De fax bevatte een flink aantal Chinese tekens, maar liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Want veertig miljoen euro is veertig miljoen euro. En dat was het immense bedrag dat een Chinese club eind februari bood aan FC Köln om spits Anthony Modeste (28) over te nemen. Kölns sportmanager Jörg Schmadtke sloeg het aanbod echter beleefd maar beslist af.
...

De fax bevatte een flink aantal Chinese tekens, maar liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Want veertig miljoen euro is veertig miljoen euro. En dat was het immense bedrag dat een Chinese club eind februari bood aan FC Köln om spits Anthony Modeste (28) over te nemen. Kölns sportmanager Jörg Schmadtke sloeg het aanbod echter beleefd maar beslist af. Zo op het eerste oog lijkt die weigering een economisch delict, want Köln haalde Modeste in de zomer van 2015 voor slechts 4,5 miljoen euro weg bij TSG 1899 Hoffenheim en kon derhalve een enorme klapper maken. Maar de club heeft een sportief en daardoor ook financieel plan met de Fransman voor ogen. Modeste ontpopt zich dit seizoen als een ware goalgetter, maakte in de Bundesliga al 22 doelpunten en schiet Köln in de komende weken misschien wel richting de Europa League. Los daarvan kan Modeste met zijn wondersloffen meehelpen om de club te laten stijgen in de tv-ranking waardoor Köln komend seizoen misschien wel 45 miljoen euro aan tv-gelden opstrijkt. En dan hebben we het nog maar over FC Köln. De club behoort tot de oprichters van de moderne Bundesliga, was in 1964 ook de eerste kampioen van die competitie en is rijk aan traditie. Maar als het om inkomsten gaat bivakkeert FC Köln in de rechterkolom. In het seizoen 2015/16 waren er liefst tien Duitse clubs die een hogere omzet realiseerden. FC Köln kwam toen uit op slechts 107 miljoen euro. Dat is tweeënhalf keer zoveel als pakweg Anderlecht. Tussen Brussel en Köln gaapt slechts een gat van 211 kilometer, maar het is tegelijk een wereld van verschil. FC Köln was niet gedwongen om voor het snelle geld voor Modeste te gaan, want de club leeft en ademt in de Bundesliga. Die florerende welvaartsstaat, waar de laatste jaren net als overal ook vreemde en contraproductieve dingen gebeuren die de sport geen sympathieker imago hebben gegeven. Neem RB Leipzig dat zich met het geld van Red Bull een plaats aan de top heeft gekocht. Neem de zweem van omkoping die rond de toewijzing van het WK van 2006 hangt. Neem het aftreden van bondsvoorzitter Wolfgang Niersbach of de vreemde betalingen waarvoor held Franz Beckenbauer zich moet verantwoorden. En kijk naar de speelschema's die ook in Duitsland uit elkaar zijn getrokken, de besloten trainingen, de betaalkaarten in de stadions, de hoge bier- en worstprijzen, de inhalige makelaars en niet te vergeten het feit dat ook hier middelmatige profs schrikbarend hoge salarissen krijgen. Clubliefde maakt echter doof en blind tegelijk. Want de universele voetbalfan heeft een dikke huid en een dikke portemonnee. Althans, hij is bereid om te betalen. Zeker ook in Duitsland. Daar presenteerde de DFL, de liga van de 36 profclubs uit de twee hoogste afdelingen, onlangs ronkende cijfers. Zo knalden de achttien Bundesligaclubs in het seizoen 2015/16 met een gezamenlijke omzet van 3,24 miljard euro door de magische grens van drie miljard. In vergelijking met de 2,62 miljard van het seizoen ervoor betrof dat een stijging van maar liefst 23,7 procent. En het was voor de Bundesliga alweer de twaalfde omzetstijging op rij. Vooral de laatste jaren is profvoetbal in Duitsland een booming business. In het seizoen 2011/12 passeerden de inkomsten van de gezamenlijke Bundesligaclubs voor het eerst de grens van twee miljard euro, slechts vier jaar later was dat bedrag al met maar liefst 55 procent toegenomen. Ter vergelijking: het bruto binnenlands product - dat de geldwaarde omvat van alle in Duitsland geproduceerde waren en geleverde diensten - steeg in de periode 2011-2015 met slechts twaalf procent. De dynamiek vertaalde zich ook een niveau lager, in de Tweede Bundesliga. Daar realiseerden de achttien clubs vorig seizoen 608,3 miljoen euro aan inkomsten, tegen 504,6 miljoen euro in het seizoen 2014/15. Het lied van lang-zullen-we-leven ging nog even door, want er werden door de DFL meer indrukwekkende getallen voor het voetlicht gebracht. Zo hadden liefst dertien Bundesligaclubs afgelopen seizoen een omzet van honderd miljoen euro of meer. Na belastingen maakten de achttien Bundesligaclubs samen 206,2 miljoen euro winst, net zoveel als in de voorgaande vier seizoenen bij elkaar. Het aantal banen binnen de 36 profclubs en hun deelondernemingen steeg van 50.237 tot 53.114. Die clubs droegen ook nog eens 1,13 miljard euro af aan belastingen en sociale lasten. Ook opvallend: de ongeveer 530 profs in de hoogste Duitse voetbalafdeling verdienden een gemiddeld jaarsalaris van 1,9 miljoen euro en daarmee waren ze gezegend, vond Christian Seifert, de voorzitter van de DFL. 'Iedereen die in de Bundesliga speelt, moet iedere dag dankbaar zijn dat hij het talent heeft gekregen om dat te kunnen en mogen doen.' En wie neemt het leeuwendeel van dat weelderige salaris voor zijn rekening? De voetbalfan met de dikke huid die het pay tv-kanaal inschakelt of het stadion bezoekt. Daarvan zijn er veel in Duitsland. De Bundesliga is de publieksmagneet onder de grote Europese competities. De 306 wedstrijden op het hoogste niveau trokken afgelopen seizoen gemiddeld liefst 42.421 toeschouwers. Van de competities in de Big Five volgde de Premier League met 36.452 op eerbiedige afstand. In de Primera División lag het gemiddelde bezoekersaantal op 28.168, in de Serie A op 22.216 en in de Ligue 1 op 20.937. Maar waar komt dat succes vandaan? Waarom is het gras bij onze buren zoveel groener en de euro ogenschijnlijk zoveel waardevoller? Natuurlijk, met 82 miljoen inwoners doet de macht van het getal in Duitsland zijn vanzelfsprekende werk. Maar het gaat er ook om hoe het voetbal in die veel grotere markt is gepositioneerd. 'Ons profvoetbal is op een holistische manier georganiseerd', doceert Christian Seifert. 'De financiële daadkracht, de sportieve ambitie en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de clubs; alles is op een uitgebalanceerde manier met elkaar vervlochten. 'Sinds de DFL in 2001 werd opgericht is het uitgangspunt dat voetbalclubs stevig verankerd zijn in de maatschappij en een primaire functie hebben om mensen bij elkaar te brengen', vervolgt Seifert. 'Dat betekent ook dat iedereen, ongeacht de sociale klasse waaruit hij komt, in staat moet zijn om in contact te komen met de volkssport voetbal. Bij vrijwel alle Bundesligaclubs kun je al voor tien of twaalf euro een kaartje voor een wedstrijd kopen. Bij de meeste Premier Leagueclubs begint dat bij pas 25 à 30 euro. Vanuit economisch perspectief kun je zeggen: dat is niet slim van de Duitsers. Vanuit de holistische benadering is het echter een juiste zienswijze: we gaan voor duurzaamheid.' En dan is er nog de component kwaliteit. In Duitsland kun je hoogwaardig voetbal zien, gespeeld door wereldkampioenen en topinternationals. Dat dat niet altijd het geval is geweest, is genoegzaam bekend. Tijdens het EK van 2000 in België en Nederland waren de resultaten van Duitsland belabberd en het voetbal armzalig. Op de puinhopen van dat toernooi werden vooruitstrevende visies ontvouwd en nieuwe structuren neergelegd. Alle clubs uit de twee Bundesliga's kregen de verplichting om een jeugdacademie op te tuigen en binnen die academies werd alles gereguleerd. Zo veel gekwalificeerde trainers per elftal, zo veel doktoren, fystiotherapeuten en velden per opleiding en minimaal de helft van de spelers moest de Duitse nationaliteit hebben. Veertien jaar en dus een generatie later werd Duitsland wereldkampioen met een selectie waarin 21 van de 23 spelers afkomstig waren uit het moderne opleidingsmodel. 'Duitsers hebben een plan nodig, want anders worden ze nerveus', weet Seifert. 'Ineens lag daar een helder concept, met duidelijke spelregels. En er was de bereidheid om te investeren. Tussen 2002 en 2014, het jaar waarin Duitsland wereldkampioen werd, investeerden de Duitse profclubs gezamenlijk liefst 930 miljoen euro in de academies. De strategie heeft zich uitbetaald.' Wat de Bundesligaclubs verder in positieve zin onderscheidt is hun uitgebalanceerde businessmodel. Waar de financiële huishouding van clubs in Engeland en Spanje voor zestig en soms zelfs zeventig procent is opgehangen aan de tv-inkomsten, is bij de Duitse clubs slechts 28,8 procent van de inkomsten (933,3 miljoen euro) afkomstig uit mediagelden. De commercie (23,8 procent), transferopbrengsten (16,8 procent) en de wedstrijdbaten (16,3 procent) zorgen ervoor dat de fundamenten op meerdere pijlers zijn gestut. 'In Spanje krijgen Barcelona en Real Madrid samen bijna veertig procent van de tv-gelden, bij ons kreeg de kampioen vorig seizoen slechts zeven procent', weet Seifert. 'Ook wij kunnen de tv-inkomsten voor een paar topclubs onevenredig opkrikken. Maar de solidariteitsgedachte is een groot goed, in onze beleving is de som der delen sterker dan het individu.' Het is evident dat de Bundesliga ook de komende jaren gestuwd zal worden door een stevige rugwind. Komend seizoen gaat immers het nieuwe, vierjarige contract in met Sky dat liefst 4,64 miljard euro oplevert. Jaarlijks mogen de clubs uit de twee hoogste profliga's dan 1,159 miljard euro verdelen. Dat is in het huidige tv-contract slechts 628 miljoen euro, waardoor er sprake is van een stijging van liefst 85 procent. De Bundesliga boomt, maar beeft tegelijkertijd ook. De Chinezen rukken immers op en de Engelsen hebben hun voetbal inmiddels naar een ander sterrenstelsel gekatapulteerd. De clubs uit de Premier League mogen tussen 2016 en 2019 maar liefst zeven miljard euro uit het nationale tv-contract verdelen, waardoor de verhoudingen nog meer scheefgetrokken worden. Vorig seizoen kreeg de hekkensluiter van de Premier League - Aston Villa - met 85 miljoen euro al meer tv-geld uitgekeerd dan de Duitse kampioen Bayern München dat slechts 72 miljoen euro kreeg. Niet voor niets trok Bayernvoorzitter Karl-Heinz Rummenigge recent aan de alarmbel. 'Het nieuwe tv-contract in Engeland verkruimelt ons allemaal.' En dan is Bayern München met een omzet van 626 miljoen euro nog een van de rijkste clubs van Europa. Mede daardoor kon het afgelopen zomer het Beierse icoon Thomas Müller ervan weerhouden om de overstap naar Engeland te maken. De clubs daaronder zijn echter weerloos als een Premier Leagueclub in beweging komt. In 2015 bijvoorbeeld, ging Kevin De Bruyne voor 74 miljoen euro van VfL Wolfsburg naar Manchester City en kreeg het relatief kleine TSG 1899 Hoffenheim liefst 41 miljoen euro van Liverpool voor Roberto Firmino. En afgelopen zomer verloor Borussia Dortmund Henrikh Mkhitaryan aan Manchester United (45 miljoen) en Ilkay Gündogan aan Manchester City (27 miljoen), terwijl Arsenal 45 miljoen euro aan Borussia Mönchengladbach betaalde voor de handtekening van Granit Xhaka.Schalkemanager Christian Heidel maakte de Engelse slagkracht afgelopen zomer van dichtbij mee tijdens de onderhandelingen met Manchester City over Leroy Sané. De toen nog twintigjarige speler was niet te houden en ging uiteindelijk voor vijftig miljoen euro. 'Wat een speler bij ons per maand verdient, betalen Engelse clubs per week. Achteloos', aldus Heidel. De Engelse expansiedrift gaat verder, zo weet Rummenigge inmiddels. Bayern München verloor afgelopen zomer zelfs zijn fitnesstrainer Andreas Kornmayer en voedingsspecialiste Mona Nemmer aan FC Liverpool. 'De Engelsen kopen niet meer alleen de beste spelers, maar ze halen nu ook de beste trainers en de beste specialisten op', constateert Rummenigge. 'De economische kracht van de Premier League is een grote bedreiging voor de stabiliteit in het Europese voetbal.' De Engelsen hebben het hele speelveld inmiddels op een volle ronde gezet en voor Duitsland is het vooral zaak om the best of the rest te worden. Daarbij wordt de opkomst van China in Duitsland meer als een kans en minder als een bedreiging gezien. Met vijfhonderd miljoen voetballiefhebbers is China immers een markt op zich. De ontwikkeling van het nationale voetbal is door de Chinese president Xi Jinping uitgeroepen tot een staatsprioriteit en op hetzelfde hoge niveau zijn nu ook de Duitsers ingestapt. Toen de Chinese vicepresident Liu Yanding eind vorig jaar een bezoek bracht aan bondskanselier Angela Merkel werd in de residentie in Berlijn direct ook maar een hoogwaardig voetbalhulpprogramma opgestart. De wereldkampioen beseft: made in Germany staat ook in het voetbal synoniem voor kennis, kwaliteit en degelijkheid en buit dat begrip nu uit. Daarbij gaat het om zichtbaarheid en activiteit. Zo is de Bundesliga de enige Europese voetbalcompetitie die een eigen website in China heeft. Van alle Europese voetbalcompetities heeft de Bundesliga in China inmiddels het grootste bereik in de digitale media. De Bundesliga wil er klaar voor zijn als de digitale ontwikkeling nieuwe verdienmodellen oplevert. Binnen nu en tien jaar zal een stadionbezoek op een heel andere manier beleefd worden, zo voorspelde Alexander Jobst, de marketingchef van FC Schalke 04, onlangs al. 'In 2026 gaan vader en zoon - of dat nu in Peking, Mumbai of San Francisco is - op zaterdag om 15.30 uur Duitse tijd op de zetel zitten. Ze zetten een virtuele bril op, met daarin een creditcardvoorziening, en op bestelling kijken ze naar de derby tussen FC Schalke 04 en Borussia Dortmund.' Vanuit de smog van Peking met één druk op de knop naar de stomende schoorstenen van de Kohlenpott. Er gaat hoe dan ook een nieuwe realiteit ontstaan. DOOR PETER WEKKING - FOTO'S BELGAIMAGE'Wat een speler in de Bundesliga per maand verdient, betalen Engelse clubs per week. Achteloos.' - Christian Heidel