Mocht men de carrière van een voetballer in een grafiek willen gieten, dan zou die twee curves vertonen. De eerste, die de fysieke capaciteiten weergeeft, zou bovenaan vertrekken en langzaam naar beneden gaan - kijk maar naar de uitdrukking 'de benen van een twintigjarige hebben'. De andere, die de opgebouwde ervaring weergeeft, zou op de bodem beginnen en stijgen naarmate de matchen elkaar opvolgen. Op het kruispunt van beide curves bevindt een speler zich in zijn prime time, op het toppunt van zijn kunnen. Daarna laat de tand des tijds zich onvermijdelijk gelden.
...

Mocht men de carrière van een voetballer in een grafiek willen gieten, dan zou die twee curves vertonen. De eerste, die de fysieke capaciteiten weergeeft, zou bovenaan vertrekken en langzaam naar beneden gaan - kijk maar naar de uitdrukking 'de benen van een twintigjarige hebben'. De andere, die de opgebouwde ervaring weergeeft, zou op de bodem beginnen en stijgen naarmate de matchen elkaar opvolgen. Op het kruispunt van beide curves bevindt een speler zich in zijn prime time, op het toppunt van zijn kunnen. Daarna laat de tand des tijds zich onvermijdelijk gelden. Vier maanden geleden blies Lior Refaelov 34 kaarsjes uit en dus zit hij duidelijk in het tweede deel van de grafiek. Hij zit momenteel in de fase waarin het belangrijker is met de hersenen te spelen dan met de voeten. De speler die nog 7,5 dribbels per match probeerde toen Club Brugge in 2016 onder Michel Preud'homme de titel pakte, deed vorig seizoen nog maar 4 pogingen per wedstrijd. Om te begrijpen hoe de Israëliër veranderd is, volstaat het om naar één bepaalde statistiek te kijken. In zijn periode in Jan Breydel maakte Rafa 54 goals en gaf hij 62 assists. Dat wil zeggen dat van zijn beslissende acties 47 procent een doelpunt waren. Sinds hij op de Bosuil speelt, is dat gevoelig gestegen naar 74 procent: 26 goals tegenover 9 assists. Bij Club Brugge installeerde hij zich comfortabel op zijn rechterflank, waar hij zijn korte draai en zijn vista kon benutten en slim tussen de lijnen liep om ruimte te maken voor Thomas Meunier. Bij Antwerp trok hij meer naar het centrum, waar László Bölöni hem net achter Diemerci Mbokani posteerde in een 4-2-3-1. Daar moest hij minder sprinten en kon hij meer passes geven, ook al ging de bal vorig seizoen slechts 276 keer per match van de ene rood-witte voet naar de andere. Met de komst van Ivan Leko op de bank bij Antwerp zou het Belgische publiek wel eens een derde versie van Lior Refaelov te zien kunnen krijgen. In hun gemeenschappelijke jaar bij Club speelde Refaelov niet zo vaak, maar wanneer hij dat wel deed, zette de Kroaat hem tussen de linies. Eerst offensief rechts in het centrum in een 3-4-2-1, daarna achter de diepe spits in een 3-5-1-1. Een formule die weer opgevist wordt bij Antwerp, waar de aanvallende middenvelder eerder de bal het werk laat doen dan zelf achter die bal te lopen. De pijl is dus een boog geworden, maar het doel is nog altijd kwetsbaar, want Refaelov weet evengoed met een pass als met een dribbel juist te mikken.