Het was in november 1987. KV Mechelen trok naar het Schotse Saint-Mirren, een grauwe voorstad van Glasgow, voor de terugwedstrijd in de 1/8ste finale van de Europacup voor Bekerwinnaars. Voorzitter John Cordier inviteerde de pers de avond voor de wedstrijd voor het traditionele diner. Net voor het voorgerecht werd opgediend, stonden Cordier en de andere bestuursleden plots recht. Tot verbijstering van alle mediavertegenwoordigers zongen ze uit volle borst het clublied. Het was totaal ongepast en bij dat soort gelegenheden nooit eerder vertoond. Maar het klonk prachtig, er werd een indrukwekkende ode gebracht aan een voetbalvereniging. Bijvoorbeeld in de tweede strofe :
...

Het was in november 1987. KV Mechelen trok naar het Schotse Saint-Mirren, een grauwe voorstad van Glasgow, voor de terugwedstrijd in de 1/8ste finale van de Europacup voor Bekerwinnaars. Voorzitter John Cordier inviteerde de pers de avond voor de wedstrijd voor het traditionele diner. Net voor het voorgerecht werd opgediend, stonden Cordier en de andere bestuursleden plots recht. Tot verbijstering van alle mediavertegenwoordigers zongen ze uit volle borst het clublied. Het was totaal ongepast en bij dat soort gelegenheden nooit eerder vertoond. Maar het klonk prachtig, er werd een indrukwekkende ode gebracht aan een voetbalvereniging. Bijvoorbeeld in de tweede strofe : De club zal zegepralen De club van geel en rood Trotseert de hinderpalen Door dapperheid in nood. De vlaggen zullen wapp'ren Gezangen galmen luid Ter eere onzer dapp'ren Toe Malinois vooruit ! Het personeel van het restaurant keek vreemd naar dit gezelschap. Het leken wel oude strijdmakkers onder mekaar. Ze maakten een uitstap en ze wilden het vooral gezellig houden. Het was de onbekommerde sfeer die KV Mechelen toen kenmerkte. Ook later tijdens deze Europese campagne werd het clublied voor ieder persdiner telkens weer aangeheven. In het Russische Minsk, in het Italiaanse Bergamo en uiteindelijk ook in Straatsburg, waar KV Mechelen zich op de Europese kaart zette : het versloeg Ajax in de finale met 1-0. Geen club in dit land met zo'n nostalgische sfeer als KV Mechelen. Ook nu verheerlijken de supporters nog altijd de memorabele periode onder Aad de Mos. Toen de Nederlander het puin ruimde bij de toen in degradatienood verkerende club en onverstoorbaar een nieuw elftal bouwde, gedragen door spelers die elders min of meer waren afgeserveerd. Michel Preud'homme als doelman, Lei Clijsters en Graeme Rutjes in het hart van de verdediging, Koen Sanders en Geert Deferm als flankverdedigers, Wim Hofkens als controlerende en Erwin Koeman als dirigerende middenvelder, Marc Emmers en Bruno Versavel als infiltrerende middenvelders, Pascal De Wilde als een wervelwind op rechts, Piet den Boer als breekijzer diep in de spits, Eli Ohana en Pol De Mesmaecker als de kunstenaars en paradepaarden van een eendrachtig knokkend blok. Het was een perfecte symbiose van kracht, loopvermogen en techniek. Van nabij maakten we toen die wonderbaarlijke opgang van KV Mechelen mee. We zagen hoe de op een extreme manier bijgelovige De Mos inwerkte op de rancunegevoelens van de spelers. En hoe de toenmalige manager Paul Courant een belangrijke en vandaag nog altijd zichtbare ingreep deed : hij overtuigde iedereen om terug te grijpen naar de traditionele kleuren. We praatten verschillende keren langdurig met John Cordier, de eerste voorzitter die met een open boekhouding werkte, de Godfather van het succes die De Mos puur op intuïtie had gecontracteerd, maar later niet naar Paul Courant luisterde toen die bij het vertrek van De Mos een andere Nederlandse trainer wilde contracteren : Louis van Gaal. Cordier gaf toen de voorkeur aan Ruud Krol. Het werd vanaf toen nooit meer zoals het was geweest. De zwarte jaren die nadien volgden, hadden een traumatische uitwerking op de supporters. KV Mechelen werd een broeinest van roddel en achterklap. Er waren financiële perikelen en duistere praktijken, een pijnlijk treurspel rond de welwillende maar te naïeve voorzitter, Willy Van den Wijngaert. Het kwam tot een vereffening en degradatie, tot scheldpartijen en onderlinge afrekeningen. Nu is KV Mechelen terug waar het hoort te zijn. Financieel gezonder dan ooit te voren. Het zal zich niet meer vergalopperen maar bouwen op stevige fundamenten. Heel de stad leeft weer op het ritme van geel en rood, KV Mechelen is door zijn traditie een verrijking voor de eerste klasse. En het clublied zal de komende maanden luider dan ooit klinken. Vier strofes lang, om iedereen te mobiliseren en de ploeg naar de overwinning te schreeuwen. Zoals het in de laatste vier zinnen klinkt : Heft aan uw zegezangen De jeugd van Mechelen sluit Zich aan bij uwe rangen Toe Malinois vooruit. door Jacques Sys