Met nog zes renners binnen de twee minuten begon het peloton maandag aan de slotweek van de 64e Ronde van Spanje. Waar er de eerste week vooral om de ritzege gespurt werd, was het het afgelopen weekend aan de klimmers en klassementsrijders om uit hun pijp te komen. Alejandro Valverde, die de gouden leiderstrui pakte de dag voordat de Vuelta naar zijn Murcia trok, maakte zijn status als topfavoriet waar. Na het drieluik met aankomst bergop - vrijdag op de Alto de Velefique, zaterdag op de Sierra Nevada en zondag op La Pandera...

Met nog zes renners binnen de twee minuten begon het peloton maandag aan de slotweek van de 64e Ronde van Spanje. Waar er de eerste week vooral om de ritzege gespurt werd, was het het afgelopen weekend aan de klimmers en klassementsrijders om uit hun pijp te komen. Alejandro Valverde, die de gouden leiderstrui pakte de dag voordat de Vuelta naar zijn Murcia trok, maakte zijn status als topfavoriet waar. Na het drieluik met aankomst bergop - vrijdag op de Alto de Velefique, zaterdag op de Sierra Nevada en zondag op La Pandera - stond de kopman van Caisse d'Epargne nog steeds bovenaan. Maar met nog twee bergritten en een tijdrit voor de boeg, heeft hij zijn schaapjes nog lang niet op het droge. Zowel morgen/donderdag op weg naar Ávila als de dag nadien naar La Granja krijgen de naaste belagers van Valverde nog twee keer een rit met vier cols om hun achterstand goed te maken. Maar allicht valt pas zaterdag in de korte tijdrit (27,8 kilometer) in Toledo echt de definitieve beslissing wie Alberto Contador opvolgt op de erelijst. Aan de kop gaven ze elkaar tijdens de loodzware driedaagse het voorbije weekend nauwelijks een duimbreed toe. Het nummer vijf in het klassement, Cadel Evans, was zaterdag de grote pechvogel toen hij op de voorlaatste beklimming van de dag, de Alto de Monachil, door een lekke band ruim een minuut verloor op zijn belangrijkste concurrenten. Mogelijk kostte dit voorval de onfortuinlijke Australiër en zijn ploeg Silence-Lotto de eindoverwinning. Samuel Sánchez en Ivan Basso, door Valverde als zijn voornaamste tegenstander omschreven, waren verwachte namen in het kielzog van El Imbatible. Voor sommigen was het misschien een grotere verrassing dat Robert Gesink na zondag met slechts een halve minuut achterstand de grootste bedreiging zou kunnen vormen voor Valverde. De condor van Varsseveld, zoals de bijnaam van Gesink luidt, reed twaalf maanden geleden met de Vuelta zijn eerste grote ronde. Hij werd daarin meteen zevende. Na eerdere sterke prestaties in Parijs-Nice en de Dauphiné Libéré (telkens vierde) wist Nederland dat er eindelijk weer een rondetalent was opgestaan. De Rabobankrenner bevestigde dit seizoen met alweer een vierde plaats in de Dauphiné Libéré, waarna hij met ambitie naar de Tour vertrok. Gesink brak bij een val in de vijfde rit echter zijn linkerpols. Hij moest teleurgesteld de strijd staken. De Vuelta werd Gesinks nieuwe doel. Daarin kan hij er voor het eerst sinds 1988, toen Steven Rooks als tweede eindigde in de Tour en Erik Breukink als tweede in de Giro, weer voor zorgen dat een Nederlander op het podium van een grote ronde staat. Sommige van onze noorderburen dromen er zelfs luidop van dat Gesink de Vuelta wint. Daarmee zou hij de derde Nederlandse eindwinnaar worden na Jan Janssen in 1967 en Joop Zoetemelk in 1979. DOOR ROEL VAN DEN BROECK