Het is weer de periode van de finales: van de Champions League, de Europa League en de beker van België. Een finale spelen is altijd iets speciaal, en elke finale heeft zijn eigen verhaal. Ik persoonlijk speelde er tien met Anderlecht. Mijn eerste was de Belgische bekerfinale in 1972 tegen Standard in een volgepakt Heizelstadion. We wonnen met 1-0. Het jaar nadien troffen we de Rouches opnieuw. AttilaLadinsky werd nog op het laatste moment ingehaald voor deze finale. Hij kwam van Feyenoord. De Hongaar vervulde ruimschoots zijn contract, want hij scoorde tweemaal en werd in één match de chouchou van het Brusselse publiek. We wonnen met 2-1.
...

Het is weer de periode van de finales: van de Champions League, de Europa League en de beker van België. Een finale spelen is altijd iets speciaal, en elke finale heeft zijn eigen verhaal. Ik persoonlijk speelde er tien met Anderlecht. Mijn eerste was de Belgische bekerfinale in 1972 tegen Standard in een volgepakt Heizelstadion. We wonnen met 1-0. Het jaar nadien troffen we de Rouches opnieuw. AttilaLadinsky werd nog op het laatste moment ingehaald voor deze finale. Hij kwam van Feyenoord. De Hongaar vervulde ruimschoots zijn contract, want hij scoorde tweemaal en werd in één match de chouchou van het Brusselse publiek. We wonnen met 2-1. In 1975 schoven we FC Antwerp opzij met 1-0. Het was de eerste match van Arie Haan in het paars-witte shirt. Hij werd op het einde van het seizoen weggehaald bij Ajax waar hij op een zijspoor was geraakt. Hij was nog wel tien kilo te dik en kwam die match niet uit de middencirkel maar speelde toch een belangrijke rol in onze overwinning. In 1976 ging Lierse voor de bijl met 4-0. Het was de laatste wedstrijd van onze trainer, Hans Croon, die werd vervangen door Raymond Goethals. Na de match was er een receptie in het Atomium. Iedere speler kreeg van Croon de langspeelplaat Jonathan Livingstone Seagull van Neil Diamond. "Jullie spelen zoals een meeuw vliegt, met hoge pieken, maar ook met diepe dalen", zei hij duidelijk ontroerd tijdens zijn afscheidsspeech. Constant Vanden Stock was niet ontroerd de volgende dag, eerder razend. We hadden na de wedstrijd onze shirts gewisseld met de Lierenaars voor de bekeruitreiking. 's Anderendaags stonden in alle kranten foto's van Anderlechtspelers die stonden te pronken met de trui van Lierse aan, met daarop de naam van hun sponsor C&A. Meneer Constant weigerde ons te betalen en riep: "Vraag aan C&A of ze jullie betalen!" De finale tegen Club Brugge in 1977 is mij het meest bijgebleven, ondanks het feit dat we die verloren met 3-4. Het was die dag snikheet, er waren 55.000 toeschouwers in het Heizelstadion, de bekerfinale werd voor de eerste keer rechtstreeks uitgezonden op tv en er gebeurde een mirakel tijdens die match: Raoul Lambert scoorde met het hoofd! De hele wedstrijd had Anderlecht het heft in handen met 2-0 en 3-1, maar toch gingen we de boot in. Ulrik le Fevre, de Deense linksbuiten van blauw-zwart, maakte op het einde van de match een cruciale inschattingsfout. Hij zei tegen Arie Haan: "Ik dansen vanavond, gij niet." Nadat Arie hem had aangepakt, denk ik niet dat de Deen die avond op de dansvloer is verschenen. Het moet in ieder geval niet gemakkelijk geweest zijn om op krukken te dansen. Van onze drie Europacupfinales was de eerste in Brussel op de Heizel, tegen West Ham, de indrukwekkendste. Een vol huis, een thuiswedstrijd. De sfeer was ongelooflijk. Nochtans startte de match niet al te best voor ons want het werd al vlug 0-1, maar dankzij Robbie Rensenbrink en Swat Van der Elst trokken we het laken toch naar ons toe. We wonnen uiteindelijk met 4-2. Ik was kapitein en mocht als eerste Belg een Europacup in ontvangst nemen, de beste herinnering uit mijn leven. Onze twee Europese supercupfinales tegen Bayern München en Liverpool waren natuurlijk de kers op de taart. Buiten het kopbaldoelpunt van Lambert zijn mirakels zeldzaam in het voetbal, alhoewel ik denk dat ik er toch één heb meegemaakt: onze winst tegen Bayern. De zondag voor de woensdagmatch tegen de Duitsers, speelden we uit tegen Boom, de allerlaatste van de eerste klasse. We kwamen niet verder dan 1-1, met onze gelijkmaker in de laatste minuten van mijn voet. We werden natuurlijk bekeken door Bayern-scouts, die allesbehalve onder de indruk waren van onze prestatie. Voor de uitwedstrijd waren Beckenbauer & co natuurlijk op de hoogte gebracht van ons niveau. Dat zag je voor de match in de tunnel voor we het veld op renden. De Duitsers bekeken ons en dachten duidelijk: wat komen die sukkels hier doen? Tijdens de wedstrijd hielden we goed stand. We verloren weliswaar met 2-1, maar hadden lang voor gestaan met 0-1, tot Gerd Müller zijn duivels ontbond en in de slotfase twee keer scoorde. In de terugwedstrijd voelden we respect van de Bayernspelers. Rensenbrink had zijn smoking aangetrokken en we verpulverden de Europacup I-winnaar met 4-1. Dat was pas een mirakel! "Ik dansen vanavond, gij niet."