Uit een onderzoek van het Instituut voor Sport, Business en Society, dat tot de universiteit van het Duitse Wiesbaden hoort, blijkt dat trainers in Bundesligaclubs zes keer sneller worden ontslagen dan topmanagers in het bedrijfsleven. Gemiddeld houdt een trainer het in de hoogste Duitse afdeling 1,2 jaar uit. De dagelijkse druk zorgt er meer dan ooit voor dat trainers zijn uitgegroeid tot wegwerpartikelen, al worden er overal in Europa vaak waanzinnige sommen neergedokt om hen te contracteren. Zo betaalde bijvoorbeeld Chelsea 15 miljoen euro aan FC Porto om André Villas-Boas uit zijn lopende overeenkomst los te weken.
...

Uit een onderzoek van het Instituut voor Sport, Business en Society, dat tot de universiteit van het Duitse Wiesbaden hoort, blijkt dat trainers in Bundesligaclubs zes keer sneller worden ontslagen dan topmanagers in het bedrijfsleven. Gemiddeld houdt een trainer het in de hoogste Duitse afdeling 1,2 jaar uit. De dagelijkse druk zorgt er meer dan ooit voor dat trainers zijn uitgegroeid tot wegwerpartikelen, al worden er overal in Europa vaak waanzinnige sommen neergedokt om hen te contracteren. Zo betaalde bijvoorbeeld Chelsea 15 miljoen euro aan FC Porto om André Villas-Boas uit zijn lopende overeenkomst los te weken. In 6,5 procent van de gevallen, zo blijkt uit de Duitse studie, wordt een trainer vervangen door zijn adjunct. In bedrijven komen 77 procent van de nieuwe managers uit het eigen bedrijf. Ze werden systematisch op hun nieuwe functie voorbereid. Daaraan, zo heet het, zouden voetbalclubs zich moeten spiegelen. Net zoals jonge spelers de kans krijgen om door te stromen, moet dat ook met trainers kunnen. Het bespaart geld en tijd. Maar slechts weinig clubs die zo denken en daarin investeren. Voetbalclubs spiegelen zich graag aan het bedrijfsleven, maar de filosofie bij het beëindigen van een overeenkomst is anders: een trainer wordt bijna altijd ontslagen bij een gebrek aan resultaat, bij bedrijven geldt dat slechts in een van de tien gevallen. Juist dat maakt trainers extreem kwetsbaar. Trainers zijn eenzame mensen. Hun beoordeling en veroordeling hangt af van een bal op de paal en vaak ook van schimmige gevechten in de coulissen. Ze worden opgejaagd door de media, vaak aan de schandpaal genageld, zonder dat ze zich kunnen verweren omdat ze niet vrijuit mogen of kunnen praten. In die omstandigheden wordt van hen verlangd dat ze koel en rationeel denken. Ze werken constant met de hakbijl boven het hoofd en luisteren naar bestuurders die over continuïteit praten maar in de praktijk steeds weer het tegenovergestelde doen. Bij de zestien clubs die tegenwoordig deel uitmaken van de Jupiler Pro League stonden sinds medio 2007, in goed vier jaar, na wissels 66 trainers aan het roer. Steeds meer lijden trainers aan chronische stress en staan ze onder een verpletterende psychische druk. Het zijn overlevers die worden beschadigd en vertrappeld, maar ieder teken van twijfel onderdrukken omdat dit in dit machowereldje als zwakte wordt aangezien. Verbazing maar toch ook respect was er vorige week in Duitsland toen Ralf Rangnick, de trainer van Schalke 04, met een burn-out de handdoek in de ring gooide. Na de zelfmoord van Robert Enke, twee jaar geleden, baadt dit thema bij onze oosterburen niet langer in een taboesfeer. Ralf Rangnick geldt als een zeer empathische trainer met de perfecte mengeling van menselijkheid en autoriteit. Niemand had bij hem een signaal opgemerkt. Hij kende een woelige zomer waarin zijn club voor 25 miljoen euro verkocht en voor 7 miljoen euro aankocht. Terwijl het verwachtingspatroon groot bleef, verbeet hij zijn teleurstelling. De sport kampt met een dramatisch probleem, dat het zelf niet kan oplossen. Het is een op prestaties geënte machine die steeds sneller draait. Trainers belanden daarbij vaak in een isolement. Ze hebben doorgaans geen klankbord, want hun adjunct houdt er soms een eigen agenda op na. Dat vreet en sloopt. Kijk naar foto's van trainers voor en nadat ze bij een topclub hebben gewerkt ( Hugo Broos, Frank Vercauteren, Jacky Mathijssen en nu ook Ariël Jacobs) en de verschillen zijn grotesk. In alle geledingen van deze maatschappij is er sprake van een mentale bedreiging. In de sport is die extreem. Maar er is niemand die aandacht heeft voor psychische problemen. De roep om psychologen in iedere club weerklinkt steeds luider. Zij kunnen inderdaad nuttig werk verrichten. Maar veel meer is er nood aan bezinning in de manier waarop met mensen wordt omgegaan. Zeker trainers worden zonder een greintje respect behandeld. De wijze waarop Guido Brepoels enkele weken geleden in een kort en koud gesprek door STVV werd ontslagen, is maar een van de vele voorbeelden. Het is voor hem, na vele jaren hard werk, een litteken voor het leven. Maar niemand die zich daar achteraf ook maar één vraag over stelt. DOOR JACQUES SYSNiemand heeft aandacht voor mentale problemen.