Het was eind mei 2009. Dit blad plande een verhaal over de beste 100 Belgische voetballers aller tijden en stelde daarvoor een jury samen. Die bestond, naast enkele redacteurs van dit magazine, uit Robert Waseige, Aimé Anthuenis, Wim De Coninck en de journalisten Jan Wauters, François Colin en Raf Willems. Ook in het panel zat Ariël Jacobs. Dat de toenmalige trainer van Anderlecht daarvoor had toegezegd, was opmerkelijk. Het debat ging namelijk door de woensdag tussen twee testmatchen voor de titel, tussen Anderlecht en Standard.

Heel veel dank was dit blad de juryleden, maar dus vooral Jacobs, verschuldigd. Dat werd voor het begin van het debat nog eens benadrukt. Jacobs, die in Diegem op een paar kilometer van de redactie van Sport/Voetbalmagazine woont, reageerde er op zijn manier op: 'Het was voor mij geen enkel probleem om te komen, ik had toch niets anders te doen.' Vervolgens mengde hij zich met enthousiasme in een zeer geanimeerde discussie die liefst vijf uur duurde. Het bleek voor iedereen een vlucht uit de werkelijkheid. Niemand die aanstalten maakten om vroeger te vertrekken. Er werd een heerlijke visschotel geserveerd en er werden een paar flessen wijn ontkurkt. Paul Van Himst werd op één gezet, Jan Ceulemans op twee en Wilfried Van Moer op drie. En op 100 plaatste de jury iemand die symbool stond voor de opkomst van een nieuwe generatie: Vincent Kompany. Overigens zou Jacobs vier dagen later in de tweede testmatch op Standard een zestienjarige voetballer laten invallen om, bij een achterstand, het tij te doen keren. Dat lukte niet, de Rouches pakten de titel. Voor deze vreemd ogende wissel kreeg Jacobs achteraf een stortvloed aan kritiek over zich heen. Maar Jacobs voorspelde dat die jonge voetballer op een grootse carrière zou afstormen. Het was... Romelu Lukaku.

Onmogelijk zou het nu nog zijn dat een trainer in zo'n cruciale en stressvolle fase van de competitie aan zo'n debat zou deelnemen. In deze coronaperiode, waarin er nog amper in groep wordt getraind, zie je in de media foto's van voetballers opduiken die zich ontspannen in huiselijke kring. Ook dat soort beelden zijn niet gebruikelijk. Terwijl er een tijd is geweest dat je voor interviews met voetballers en andere sportmensen altijd bij hen thuis ging en die verhalen illustreerde met privéfoto's.

In 1979 pakte Sport 70 Magazine, de verre voorloper van dit blad, uit met een speciaal nummer. Voetbalidolen intiem, luidde de titel op de voorpagina waarop Jean-Marie Pfaff, de kersverse Gouden Schoen, en zijn vrouw Carmen stonden. En iedereen opende zijn deuren. Pfaff uiteraard, over wiens extreme bijgeloof door Carmen werd gepraat, maar ook Asgeir Sigurvinsson, de IJslandse spelmaker van Standard; Robbie Rensenbrink die samen met zijn vrouw Corrie trots poseerde voor hun Jaguar; Anderlechtspits Ruud Geels thuis in Liedekerke; Bob Hoogenboom, de flamboyante doelman van Lokeren; Raoul Lambert; Willy Geurts, de stormram van Antwerp die als scholier ooit 136 doelpunten op een seizoen had aangetekend; Jean Janssens en Erwin Albert, de sterren van Beveren; Arie Haan en zijn toenmalige vrouw Titia; Julien Cools, de marathonloper van Club Brugge die vertelde dat hij zonder zijn vrouw nog altijd bij Retie zou voetballen; Juan Lozano en Jan Boskamp. Ook René Vandereycken had zich samen met zijn vrouw Fabienne opengesteld en het blad werd afgesloten met Michel Preud'homme die zich liet fotograferen in een boerderij die naast zijn ouderlijke woning lag en waar hij een groot deel van zijn jeugd doorbracht. En die vertelde dat de moed om landbouwer te worden bij hem ontbrak. Paul en Arlette Van Himst openden deze reeks verhalen en lieten zich samen met hun drie kinderen thuis fotograferen.

Het leverde een mooi nummer op. Zestien vedetten lieten zich op 96 pagina's van hun andere kant zien. Thuis, ver weg van de club, praatten ze over hun leven en carrière en grasduinden ze ongeremd in foto's en lieten die zonder problemen publiceren. Andere tijden waren het. Mooie tijden.

Het was eind mei 2009. Dit blad plande een verhaal over de beste 100 Belgische voetballers aller tijden en stelde daarvoor een jury samen. Die bestond, naast enkele redacteurs van dit magazine, uit Robert Waseige, Aimé Anthuenis, Wim De Coninck en de journalisten Jan Wauters, François Colin en Raf Willems. Ook in het panel zat Ariël Jacobs. Dat de toenmalige trainer van Anderlecht daarvoor had toegezegd, was opmerkelijk. Het debat ging namelijk door de woensdag tussen twee testmatchen voor de titel, tussen Anderlecht en Standard. Heel veel dank was dit blad de juryleden, maar dus vooral Jacobs, verschuldigd. Dat werd voor het begin van het debat nog eens benadrukt. Jacobs, die in Diegem op een paar kilometer van de redactie van Sport/Voetbalmagazine woont, reageerde er op zijn manier op: 'Het was voor mij geen enkel probleem om te komen, ik had toch niets anders te doen.' Vervolgens mengde hij zich met enthousiasme in een zeer geanimeerde discussie die liefst vijf uur duurde. Het bleek voor iedereen een vlucht uit de werkelijkheid. Niemand die aanstalten maakten om vroeger te vertrekken. Er werd een heerlijke visschotel geserveerd en er werden een paar flessen wijn ontkurkt. Paul Van Himst werd op één gezet, Jan Ceulemans op twee en Wilfried Van Moer op drie. En op 100 plaatste de jury iemand die symbool stond voor de opkomst van een nieuwe generatie: Vincent Kompany. Overigens zou Jacobs vier dagen later in de tweede testmatch op Standard een zestienjarige voetballer laten invallen om, bij een achterstand, het tij te doen keren. Dat lukte niet, de Rouches pakten de titel. Voor deze vreemd ogende wissel kreeg Jacobs achteraf een stortvloed aan kritiek over zich heen. Maar Jacobs voorspelde dat die jonge voetballer op een grootse carrière zou afstormen. Het was... Romelu Lukaku. Onmogelijk zou het nu nog zijn dat een trainer in zo'n cruciale en stressvolle fase van de competitie aan zo'n debat zou deelnemen. In deze coronaperiode, waarin er nog amper in groep wordt getraind, zie je in de media foto's van voetballers opduiken die zich ontspannen in huiselijke kring. Ook dat soort beelden zijn niet gebruikelijk. Terwijl er een tijd is geweest dat je voor interviews met voetballers en andere sportmensen altijd bij hen thuis ging en die verhalen illustreerde met privéfoto's. In 1979 pakte Sport 70 Magazine, de verre voorloper van dit blad, uit met een speciaal nummer. Voetbalidolen intiem, luidde de titel op de voorpagina waarop Jean-Marie Pfaff, de kersverse Gouden Schoen, en zijn vrouw Carmen stonden. En iedereen opende zijn deuren. Pfaff uiteraard, over wiens extreme bijgeloof door Carmen werd gepraat, maar ook Asgeir Sigurvinsson, de IJslandse spelmaker van Standard; Robbie Rensenbrink die samen met zijn vrouw Corrie trots poseerde voor hun Jaguar; Anderlechtspits Ruud Geels thuis in Liedekerke; Bob Hoogenboom, de flamboyante doelman van Lokeren; Raoul Lambert; Willy Geurts, de stormram van Antwerp die als scholier ooit 136 doelpunten op een seizoen had aangetekend; Jean Janssens en Erwin Albert, de sterren van Beveren; Arie Haan en zijn toenmalige vrouw Titia; Julien Cools, de marathonloper van Club Brugge die vertelde dat hij zonder zijn vrouw nog altijd bij Retie zou voetballen; Juan Lozano en Jan Boskamp. Ook René Vandereycken had zich samen met zijn vrouw Fabienne opengesteld en het blad werd afgesloten met Michel Preud'homme die zich liet fotograferen in een boerderij die naast zijn ouderlijke woning lag en waar hij een groot deel van zijn jeugd doorbracht. En die vertelde dat de moed om landbouwer te worden bij hem ontbrak. Paul en Arlette Van Himst openden deze reeks verhalen en lieten zich samen met hun drie kinderen thuis fotograferen. Het leverde een mooi nummer op. Zestien vedetten lieten zich op 96 pagina's van hun andere kant zien. Thuis, ver weg van de club, praatten ze over hun leven en carrière en grasduinden ze ongeremd in foto's en lieten die zonder problemen publiceren. Andere tijden waren het. Mooie tijden.