Het is met een glimlach dat hij het zaaltje binnenkomt. Zowat alles probeert Saulo Decarli (25)met een glimlach te doen, al dan niet innerlijk, zullen we op het eind van het gesprek weten. Maar aan de glimlach waarmee hij ons die middag tegemoet treedt, ligt ook goed nieuws ten grondslag. Nadat hij de wedstrijd tegen AA Gent uit voorzichtigheid aan zich voorbij liet gaan wegens wat pijn in de rechterquadriceps, trainde hij vandaag voor het eerst weer op het veld, individueel, en dat verliep zonder problemen. 'Ik voel mij veel beter,' zegt hij, 'ik ben klaar om morgen bij de groep aan te sluiten.'
...

Het is met een glimlach dat hij het zaaltje binnenkomt. Zowat alles probeert Saulo Decarli (25)met een glimlach te doen, al dan niet innerlijk, zullen we op het eind van het gesprek weten. Maar aan de glimlach waarmee hij ons die middag tegemoet treedt, ligt ook goed nieuws ten grondslag. Nadat hij de wedstrijd tegen AA Gent uit voorzichtigheid aan zich voorbij liet gaan wegens wat pijn in de rechterquadriceps, trainde hij vandaag voor het eerst weer op het veld, individueel, en dat verliep zonder problemen. 'Ik voel mij veel beter,' zegt hij, 'ik ben klaar om morgen bij de groep aan te sluiten.' Bijna anderhalve maand is de Zwitser intussen in Brugge. Drie jaar voetbalde hij met Eintracht Braunschweig in de top van de tweede Bundesliga. Voor de beker speelde hij er onder meer verdienstelijke wedstrijden tegen Bayern München en VfB Stuttgart en eind vorig seizoen voor de promotie tegen VfL Wolfsburg. Maar dat nam niet weg dat hij bij Club grote ogen trok. 'Hier ontdekte ik een andere wereld', zegt hij. 'Dit is een ander niveau dan ik gewoon was. De eerste dag dat ik met het team trainde, dacht ik: wow! Alles ging veel sneller. De kwaliteit in iedere oefening en iedere wedstrijdsituatie was voor mij echt indrukwekkend, de zuiverheid en het gemak waarmee elke speler elke bal onder druk in één keer controleerde en inspeelde vooral. Ik realiseerde mij meteen dat er hier voor mij veel werk te doen is, dat ik altijd heel gefocust zou moeten zijn om met die gasten mee te kunnen trainen en spelen. De intensiteit en de workload is hoger, maar elke dag gaat en voelt het beter.' Niettemin: op 27 augustus, binnen de week na zijn aankomst in Brugge, stond hij tegen Standard al in de ploeg. 'Het was niet gemakkelijk en ik was uiteraard nog niet top, ik kende niet eens de naam van elke speler op het veld, maar het was de beste manier om er hier aan te beginnen. Zoveel vertrouwen krijgen van de staf, negentig minuten meedoen en 4-0 winnen: wow. Voor mij maakt het niet uit of ik ergens pas vijf dagen of al vijf jaar ben. Elke dag ben ik klaar om het beste van mezelf te geven.' Club vergt van hem niet alleen een aanpassing aan de intensiteit en aan het volume, maar ook aan een spelwijze met drie centrale verdedigers waarin hij vanaf de rechterkant mee de opbouw moet verzorgen. 'Ik zie ook dat als een uitdaging en een kans om mezelf te verbeteren', zegt hij. 'Tactisch, maar ook door het feit dat ik op die positie veel meer aan de bal kom dan ik voorheen gewoon ben geweest. De coach wil dat ik oplossingen vind en dat is nieuw voor mij. Het is een punt waar ik veel aan moet werken, maar ik doe het met een smile. Alles beschouw ik als een kans om beter te worden. Ik geniet ervan. Zelfs als ik fouten maak, op training of in de wedstrijd, probeer ik elke dag weer te focussen op nieuwe stappen. Soms voel je je comfortabel in je oude gewoontes, maar het brengt je niets bij als je van iets nieuws zegt: 'Daar hou ik niet van.' Beter is het dankbaar te zijn voor de kans die je krijgt om iets nieuws te leren en daar beter van te worden.' Hij is in de eerste plaats een scherpe verdediger. 'Mijn spel is altijd vooral geweest: sterk in duel, goed in de lucht. Maar de focus die mij als verdediger helpt om te zien wat er rond mij gebeurt om tegendoelpunten te vermijden, kan mij ook helpen om in de opbouw onder druk oplossingen te vinden.' Nochtans is hij niet als verdediger geboren. 'Neen, zeker niet. Tot een jaar of twaalf was ik aanvaller, klein en heel snel. Daarna werd ik centrale middenvelder en pas bij de U18 ben ik centrale verdediger geworden.' Hij groeide op in Losone, een dorpje in Ticino, het Italiaanse, zuidelijkste deel van Zwitserland, in de bruisende natuur, aan de zonzijde van de Alpen - wow! Het is een regio waar ook Danijel Milicevic (AA Gent) en Mijat Maric (Lokeren) vandaan komen. 'Mijn vader is elektricien en mijn moeder verpleegster', vertelt hij, 'en mijn elf maanden jongere zus is modeontwerpster. Ze studeerde in Firenze, woont daar nu nog en werkt en reist veel voor onder meer het grote, Franse merk Céline. Wij waren absoluut geen voetbalfamilie, maar van zodra ik op school begon te voetballen met vriendjes wou ik in een team spelen. Ik groeide op met het Italiaanse voetbal. We zijn Zwitsers en daar zijn we trots op, maar onze cultuur is Italiaans. We spreken Italiaans, eten Italiaans, luisteren naar Italiaanse muziek en kijken naar de Italiaanse tv. In Ticino ben je voor Inter of AC Milan. Ik was altijd al voor Inter, maar vraag me niet waarom.' Marco Materazzi inspireerde hem om altijd te blijven vechten en voortdoen. 'In mijn eerste jaar bij de U18 van Team Ticino speelde ik slechts tachtig minuten. Dat was een ploeg waarin drie jongens zaten die in 2009 in Nigeria met Zwitserland wereldkampioen waren geworden bij de U17. De coach zei mij: 'Op het middenveld is de concurrentie te groot, de enige plaats waar je kans maakt, is achterin.' Zo ben ik centrale verdediger geworden. Toen ik achttien was, debuteerde ik als prof met FC Locarno in de Zwitserse tweede klasse tegen het Aarau van René Weiler. Nog nooit verloor ik mijn zelfvertrouwen, ook niet in de momenten dat ik ontgoocheld was en mij niet gelukkig voelde.' Zijn voornaam, Saulo, is niet toevallig een naam met een Bijbelse geschiedenis. 'We zijn christenen', zegt hij. 'Geloof is belangrijk in ons leven. Ik bid elke dag, wanneer ik opsta, wanneer ik eet en wanneer ik ga slapen. Soms is het alleen maar om 'dank u' te zeggen, dankjewel voor de nieuwe kans om datgene te kunnen doen waarvan ik hou. Ik ben er mij van bewust dat velen in mijn plaats zouden willen zijn. Ik droomde er altijd van om profvoetballer te zijn en ik leef nu nog altijd de droom van mijn leven. Mijn ouders legden mij nooit druk op. Ik beleefde mijn droom op een natuurlijke wijze. Ik geloofde dat het mogelijk was om hem te realiseren, maar ik ging ook graag naar school, studeerde goed en was klaar om naar de universiteit te gaan, misschien wel om journalist te worden. Tot ik dus bij Locarno snel prof werd en twee jaar later naar Livorno verhuisde. Dat was een goeie school voor een verdediger: urenlang tactisch trainen, iets wat ik in de voorgaande twee jaren nooit moest doen. 'De eerste zes maanden, in de Serie B, speelde ik altijd, maar na de promotie naar de Serie A geen minuut meer. Ik was er, in mijn derde seizoen als prof nog maar, mentaal niet klaar voor. Ze wilden mij verhuren aan een tweedeklasser, maar ik wou dat niet. Ik wou mijn kans blijven gaan. Elke dag weer. Tot ze er mij keihard lieten voelen dat ik er niet meer gewenst was. Nu zou ik zeggen: oké, het kwetst mij, maar ik ga naar tweede. Maar toen was ik te trots en weigerde ik dat. Ik wou het niet loslaten, omdat ik vreesde voor mijn droom.' Hij werd uiteindelijk in de terugronde uitgeleend aan de Italiaanse tweedeklasser US Avellino en tekende na dat seizoen voor vijf jaar bij de Duitse tweedeklasser Eintracht Braunschweig. En nu woont hij dus (met zijn Duitse vriendin) in West-Vlaanderen. 'Ik denk dat iedere speler elke dag beter kan worden, zelfs op topniveau,' zegt hij, 'ook door de mind te trainen buiten het veld, door je ontwikkeling als mens te blijven stimuleren. Ik bedoel: niet alleen door te trainen op de club, daar je best te doen, naar huis te gaan en in de zetel te liggen. Ook buiten het voetbal ben ik zeer geïnteresseerd in wat er in de wereld gebeurt.' Hij houdt tevens van talen. Behalve Italiaans spreekt hij ook Duits, Frans, Engels en zelfs Spaans, wat hij dankt aan de vriendschap met een Uruguayaanse ploegmaat bij FC Locarno destijds. 'Toen hij bij de club aankwam, gaf de teammanager mij de opdracht om hem te helpen te integreren. Ik sprak geen woord Spaans en hij geen woord Italiaans, maar we raakten bevriend en twee jaar later sprak ik Spaans en hij Italiaans.' Nu nog het West-Vlaams leren van Brandon Mechele. DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE - FOTO'S BELGAIMAGE'Nog nooit verloor ik mijn zelfvertrouwen, ook niet in de momenten dat ik ontgoocheld was.' - Saulo Decarli