Een zomerochtend in 1979. De zon komt op en weerkaatst op de ramen van de hoofdzetel van FC Nantes. Eén raam blijkt halfopen te staan. Een ander, dat van de trofeeënkast, ligt aan duigen. Die 9 augustus verdwijnt de Coupe de France. De beker die de Kanaries twee maanden ervoor voor het eerst in hun geschiedenis winnen ten koste van het Auxerre van Guy Roux.
...

Een zomerochtend in 1979. De zon komt op en weerkaatst op de ramen van de hoofdzetel van FC Nantes. Eén raam blijkt halfopen te staan. Een ander, dat van de trofeeënkast, ligt aan duigen. Die 9 augustus verdwijnt de Coupe de France. De beker die de Kanaries twee maanden ervoor voor het eerst in hun geschiedenis winnen ten koste van het Auxerre van Guy Roux. De mythische presentator van Antenne 2 (later France 2), Léon Zitrone, slaat een zeer ernstige toon aan in het avondjournaal: 'Nantes heeft echt geen geluk. Hun beker werd gestolen. De beker waar ze een heel seizoen voor hebben gestreden. We kunnen ons niet voorstellen dat het om een simpele dief gaat die de Coupe heeft gestolen zonder te beseffen hoeveel inspanningen, strategie, tactiek, werk, verlangen nodig was om hem te winnen. 'Hoe dan ook is de Coupe de France onverkoopbaar. Je kunt geen geld verdienen met die drie kilo zilver. Maar een andere vraag dringt zich op: kan de strijd om de Coupe de France 1979/80 beginnen als de beker van het vorige seizoen niet werd teruggevonden, de beker die het meesterschap van Nantes symboliseerde?' De politie denkt in eerste instantie aan een fanatieke supporter. 'De dief zal niet vervolgd worden. Dat hij de beker liefkoost, dat hij haar aait, maar dat hij haar snel terugbrengt', zo formuleert Louis Fonteneau, de voorzitter van Nantes, het. Uiteindelijk zal hij toch klacht indienen. Maar de volgende dag, op 10 augustus, duikt het kleinood weer op, aan de andere kant van Frankrijk. Op de markt van Longwy, in Frans-Lotharingen, stellen vier musketiers de beker fier tentoon tussen de kolen en de wortels. Het zijn staalarbeiders, aangesloten bij de vakbond, en ze beweren de trofee 'geleend' te hebben om hun zaak in het nieuws te brengen: de verdwijning van de hoogovens in de gemeente. De ontmanteling van de fabrieken in de streek is net begonnen en 12.000 jobs staan op de tocht. 'We probeerden spectaculaire dingen te vinden om de aandacht te trekken', legt het brein van de bende, vakbondsleider Robert Giovanardi, uit. De mannen willen niemand chanteren, ze willen alleen dat hun eisen gehoord worden. Op 7 maart 1979 hadden ze Johnny Halliday al op 'vredelievende' manier ontvoerd om hem een bezoekje te laten brengen aan hun werkplaats. De rocker sprak toen de legendarische woorden: 'Dat is hier de hel.' Enkele maanden later hielden ze een etappe van de Tour de France tegen. Op de markt van Longwy komen veel nieuwsgierigen de 'oude dame' bekijken. Het probleem is wel dat de Franse media de actie beschouwen als een diefstal. Zitrone besteedt aan de zaak zelfs acht volle minuten in het tv-journaal. De trofee wordt teruggegeven aan Nantes en bij wijze van verontschuldiging ontvangt de club zeventien faience borden, een specialiteit uit Lotharingen. De klacht tegen de vier arbeiders wordt ingetrokken, misschien ook omdat Giovanardi verklaarde: 'Wij hebben er goed voor gezorgd, we hebben er zelfs niet uit gedronken...'