Volgende week woensdag, op 14 augustus, viert Herman Vanspringel zijn 70e verjaardag. Of hij dat uitgebreid zal vieren, is twijfelachtig. Vanspringel houdt niet van opgefokte toestanden, ook tijdens zijn carrière toefde hij het liefst in de schaduw. De Kempenaar hoort bij de beste wielrenners die dit land voortbracht, maar zelf koketteerde hij nooit met zijn prestaties. Hij zette zich ook niet af tegen het beeld van 'domme'renner dat over hem bestond, ook al wist hij dat het anders was. Vanspringel voelde de koers goed aan, hij bezat een scherpe demarrage en speculeerde op het verrassingselement. Zo won Vanspringel ooit Parijs-Tours, een wedstrijd die absoluut niet bij hem paste. En zo pakte hij in 1973 als niet-sprinter de groene trui in de Ronde van Frankrijk waarin hij in totaal vijf ritten won.
...

Volgende week woensdag, op 14 augustus, viert Herman Vanspringel zijn 70e verjaardag. Of hij dat uitgebreid zal vieren, is twijfelachtig. Vanspringel houdt niet van opgefokte toestanden, ook tijdens zijn carrière toefde hij het liefst in de schaduw. De Kempenaar hoort bij de beste wielrenners die dit land voortbracht, maar zelf koketteerde hij nooit met zijn prestaties. Hij zette zich ook niet af tegen het beeld van 'domme'renner dat over hem bestond, ook al wist hij dat het anders was. Vanspringel voelde de koers goed aan, hij bezat een scherpe demarrage en speculeerde op het verrassingselement. Zo won Vanspringel ooit Parijs-Tours, een wedstrijd die absoluut niet bij hem paste. En zo pakte hij in 1973 als niet-sprinter de groene trui in de Ronde van Frankrijk waarin hij in totaal vijf ritten won. Het is ook de Tour die hoorde bij de tragiek die Herman Vanspringel geregeld overviel. Toen hij in 1968 de gele trui droeg in de laatste rit, een individuele tijdrit, en uiteindelijk onderuitging. De zege ging naar de Nederlander Jan Janssen, intrinsiek een veel mindere tijdrijder dan Vanspringel, die in zijn carrière twee keer de Landenprijs won, destijds een prestigieuze chronorit over een afstand van 120 kilometer. Nog altijd hangt er een waas van geheimzinnigheid rond de voor Vanspringel sinistere afloop van deze Tour. Die nederlaag, met een verschil van 36 seconden, droeg hij heel zijn carrière met zich mee. Ook al werd hij achteraf in België onthaald als een winnaar. Maar een overwinning in de Tour had Vanspringel, die in zijn lange carrière nooit werd gecontesteerd, kunnen bevrijden van de innerlijke twijfel die hem constant achtervolgde. Hij zou in dat voor hem zo duistere seizoen nog tweede worden in het wereldkampioenschap (na de Italiaan Vittorio Adorni) en de Ronde van Lombardije winnen. Herman Vanspringel was in wezen een eenzame fietser, een onvervalste hardrijder. Geen wedstrijd daarom die beter bij zijn kwaliteiten paste dan Bordeaux-Parijs, de al lang ter ziele gegane marathonwedstijd die Vanspringel in totaal zeven keer won en waarin de renners, met een vertrek in de prille ochtenduren, echt in de huid kropen van dwangarbeiders van de weg. Uren en uren aan stuk rijden, eerst alleen en dan achter een derny, daar bezat Vanspringel het uithoudingsvermogen voor. Met vertedering kon hij praten over het karakteristieke van deze koers, die hem de gelegenheid bood zijn carrière tot zijn 38e te rekken. De voorbereiding was nochtans zwaar: de maand voordien moest je een keer of twaalf 400 kilometer gaan trainen, dat was afzien bij het leven. In Bordeaux-Parijs kwam het er vooral op aan dat je jezelf door en door kende, dat je bij iedere aanval de nodige reserves inbouwde, dat je het moment waarop je in de wedstrijd kapotging zolang mogelijk voor je uit probeerde te schuiven. En belangrijk was het natuurlijk ook om een soort twee-eenheid te vormen met je gangmaker. Eén enkele keer werd Vanspringel in Bordeaux-Parijs gediskwalificeerd omdat de wedstrijdorganisatie verloren was gereden. Hij lag namelijk tien minuten voorop en zag plots, terwijl hij nog altijd de auto van de organisatie volgde, dat er geen volk meer langs de weg stond. Samen met zijn gangmaker keerde hij op zijn stappen terug, na die wegvergissing lag hij nog altijd vier minuten voor. Uiteindelijk won hij die Bordeaux-Parijs met een kwartier voorsprong, ofschoon hij zeven kilometer meer had afgelegd dan de concurrenten. Maar omdat er in het reglement stond dat de renner het parcours diende te kennen, werd hem de zege ontnomen. Die ging nu naar de Fransman Régis Delepine. Na een klacht van Vanspringel werden beiden uiteindelijk tot winnaars uitgeroepen. Dat Vanspringel verkeerd had gereden, paste in de beeldvorming over hem. Hij kon met dat imago leven. Vanspringel was 'een goeie loebas'. Maar te ver mochten ze toch niet gaan. Hij trainde ooit eens keihard met de Italiaan Davide Boifava, met het oog op de Trofee Baracchi, een koppeltijdrit. Uiteindelijk werd Boifava door Eddy Merckx opgeëist nadat diens ploegmaat Roger Swerts ziek was geworden. Vanspringel diende met de Portugees Agostini te rijden. Hij was zo kwaad dat hij de wedstrijd met meer dan drie minuten voorsprong won. Als ze op zijn ziel trapten, kon Vanspringel vreselijk tekeergaan. Alleen: er moest al heel veel gebeuren voor je hem zo ver kreeg.