1943-1953 Een Sint-Niklaascadeau

Op 24 oktober 1953, drie weken na zijn tiende verjaardag, wordt Paul Van Himst officieel lid van Royal Sporting Club Anderlecht. Op dat moment ligt zijn aansluitingskaart evenwel al 24 maanden in een lade op het secretariaat van de jeugdschool van paars-wit. Het is al op zijn achtste dat de knaap met zijn tante en haar zoon meegaat naar Het Rad, waar een van de afdelingen van het opleidingscentrum van Sporting Anderlecht gevestigd is. Maar terwijl zijn neefje Lucien wordt toegelaten, wordt Polleke beleefd doch beslist afgewezen. In die lang vervlogen tijden bestonden er immers nog geen duiveltjes of preminiemen en moest je tien jaar zijn om te worden toegelaten tot de miniemen.
...

Op 24 oktober 1953, drie weken na zijn tiende verjaardag, wordt Paul Van Himst officieel lid van Royal Sporting Club Anderlecht. Op dat moment ligt zijn aansluitingskaart evenwel al 24 maanden in een lade op het secretariaat van de jeugdschool van paars-wit. Het is al op zijn achtste dat de knaap met zijn tante en haar zoon meegaat naar Het Rad, waar een van de afdelingen van het opleidingscentrum van Sporting Anderlecht gevestigd is. Maar terwijl zijn neefje Lucien wordt toegelaten, wordt Polleke beleefd doch beslist afgewezen. In die lang vervlogen tijden bestonden er immers nog geen duiveltjes of preminiemen en moest je tien jaar zijn om te worden toegelaten tot de miniemen. De legende wil dat Constant Vanden Stock, die toen belast was met de jeugdrekrutering, zo gefascineerd was door het talent van de jongen dat hij hem en zijn begeleidster zo snel mogelijk een voorlopig aansluitingsformulier liet ondertekenen. De latere voorzitter heeft altijd lachend verkondigd dat hij de eerste was die de kwaliteiten van die jonge snaak had onderkend. Maar succes kent vele vaders en er waren er in het Astridpark nog wel die deze pluim op hun hoed wilden steken. Bill Gormlie bijvoorbeeld, de legendarische trainer van Anderlecht in de fifties. Niet onterecht, want los van zijn verplichtingen als hoofdcoach hield de Engelsman zich ook bezig met scouting, niet zelden in het gereputeerde Sint-Niklaasinstituut op het gemeentelijk domein aan de Bergensesteenweg. Die school waakte erover, net als het Instituut Sint-Jan-Baptist in Molenbeek, dat haar best voetballende leerlingen in de richting van het toenmalige Emile Verséstadion werden gestuurd, kwestie van ze niet kwijt te raken aan andere Brusselse clubs als Union of Daring. Het is zo dat grootheden als Jef Jurion, Pierre Hanon en Georges Heylens bij paars-wit terechtgekomen zijn. De kleine Paul hoefde maar in hun voetsporen te volgen en zou later het mooiste cadeau blijken te zijn dat de broeders ooit aan RSCA gegeven hebben. Vanaf zijn eerste stapjes in de jeugdploegen tot het eind van zijn carrière halverwege de jaren zeventig heeft Paul Van Himst altijd op één en dezelfde positie gespeeld: de 10, als teruggetrokken aanvaller. Bij RSCA ondersteunde hij in die functie een reeks midvoors met ronkende namen als Frits van den Boer, Jacky Stockman, Jan Mulder, Johan Devrindt en Attila Ladinszky. Bij de nationale ploeg speelde hij eveneens in de rug van Stockman en Devrindt, maar ook van Victor Wégria (Club Luik), Roger Claessen (Standard) en RaoulLambert (Club Brugge). Zowel in zijn clubelftal als bij de Duivels schaart Paul Van Himst zich onder de vroegrijpe spelers. Zijn debuut in de hoofdmacht van Anderlecht maakt hij op 27 december 1959 in een uitwedstrijd op Beringen, hij is op dat ogenblik zestien jaar en nog geen drie maanden. Hoewel paars-wit die match gemakkelijk wint met 1-5, scoort Van Himst niet. Dat doet hij wel in zijn eerste thuiswedstrijd een week later. Voor de 4-0 tekenen Blitz Frits met twee rozen, Albert Jordan en onze jarige van vandaag. Zelfde verhaal in de nationale ploeg: hij maakt geen goal in de overigens met 2-0 verloren interland in Zweden (19 oktober 1960), maar opent wel de score in de volgende wedstrijd, op de Heizel tegen Hongarije (2-1 op 30 oktober 1960). Hij heeft op dat moment nog maar net zeventien kaarsjes uitgeblazen. Van Himst zal uiteindelijk afklokken op 81 A-caps. Zijn laatste interland speelt hij tegen de DDR op 7 december 1974 in het Zentralstadion van Leipzig (0-0). Met dertig doelpunten voor België is Van Himst mederecordhouder. Hij deelt dat record met Bernard Voorhoof (1910-1974) van Lierse, die in de periode van 1928 tot 1940 in totaal 61 keer uitkwam voor de Rode Duivels. Sinds zowat een halve eeuw zijn er verschillende spelers die de bijnaam 'witte Pelé' opgekleefd kregen, verwijzend naar de Braziliaanse parel Edson Arantes do Nascimento (geboren op 23 oktober 1940), die met de Goddelijke Kanaries drie Wereldbekers won (1958, 1962, 1970) en beschouwd wordt als de beste voetballer aller tijden. Onder hen zijn landgenoot Zico, de Nederlander Johan Cruijff en de Pool Wlodimierz Lubanski. Maar de eerste die deze bijnaam kreeg, was zonder enige twijfel Paul Van Himst. Die flatterende vergelijking heeft hij te danken aan de befaamde Franse journalist Jean-Philippe Réthacker, die heel zijn leven voor de sportkrant L'Equipe schreef. In een tijd dat de Europese competities nog niet de weerklank hadden van vandaag, was het gebruikelijk dat de grote clubs prestigieuze zomertoernooien of gala-avonden organiseerden. Zo speelde Anderlecht galawedstrijden tegen FC Santos, Racing Buenos Aires en FC Blackpool. Een van de meest gerenommeerde zomertoernooien was dat van Parijs, dat sinds 1957 werd georganiseerd in het Parc des Princes. In 1960 en 1961 won Santos dat vierploegentoernooi, met finalezeges tegen respectievelijk Racing Paris (4-1) en Benfica (6-3). Pelé vermaakte het publiek aan de zijde van andere vedetten als Coutinho en Pepé. In 1964 zijn die er nog altijd bij, maar ze worden overvleugeld door een grandioze Paul Van Himst, die zijn ploeg in de finale voorbij Borussia Dortmund loodst (5-2). Twee jaar later doet Anderlecht dat nog eens over, dit keer met een finale tegen de Entente Racing Paris-Sedan (3-1), weerom met een opvallende rol voor Van Himst. Vandaar dat hem op de voorpagina van de Franse sportkrant de titel 'de witte Pelé' wordt toegekend. Paul Van Himst wint de Gouden Schoen in 1960, 1961 en 1965 en uiteindelijk nog een vierde keer in 1974. Hij stuwt Anderlecht naar een groot palmares, een lawine aan landstitels en successen in de Belgische beker, vooral onder de auspiciën van een buitengewone trainer, de Corsicaan Pierre Sinibaldi. Enige schaduwzijde in die periode: de Europese onmondigheid. Behalve een verloren finale in de Jaarsbeursstedenbeker van 1970 (de voorloper van de UEFA Cup) maakt Sporting niet veel klaar, in geen enkele van de drie Europacups. Het seizoen 1973/74 begint slecht voor Paul Van Himst. Na een thuiszege tegen FC Zürich (3-2) in de eerste ronde van de beker voor bekerwinnaars, weigert de paars-witte nummer 10 om te spelen in de terugwedstrijd. Coach Urbain Braems opteert immers voor een spitsenduo met Attila Ladinszky en Robbie Rensenbrink en vraagt aan Popol om per uitzondering op de rechterflank te spelen. Die heeft daar geen zin in en weigert. Het is uiteindelijk André De Nul die zijn plaats inneemt en in de tweede helft wordt afgelost door Inge Ejderstedt. Het mag niet baten: Anderlecht wordt met 1-0 geklopt en verdwijnt roemloos van het Europese toneel. Van Himst krijgt voor zijn gedrag een boete van 100.000 Belgische frank (circa 2500 euro), maar voorzitter Constant Vanden Stock is bereid die te laten vallen als paars-wit, dat het vorige seizoen pas als zesde was geëindigd (na Club Brugge, Standard, Racing White, Beerschot en KV Mechelen) weer zou aanknopen met de landstitel. Zo geschiedt enkele maanden later: de mannen van het Astridpark kronen zich tot kampioen, voor Antwerp en de nieuwkomer in het Brusselse voetbal RWDM, ontstaan door de fusie tussen Racing White en Daring Molenbeek. In 1975 viert de Anderlechtkapitein zijn vijftienjarig jubileum in het eerste elftal van paars-wit. Op 6 januari wordt hij in de bloemetjes gezet met een galawedstrijd en alle koningen uit de voetbalwereld zijn aanwezig: Pelé zelf, Johan Cruijff en zijn landgenoten JohanNeeskens en Willem van Hanegem, de Spanjaard Amancio, de Portugees Eusébio, de Italianen Sandro Mazzola en Gianni Rivera en vele anderen. In de gietende regen haalt paars-wit het met 8-3. Eigenlijk is het voor Van Himst al zijn tweede jubileumwedstrijd. Op 12 maart 1969 werd hij al gehuldigd voor tien jaar eerste elftal, net als zijn ploegmaats Jean Trappeniers en Jean Cornélis. Die avond won Anderlecht met 3-2 van Benfica. Het is tegen datzelfde Benfica dat Paul Van Himst - ondertussen trainer geworden - slaagt in iets wat tijdens zijn carrière als voetballer niet was gelukt: een Europabeker winnen. Het jaar van de glorie is 1983, het strijdtoneel de finale van de UEFA Cup, in een heen- en terugwedstrijd. Op de Heizel (in het Astridpark zijn verbouwingen aan de gang) wint Anderlecht met 1-0, een goal van Kenneth Brylle. In het Estadio da Luz wordt het 1-1, dankzij een gelijkmaker van Juan Lozano. Het jaar daarop pakt Paul Van Himst met paars-wit bijna een tweede UEFA Cup op een rij. Na een dubbele 1-1 tegen Tottenham Hotspur halen de Engelsen het uiteindelijk in de strafschoppenserie. Als speler zegt Paul Van Himst zijn liefdevolle kleuren vaarwel op de mooist mogelijke manier: met bekerwinst in 1975, na een finale tegen Antwerp (1-0). Een tijdlang dacht men dat hij zijn carrière zou voortzetten bij de Great Old of bij Charleroi, dat hem ook het hof maakte. Tegen alle verwachtingen in tekent het paars-witte icoon evenwel bij de buren/rivalen van Molenbeek. Het 'verraad' wordt hem door het Anderlechtpubliek niet vergeven en wanneer hij in het shirt van RWDM terugkeert naar het Astridpark wordt hij genadeloos uitgefloten. Het avontuur van Paul Van Himst in het Edmond Machtensstadion duurt slechts één seizoen. Er zijn genoeg gegadigden om hem in te lijven, maar hij kiest voor Eendracht Aalst. Als er één constante is in het cv van de Anderlechtenaar, zowel in zijn spelers- als in zijn trainerscarrière, dan is het dat hij nooit verder dan een kwartier rijden van zijn thuis in Groot-Bijgaarden heeft gewerkt. Anderlecht, Molenbeek, Aalst, de KBVB (op de Heizelvlakte): ze liggen allemaal slechts op een boogscheut. Als speler kende Van Himst maar drie clubs, als trainer houdt hij hetzelfde aantal aan. Na Anderlecht (1982-1985) komen RWDM (1987-1989, als technisch directeur) en ten slotte de nationale ploeg (1991-1996). Onder zijn leiding spelen de Rode Duivels op 23 augustus 1995 een galamatch tegen Duitsland voor het honderdjarig bestaan van de voetbalbond en tegelijk de inhuldiging van het vernieuwde Koning Boudewijnstadion. Na die vijf jaar in dienst van de KBVB verdwijnt Van Himst van het toneel. Net na Euro 2000 wordt Paul Van Himst verkozen tot Belgische Voetballer van de Eeuw. In 2004 benoemt de UEFA hem tot Golden Player - naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van de UEFA wordt in elk van de 52 lidstaten zo één speler aangeduid. Als coach wist hij minder zijn stempel te drukken, ondanks de titel Trainer van het Jaar in 1983, na de laatste Europacupwinst van RSCA. Het is wel zo dat het voor iemand die ooit vierde en vijfde werd in de verkiezing van de Ballon d'Or (1964 en 1965) moeilijk is om als trainer beter te doen. Men moet al een Johan Cruijff, Pep Guardiola of Jupp Heynckes zijn om in beide jobs de absolute top te halen. Na het overlijden van de mythische Guy Thys op 1 augustus 2003 wordt Paul Van Himst door de KBVB aangezocht om de Antwerpenaar te vervangen als ambassadeur van ons voetbal. Hij kwijt zich van die taak in het kader van de Rode Duivels maar ook waar het lobbying betreft. In mei 2010 maakt Van Himst deel uit van de officiële delegatie die bij de FIFA het dossier indiende voor de gemeenschappelijk organisatie door België en Nederland van het WK 2018. Nederland werd in deze Holland Belgium Bid vertegenwoordigd door Johan Cruijff. Maar terwijl de echte Pelé het WK van 2014 naar Brazilië wist te halen, kenden de inspanningen van 'de witte Pelé' helaas geen succes. DOOR BRUNO GOVERSAnderlecht, Molenbeek, Aalst, de Heizel: de Belgische Voetballer van de Eeuw werkte nooit verder dan een kwartiertje van huis.