Sinds wanneer ben je supporter van KRC Genk?
...

Sinds wanneer ben je supporter van KRC Genk? 'In feite al voor de fusie in 1988. De eerste wedstrijd die ik rechtstreeks zag op tv, was het Europese duel tussen Waterschei en PSG in 1983. Een memorabele affiche, waar de liefde voor het voetbal ontstond. De overstap naar KRC Genk verliep eenvoudig, omdat de basiswaarden behouden bleven: veel warmte en hartelijkheid in combinatie met dat passionele zuiderse karakter van de Italianen. Tifosi, hé. Dat krijg je niet snel kapot, ook al door onze mijngeschiedenis. Limburgers zijn nuchter, maar ze hebben dat fanatieke kantje van hen meegekregen. De complementariteit van het duo Strupar-Oulare was heerlijk. Zij blijven mijn absolute favorieten.' Je liefde voor Sport/Voetbalmagazine ontstond ongeveer 25 jaar geleden. Hoe kwam dat? 'Door de goede leesverhalen en de interessante interviews. Ook omdat er een goede afwisseling is: de ene keer een analyse, soms achtergronden, maar altijd veel informatie. De Competitiespecial, dat is mijn voetbalbijbel. Omdat ik daar de individuele spelersfiches krijg en een correcte inschatting. Wanneer ik naar een livewedstrijd kijk of een samenvatting, dan moet de Competitiespecial altijd in de buurt zijn. Ik kan daar uren in lezen. Zelfs de verhalen uit 1B en de Super League kan ik sterk appreciëren. Het is goed dat de voetballiefhebber op die manier wordt geïnformeerd.' Heb je in het buitenland ook een favoriete ploeg? 'Via Genk in eerste instantie Chelsea. Maar mijn mooiste Europese verplaatsing was Lazio. Met de wagen naar Rome, een trip die werd aangevat drie dagen voor de match, inclusief een bezoek aan Vaticaanstad. Via een kok die ik had leren kennen op vakantie en die fervent fan was van AS Roma, aten we met acht vrienden gratis in zijn restaurant. Pure gastvrijheid.' Je bent lid en sponsor van supportersclub KRC Genk Centrum en kijkt in eetcafé Il Momento naar een groot scherm. Maar ooit, bij een verplaatsing naar Mouscron, met de bus, was het tankstation in Wetteren je eindpunt. 'Dat werd een onverwachte pitstop omdat al onze bouletten en broodjes op waren. Alleen moest ik lang aanschuiven met mijn lijst, van chips over chocolade tot BiFiworsten. Toen ik met mijn twee zakken buitenkwam, vertrok de bus net voor mijn neus. Tot overmaat van ramp reageerde niemand op mijn telefoonoproepen. De buschauffeur deed dat wel, een halfuur later, maar mocht omwille van de verzekering geen rechtsomkeer maken. Hij beloofde later terug te keren met zijn eigen wagen. Ik was pas om half acht 's morgens thuis. Bovendien had ik nog een tweede keer tegenslag, want uitgerekend de spelersbus van KRC Genk stopte er voor een tankbeurt. Ik vroeg vriendelijk of ik mee mocht, een voorstel dat de technische staf en de spelers goedkeurden. Maar wijlen Tony Greco, de ploegafgevaardigde, weigerde dat, ook weer omwille van de verzekering.'