E rwin Kostedde was in 1974 de eerste niet blanke voetballer die in de Duitse nationale ploeg debuteerde. De zoon van een Amerikaanse soldaat en een Duitse moeder bracht het niet verder dan drie interlands. De Duitsers vonden het maar niets dat Kostedde, die nog voor Standard gespeeld heeft, de heilige wit-zwarte kleuren van de Mannschaft mocht dragen. Hij werd geregeld uitgefloten en voelde zich een gevangene van het racisme. Na zijn carrière belandde Kostedde een tijdje in de goot.
...

E rwin Kostedde was in 1974 de eerste niet blanke voetballer die in de Duitse nationale ploeg debuteerde. De zoon van een Amerikaanse soldaat en een Duitse moeder bracht het niet verder dan drie interlands. De Duitsers vonden het maar niets dat Kostedde, die nog voor Standard gespeeld heeft, de heilige wit-zwarte kleuren van de Mannschaft mocht dragen. Hij werd geregeld uitgefloten en voelde zich een gevangene van het racisme. Na zijn carrière belandde Kostedde een tijdje in de goot. In 2001 was Gerald Asamoah de eerste echte zwarte voetballer in de Duitse nationale ploeg. De uit Ghana afkomstige aanvaller, die tegenwoordig onder contract staat bij het naar de Bundesliga gepromoveerde FC St. Pauli, geraakte aan 43 interlands, maar de natie sloot hem niet echt in de armen. Terwijl landen als Frankrijk en Nederland via multiculturele invloeden hun niveau optrokken en hun spel met frivoliteit overgoten, bleef Duitsland vasthouden aan vastgeroeste ideeën. Naar het beeld van een land dat zich voedt aan de bron van het conservatisme. Maar met de tijd vervagen de denkbeelden. Nu zijn Mesut Özil en Sami Khedira de nieuwe sterren van het Duitse voetbal, de revelaties van het WK in Zuid-Afrika. Het leverde hen een transfer naar Real Madrid op. Özil is een volbloed Turk, Khedira van Tunesische afkomst. Samen met de van Hamburg naar Manchester City getransfereerde Jérôme Boateng, een verdediger met Ghanese roots, staan zij model voor een cultuurbreuk in het Duitse voetbal. Zij zorgen in de vroeger zo starre Duitse nationale ploeg voor subtiele creativiteit en voor meer technisch vernuft. Het vormde de basis voor een uitstekend WK, waarin Duitsland met fris en sprankelend voetbal derde werd. Dat die jonge voetballers vervolgens een lucratieve overstap maakten naar het buitenland en een vedette als Michael Ballack terugkeerde (van Chelsea naar Bayer Leverkusen) is naar Duitse begrippen de omgekeerde wereld. En dat de Duitse voetbalbond destijds bij Mesut Özil aandrong om voor Duitsland te kiezen en niet voor Turkije is ook al nieuw. Vroeger werd er geen enkele poging gedaan om dat soort voetballers te 'bekeren' .Het wemelt bovendien in alle jeugdploegen van clubs uit de Bundesliga van donkere voetballers. Ook dat is een nieuwe trend die kadert in een mentaliteitsverandering die zich ook buiten het voetbal doortrekt. Duitsland, dat het WK 2006 ook gebruikte om af te rekenen met het verleden, wil zich steeds meer presenteren als een tolerante natie. Een land waarin buitenlanders zich goed moeten voelen. Dat is wel eens anders geweest. Deze nationale ploeg representeert als het ware de Duitse samenleving. Het is een mix van spelers uit Beieren, het Ruhrgebied en immigranten. Zo heeft bijvoorbeeld Mesut Özil ervoor gezorgd dat de omvangrijke Turkse gemeenschap in Duitsland (Berlijn is qua inwoners de derde grootste stad van Turkije) zich volop met de Mannschaft identificeert. De multiculturele invloeden zullen in de toekomst steeds groter worden. Niets zal er nog overblijven van een ploeg die drijft op engagement en loopvermogen. In zijn filosofie over voetbal zegt de Duitse bondscoach Joachim Löw dat hij een concept heeft ontwikkeld waarin zijn team de ster moet zijn en er geen afhankelijkheid is van individuen. Toch is het de verwachting dat al die jonge voetballers zich nadrukkelijker gaan profileren. Ze zijn de exponenten van de manier waarop er met de jeugd wordt gewerkt. De afgelopen tien jaar is er gigantisch veel geld geïnvesteerd in opleidingscentra door het hele land. Duitsland telt 46 clubacademies en 366 trainingscentra waar de beste regionale talenten wekelijks les krijgen van een DFB-coach. Daar staan de modernste faciliteiten en de beste mensen ter beschikking. Met dokters en fysiotherapeuten, fitnesscoaches en sportpsychologen. Van alle jeugdinternationals is de laatste jaren een database opgezet met medische gegevens, de uitslagen van persoonlijkheidtesten en psychologische onderzoeken. Maar bovenal wordt het accent gelegd op snel en op techniek geschoeid voetbal. Er is de afgelopen jaren door de clubs veel geld uitgetrokken voor competente jeugdtrainers en een professionele omkadering. Ook dat leidt tot een verhoging van het niveau. Duitsland werd in 2007 Europees kampioen bij de -21, toen nog met een ploeg waarin slechts drie spelers stonden die in hun club speelden. Nu wordt het huidige team (met acht spelers die al een vaste plaats hebben in hun respectieve vereniging) nog meer talent toegemeten. Al blijkt dat op het veld niet: de jonge Duitse ploeg werd uitgeschakeld voor deelname aan de Olympische Spelen van 2012 in Londen, volgens insiders omdat er door trainer Rainer Adrion verkeerde tactische keuzes waren gemaakt. Het ligt in de lijn van de verwachting dat hij daarop zal worden afgerekend. Adrion kwam op 1 juli 2009 in plaats van de met zijn gezondheid sukkelende Horst Hrubesch op deze positie terecht, op voorspraak van Joachim Löw. Intern kwam het daarover zelfs tot een botsing met sportdirecteur Matthias Sammer die het niet zo op Adrion had begrepen. Nu worden al die talenten door de pijnlijke eliminatie in hun internationale ontwikkeling geremd. Toch geldt Joachim Löw als de architect van de huidige successen. Dat is opmerkelijk voor iemand die het als clubtrainer nooit kon maken. Voor hij door Jürgen Klinsmann gevraagd werd om te helpen bij de omvorming van het Duitse voetbal en op 1 augustus 2004 in dienst trad van de DFB, werkte Löw in het professionele voetbal voor zes clubs en werd hij drie keer voortijdig ontslagen. Als bondscoach bloeide hij helemaal open. De grote kwaliteit van Löw ligt in zijn psychologisch inzicht, in zijn vermogen om spelers een goed gevoel te geven. Hij geeft vertrouwen en straalt in alle omstandigheden rust en sereniteit uit. Ook jonge voetballers voelen zich goed onder de vleugels van Löw. Vooral ook in de wetenschap dat hij resoluut de kaart van de jeugd wil blijven trekken. De gemiddelde leeftijd van de Duitse ploeg die aan het WK in Zuid-Afrika deelnam, ligt bij 24,7 jaar. Die moyenne zal nog dalen, al waakt Löw erover dat er voldoende ervaring en leiderschap in het team schuilt. Hij wil naar een voetbal waarin de ploeg in staat is de tegenstander 90 minuten haar wil op te leggen. Van het WK onthoudt hij vooral dat er in de halve finale tegen Spanje te veel respect voor de tegenstander werd getoond. Dat leidde, zo liet hij zich binnenskamers ontvallen, tot angst en krampachtigheid. Maar het maakt deel uit van het ontwikkelingsproces van een jonge ploeg. door jacques sysDe multiculturele invloeden zullen in de toekomst steeds groter worden.