Voetbal en mooie vrouwen waren zijn absolute passies. Kurt Axelsson vertelde het tijdens zijn allereerste interview, kort nadat hij in België neerstreek. De verdediger, ontdekt door de toenmalige trainer Norberto Höfling, was niet het prototype van de bokkige, zwijgzame Zweed uit een van de deprimerende films van Ingmar Bergmann, maar een innemende, aimabele man. Op een zelfverzekerde, autoritaire en vooral intelligente manier leidde Kurt Axelsson (10 november 1941) zes jaar lang de defensie van Club Brugge. Hij voelde zich goed binnen de losse mentaliteit die blauw-zwart toen kenmerkte, in het sprankelende en offensieve voetbal dat Club toen vooral in thuiswedstrijden op de Klokke serveerde. En hij was ook erg populair naast het veld en werd zelfs twee keer bij de voorzitter geroepen vanwege zijn te liederlijke leven.

Oneindig zijn de verhalen die uit deze periode over spelers van Club Brugge circuleerden. Ze dronken, gokten en zaten achter de vrouwen aan. Ook de naam van Kurt Axelsson wilde daarbij weleens opduiken. Hij verzette zich echter fel tegen het beeld van onbezorgde flierefluiter dat over hem bestond. Bij hem moest voor het voetbal alles wijken. Ook de verlokkingen van het leven. Axelsson was het slachtoffer van zijn populariteit. Er liepen in die tijd zo veel vrouwen achter hem aan dat Norberto Höfling lachend opmerkte dat hij niet wist dat zo veel Brugse vrouwen een buitenlandse man wilden.

Kurt Axelsson beschouwde zichzelf als een dromer, als een idealist, maar vooral als een introverte binnenvetter. Hij liet zich gelden op het veld maar niet daarbuiten. Axelsson droeg het stempel van een harde jeugd met zich mee, hij was opgegroeid in het ruwe en eenzame milieu van Zweedse houthakkers.

Het voetbal bleek voor hem een uitlaatklep, een ontsnappingsroute uit een wrangbestaan. En Brugge was voor hem een andere wereld. Hij vond de mensen daar vrolijker en zwieriger dan in het noorden. Kurt Axelsson zweefde over het veld en dirigeerde en orkestreerde met een aangeboren flair de defensie van Club Brugge. Hij streefde naar soberheid, bezat een zuivere tackle en een uitmuntend positiespel. Na twee seizoenen had hij zo veel indruk gemaakt dat hij een voorstel kreeg van Feyenoord, toen een Europese topploeg. Maar Axelsson dacht er niet aan te vertrekken en tekende voor drie seizoenen bij. Dat was maar goed ook, want zonder hem bleek de defensie van Club een zeef.

Huilen als een klein kind

In weerwil van zijn imago verzorgde Kurt Axelsson zichzelf op een bijna maniakale manier. Trainingen waren voor hem nooit een bezigheidstherapie, maar een middel om de grenzen te verleggen. Hij voetbalde met het hoofd rechtop, constant zoekend naar de ruimte, naar de vrije man. En hij schoof vaak mee in, wat op het einde van de jaren zestig revolutionair was. Vaak hield hij in zijn eentje de defensie recht, want bij een achterstand werd een verdediger weleens vervangen door een aanvaller. Door zijn professionalisme en de manier waarop hij tegen het vak aankeek, lag hij heel goed in de groep. Toen Axelsson bijvoorbeeld als eerste met stretching begon, deden de anderen hem blindelings na.

Kurt Axelsson kon hard zijn voor anderen, maar was vooral meedogenloos voor zichzelf. Hij eiste correctheid. Als Axelsson één dag te laat betaald werd, kwam hij niet trainen. Hij kon ook niet leven met fouten. Zo speelde hij in zijn allereerste seizoen met Club de bekerfinale tegen Beerschot. Hij was de beste man op het veld, na 120 minuten stond het 1-1. Strafschoppen moesten beslissen. Tijdens de eerste serie miste Axelsson. Beschaamd droop hij af en ging op de middencirkel zitten, huilend als een klein kind en omringd door enkele ploegmaats die hem probeerden te troosten. Tijdens de tweede reeks strafschoppen ging hij zijn verantwoordelijkheid niet uit de weg. Dit keer faalde hij niet.

Het was de eerste prijs die hij bij Club Brugge won. In 1973 kwam daar nog een titel bij, 53 jaar na het vorige kampioenschap. Maar op dat moment maakte Axelsson, die pas op zijn 25e de stap naar het profvoetbal had gezet, niet langer deel uit van de hoofdmacht. Hij zat als vierde buitenlander veelal op de bank en werd tussendoor ook nog eens geveld door een gecompliceerde beenbreuk.

Norberto Höfling haalde hem later nog naar AS Oostende. Door hartproblemen moest hij daar met het voetbal kappen: in een uitwedstrijd op Lokeren kreeg hij plots hevige steken in het hart en kon hij zich niet staande houden. Er werd een zware ritmestoring vastgesteld, Axelsson moest twee jaar rusten. Hij kon moeilijk leven met de gedachte dat hij zijn lichaam moest sparen.

Een eenzame wolf

Kurt Axelsson viel in een zwart gat, raakte gedeprimeerd en vluchtte in de drank. Hij raakte verbitterd en kreeg moeilijkheden in zijn privéleven. Het was onmogelijk om nog met hem samen te leven, zijn huwelijk liep op de klippen. Axelsson sloot zich op, als een eenzame wolf, een omschrijving waarmee hij zichzelf ooit typeerde.

Later herpakte Axelsson zich alsnog. Hij ging werken bij zijn zwager, die een groothandel in antiek bezat. Mensen ontvangen, meubeltjes opknappen, leveren, verkopen, het beviel hem. Tussendoor was hij een jaar hulptrainer van Henk Houwaart bij KV Kortrijk, maar het werk slorpte hem zo op dat hij dat niet combineerbaar achtte.

Zo leek Kurt Axelsson langzamerhand toch weer uit een diep dal te klauteren. Tot hij op 15 december 1984 met zijn auto frontaal inreed op een stilstaande wagen. Axelsson overleefde de klap niet. Hij werd 43 jaar. In de herinnering leeft hij verder als de eerste echte prof van Club Brugge, een rustpunt in een vaak gammele verdediging. De toenmalige doelman Fernand Boone verwoordde de impact van de Zweed nog het best. Hij zei dat de aanwezigheid van Axelsson volstond om hem rustig te maken.

door jacques sys

Axelsson voetbalde altijd met het hoofd rechtop. Zoekend naar ruimte.

CLUB BRUGGE IS ... "Doorgaan, ook als je afziet." {Raoul Lambert, ex-speler}

Voetbal en mooie vrouwen waren zijn absolute passies. Kurt Axelsson vertelde het tijdens zijn allereerste interview, kort nadat hij in België neerstreek. De verdediger, ontdekt door de toenmalige trainer Norberto Höfling, was niet het prototype van de bokkige, zwijgzame Zweed uit een van de deprimerende films van Ingmar Bergmann, maar een innemende, aimabele man. Op een zelfverzekerde, autoritaire en vooral intelligente manier leidde Kurt Axelsson (10 november 1941) zes jaar lang de defensie van Club Brugge. Hij voelde zich goed binnen de losse mentaliteit die blauw-zwart toen kenmerkte, in het sprankelende en offensieve voetbal dat Club toen vooral in thuiswedstrijden op de Klokke serveerde. En hij was ook erg populair naast het veld en werd zelfs twee keer bij de voorzitter geroepen vanwege zijn te liederlijke leven. Oneindig zijn de verhalen die uit deze periode over spelers van Club Brugge circuleerden. Ze dronken, gokten en zaten achter de vrouwen aan. Ook de naam van Kurt Axelsson wilde daarbij weleens opduiken. Hij verzette zich echter fel tegen het beeld van onbezorgde flierefluiter dat over hem bestond. Bij hem moest voor het voetbal alles wijken. Ook de verlokkingen van het leven. Axelsson was het slachtoffer van zijn populariteit. Er liepen in die tijd zo veel vrouwen achter hem aan dat Norberto Höfling lachend opmerkte dat hij niet wist dat zo veel Brugse vrouwen een buitenlandse man wilden. Kurt Axelsson beschouwde zichzelf als een dromer, als een idealist, maar vooral als een introverte binnenvetter. Hij liet zich gelden op het veld maar niet daarbuiten. Axelsson droeg het stempel van een harde jeugd met zich mee, hij was opgegroeid in het ruwe en eenzame milieu van Zweedse houthakkers. Het voetbal bleek voor hem een uitlaatklep, een ontsnappingsroute uit een wrangbestaan. En Brugge was voor hem een andere wereld. Hij vond de mensen daar vrolijker en zwieriger dan in het noorden. Kurt Axelsson zweefde over het veld en dirigeerde en orkestreerde met een aangeboren flair de defensie van Club Brugge. Hij streefde naar soberheid, bezat een zuivere tackle en een uitmuntend positiespel. Na twee seizoenen had hij zo veel indruk gemaakt dat hij een voorstel kreeg van Feyenoord, toen een Europese topploeg. Maar Axelsson dacht er niet aan te vertrekken en tekende voor drie seizoenen bij. Dat was maar goed ook, want zonder hem bleek de defensie van Club een zeef. In weerwil van zijn imago verzorgde Kurt Axelsson zichzelf op een bijna maniakale manier. Trainingen waren voor hem nooit een bezigheidstherapie, maar een middel om de grenzen te verleggen. Hij voetbalde met het hoofd rechtop, constant zoekend naar de ruimte, naar de vrije man. En hij schoof vaak mee in, wat op het einde van de jaren zestig revolutionair was. Vaak hield hij in zijn eentje de defensie recht, want bij een achterstand werd een verdediger weleens vervangen door een aanvaller. Door zijn professionalisme en de manier waarop hij tegen het vak aankeek, lag hij heel goed in de groep. Toen Axelsson bijvoorbeeld als eerste met stretching begon, deden de anderen hem blindelings na. Kurt Axelsson kon hard zijn voor anderen, maar was vooral meedogenloos voor zichzelf. Hij eiste correctheid. Als Axelsson één dag te laat betaald werd, kwam hij niet trainen. Hij kon ook niet leven met fouten. Zo speelde hij in zijn allereerste seizoen met Club de bekerfinale tegen Beerschot. Hij was de beste man op het veld, na 120 minuten stond het 1-1. Strafschoppen moesten beslissen. Tijdens de eerste serie miste Axelsson. Beschaamd droop hij af en ging op de middencirkel zitten, huilend als een klein kind en omringd door enkele ploegmaats die hem probeerden te troosten. Tijdens de tweede reeks strafschoppen ging hij zijn verantwoordelijkheid niet uit de weg. Dit keer faalde hij niet. Het was de eerste prijs die hij bij Club Brugge won. In 1973 kwam daar nog een titel bij, 53 jaar na het vorige kampioenschap. Maar op dat moment maakte Axelsson, die pas op zijn 25e de stap naar het profvoetbal had gezet, niet langer deel uit van de hoofdmacht. Hij zat als vierde buitenlander veelal op de bank en werd tussendoor ook nog eens geveld door een gecompliceerde beenbreuk. Norberto Höfling haalde hem later nog naar AS Oostende. Door hartproblemen moest hij daar met het voetbal kappen: in een uitwedstrijd op Lokeren kreeg hij plots hevige steken in het hart en kon hij zich niet staande houden. Er werd een zware ritmestoring vastgesteld, Axelsson moest twee jaar rusten. Hij kon moeilijk leven met de gedachte dat hij zijn lichaam moest sparen. Kurt Axelsson viel in een zwart gat, raakte gedeprimeerd en vluchtte in de drank. Hij raakte verbitterd en kreeg moeilijkheden in zijn privéleven. Het was onmogelijk om nog met hem samen te leven, zijn huwelijk liep op de klippen. Axelsson sloot zich op, als een eenzame wolf, een omschrijving waarmee hij zichzelf ooit typeerde. Later herpakte Axelsson zich alsnog. Hij ging werken bij zijn zwager, die een groothandel in antiek bezat. Mensen ontvangen, meubeltjes opknappen, leveren, verkopen, het beviel hem. Tussendoor was hij een jaar hulptrainer van Henk Houwaart bij KV Kortrijk, maar het werk slorpte hem zo op dat hij dat niet combineerbaar achtte. Zo leek Kurt Axelsson langzamerhand toch weer uit een diep dal te klauteren. Tot hij op 15 december 1984 met zijn auto frontaal inreed op een stilstaande wagen. Axelsson overleefde de klap niet. Hij werd 43 jaar. In de herinnering leeft hij verder als de eerste echte prof van Club Brugge, een rustpunt in een vaak gammele verdediging. De toenmalige doelman Fernand Boone verwoordde de impact van de Zweed nog het best. Hij zei dat de aanwezigheid van Axelsson volstond om hem rustig te maken. door jacques sysAxelsson voetbalde altijd met het hoofd rechtop. Zoekend naar ruimte.CLUB BRUGGE IS ... "Doorgaan, ook als je afziet." {Raoul Lambert, ex-speler}