Drie jaar geleden werd Gille Van Binst, ex-speler van Anderlecht en Club Brugge, gevraagd waarom hij niet naar een reünie was gekomen van oud-voetballers van blauw-zwart. Van Binst viel uit de lucht: hij had daarvoor nooit een uitnodiging gekregen. Fons Bastijns, die mee instond voor de organisatie van deze bijeenkomst, zei dat dit onmogelijk was. Hij controleerde nog eens het adres van Van Binst. Dat bleek juist te zijn. Gille vroeg of er op die invitatie een embleem van Club Brugge stond. Dat was het geval. Toen, lachte Van Binst al dan niet gemeend, wist hij het wel zeker: als fervent supporter van Anderlecht placht zijn postbode alle brieven met het logo van Club Brugge in de vuilnisbak te kieperen.
...

Drie jaar geleden werd Gille Van Binst, ex-speler van Anderlecht en Club Brugge, gevraagd waarom hij niet naar een reünie was gekomen van oud-voetballers van blauw-zwart. Van Binst viel uit de lucht: hij had daarvoor nooit een uitnodiging gekregen. Fons Bastijns, die mee instond voor de organisatie van deze bijeenkomst, zei dat dit onmogelijk was. Hij controleerde nog eens het adres van Van Binst. Dat bleek juist te zijn. Gille vroeg of er op die invitatie een embleem van Club Brugge stond. Dat was het geval. Toen, lachte Van Binst al dan niet gemeend, wist hij het wel zeker: als fervent supporter van Anderlecht placht zijn postbode alle brieven met het logo van Club Brugge in de vuilnisbak te kieperen. De door Gille Van Binst smakelijk vertelde anekdote is een zoveelste illustratie van de bitse rivaliteit tussen de beide clubs die zondag in het Jan Breydelstadion tegenover elkaar staan. De confrontatie tussen Anderlecht en Club was lang een botsing tussen zwierigheid en engagement, tussen grandeur en eenvoud. Aan die verschillende huisstijlen werd door de jaren heen niet getornd, al is het vreemd dat Anderlecht een van de grootste artiesten uit zijn geschiedenis juist bij Club Brugge vond. Op een zachte lentedag wandelde Constant Vanden Stock door de Brugse randgemeente Sint-Michiels en vroeg daar aan iemand die in zijn voortuin werkte of hij het huis van Rob Rensenbrink kende. Vanden Stock schrok geen klein beetje toen bleek dat hij het Brugse boegbeeld Raoul Lambert had aangesproken. Die toonde hem lachend de villa van de toen dromerige linksbuiten. De Nederlander werd met zijn geniale passeerbeweging en verfijnde baltoets negen jaar lang het uithangbord van Anderlecht. Hij bracht de club in het midden van de jaren zeventig naar de Europese top. Het is opmerkelijk dat ook Club Brugge juist in die periode een opmerkelijke bloei kende. Maar de cultuurbreuk bleef. Club was in de gouden jaren onder Ernst Happel een ijzeren vesting, een perfecte symbiose van kracht, loopvermogen en tactisch inzicht. Anderlecht voetbalde met een haast academische subtiliteit en pleegde in onderlinge confrontaties wel eens zijn surplus aan zuivere klasse te showen. Zoals die ene keer, tijdens het seizoen 1977/78, toen blauw-zwart werd overrompeld en overdonderd: 6-1. Het zou Club niet beletten om voor de derde opeenvolgende keer kampioen te worden. Van hemelsbrede verschillen in de manier van voetballen is er geen sprake meer. Anderlecht boette steeds meer aan creativiteit in. De transfer van Jan Koller luidde voor een deel die ommekeer in. Dat Anderlecht toen een houterig ogende targetman aantrok, was volgens sommigen heiligschennis. Tegen de artistieke achtergrond van de Brusselaars leek de Tsjech aanvankelijk het wapen van de armoede, hoe belangrijk hij voor de club ook zou worden. In de loop van de jaren brokkelde het technische vermogen verder af. Dat Jelle Van Damme in het Astridpark tot een van de populairste voetballers uitgroeide, is veelbetekenend. De verdediger wordt aangedreven door dat waaraan het sommige van zijn ploegmaats ontbreekt: hij gaat en blijft gaan. Het huidige Anderlecht en Club Brugge hebben een raakpunt: er is geen stuurman op het veld, geen natuurlijk leiderschap. Meer nog dan vroeger moet blauw-zwart terugvallen op zwoegen en zweten, maar het zag de unieke solidariteit, die lang binnen de spelersgroep hing, verminderen. Een massale toestroom van buitenlanders, clanvorming en de toenemende individualisering in deze maatschappij, het liet ook bij Club zijn sporen na. Anderlecht en Club Brugge hebben nog andere overeenkomsten: er is absoluut geen opbouw van achteruit, ook al kochten beide clubs tijdens het tussenseizoen twee nieuwe verdedigers. Alleen de geladenheid van deze eeuwige klassieker is gebleven. En de vergeelde herinneringen. Zoals in 1973 toen Club op Anderlecht na een 1-1-gelijkspel de eerste titel in 53 jaar pakte. Tot ergernis van Constant Vanden Stock, die tevergeefs de winstpremie voor zijn spelers had verdubbeld. Het waren andere tijden. Met meer romantiek en minder zakelijkheid. S door JACQUES SYS