Als de hele hetze omtrent de niet-selectie van Radja Nainggolan ons iets geleerd heeft, is het wel dat onze nationale ploeg leidersfiguren ontbeert. Er zijn geen persoonlijkheden meer, sire.
...

Als de hele hetze omtrent de niet-selectie van Radja Nainggolan ons iets geleerd heeft, is het wel dat onze nationale ploeg leidersfiguren ontbeert. Er zijn geen persoonlijkheden meer, sire. We verbazen ons niet over de toorn die bondscoach Roberto Martínez over zich heen krijgt. Wel dat alleen hij als grote boeman wordt aangeduid. De Bruyne, Hazard, Kompany, Courtois... plegen schuldig verzuim. Makkelijk is het al die jaren geweest om Marc Wilmots met de vinger te wijzen: 'tactische onbenul'. Dat deze Belgische nationale ploeg amper grote persoonlijkheden en winnaarsmentaliteit bevat, is een andere waarheid. Wie gaat België komen redden als je in een kwartfinale 0-1 achter staat in minuut 70? Wie gaat de bal in doel rammen vanuit de tweede lijn? Mousa Dembélé, fantastisch technicus ten spijt, met zijn gebrei waar geen einde aan lijkt te komen? Kom nou. Altijd weer verbazen wij ons over hoe mensen vastzitten in oude denkpatronen met de trainer als allesbepalende figuur. Weet iemand wie bondscoach was van Frankrijk in 1998? Het grote Frankrijk met charismatische figuren Zidane, Deschamps, Blanc, Barthez, Thuram, Desailly, Henry... Iemand? Aimé Jacquet! Wie? Inderdaad. Diezelfde Bleus werden in 2006 geleid door Raymond Domenech, die vier jaar later in 2010 in Zuid-Afrika door de eigen spelers beschimpt werd met krachttermen die niet voor publicatie vatbaar zijn. Nochtans een trainer die een WK-finale haalde ... maar rustig mocht meesurfen op de golven van Zidane, Ribéry en co. Het Ajax van begin jaren 70, dat onder de leiding van Johan Cruijff driemaal op rij Europacup I won, werd getraind door een nobele onbekende Roemeen: Stefan Kovacs. Hij dankt in de hemel God nog iedere dag op zijn blote knieën dat hij Cruijff mocht trainen. Nederland zat in 2014 met een soortgelijk geval-Nainggolan. Toenmalig bondscoach Louis van Gaal was niet tuk op Wesley Sneijder. Hij diende zijn conditie te verbeteren en hij moest leren mee verdedigen. Zo niet mocht Sneijder thuis blijven. Toen dit een topspeler en grote persoonlijkheid als Arjen Robben ter ore kwam, nam hij contact op met van Gaal: 'We hebben die Sneijder wel nodig hé, coach. Ik zou hem toch gewoon maar meenemen als ik jou was.' WK 2014. Nederland-Mexico. Achtste finale. Minuut 88. Nederland staat 0-1 achter in een loden hitte. Oranje staat op de rand van de uitschakeling. Tot er plots een mannetje opstaat: Wesley Sneijder. Hij neemt een afvallende bal van buiten de zestien op de slof en knalt hem staalhard in doel. Herinner je ook het beeld in de verlengingen van de halve finale Nederland-Argentinië waar Robben, als aanvoerder en beste speler van het toernooi, het woord nam en zijn medemaats aanvuurde. Van Gaal stond er wat verweesd bij te kijken. De grote Louis van Gaal. Overruled door zijn sterspeler. En zo hoort het. Mensen denken dat een bondscoach naar een WK gaat en dat er 23 spelers mee mogen. Het is net omgekeerd. Grote spelers gaan naar een WK en de bondscoach mag mee.