F loyd Landis vond nieuwe levensvreugde in Leadville, Colorado, tussen een discountwinkel en een handel in alcoholische dranken, op een hoogte van 3094 meter. In een wit, oud hoekhuis met diepe groeven en afgebladderde tapijten heeft hij vrede gesloten met de wereld. 'Ik heb donkere jaren gekend, maar nu kan ik weer rustig slapen', zegt de inmiddels 42-jarige Landis. 'Ik doe nu iets waarvan ik overtuigd ben.'

Landis runt nu een zaak in hennepproducten die moeten helpen om pijn te verzachten. Colorado legaliseerde cannabis in 2014. Twee jaar later verwierf Landis een licentie om handel te drijven in dit dorpje van 2700 inwoners, op anderhalf uur autorijden van Denver. De zaken lopen goed.

Vijftien jaar lang stond het leven van Floyd Landis in het teken van het wielrennen. Hij reed voor US Postal, het team van Lance Armstrong, en hielp de Texaan de Alpencols te overwinnen bij drie van diens zeven zeges in de Ronde van Frankrijk. Maar het waren besmette, vuile overwinningen: Armstrong was een bedrieger, een van de breinen achter een verderfelijk dopingsysteem. Ook Landis dopeerde zich.

LIEGEN EN BEDRIEGEN

De geschiedenis van Floyd Landis is typisch voor deze sportdiscipline. Om het maximum uit zichzelf te halen geven de atleten alles. Ze trainen tot aan de grens van de uitputting, ze nemen doping en brengen hun gezondheid in gevaar, ze liegen en bedriegen. Maar de geschiedenis van Floyd Landis is op hetzelfde moment ook atypisch voor deze wereld. Want nadat hij als dopingzondaar werd gebrandmerkt, verloor Landis alles, werd ziek, klauterde weer overeind en werd een van de scherpste critici van deze sport.

Na jaren van aarzeling pakte Landis uit en diende in juni 2010 een klacht in tegen Armstrong en het US Postalteam. Indien die toen schuldig was bevonden had hij Armstrong allicht in de afgrond geduwd. Nu was het wachten op een nieuw proces dat Landis tegen hem aanspande. Nadat hij zijn Tourzege in 2006 kwijtraakte wees hij Armstrong aan als de kwade genius. Maar die kocht dit proces af en ontliep een schadeclaim van 100 miljoen dollar.

Floyd Landis zit aan zijn bureau, in de ruimte staat ook een hometrainer. 'Sinds een paar jaar fiets ik weer', zegt hij en kijkt even op. 'Maar het hoeft niet meer snel te gaan.' Onder de pull van de afgetrainde voormalige Tourwinnaar tekent zich een buikje af, hier en daar is er een grijs haartje zichtbaar. 'Lance is een meedogenloze klootzak', zegt Landis over zijn voormalige kopman. Hij wil vertellen hoe hij de dingen ziet, maar heeft dorst. Het is op een dinsdag, even voor half twee. 'Tijd voor een eerste drink, James?', vraagt Landis aan een man die wat verderop zit. James, een zestiger, zit op een campingstoel en toeft elke namiddag in het bureau van Landis. Hij kent iedereen in Leadville, zijn anekdotes kunnen boeken vullen. 's Middags, tijdens het eten, had hij nog verteld hoe de Hells Angels ooit in het dorp waren binnengevallen en een van de motorrijders hem had verplicht om met diens vriendin te vrijen, voor de ogen van iedereen. Landis kwam niet bij van het lachen toen hij dat verhaal hoorde.

Lance Armstrong is geen leider maar een tiran.' - Floyd Landis

Landis komt terug met onder de arm twaalf blikjes bier. 'Cheers, James', zegt hij, neemt een slok en gaat weer zitten.

NACHTELIJKE TRAININGEN

Het verhaal van cannabisverkoper Floyd Landis begint in Farmersville, een door mennonieten bewoonde gemeente in Pennsylvania. Mennonieten, een van de meest radicale strekkingen van het protestantisme, leven in geïsoleerde enclaves en weigeren afhankelijk te zijn van moderne technologie. De jonge Floyd streefde naar vrijheid en vond die op de fiets. Wielrennen groeide voor hem uit tot een soort drug. Op zijn zestiende reed hij zijn eerste koers, in een lange broek, zoals dat van zijn ouders moest. Hij verloor geen enkele wedstrijd. Tenminste, als hij aan de start stond. 's Zondags mocht hij niet koersen, in plaats daarvan zat hij in de kerk. De ouders probeerden hem van de trainingen af te houden, maar Floyd wilde niet leven onder de strikte conventies. Hij sloop 's nachts uit het huis en ging trainen op verlaten landstraten.

In 1999 tekende hij zijn eerste profcontract, bij het bescheiden Mercury. Hij werd derde in de Ronde van de Toekomst. De ploeg van Lance Armstrong klopte bij hem aan, maar Landis lag contractueel vast. Twee jaar later ging Mercury over de kop en liet Landis horen dat hij beschikbaar was. Armstrong had op dat moment al drie keer de Ronde van Frankrijk gewonnen. Dat die resultaten er niet alleen kwamen door harde trainingen, was hem al heel vroeg duidelijk. 'Ik zag snel dat er bij deze ploeg doping werd genomen', zegt Landis.

In juni 2002, één maand voor zijn eerste Tour, moest hij vanuit Frankrijk per helikopter naar het Zwitserse Sankt-Moritz vliegen. Daar, vertelt Landis, overhandigde Armstrong hem een pak met testosteronpleisters, 2,5 milligram. Twee dagen op drie kleefde Landis een pleister op de buik. Voor de verdere behandeling stond er een expert ter beschikking: de vermaarde Italiaanse sportdokter Michele Ferrari, later Dottore Epo genoemd. 'Tijdens ieder trainingskamp en bij iedere wedstrijd was Ferrari erbij', zegt Landis. 'Dat was heel bizar.'

Jaren in dienst van Lance Armstrong: 'Het was altijd de schuld van de anderen.', belgaimage
Jaren in dienst van Lance Armstrong: 'Het was altijd de schuld van de anderen.' © belgaimage

Ferrari schreef hem een individueel dopingprogramma voor: bloedtransfusies, groeihormonen, het bloedmiddel epo en het testosteron Andriol dat met olijfolie toegebracht werd. Landis liet het zich allemaal toedienen, zoals allicht alle renners die voor de Ronde van Frankrijk genomineerd werden. 'Je kon niet anders dan meedoen als je de Tour wilde rijden', zegt Landis en opent het volgende blikje bier. 'Dat betekent echter niet dat ze je daartoe dwongen. Ik heb dat vrij beslist.'

VLUCHT IN ALCOHOL

In een verklaring die Floyd Landis eerder, onder eed, voor het gerecht aflegde, vertelde hij in een anekdote over de dopingpraktijken in de Postalploeg. Tijdens de Tour 2004 zou de chauffeur van de bus na een rit in panne zijn gevallen. In een afgelegen straat in de bergen legden de renners zich in de bus neer en kregen een bloedtransfusie. Na een uur waren ze verzorgd en was de zogenaamde panne opgelost.

Drie jaar, tot eind 2004, maakte Landis deel uit van deze samenzwering. Hij was een dader. Zoals zoveel anderen. In het peloton waren ze daarvan op de hoogte. 'Het was ons duidelijk dat ook de Telekomploeg doping nam, wij wisten van het programma in Freiburg', vertelt Landis. Uiteindelijk verliet hij US Postal niet vanwege alle dopingverhalen, maar voor Armstrong. Wat hem dan zo aan Armstrong ergerde? 'Sorry', zegt Landis. Hij moet even onderbreken. Zijn gsm flikkert, hij leest een mail, rustig, haast roerloos. Dan grijpt hij in het karton opnieuw naar een blikje bier. Buiten woedt er intussen een sneeuwstorm.

Nogmaals: wat heeft hem zo aan Armstrong gestoord? Landis fronst de wenkbrauwen. 'Ik kon hem niet meer verdragen', zegt hij. 'Lance Armstrong denkt alleen aan zichzelf. Hij is geen leider maar een tiran.' Landis spreekt snel. 'Altijd was het de schuld van de anderen', voegt hij er nog aan toe. De ploegmaats maakten zich ondergeschikt aan Armstrong maar hij, die uit het starre leven van de mennonieten was gevlucht, deed dat niet. Hij herinnert zich een voorval uit zijn beginperiode bij US Postal: in Spanje regende het, Landis schrapte een trainingsdag en zette zich in een café. Toen hij wilde betalen stonden er dertien cappuccino's op de rekening. De dag nadien werd hij door Armstrong gebeld. Of hij een koffievergiftiging wilde oplopen? 'Lance was niet kwaad omdat hij zich zorgen maakte om mij maar omdat ik niet deed wat hij wilde', zegt Landis. 'Terwijl mijn instelling was: ik doe alles in de koers, maar daarbuiten moet je me met rust laten. Dat vond hij niet kunnen.'

Het kwam tot een ruzie, Landis trok naar Phonak. Voor Armstrong een loyaliteitsbreuk. Landis: 'Hij zei geen woord meer tegen mij.' Ook bij Phonak dopeerde Landis zich, in eigen regie, maar, zo beweert hij, met medeweten van de ploegleiding.

Of hij toen een slecht geweten had tegenover de supporters, tegenover zijn familie? 'Nee', zegt Landis. 'En ik begrijp niet dat er mensen zijn die zich daarover opwinden. De wielersport is een wereld met eigen regels. Bij de maffia vindt men het ook eervol als je loyaal bent tegenover de clan. Dat is nu niet anders. Ik heb niet bedrogen, alleen meegespeeld.'

In dit spel droomde Landis nog van een Tourzege. Het lukte hem in 2006. Op 23 juli bereikte hij in de gele trui de Champs-Elysées. Hij werd vereerd. Maar vier dagen later volgde de ontnuchtering: een positieve dopingtest op testosteron, in de door hem gewonnen zeventiende rit. Landis begrijpt het tot vandaag niet. 'Ik heb niets anders gedaan dan gewoonlijk.' Elke avond had hij epo genomen, op twee van de drie dagen groeihormonen, een week voor het einde van de Tour spoot hij zich eigen bloed in.

Landis werd voor twee jaar geschorst. Toen dat werd bevestigd nam hij de trofee die hij in Parijs kreeg, liep het balkon op en wierp de porseleinen beker op de oprit. Het aandenken aan de grootste triomf uit zijn carrière versplinterde in duizend stukken, Landis stond voor de scherven van zijn loopbaan.

Hij vluchtte in alcohol, slikte elke dag vijftien pijnstillers, werd depressief, zijn huwelijk liep op de klippen. 'Om zelfmoord te plegen was ik niet moedig genoeg', zegt hij vandaag. Hij was er toen niet klaar voor om het hele systeem bloot te leggen. Ook al werd hij door zijn collega's gemeden.

Dat veranderde toen hij in 2010 geen invitatie kreeg voor de Ronde van Californië. Daarvoor, zo werd Landis in het oor gefluisterd, had Lance Armstrong gezorgd. Tussen beiden was pure haat gegroeid. Landis trok vervolgens zijn boekje open. Een juridische strijd ontbrandde. Armstrong loog, zoals hij dat heel zijn carrière had gedaan. Toen het belastend materiaal zich opstapelde, werd hij levenslang geschorst. De zeven Touroverwinningen werden hem afgenomen.

NOG EEN BIERTJE

In Leadville is de straat inmiddels dicht gesneeuwd. Er staat een nieuw proces voor de deur, maar zijn advocaat heeft hem inmiddels laten weten dat Armstrong geen 100 maar vijf miljoen dollar moet betalen. Daarvan krijg Landis 1,1 miljoen. Daar moet hij belastingen op betalen, een deel gaat naar zijn advocaat. Omdat er nog andere rekeningen openstaan, zal er niets overblijven. 'Maar het is mij nooit om het geld gegaan', zegt Landis.

Het wordt stil in de woonkamer. Maar wat wil Landis nu eigenlijk? 'Het systeem ten val brengen want Lance is niet de enige klootzak in deze wereld.' Hij schakelde daarvoor zelfs de regering in. Maar zijn poging mislukte. 'Er is vandaag helemaal niets veranderd. In de achtergrond zijn nog altijd dezelfde mensen actief. Landis neemt nog een biertje, het laatste van de namiddag. Hij praat over de Skyploeg. En over Chris Froome. 'Die rijden net zo snel als wij destijds bij US Postal. Hoe kan dat nu? Je hebt miljarden jaren nodig voor een evolutie, maar geen tien jaar. Het is gewoon belachelijk dat de sponsor die ploeg verder steunt.'

Maar hij vindt het te gemakkelijk om alleen met de vinger naar de wielersport te wijzen. Hij stelt vast dat het WADA, het wereldantidopingagentschap, zijn opgave niet vervult: 'Het hele systeem is puur bedrog en diende nooit om doping te stoppen. Het WADA is niet meer dan een pr-instrument voor de functionarissen die zo kunnen zeggen dat ze iets doen. Maar ze doen niets. En het is hen ook eender.'

Landis klopt op zijn bovenbeen. 'Ik kan me daarover de hele dag opwinden', zegt hij. Dan lacht hij luid en staat recht. 'Dat is toch een goeie story James, of niet', vraagt hij aan zijn compagnon die nog altijd in zijn campingstoel zit. ' Yes, ' murmelt James, ' that's a fucking great story.'

Floyd Landis,  nu cannabisverkoper:  'Om zelfmoord te plegen was ik niet moedig genoeg.', getty
Floyd Landis, nu cannabisverkoper: 'Om zelfmoord te plegen was ik niet moedig genoeg.' © getty

Bio Floyd Landis

Floyd Landis (14 oktober 1975) startte vijf keer in de Ronde van Frankrijk. Hij reed drie keer in dienst van Lance Armstrong. Toen hij in 2004 geen nieuw contractvoorstel kreeg, ging hij op zoek naar een andere ploeg en tekende een contract bij Phonak. Daarmee eindigde hij in de Tour van 2005 op de negende plaats.

In 2006 kende Landis zijn beste seizoen. Hij won Parijs-Nice, de Ronde van Californië en de Ronde van Georgia. En vervolgens ook de Tour nadat hij in de zeventiende rit met een verbluffende solo-ontsnapping had uitgepakt. Later testte hij positief op doping en werd door zijn ploeg op staande voet ontslagen. Op 11 mei 2007 maakte Tourbaas Christian Prudhomme bekend dat Landis geschrapt werd als winnaar van de Ronde van Frankrijk.

F loyd Landis vond nieuwe levensvreugde in Leadville, Colorado, tussen een discountwinkel en een handel in alcoholische dranken, op een hoogte van 3094 meter. In een wit, oud hoekhuis met diepe groeven en afgebladderde tapijten heeft hij vrede gesloten met de wereld. 'Ik heb donkere jaren gekend, maar nu kan ik weer rustig slapen', zegt de inmiddels 42-jarige Landis. 'Ik doe nu iets waarvan ik overtuigd ben.' Landis runt nu een zaak in hennepproducten die moeten helpen om pijn te verzachten. Colorado legaliseerde cannabis in 2014. Twee jaar later verwierf Landis een licentie om handel te drijven in dit dorpje van 2700 inwoners, op anderhalf uur autorijden van Denver. De zaken lopen goed. Vijftien jaar lang stond het leven van Floyd Landis in het teken van het wielrennen. Hij reed voor US Postal, het team van Lance Armstrong, en hielp de Texaan de Alpencols te overwinnen bij drie van diens zeven zeges in de Ronde van Frankrijk. Maar het waren besmette, vuile overwinningen: Armstrong was een bedrieger, een van de breinen achter een verderfelijk dopingsysteem. Ook Landis dopeerde zich. De geschiedenis van Floyd Landis is typisch voor deze sportdiscipline. Om het maximum uit zichzelf te halen geven de atleten alles. Ze trainen tot aan de grens van de uitputting, ze nemen doping en brengen hun gezondheid in gevaar, ze liegen en bedriegen. Maar de geschiedenis van Floyd Landis is op hetzelfde moment ook atypisch voor deze wereld. Want nadat hij als dopingzondaar werd gebrandmerkt, verloor Landis alles, werd ziek, klauterde weer overeind en werd een van de scherpste critici van deze sport. Na jaren van aarzeling pakte Landis uit en diende in juni 2010 een klacht in tegen Armstrong en het US Postalteam. Indien die toen schuldig was bevonden had hij Armstrong allicht in de afgrond geduwd. Nu was het wachten op een nieuw proces dat Landis tegen hem aanspande. Nadat hij zijn Tourzege in 2006 kwijtraakte wees hij Armstrong aan als de kwade genius. Maar die kocht dit proces af en ontliep een schadeclaim van 100 miljoen dollar. Floyd Landis zit aan zijn bureau, in de ruimte staat ook een hometrainer. 'Sinds een paar jaar fiets ik weer', zegt hij en kijkt even op. 'Maar het hoeft niet meer snel te gaan.' Onder de pull van de afgetrainde voormalige Tourwinnaar tekent zich een buikje af, hier en daar is er een grijs haartje zichtbaar. 'Lance is een meedogenloze klootzak', zegt Landis over zijn voormalige kopman. Hij wil vertellen hoe hij de dingen ziet, maar heeft dorst. Het is op een dinsdag, even voor half twee. 'Tijd voor een eerste drink, James?', vraagt Landis aan een man die wat verderop zit. James, een zestiger, zit op een campingstoel en toeft elke namiddag in het bureau van Landis. Hij kent iedereen in Leadville, zijn anekdotes kunnen boeken vullen. 's Middags, tijdens het eten, had hij nog verteld hoe de Hells Angels ooit in het dorp waren binnengevallen en een van de motorrijders hem had verplicht om met diens vriendin te vrijen, voor de ogen van iedereen. Landis kwam niet bij van het lachen toen hij dat verhaal hoorde. Landis komt terug met onder de arm twaalf blikjes bier. 'Cheers, James', zegt hij, neemt een slok en gaat weer zitten. Het verhaal van cannabisverkoper Floyd Landis begint in Farmersville, een door mennonieten bewoonde gemeente in Pennsylvania. Mennonieten, een van de meest radicale strekkingen van het protestantisme, leven in geïsoleerde enclaves en weigeren afhankelijk te zijn van moderne technologie. De jonge Floyd streefde naar vrijheid en vond die op de fiets. Wielrennen groeide voor hem uit tot een soort drug. Op zijn zestiende reed hij zijn eerste koers, in een lange broek, zoals dat van zijn ouders moest. Hij verloor geen enkele wedstrijd. Tenminste, als hij aan de start stond. 's Zondags mocht hij niet koersen, in plaats daarvan zat hij in de kerk. De ouders probeerden hem van de trainingen af te houden, maar Floyd wilde niet leven onder de strikte conventies. Hij sloop 's nachts uit het huis en ging trainen op verlaten landstraten. In 1999 tekende hij zijn eerste profcontract, bij het bescheiden Mercury. Hij werd derde in de Ronde van de Toekomst. De ploeg van Lance Armstrong klopte bij hem aan, maar Landis lag contractueel vast. Twee jaar later ging Mercury over de kop en liet Landis horen dat hij beschikbaar was. Armstrong had op dat moment al drie keer de Ronde van Frankrijk gewonnen. Dat die resultaten er niet alleen kwamen door harde trainingen, was hem al heel vroeg duidelijk. 'Ik zag snel dat er bij deze ploeg doping werd genomen', zegt Landis. In juni 2002, één maand voor zijn eerste Tour, moest hij vanuit Frankrijk per helikopter naar het Zwitserse Sankt-Moritz vliegen. Daar, vertelt Landis, overhandigde Armstrong hem een pak met testosteronpleisters, 2,5 milligram. Twee dagen op drie kleefde Landis een pleister op de buik. Voor de verdere behandeling stond er een expert ter beschikking: de vermaarde Italiaanse sportdokter Michele Ferrari, later Dottore Epo genoemd. 'Tijdens ieder trainingskamp en bij iedere wedstrijd was Ferrari erbij', zegt Landis. 'Dat was heel bizar.' Ferrari schreef hem een individueel dopingprogramma voor: bloedtransfusies, groeihormonen, het bloedmiddel epo en het testosteron Andriol dat met olijfolie toegebracht werd. Landis liet het zich allemaal toedienen, zoals allicht alle renners die voor de Ronde van Frankrijk genomineerd werden. 'Je kon niet anders dan meedoen als je de Tour wilde rijden', zegt Landis en opent het volgende blikje bier. 'Dat betekent echter niet dat ze je daartoe dwongen. Ik heb dat vrij beslist.' In een verklaring die Floyd Landis eerder, onder eed, voor het gerecht aflegde, vertelde hij in een anekdote over de dopingpraktijken in de Postalploeg. Tijdens de Tour 2004 zou de chauffeur van de bus na een rit in panne zijn gevallen. In een afgelegen straat in de bergen legden de renners zich in de bus neer en kregen een bloedtransfusie. Na een uur waren ze verzorgd en was de zogenaamde panne opgelost. Drie jaar, tot eind 2004, maakte Landis deel uit van deze samenzwering. Hij was een dader. Zoals zoveel anderen. In het peloton waren ze daarvan op de hoogte. 'Het was ons duidelijk dat ook de Telekomploeg doping nam, wij wisten van het programma in Freiburg', vertelt Landis. Uiteindelijk verliet hij US Postal niet vanwege alle dopingverhalen, maar voor Armstrong. Wat hem dan zo aan Armstrong ergerde? 'Sorry', zegt Landis. Hij moet even onderbreken. Zijn gsm flikkert, hij leest een mail, rustig, haast roerloos. Dan grijpt hij in het karton opnieuw naar een blikje bier. Buiten woedt er intussen een sneeuwstorm. Nogmaals: wat heeft hem zo aan Armstrong gestoord? Landis fronst de wenkbrauwen. 'Ik kon hem niet meer verdragen', zegt hij. 'Lance Armstrong denkt alleen aan zichzelf. Hij is geen leider maar een tiran.' Landis spreekt snel. 'Altijd was het de schuld van de anderen', voegt hij er nog aan toe. De ploegmaats maakten zich ondergeschikt aan Armstrong maar hij, die uit het starre leven van de mennonieten was gevlucht, deed dat niet. Hij herinnert zich een voorval uit zijn beginperiode bij US Postal: in Spanje regende het, Landis schrapte een trainingsdag en zette zich in een café. Toen hij wilde betalen stonden er dertien cappuccino's op de rekening. De dag nadien werd hij door Armstrong gebeld. Of hij een koffievergiftiging wilde oplopen? 'Lance was niet kwaad omdat hij zich zorgen maakte om mij maar omdat ik niet deed wat hij wilde', zegt Landis. 'Terwijl mijn instelling was: ik doe alles in de koers, maar daarbuiten moet je me met rust laten. Dat vond hij niet kunnen.' Het kwam tot een ruzie, Landis trok naar Phonak. Voor Armstrong een loyaliteitsbreuk. Landis: 'Hij zei geen woord meer tegen mij.' Ook bij Phonak dopeerde Landis zich, in eigen regie, maar, zo beweert hij, met medeweten van de ploegleiding. Of hij toen een slecht geweten had tegenover de supporters, tegenover zijn familie? 'Nee', zegt Landis. 'En ik begrijp niet dat er mensen zijn die zich daarover opwinden. De wielersport is een wereld met eigen regels. Bij de maffia vindt men het ook eervol als je loyaal bent tegenover de clan. Dat is nu niet anders. Ik heb niet bedrogen, alleen meegespeeld.' In dit spel droomde Landis nog van een Tourzege. Het lukte hem in 2006. Op 23 juli bereikte hij in de gele trui de Champs-Elysées. Hij werd vereerd. Maar vier dagen later volgde de ontnuchtering: een positieve dopingtest op testosteron, in de door hem gewonnen zeventiende rit. Landis begrijpt het tot vandaag niet. 'Ik heb niets anders gedaan dan gewoonlijk.' Elke avond had hij epo genomen, op twee van de drie dagen groeihormonen, een week voor het einde van de Tour spoot hij zich eigen bloed in. Landis werd voor twee jaar geschorst. Toen dat werd bevestigd nam hij de trofee die hij in Parijs kreeg, liep het balkon op en wierp de porseleinen beker op de oprit. Het aandenken aan de grootste triomf uit zijn carrière versplinterde in duizend stukken, Landis stond voor de scherven van zijn loopbaan. Hij vluchtte in alcohol, slikte elke dag vijftien pijnstillers, werd depressief, zijn huwelijk liep op de klippen. 'Om zelfmoord te plegen was ik niet moedig genoeg', zegt hij vandaag. Hij was er toen niet klaar voor om het hele systeem bloot te leggen. Ook al werd hij door zijn collega's gemeden. Dat veranderde toen hij in 2010 geen invitatie kreeg voor de Ronde van Californië. Daarvoor, zo werd Landis in het oor gefluisterd, had Lance Armstrong gezorgd. Tussen beiden was pure haat gegroeid. Landis trok vervolgens zijn boekje open. Een juridische strijd ontbrandde. Armstrong loog, zoals hij dat heel zijn carrière had gedaan. Toen het belastend materiaal zich opstapelde, werd hij levenslang geschorst. De zeven Touroverwinningen werden hem afgenomen. In Leadville is de straat inmiddels dicht gesneeuwd. Er staat een nieuw proces voor de deur, maar zijn advocaat heeft hem inmiddels laten weten dat Armstrong geen 100 maar vijf miljoen dollar moet betalen. Daarvan krijg Landis 1,1 miljoen. Daar moet hij belastingen op betalen, een deel gaat naar zijn advocaat. Omdat er nog andere rekeningen openstaan, zal er niets overblijven. 'Maar het is mij nooit om het geld gegaan', zegt Landis. Het wordt stil in de woonkamer. Maar wat wil Landis nu eigenlijk? 'Het systeem ten val brengen want Lance is niet de enige klootzak in deze wereld.' Hij schakelde daarvoor zelfs de regering in. Maar zijn poging mislukte. 'Er is vandaag helemaal niets veranderd. In de achtergrond zijn nog altijd dezelfde mensen actief. Landis neemt nog een biertje, het laatste van de namiddag. Hij praat over de Skyploeg. En over Chris Froome. 'Die rijden net zo snel als wij destijds bij US Postal. Hoe kan dat nu? Je hebt miljarden jaren nodig voor een evolutie, maar geen tien jaar. Het is gewoon belachelijk dat de sponsor die ploeg verder steunt.' Maar hij vindt het te gemakkelijk om alleen met de vinger naar de wielersport te wijzen. Hij stelt vast dat het WADA, het wereldantidopingagentschap, zijn opgave niet vervult: 'Het hele systeem is puur bedrog en diende nooit om doping te stoppen. Het WADA is niet meer dan een pr-instrument voor de functionarissen die zo kunnen zeggen dat ze iets doen. Maar ze doen niets. En het is hen ook eender.' Landis klopt op zijn bovenbeen. 'Ik kan me daarover de hele dag opwinden', zegt hij. Dan lacht hij luid en staat recht. 'Dat is toch een goeie story James, of niet', vraagt hij aan zijn compagnon die nog altijd in zijn campingstoel zit. ' Yes, ' murmelt James, ' that's a fucking great story.'