Hij wilde graag de Nigeriaan Hakeem Olajuwon achterna, dweept nog altijd met de kunsten van Michael Jordan en praat honderduit over steals, lay ups en de Bob Guzzi-beweging. Maar in plaats van aan een carrière als spelverdeler in de Amerikaanse NBA, bouwt Sambegou Bangoura (19) sinds vier jaar aan een voetballersbestaan. Sinds begin vorig jaar doet de atletische centrumaanvaller dat in Lokeren.
...

Hij wilde graag de Nigeriaan Hakeem Olajuwon achterna, dweept nog altijd met de kunsten van Michael Jordan en praat honderduit over steals, lay ups en de Bob Guzzi-beweging. Maar in plaats van aan een carrière als spelverdeler in de Amerikaanse NBA, bouwt Sambegou Bangoura (19) sinds vier jaar aan een voetballersbestaan. Sinds begin vorig jaar doet de atletische centrumaanvaller dat in Lokeren. Sambegou Bangoura : " A la maison, on est un peu nombreux. Ik ben de jongste van vijf kinderen uit het derde huwelijk van mijn vader. Chez nous, c'est permis d'avoir au moins trois femmes. Wij hadden maar één passie : basketten op het pleintje dicht bij ons huis. Ik volgde daarmee het voorbeeld van mijn zussen. Voor mijn ouders was dat geen probleem, zolang we maar nuttig bezig bleven. Mijn vader had altijd zelf gevoetbald. Als middenvelder, maar op een heel bescheiden niveau. Hij schopte het nooit tot profvoetballer, maar steunde ons enorm. Eigenlijk was hij onze eerste supporter. "Op een dag werd ik tijdens een onschuldig partijtje ontdekt door de trainer van mijn broer. Elke morgen en avond, voor en na school, gaf hij me training. Nadat mijn broer moest afhaken door meniscusproblemen na een val op een slecht terrein, had ik de microbe goed te pakken. D'un coup, c'était parti. Basketbal was mijn hele leven : elke zaterdag stond ik rond twee uur 's nachts op om naar de beelden van de NBA te kijken op Canal+ Horizon. "Toen ik twaalf jaar was, werd ik opgeroepen voor het juniorenteam. Op papier was ik te jong, maar ik had gelukkig mijn lengte mee ( lacht zijn tanden bloot). We slaagden erin ons te kwalificeren voor de Afrika Cup en eindigden als derde in een prestigieus jeugdtoernooi. Na die selectie werd ik meteen opgenomen in de eerste ploeg van Kindia, het ambtsgebied waar ik ben geboren. Een subtopper, die in de schaduw leefde van topclub AS Kaloum Conakry. Ik was de meneur de jeu van de ploeg parce que j'avais une belle maîtrise de balle. Het zorgde ervoor dat ik drie opeenvolgende keren werd verkozen tot basketballer van het jaar. Eerst bij de jeugd, later bij de grote jongens. Een serieuze eer, maar je kon er maar weinig mee uitrichten. "Een profloopbaan was uitgesloten. Basket in Guinee stelt weinig voor, want voetbal is er de sport nummer één. Bovendien biedt het voetbal vooral financieel veel meer mogelijkheden. Souleymane Oulare en Titi Camara zijn daar goede voorbeelden van. Het was hard om mijn geliefkoosde sport op te geven. Daarom koester ik nog één grote droom : ooit wil ik mijn idool Michael Jordan ontmoeten. Nee, ik ben niet bijgelovig : ik speel nog niet met het rugnummer 23." " Le foot est venu après le basket. We speelden regelmatig op school en tot 's nachts op straat. Gewoon met de vrienden, om wat plezier te maken en de tijd te vullen. Het leuke is dat er bij ons regelmatig toernooien werden georganiseerd tussen de verschillende quartiers. Op zo'n interquartier werd ik ontdekt door eersteklasser Gangan FC Kindia. Ik scoorde vlot, maar twijfelde lang over het aanbod. Voor mij betekende voetbal alleen maar amusement. Ik was pas vijftien en werd aangesloten als kadet. Maar na een paar oefenduels mocht ik met de beloften meespelen. Een jaar later speelde ik zelfs al de Afrika Cup voor beloften. "Toen volgde een seizoen bij topclub AS Kaloum Conakry, het Anderlecht van Guinee. Daar forceerde ik de echte doorbraak en kwam ik bij de nationale ploeg. In onze hoofdstad werd ik opgevangen door een van mijn oudere zussen. Zij nam de rol van mijn ouders over. Vooral mentaal was dat een hele opsteker. Anders zou ik het waarschijnlijk niet hebben volgehouden. Tu sais, j'étais encore jeune, hein. "Er kwam belangstelling vanuit het buitenland. Lokeren werd, op aanraden van Souleymane Youla, mijn boezemvriend in de nationale ploeg, de nieuwe bestemming. Mijn moeder had het moeilijk met mijn vertrek en huilde lang. Ze vond me nog veel te jong om alleen naar het onbekende Europa te trekken. Mijn vader gaf de toestemming. Hij begreep goed dat een sporter altijd hogerop wil. "Hoeveel de transfervergoeding bedroeg, weet ik nog altijd niet ( lacht). Dat hebben ze mij nooit verteld. Ik werd voor het eerst ook geconfronteerd met managers. Ze hadden de mond vol over Club Brugge, Ajax, Sedan en vooral Bordeaux. Maar ik luisterde liever naar Youla en monsieurAlfred Raoul. Hij is mijn raadgever, geen manager. Een belangrijk verschil : ik moet hem bijvoorbeeld niet betalen voor zijn diensten. Hij bekommert zich om alles, ook mijn financiële zaken, maar alles gebeurt in gezamenlijk overleg. Hij zorgde zelfs voor een bus in mijn geboortedorp en een nieuw huis. C'est comme un ami. Hij is de rechtstreekse link met mijn familie in Guinee. "De aanpassing aan het Belgisch voetbal verliep moeizaam in het begin. Ik dacht voortdurend aan mijn familie, terwijl Souleymane al snel naar Anderlecht vertrok. Dat kwam hard aan : we trainden en leefden samen, sliepen zelfs op hetzelfde bed. De ontgoocheling was groot, maar ik kon niet kwaad op hem zijn. Ik wist ook heel goed dat hij die kans moest grijpen. De Champions League speel je niet elk jaar, hé. Achteraf vind ik het wel jammer dat we nooit een duo vormden. Ik had het voordeel dat Georges Leekens sterk in mijn kwaliteiten geloofde en me bleef motiveren. Ik mocht niet zo afwezig zijn in het spel en moest me laten gelden. Die boodschap heb ik altijd goed onthouden. Bovendien werd ik goed opgevangen door Steven De Geest en de andere Afrikanen. De solidariteit in de spelersgroep was groot." "Ik kon ook altijd terecht bij Patrice Zéré, die we ook wel eens de president noemen. Hij geeft ons zowel op als naast het veld voortdurend advies, omdat hij veel ervaring heeft met het voetbal in België en Frankrijk. Bij de Afrikanen geniet hij veel respect en is hij enorm populair. Hij waarschuwt ons constant voor overmoed en dat we moeten leven als een echte prof. Nadat ik vorig seizoen dertien keer scoorde in dertig wedstrijden, werd ik hier uitgeroepen tot eerste minister. Om de status van Patrice te evenaren, moet ik wel nog een lange weg afleggen. "Het is een voordeel dat ik kan terugvallen op mijn vaardigheden als basketter : de timing, het afschermen van de bal comme un tigre, een blinde pass versturen, schijnbeweging maken. Alles komt neer op balgevoel. Je hebt het of je hebt het niet. Alleen aan mijn basistechnieken en de balaanname moest er nog geschaafd worden. Met Hein ( Vanhaezebrouck, nvdr) en Rudy ( Cossey, nvdr) probeer ik daaraan te werken. Ik doe alles wat ze vragen, ben zelfs bereid om er een vrije dag voor op te offeren. "Alleen laat de productiviteit het dit seizoen nog wat afweten. Op dit moment kom ik slechts aan zestig procent van mijn mogelijkheden. Waaraan het ligt, weet ik niet. Ik kwam wat later dan verwacht terug uit Afrika en sukkel nog altijd met de gevolgen van een polsoperatie. Ondertussen probeer ik te knokken voor de ploeg. Als dat dan drie punten kan opleveren, ben ik ook heel blij."door Frédéric Vanheule