P aul Van Himst was de eerste bekende voetballer met wie ik sprak. Zijn broer André woonde destijds bij ons in het dorp, waar hij lang café hield : Den Eendracht, op zondagmorgen na de hoogmis de favoriete pleisterplek van mijn pa en ik. Hij voor een pint met de vrienden, ik voor een cola en een stuk chocola. André leek in mijn jonge jaren als twee druppels water op zijn bekende broer. Hij kon ook heel goed voetballen, wat hij deed bij Eendracht Welle, in de volksmond bekend als de biljartclub, één van de vijf caféploegjes van het dorp. Na hun wedstrijden probeerde ik stiekem zijn traptechniek na te bootsen. Toegegeven, met weinig succes. Paul kwam geregeld langs bij zijn broer en dan stopte hij steevast bij ons thuis om zijn tank vol te gooien. Verder dan geld ontvangen ging onze relatie niet, maar ik vond het altijd een hele eer wanneer hij vroeg : " Alles goed, manneke ?"
...

P aul Van Himst was de eerste bekende voetballer met wie ik sprak. Zijn broer André woonde destijds bij ons in het dorp, waar hij lang café hield : Den Eendracht, op zondagmorgen na de hoogmis de favoriete pleisterplek van mijn pa en ik. Hij voor een pint met de vrienden, ik voor een cola en een stuk chocola. André leek in mijn jonge jaren als twee druppels water op zijn bekende broer. Hij kon ook heel goed voetballen, wat hij deed bij Eendracht Welle, in de volksmond bekend als de biljartclub, één van de vijf caféploegjes van het dorp. Na hun wedstrijden probeerde ik stiekem zijn traptechniek na te bootsen. Toegegeven, met weinig succes. Paul kwam geregeld langs bij zijn broer en dan stopte hij steevast bij ons thuis om zijn tank vol te gooien. Verder dan geld ontvangen ging onze relatie niet, maar ik vond het altijd een hele eer wanneer hij vroeg : " Alles goed, manneke ?"Morgen (donderdag) wordt hij zestig. Het icoon van de Belgische voetbalsport, de man die wandelt op gouden schoenen, zoals de titel van zijn in 1971 uitgebrachte biografie suggereert. Het manneke uit Negenmanneke, een wijk op de grens tussen Anderlecht en Sint-Pieters-Leeuw, schopte het ver. Als klein, blond dikske kwam hij ter wereld. Opgroeien deed hij aan de rand van Brussel, dichtbij de wijk het Rad, waar de Anderlechtjeugd zijn opleiding genoot. Als klein blond dikske ook kwam hij aan de hand van zijn tante op Anderlecht vragen of ze hem geen kaart konden laten tekenen, "want er viel met hem geen huis te houden, zo bezeten van voetbal was die". Amper acht was hij, twee jaar te jong nog voor een aansluiting. Maar toen dat klein blond dikske met een bal begon te jongleren, aarzelden ze niet hem snel een aansluitingskaart onder de neus te duwen - de datum vulden ze later wel in. Er zouden er zich in de jaren die kwamen velen op de borst kloppen omdat ze zijn talent zogezegd hadden ontdekt, maar onhandelbaar was de echte reden waarom hij op dat moment voetballer werd. In de biografie zegt Just Fontaine, bekend Frans topschutter, het volgende over Paul Van Himst : "Een grote sterke blonde jongen, wiens stijl niet overeenstemt met zijn fysiek. Zijn spel is immers gebaseerd op technische finesse, de intelligentie, het vloeiende gebaar, zijn zin voor collectiviteit. Voor ons Fransen is hij steeds een nachtmerrie geweest. Men heeft hem kunnen verwijten dat hij niet kan vechten (ik niet), en dat hij wat week is, alhoewel hij met zijn lichamelijke middelen iedere trap zou kunnen teruggeven. Laten we liever wensen dat scheidsrechters optreden tegen de brutale spelers en Van Himst zijn fair play mag bewaren." Hij zou het in de Anderlechtjeugd nog vaak te horen krijgen : opmerkingen of hij niet te veel at en over zijn manier van spelen. Kerstdag 1959 - Van Himst is pas zestien geworden - gooit Anderlecht hem voor de leeuwen in een uitwedstrijd tegen Beringen. De Brusselaars winnen met 1-5, Van Himst scoort niet, maar komt wel met zijn foto in de kranten. Scoren doet hij op 5 januari 1960 in de thuiswedstrijd tegen la Gantoise, zijn debuut in het Astridpark. Anderlecht wint met 4-0 en het laatste doelpunt, elf minuten voor tijd, is van hem. De kranten storten zich op de nieuwe ster. Op het einde van dat seizoen speelt Anderlecht een vriendschappelijke wedstrijd tegen Santos, met Pelé. In zijn biografie vertelt Van Himst dat op de receptie achteraf Pelé de hele tijd zijn gezelschap opzocht en in het Engels voortdurend over zijn leven zat te vertellen - zoals dat ze hem al in het vierde leerjaar van school hadden gestuurd. Zoals Vincent Kompany nu ging Paul Van Himst toen ook nog naar school. Anderlecht schakelde over naar het semi-professionalisme en vier namiddagtrainingen per week. Hoe hij het allemaal combineerde, vroegen ze hem op de club. Zijn antwoord : "Eenvoudig : mijn broer is een jaar vooruit met zijn studies en zit bij mij in de klas. Hij maakt twee huiswerken in plaats van één. Verder leert er in het hele instituut niemand sneller zijn lessen dan ik. Eigenaardig genoeg vergeet ik ze even snel..." Omdat het met die schoolloopbaan toch nooit wat zou worden, ging hij later werken op het kolenbedrijf van Albert Roosens. Van Himst : "'s Morgens kreeg ik mijn opdrachten. Draag die zak naar meneer X in Halle. Dan nam ik de tram. Vaak bleek dat ik vanaf de halte nog een half uur moest lopen met die zak op mijn schouders. Ik was blij als het middag was en ik kon trainen." D e blanke Pelé doopten ze hem. "Wat ik bij Van Himst bewonder," zei Johan Cruijff, "is de beheersing die hij bezit tegen de ongelooflijke tackles die bij het moderne voetbal schijnen te horen." Van Himst was een aanvaller, maar geen midvoor. Liever wandelde hij de bal in de goal, dan hem tegen het net te schieten. "Het probleem dribbelen of scoren heb ik dikwijls in een flits moeten oplossen", zei hij daarover in 1971. "Persoonlijk vind ik dat het aangewezen is om steeds voorbij de doelman te dribbelen. Niet uit misplaatste fierheid of om het op een ingewikkelde manier te doen, maar omdat men evenveel kans op scoren heeft als een aanvaller die in één van de opengelaten hoeken probeert te schieten. Sommigen hebben evenwel de gelegenheid nooit voorbij laten gaan om kritiek uit te oefenen als ik al eens een stap te ver zette of als een grijparm de bal nog net tussen de voeten weghaalde." Op 19 oktober 1960, veertien dagen na zijn 17de verjaardag, debuteert hij als international tegen Zweden. Zijn laatste van in totaal 81 interlands speelde hij in december 1974 tegen Oost-Duitsland, waarin hij na een kwartier geblesseerd raakte. Ook hier een haat-liefdeverhouding. Na het WK in Mexico bedankt Van Himst zelfs even - voor twee wedstrijden. De biografie focust uitgebreid op de problemen van toen. Het eerste WK voor de Belgen sedert 1954, een voorbereiding die in het honderd liep, clans onder de spelers, wrijving met keuzeheer Raymond Goethals, een zogezegde boycot van de Anderlechtaanvallers tegen Bruggeling Raoul Lambert. Van Himsts critici haalden de hakbijl boven en diepten een controverse uit die hem al lang op clubniveau achtervolgde. Uit Op Gouden Schoenen : "Hij, de voetballer, werd gebrandmerkt als een juffer, als een inzake karaktersterkte nooit volwassen geworden speler, die van als hij over de grenzen van België en Frankrijk werd meegenomen, al te zelden boven een bescheiden peil uitklom. Paul was door het huidige voetbal voorbijgestreefd. Hij was blijven vasthouden aan een verouderde trant, een niet meer geldend systeem. Hij was te week en te lankmoedig om zich te kunnen opdringen in de keiharde voetbalgevechten tijdens matchen met inzet. Hij was nog alleen goed om zijn talent aan de man te brengen in vriendschappelijke wedstrijden, waarin het voornamelijk op de show aankwam. Kortom, hij werd gedoodverfd als een parel die zijn glans had verloren, een namaakjuweel. Die Van Himst kon men in de nationale ploeg niet meer gebruiken." De auteurs laten Van Himst reageren : "Aanvankelijk stoorde ik me er niet te fel aan. Ik waande die hetze van voorbijgaande aard. Hoe vergiste ik me. Ik heb het me naderhand dikwijls beklaagd toen niet onmiddellijk te hebben beslist voor de selecties van de nationale ploeg te bedanken. Maar ik was jong, te braaf... Akkoord, ik heb bij enkele gelegenheden gefaald op het gebied van mentale en morele weerbaarheid, ook op het speltechnische vlak, maar dat men vooral niet komt aandraven met gemiste doelkansen."Toen de kritiek na de uitschakeling bleef aanhouden, schreef de getergde speler in september 1970 een brief naar de bond met de melding dat hij geen Witte Duivel meer wilde zijn. Pas twee interlands later lijmden tussenpersonen de brokken tussen hem en Raymond Goethals. De beste prestatie uit zijn carrière, vindt Paul Van Himst, leverde hij op 20 april 1966 in Parijs in de met 0-3 gewonnen interland tegen Frankrijk. L'Equipe schreef : "Dat Van Himst de Ballon d'Or nog nooit heeft veroverd, is ongetwijfeld omdat hij dikwijls het slachtoffer werd van de mislukkingen van Anderlecht en van het Belgische nationale elftal in de officiële internationale competities. Hoe kunnen Franse verdedigers een tijger opsluiten in een kooi ?" Anderen vonden dan weer dat hij iets miste voor de wereldtop. Duelkracht namelijk. Van Himst onderkent dat probleem. In 1971 : "Om zo ver te komen heb ik mezelf moeten forceren, want dat stemt eigenlijk niet met mijn aard overeen. Maar wat wilt ge, ik voelde goed aan dat er iets moest veranderen. Wat nog niet wil zeggen dat ik echte brutaliteiten zou gaan goedkeuren. Ik veracht die nog altijd evenzeer. Vooral het kapiteinschap dat ik nu enkele jaren bij Anderlecht en in de nationale ploeg waarneem, heeft me tot een hardere houding op het terrein aangespoord. Ik ga de tegenstander niet meer uit de weg." In 1974 wordt die nieuwe houding bekroond met zijn laatste Gouden Schoen als speler. Als coach zal hij met dezelfde dualismen worden geconfronteerd. In Anderlecht kwam hij na Tomislav Ivic, heette zijn aanpak aanvankelijk verfrissend te zijn, daarna te los. Eén titel, twee keer tweede en twee Europese finales, waarvan één gewonnen : dat staat er op zijn palmares. Zijn passages in Molenbeek werden, als speler (knieblessure) noch als trainer, een succes. Als bondscoach leek het aanvankelijk wel te lukken. In 1991 nam hij over toen België uitgeteld was in de kwalificatie voor het EK 1992 in Zweden. Hij leidde België naar het WK van 1994 in Amerika. Na de nederlaag tegen Saudi-Arabië kwam het nooit meer goed. Hij begon nog aan de volgende EK-campagne, maar won van de daaropvolgende dertien interlands er maar vijf. De kritiek nam toe en op 13 april 1996 werd hij ontslagen. Ontgoocheld trok Van Himst zich terug uit het voetbal. door Peter T'Kint'Elke dag sta ik vroeg op. Dat kon ik vroeger niet.' (Paul Van Himst) 'Een grote sterke blonde jongen, wiens stijl niet overeen-stemt met zijn fysiek.' (Just Fontaine)'Hoe kunnen Franse verdedigers een tijger opsluiten in een kooi ?' (L'Equipe, 1966)