke Booij, zakte diep terug en hielp net als Jan Ceulemans mee op het middenveld. Achterin dirigeerde Cedomir Janevski, die al een jaar niet meer in het eerste elftal had gespeeld, autoritair de verdediging als vervanger voor de onbeschikbare László Disztl. Dankzij een sterk keepende doelman Dany Verlinden, een goed gesloten organisatie, slordige afwerking van de Milanezen en 36 begane fouten (tegenover zes voor de thuisploeg) hield Club de 0-0 op het bord. Twee keer slechts kwam het op de helft van de thuisploeg, met kopballen van Farina, die na dat seizoen verkocht zou worden aan het Italiaanse Bari. Voor de terugmatch waarschuwde Milancoach Sacchi voor overdreven optimisme: 'Ik schat Brugge zelfs hoger in dan Real. Dat soort ploegen heeft door de aanwezigheid van individueel talent zo'n eigendunk dat ze op sommige momenten nonchalant en ongeconcentreerd voetballen.' Dat Club zich toch opnieuw als underdog presenteerde, vond Ruud Gullit maar niets: 'Typisch Belgisch. Altijd roepen ze dat ze er niet zo veel van kunnen, maar als je kampioen van België wordt, heb je gewoon een goeie ploeg. Nou, zeg dat dan gewoon.' In Brugge scoorde Milan kort na rust, en de thuisploeg bleef tot het einde aanklampen tegen het sterrenteam, waar Marco van Basten nog rood kreeg nadat hij een elleboogstoot uitdeelde aan zijn bewaker Pascal Plovie. Echt aanspraak maken op de kwalificatie kon Club niet. Een ronde verder stootte Milan zichzelf uit de beker door tegen het Marseille van Raymond Goethals en Jean-Pierre Papin bij een lichtpanne van het veld te stappen. Gevolg: een jaar geen Europees voetbal, en dat jaar ook geen prijs. Sampdoria won in Italië de titel, terwijl Club die prijs in België aan Anderlecht moest laten.