Het moet ergens in het voorjaar van 1975 geweest zijn. Union had een moeilijke periode achter de rug, maar nu scheen er licht in de duisternis. Zakenman Ghislain Bayet had de op dat moment in derde klasse uitkomende club in handen genomen en het was de bedoeling om binnen de drie jaar naar eerste te promoveren. Bayet had de voetbalrubriekleiders van alle media uitgenodigd om in een vermaard Brussels restaurant die plannen te ontvouwen. De meest delicieuze gerechten kwamen op tafel, overgoten met de heerlijkste wijnen. En Bayet praatte en bleef maar praten. Hij bezat een zaak in immobiliën en had de gave van het woord. Een blitse boy die kon overtuigen. Meer in woord dan in daad, zou later blijken.
...

Het moet ergens in het voorjaar van 1975 geweest zijn. Union had een moeilijke periode achter de rug, maar nu scheen er licht in de duisternis. Zakenman Ghislain Bayet had de op dat moment in derde klasse uitkomende club in handen genomen en het was de bedoeling om binnen de drie jaar naar eerste te promoveren. Bayet had de voetbalrubriekleiders van alle media uitgenodigd om in een vermaard Brussels restaurant die plannen te ontvouwen. De meest delicieuze gerechten kwamen op tafel, overgoten met de heerlijkste wijnen. En Bayet praatte en bleef maar praten. Hij bezat een zaak in immobiliën en had de gave van het woord. Een blitse boy die kon overtuigen. Meer in woord dan in daad, zou later blijken. Het zou een gezellige avond worden. Met verhalen uit de oude doos. Over de tijd dat de derby's tussen Union en Anderlecht, in een afgeladen Dudenpark werden gespeeld, voor 15.000 toeschouwers. Of over de periode dat de ploeg eens met de trein naar Cercle Brugge ging. Het station lag op twee kilometer van het veld. Die afstand legden ze te voet af en de spelers moesten de koffers met al het materiaal helpen dragen. Ghislain Bayet luisterde geamuseerd naar alle nostalgische mijmeringen. Maar nu zou het dus allemaal anders worden. Dankzij zijn goeie relaties met Constant Vanden Stock had Bayet een paar spelers van Anderlecht aangetrokken, onder wie Jan Verheyen, de vader van Gert. Die bleef voor bondscoach Raymond Goethals desondanks een volwaardige Rode Duivel, wat wel een unicum was: een international in derde klasse. Union was de club van de miljonairs en zo begonnen ze ook aan het seizoen. Met Georges Heylens als trainer. De eerste confrontatie was een bekermatch op Anderlecht. Het werd een van emotie overlopende partij, na verlengingen gewonnen door de meest gelukkige ploeg en dat was Anderlecht. Union zette een collectief sterke prestatie neer, aangevoerd door Jan Verheyen en geleid ook door een aanvaller met een Anderlechtverleden: André De Nul. De uitschakeling was een domper voor Union dat op de beker speculeerde om enkele grote recettes te maken. De spelers zaten er na afloop perplex bij. Maar, zoveel leek duidelijk, ze waren klaar voor de competitie. En boven het stuk in Sport '70, de verre voorloper van dit magazine, stond als titel: 'Dit Union zou een verrijking zijn voor eerste klasse.' En toen begon het kampioenschap in derde klasse. Met een verplaatsing naar Eendracht Zele. Zelfverzekerd liepen de spelers het veld op. Jan Verheyen en André De Nul, maar ook de voormalige verdedigers van (onder meer) KV Kortrijk, Louis De Weerdt en Ghislain Vergote, de voormalige Anderlechtmiddenvelder Edy De Bolle en de Duitse topschutter Harald Nickel die van Turnhout was overgekomen en later onder meer voor Standard voetbalde. Nog nooit was er zoveel volk naar het voetbal in Zele komen kijken. Een hele week lang werd er alleen over Union gesproken. Ook door trainer Robert Weyn, een voormalige speler van Beerschot, die zijn oefenstof volledig op de match met de Brusselaars had afgestemd. Hij had nochtans maar twee keer getraind omdat de bekerwedstrijd tegen Berchem, die de week daarvoor met 0-1 werd verloren, nog in de benen zat. Eendracht Zele vocht als leeuwen en zorgde voor de eerste sensatie van het seizoen: Union werd met 2-1 verslagen. Op de tribune zat geldschieter Bayet geïrriteerd te kijken. Na afloop liet een verbolgen Unionaanhanger horen dat de spelers maar een hele week in afzondering moesten. Georges Heylens zag dat de voetbaltechnische kwaliteiten van zijn team in het grauwe klimaat van derde klasse niet bovenkwamen. Maar zijn ploeg herpakte zich. De wedstrijd in Zele zou de enige nederlaag van het seizoen worden. In de andere matchen donderde Union over de tegenstand en werd met grote voorsprong kampioen. En de toekomst? Het bleek dat het Union van Ghislain Bayet op drijfzand was gebouwd. Hij ging zelf failliet. De club werd onder curatele geplaatst, een reddingsboei om het faillissement te vermijden. De elfvoudige kampioen werd gered. Door clubs als Anderlecht en Standard die gratis een wedstrijd kwamen spelen, door de milde steun van Paul Vanden Boeynants, de flamboyante toenmalige premier, een Unionist in hart en nieren. Er volgde een periode van vallen en opstaan.