Zaterdagavond 29 oktober 2005. Ergens op Staaien rinkelt een gsm. Pietro Allatta aan de lijn : of iemand le citron kan ophalen aan de stadioningang ? De wedstrijd tussen Sint-Truiden en La Louvière is dan al een halfuur bezig en Zheyun Ye, zijn chauffeur, een moeder en haar dochter nemen plaats in de nieuwe zittribune, schuin tegenover de eretribune. Anderhalf uur later laat Ye zich als een tevreden man terug naar Brussel rijden. In Le Rosa, een nachtclub nabij de Louizalaan, wordt het feest voortgezet. Ook een handvol spelers van Anderlecht is van de partij : zij hebben de avond voordien 2-2 gelijkgespeeld op het veld van Lokeren. Hun omgang met Ye en Allatta is hartelijk.
...

Zaterdagavond 29 oktober 2005. Ergens op Staaien rinkelt een gsm. Pietro Allatta aan de lijn : of iemand le citron kan ophalen aan de stadioningang ? De wedstrijd tussen Sint-Truiden en La Louvière is dan al een halfuur bezig en Zheyun Ye, zijn chauffeur, een moeder en haar dochter nemen plaats in de nieuwe zittribune, schuin tegenover de eretribune. Anderhalf uur later laat Ye zich als een tevreden man terug naar Brussel rijden. In Le Rosa, een nachtclub nabij de Louizalaan, wordt het feest voortgezet. Ook een handvol spelers van Anderlecht is van de partij : zij hebben de avond voordien 2-2 gelijkgespeeld op het veld van Lokeren. Hun omgang met Ye en Allatta is hartelijk. Gilbert Bodart keert die avond niet samen met zijn spelers naar La Louvière terug. Hij heeft nog een klus te klaren, horen sommigen hem zeggen. De namen van minstens drie spelers van STVV vallen. De dag voor de wedstrijd heeft Bodart dezelfde namen omcirkeld op het tactische bord. " L'histoire du tableau", noemen ze het sindsdien op Tivoli. Het zijn, legt Bodart uit, tegenstanders die het La Louvière 's anderendaags niet lastig zullen maken. 's Avonds belt hij enkele van zijn eigen spelers nog op vanuit een hotel in Brussel en belooft hen een extra winstpremie. Naast hem staat Ye. In de week volgend op de 1-3-zege roept de trainer de spelers van zijn winnende elftal één voor één in zijn bureau. Hij overhandigt hen elk een omslag met 2000 euro. Een bijzondere premie van de voorzitter, is zijn uitleg. Maar de voorzitter hééft geen dubbele premie beloofd, zoals hij dat een week eerder wel deed na de kleine thuiszege tegen Lierse. Vermoed wordt dat de La Louvièrespelers, na het aanvaarden van de enveloppen, chanteerbaar waren. In ieder geval hielden ze het stil. Tot bepaalde kranten vorige week schreven dat Bodart bij de federale politie uit de biecht had geklapt over de gokfraude, en enkelen, ongerust geworden over de herkomst van het geld, begonnen te praten. Onder hen zowel jonge als ervaren spelers. Trainer zonder contractOver de precieze rol van Bodart in de hele affaire heerst onduidelijkheid. Zijn aanstelling op 20 oktober 2005 als opvolger van de ontslagen Emilio Ferrera verliep allesbehalve rimpelloos. Plaats van afspraak die avond was het kantoor van clubadvocaat Laurent Denis in Brussel. Daar kwam het tot een heftige discussie tussen beide mannen. Nota bene in het bijzijn van David Delferière, ondervoorzitter van de Belgische voetbalbond en op dat moment door voorzitter Filippo Gaone aangesteld om La Louvière door te lichten. Het contract werd uiteindelijk níét ondertekend. Toch leidde Bodart 's anderendaags de trainingen. Enkele dagen voor zijn aanstelling had zijn makelaar, Pietro Allatta, hierover al een journalist ingelicht. Tot dan hadden Gaone en Delferière Ariël Jacobs gepolst voor de job. Bij die verkennende gesprekken hadden ze Denis nooit betrokken. Delferière beklaagde er zich achteraf ook over bij Gaone dat hij overbodig was geweest bij de slotonderhandelingen met Bodart en zich voor een voldongen feit geplaatst voelde. Na de zege tegen Lierse, twee dagen later, gaf de bondstopman zijn opdracht terug. Volgens insiders omdat hij zaken had gezien en gehoord, die hem zijn reputatie konden kosten. Het volgende weekend werd STVV-La Louvière gespeeld. Volgens de kranten zou Bodart tegenover het parket Denis en Allatta een sleutelrol hebben toegedicht in het gokschandaal. Duidelijk is alleszins dat Denis de onderhandelingen met Bodart leidde. Dat die de trainersjob toch aanvaardde, zonder contract, zou erop kunnen wijzen dat hij geen andere keus had. Bekend is dat Bodart door het jarenlange gokken grote schulden heeft. Mogelijk is hem daarvoor een oplossing beloofd, in ruil voor het verkopen van wedstrijden. Na aanvankelijk verzet zou Bodart hebben ingestemd met de deal. Mogelijk kwam de (financiële) oplossing voor zijn probleem van Zheyun Ye. Zaterdagavond na de wedstrijd op Brussels zou Denis zich tegenover de RTBF off the record hebben laten ontvallen dat Ye inderdaad 500.000 euro investeerde in La Louvière. Toen de omroep die informatie publiek maakte, ontkende de advocaat formeel. Op 6 februari jl. was Denis op dezelfde zender samen met Gaone te gast in Studio 1. Op de vraag toen of de Chinees had geïnvesteerd in hun club, zweeg Denis en draaide hij zich met een verveelde gelaatsuitdrukking naar Gaone, die met een aarzelend "helemaal niet" antwoordde. Bedreigingen Getuigen binnen La Louvière sluiten niet uit dat Bodart met tegenzin meedraaide in de gokcarrousel. Begin december tijdens een etentje in een Italiaans restaurant zou het daarover tot een woordenwisseling zijn gekomen tussen hem en Antar, de Franse stroman van Allatta die tijdens het seizoen enkele spelers plaatste op Tivoli. Net zo goed achten dezelfde insiders het mogelijk dat Bodart zich bewust in een slachtofferrol stak om zijn betrokkenheid te verdoezelen. Zo betwijfelen zij of hij daadwerkelijk telefonische bedreigingen ontving in de rust van de wedstrijd Club Brugge-La Louvière (19 november 2005), zoals Bodart zou hebben verklaard aan de federale politie. Wel zou hij dit in de rust hebben verteld aan enkele spelers en hen hebben gevraagd om hem te helpen, echter zonder dat ze ervoor zouden worden betaald. Daar zouden diezelfde spelers achteraf moeilijk over hebben gedaan. Na de 4-0-nederlaag zou de trainer zich ook hebben laten ontvallen dat Ye dat weekend 15 à 20 miljoen euro had verdiend. Feit is alleszins dat hij steeds heel open sprak over de instructies die hij kreeg van Ye. Zelfs van wedstrijden zonder La Louvière bleek hij soms vooraf het resultaat te kennen. Grote afwezige voorlopig in het hele verhaal is Filippo Gaone. Bodart zou de voorzitter in zijn verklaringen aan de politie hebben ontzien. De indruk wint steeds meer veld dat hij geen controle meer heeft over zijn club. Gaone wordt een merkwaardige mix van meedogenloosheid en naïviteit toegeschreven, die hem nu ook in zijn professionele business problemen lijkt op te leveren. In tegenstelling tot Roland Duchâtelet en Leo Theyskens, de voorzitters van Sint-Truiden en Lierse, zette hij ook nooit juridische stappen in dit dossier, maar is hij altijd elke betrokkenheid van zijn club blijven ontkennen.