Geruisloos zijn ze nooit geweest, de passages van Nederlandse trainers bij Anderlecht. John van den Brom werd anderhalf jaar geleden door paars-wit binnengehaald als Vernieuwer. In Nederland keken ze raar op: de ex-speler van Ajax stond daar niet echt bekend als een man met revolutionaire ideeën, wel als iemand die moeite had om met stress om te gaan, ook al werkte hij daar alleen bij clubs uit de subtop.
...

Geruisloos zijn ze nooit geweest, de passages van Nederlandse trainers bij Anderlecht. John van den Brom werd anderhalf jaar geleden door paars-wit binnengehaald als Vernieuwer. In Nederland keken ze raar op: de ex-speler van Ajax stond daar niet echt bekend als een man met revolutionaire ideeën, wel als iemand die moeite had om met stress om te gaan, ook al werkte hij daar alleen bij clubs uit de subtop. Die druk knaagde de afgelopen weken bij Van den Brom, die met een gelijkspel op Paris Saint-Germain en een zege op RC Genk de ommekeer leek te bewerkstelligen. Maar na de lamentabele verrichting van zaterdag op Sporting Charleroi loert de crisis alweer om de hoek. Anderlecht bezweert dat de positie van de trainer geen moment ter discussie staat, maar dat soort kreten is inherent aan het voetbal. In de lange geschiedenis van paars-wit ziet het er - op dit moment - naar uit dat de eerder zo opgehemelde trainer uiteindelijk niet meer zal zijn dan een voetnoot. Dat waren andere Nederlandse trainers in Brusselse loondienst veel minder. Terwijl het over Van den Brom heet dat hij niet hard genoeg traint en daarover intern al werd aangesproken, vielen zij stuk voor stuk op door veeleisendheid op training. Hans Croon was destijds de eerste die in het Astridpark succes had: hij leidde de ploeg in 1976 naar de Europabeker voor bekerwinnaars en schreef zo historie. Croon trainde hard, ontfermde zich graag over de jongeren en was niet bang om met de vedetten in de clinch te gaan. Toen Rob Rensenbrink het op training eens te rustig opnam, stuurde hij de virtuoos naar de kleedkamer en zei hij hem niet nodig te hebben om wedstrijden te winnen. De spelers waardeerden die rechtlijnigheid: toen ze te horen kregen dat Croon na één jaar zou moeten opstappen om plaats te maken voor Raymond Goethals,stapten ze naar voorzitter Constant Vanden Stock om te proberen hem van idee te doen veranderen. Die zei woedend dat ze niets te willen hadden, maar dat ze wel zijn vrachtwagens mochten kuisen. Even bot was Aad de Mos. Hij werkte tussen 1989 en 1992 bij Anderlecht en was niet bang om te provoceren. Dat waren ze in het Astridpark niet gewend. Haast nog directer was Jan Boskamp,die tot eenieders verbijstering eind 1992 trainer werd. Hij leek niet in de stijl van het huis te passen, maar pakte wel drie titels op een rij. Met zijn verbale geweld kon Boskamp spelers met de grond gelijkmaken, maar daar bleef niets van hangen. Zo was de Rotterdammer ook als voetballer: hij ging een tegenspeler die hij net de grond in had geboord niet schijnheilig een hand geven. Arie Haan, die twee keer Anderlecht trainde, legde zijn eigen normen op aan de spelers en verbijsterde met de uitspraak dat ze bij Anderlecht het abc van het voetbal niet kenden. Hij plaatste openlijk vraagtekens bij het rendement van Pär Zetterberg en mocht na een 6-0-nederlaag op Westerlo opkrassen. Maar net zoals zijn voorgangers zei Haan wel waar het op stond. En hij kon zelf ook goed incasseren. Waar past John van den Brom in dat rijtje? De ene Nederlander is duidelijk de andere niet. Met kritiek heeft Van den Brom moeite. Toen Demy de Zeeuw, zoals de meeste Nederlanders niet echt opgegroeid in een cultuur van valse bescheidenheid, eens kanttekeningen plaatste bij de tactiek, reageerde hij als door een adder gebeten. Hij vatte dat op als een persoonlijke aanval. Dat is zeer on-Nederlands. Haast hulpeloos klonk John van den Brom toen hij in Charleroi het spel van zijn ploeg analyseerde. Hij had het over niet nagekomen afspraken. Ook onmacht sprak er uit de woorden van een andere Nederlander, Mario Been, na de afgang in Oostende. Waar is de tijd van de confronterende aanpak? Groot zijn die trainers die hun ploeg in alle omstandigheden als een collectief kunnen laten opereren. Met bezieling en met de juiste instelling, zoals Fred Vanderbiest zaterdag presteerde met Oostende tegen Genk. ?DOOR JACQUES SYSGroot zijn die trainers die hun ploeg in alle omstandigheden als een collectief kunnen laten opereren.