LOUIS VAN HEGE, MAURICE TOBIAS EN ROGER PIÉRARD: IN 1910 NAAR AC MILAN

In de zomer van 1910 prijken drie Belgische spelers op de voorpagina's van de kranten dankzij hun overgang naar de Milan Football and Cricket Club, het huidige AC Milan. Maurice 'Max' Tobias (Racing Mechelen) kwam eerder al voor Racing Bruxelles (1901/02), Union Sint-Gillis (1902/09) en Racing Mechelen uit alvorens naar de hoofdstad van Lombardije te verkassen. Bij AC Milan wordt Tobias vergezeld door zijn vroegere Unionploegmakkers Roger Piérard (verdediger) en L...

In de zomer van 1910 prijken drie Belgische spelers op de voorpagina's van de kranten dankzij hun overgang naar de Milan Football and Cricket Club, het huidige AC Milan. Maurice 'Max' Tobias (Racing Mechelen) kwam eerder al voor Racing Bruxelles (1901/02), Union Sint-Gillis (1902/09) en Racing Mechelen uit alvorens naar de hoofdstad van Lombardije te verkassen. Bij AC Milan wordt Tobias vergezeld door zijn vroegere Unionploegmakkers Roger Piérard (verdediger) en Louis Van Hege (aanvaller). Van Hege doet het meer dan goed bij de Rossoneri en scoort in vijf seizoenen liefst 98 keer in 91 wedstrijden. Geen wonder dat hij gauw uitgroeit tot de lieveling van de tifosi en La Gazzetta dello Sport hem tot populairste speler van Italië uitroept. Zijn grootste exploot is zonder twijfel zijn vijf goals in de 8-1 zege tegen Juventus (op 14 januari 1912). Van Hege schopt het tot aanvoerder van AC Milan, maar zijn carrière neemt een dramatische wending wanneer twee jaar later de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. Vanaf dan onderscheidt de spits zich op het voetbalveld, met de nationale ploeg van militairen, de Front Wanderers. Later sluit hij zijn loopbaan in België af, en wint hij goud op de OS van 1920 in Antwerpen. De allereerste keer dat er sprake is van een onwaarschijnlijke transfersom in het Belgische voetbal, is wanneer Raymond Braine in de jaren dertig van Beerschot naar Sparta Praag verhuist. De Tsjecho-Slowaakse club legt voor de Antwerpse puncher 29.000 Belgische frank (een kleine 750 euro) op tafel. In die tijd een monsterbedrag. Zonder het decreet van de voetbalbond zou het evenwel niet zo ver gekomen zijn. Die pikt het niet dat voetballers, die geacht worden amateursporters te zijn, winst maken met commerciële nevenactiviteiten. De voetbalbond wil zulke spelers straffen. Als uitbater van de Matador, een succesvolle kroeg in de buurt van het Olympisch Stadion van Beerschot, wordt Ray geschorst, zowel bij Beerschot als bij de nationale ploeg, waarvoor hij op dat moment nochtans al dertig caps verzameld heeft. Braine trekt dan maar naar Tsjecho-Slowakije waar profvoetbal wel gangbaar is. Zijn portret hangt nog steeds in het Letnastadion van Sparta. Na vijf jaar wordt de volgens velen beste Antwerpse speler ooit in ere hersteld bij de Rode Duivels. Hij keert in 1936 ook terug naar Beerschot, waarmee hij in 1938 en 1939 de titel pakt. Wordt zijn internationale carrière niet vijf jaar lang on hold gezet, zou Braine zonder die 47 gemiste interlands nu nog altijd de Rode Duivel met de meeste caps zijn...