Arsenal, Chelsea, Everton, Liverpool, Manchester United en Tottenham Hotspur: een exclusief kransje van clubs die geen enkel seizoen van de Premier League - opgericht in 1992 - misten. Vijfentwintig seizoenen onafgebroken in het voetbalwalhalla, een statistiek die ze vooral bij Everton Football Club koesteren. Net zoals de tradities. Voor elke wedstrijd gooit The Everton Toffee Lady snoepjes in de tribune, een gebruik dat teruggaat tot kort na de oprichting in... 1878.
...

Arsenal, Chelsea, Everton, Liverpool, Manchester United en Tottenham Hotspur: een exclusief kransje van clubs die geen enkel seizoen van de Premier League - opgericht in 1992 - misten. Vijfentwintig seizoenen onafgebroken in het voetbalwalhalla, een statistiek die ze vooral bij Everton Football Club koesteren. Net zoals de tradities. Voor elke wedstrijd gooit The Everton Toffee Lady snoepjes in de tribune, een gebruik dat teruggaat tot kort na de oprichting in... 1878. Aan de andere kant van Stanley Park, de groene long die Goodison Park van Anfield Road scheidt, werd het bescheiden hitje You'll never walk alone van Gerry Marsden en zijn Pacemakers een voetbalrelikwie. De Evertonians zweren bij de openingstune van Z-Cars, begin de jaren zestig een populaire politieserie en gebaseerd op een negentiende-eeuws folknummertje. Tromgeroffel dat doet denken aan marsmuziek, maar untouchable op Goodison Park. Toen Peter Johnson in 1994 voorzitter werd en de spelers op de tonen van Also Sprach Zarathustra (Richard Strauss) of Bad Moon Rising (Creedence Clearwater Revival) naar het veld moesten stappen, waren de fans in shock. Heiligschennis! The Blues kenden hun slechtste competitiestart in jaren, Johnson was de grote boeman en moest nagelbijtend opnieuw naar de folkklanken luisteren. Vijf jaar erna verkocht hij, moegetergd, zijn meerderheidsaandeel aan theaterproducer Bill Kenwright, Evertonian van geboorte. Het was kerstavond 1999, een dag die Kenwright nooit meer zou vergeten, vertelde hij in 2014 aan de Daily Mail. 'Toen mijn bod werd geaccepteerd, zat ik op kantoor. Ik ben van vreugde vier verdiepingen naar beneden gerend en liep tot midden in de straat. 'Ik ben eigenaar van mijn club!' Vijftien jaar erna ben ik nog altijd even gepassioneerd, maar als ik de kans krijg om te verkopen, dan sta ik in geen tijd opnieuw vier verdiepingen lager.' Begin maart verkocht de 71-jarige theatermaker de helft van zijn aandelen (13 procent) aan Farhad Moshiri, een Brits-Iraanse zakenman die ondertussen 49,9 procent van de aandelen in handen heeft. Kenwright is nog altijd voorzitter, maar Moshiri bepaalt en betaalt. Of, beter: past bij. Vorig seizoen leed de club opnieuw een verlies van 28,6 miljoen euro, nadat Moshiri eerder al een renteloze lening van 94 miljoen euro gaf waarmee de club in mei andere leningen en schulden (ten belope van 64 miljoen) kan aflossen. Een bodemloos vat. Roberto Martínez leidde de club in 2014 voor het laatst naar de Europa League, waarin Romelu Lukaku met 8 goals all-time Europees topscorer van de club werd, maar sindsdien bleef Everton van Europese inkomsten verstoken. Ook de inkomsten uit toeschouwersaantallen daalden, terwijl de salarissen en inkomende transfers nog grotere bressen in de wankele boekhouding sloegen. 'Als we in het noordwesten van Engeland, sinds de komst Pep Guardiola, Jürgen Klopp en José Mourinho het Hollywood van het voetbal, een rol willen spelen, dan hadden we in de eerste plaats een ster langs de lijn nodig. Die hebben we in de persoon van Roland Koeman gevonden, maar we moeten ook structureel groeien. Dat kan alleen door een nieuw en groter stadion te bouwen', ontvouwde Moshiri zijn toekomstplannen. Een delicaat onderwerp: Everton dat Goodison Park, sinds 1892 de thuishaven, wil verlaten. The Grand Old Lady wacht al jaren op een facelift, maar ademt nog altijd voetbal. Wekelijks om en bij de 40.000 toeschouwers, maar de commerciële mogelijkheden zijn beperkt en de accommodatie primitief. Voor het verplichte flashinterview met de BBC worden Koeman en de vier televisiemedewerkers in een bezemhok geduwd... In de bestuurskamer, een van de weinige receptieruimtes voor de gasten, hangt nog altijd een teller waar het aantal toeschouwers op verschijnt. 'Omdat de bestuurders', zo fluisteren cynici, 'dan meteen weten of ze de lonen nog kunnen betalen.' En op veel houten zitjes is het zicht op het veld door het grote aantal steunpilaren beperkt. En toch: nostalgici houden van Woodison Park, zoals het stadion smalend wordt genoemd. Ze willen het bronzen beeld van hun legende William Ralph Dean kunnen aanraken (zie kaderstukje). Ze zijn vergroeid met de arbeiderswijk in Walton, waar The Home of The Blues als een baken van licht hoog boven de kleine huisjes uittorent. Voor de wedstrijd brengen sommigen een bezoekje aan het kerkje van Saint Luke The Evangelist, gelegen op een paar meter van de cornervlag tussen Goodison Road Stand en Gwladys Street. In de tuin van Saint Luke's wordt de as van overleden Evertonians nog altijd uitgestrooid, voor de match wordt aan minderbedeelden gratis koffie of thee geserveerd. Een anachronisme in de miljardenbusiness van de Premier League, maar zelfs het machtige Sky Sports bond in toen de vicaris zich verzette tegen een vervroegd aanvangsuur omdat 'zijn kerkdienst om halftwee nog bezig zou zijn'. Er werd die zondag gewoon om drie uur afgetrapt. Moshiri heeft begrip voor de emotionele argumenten, maar wil vooruit. Nadat eerdere plannen voor een nieuw stadion voor 50.000 toeschouwers door het stadsbestuur werden afgeschoten, werd eind 2016 een consensus bereikt om Bramley Moore Dock - drie kilometer van Goodison Park - op te waarderen. Moshiri: 'Als we opnieuw de hoogdagen van de jaren tachtig willen beleven, dan moeten we hier vertrekken.' Sinds de oprichting in 1878 speelde de club slechts vier seizoenen niet op het hoogste niveau. Ze won haar eerste titel in 1891, maar de laatste van negen kampioenschappen werd in 1987 gevierd. Dertig jaar geleden... In 1995 leidde manager Joe RoyleThe Toffees naar een vijfde FA Cup, met dank aan Daniel Amokachi, ex-spits van Club Brugge en de eerste Afrikaan op de loonlijst. Op Anfield Road, waar Liverpool FC met 18 titels en 7 FA Cups pronkt, lachen ze met het clubmotto van de buren: Nil Satis Nisi Optimum - alleen het beste is goed genoeg. De ster van The Reds fonkelde ook in Europa: 5 keer Europacup I/Champions League gewonnen, drie keer de UEFA Cup/UEFA Europa League. In de prijzenkast van The Toffees staat 1 Europese trofee: de Europabeker der Bekerwinnaars van 1985. Maar, zei journalist Brian Moore (Live Soccer TV), enkele jaren geleden in dit blad: 'Everton heeft in zijn geschiedenis drie keer pech gehad. Telkens het een sterk team had uitgebouwd, werd het gedribbeld door gebeurtenissen die het zelf niet in de hand had. Kampioen in 1915 en 1939, twee keer werd de competitie door een wereldoorlog stilgelegd. En nadat het in 1985 de Europabeker won én kampioen werd, mochten The Blues Europa niet in omdat alle Engelse clubs na het Heizeldrama voor vijf jaar werden uitgesloten. Evertonsupporters zijn nog altijd pissed dat Liverpool, dat voor die vreselijke gebeurtenissen verantwoordelijk was, hun opmars heeft gestuit.' Everton betoverde midden de jaren tachtig het Engelse en Europese voetbal, toen ex-speler Howard Kendall opnieuw op Goodison Park neerstreek. De middenvelder had de club in 1970 naar de titel geleid, maar werd pas als manager onsterfelijk. Hij haalde onbekende spelers van kleinere clubs - Peter Reid en Trevor Steven - naar The Home of Football en vulde de leemten op met grote namen, zoals Andy Gray en Gary Lineker, de spits die in het seizoen 1985/86 38 keer scoorde. Kendall was het prototype van de peoplemanager die zelfs karaktertjes in het gareel kon houden. Zoals Patrick Van Den Hauwe, geboren in Dendermonde en in de zomer van 1984 bij tweedeklasser Birmingham City op een zijspoor. Pat kon tot zijn verbazing het dubbele van in Birmingham verdienen, waarna hij na de bespreking met Kendall in een restaurant champagne, cognac en een dikke sigaar bestelde en de barman hem achteraf in een taxi moest duwen. Toen hij een paar dagen erna, na een thuiswedstrijd, een fruitsapje bestelde, kneep Kendall hem in de arm. 'Ben je zeker dat je geen champagne, cognac of een Cubaanse sigaar wil?' Kendall schreef geschiedenis op Goodison Park. Twee titels, een FA Cup, drie Charity Shields (supercup) en de Beker der Bekerwinnaars in 1985, toen The Blues in de halve finale Bayern München verpletterden (3-1) en in Rotterdam ook Rapid Wien van het terrein veegden. Drie dagen erna, na een nipte 0-1 tegen Manchester United, greep de club in de finale van de FA Cup naast een unieke treble. 'Ik heb liefdesverhoudingen met andere clubs gekend, maar ik was getrouwd met Everton', zei Kendall in 1987, toen hij met een tweede titel afscheid nam. Kendall keerde nog twee keer terug, maar beter zou het nooit meer worden. Overvleugeld door de buren. Fans liepen gebukt onder het second club syndrome, tot manager David Moyes hen in de lente van 2002 tijdens zijn voorstelling hun gevoel voor eigenwaarde teruggaf. 'Everton is The People's Club. In het straatbeeld zijn supporters van The Blues in de meerderheid. Dit is écht een grote club.' Everton werd een opnieuw een stevige middenmoter, die onder Moyes vier seizoenen Europees mocht voetballen en ook naast het veld stappen zette. In 2007 verhuisde de club van Bellefield, sinds 1966 het trainingscentrum, naar Finch Farm, een oefencomplex met tien voetbalvelden, een indoorterrein en een zwembad. Farhad Moshiri zal verder bouwen. Maar de herinneringen worden gekoesterd. Aan Sylvester Stallone die een paar dagen na zijn bezoek aan Goodison Park op de première in Parijs van Rocky Balboa nog altijd de Evertonsjaal rond de nek droeg. Aan de Ghanese international Alex Nyarko, die in de zomer van 2000 voor 6,3 miljoen euro bij Lens werd weggekocht en zó matig presteerde dat een fan op het veld kwam gewandeld, zijn truitje uittrok en voorstelde om van plaats te wisselen. Zoiets kon alleen bij Everton. DOOR CHRIS TETAERT - FOTO'S REUTERS'Ik heb liefdesverhoudingen met andere clubs gekend, maar ik was getrouwd met Everton.' HOWARD KENDALL 'Voor mij is Everton The People's Club. In het straatbeeld zijn supporters van The Blues in de meerderheid. Dit is écht een grote club.' DAVID MOYES