Met een bruisend volksfeest vierde Anderlecht afgelopen zaterdag de 27e titel uit zijn geschiedenis. De ontlading was begrijpelijk na een door schrille tegenstellingen gekenmerkte campagne : Anderlecht raasde voor de winterstop als een tornado doorheen de competitie, maar verviel nadien in een steriel spel dat ver verwijderd is van het academisch voetbal dat in de ziel van deze club is gekerfd.
...

Met een bruisend volksfeest vierde Anderlecht afgelopen zaterdag de 27e titel uit zijn geschiedenis. De ontlading was begrijpelijk na een door schrille tegenstellingen gekenmerkte campagne : Anderlecht raasde voor de winterstop als een tornado doorheen de competitie, maar verviel nadien in een steriel spel dat ver verwijderd is van het academisch voetbal dat in de ziel van deze club is gekerfd. Van klasse en niveau getuigen die clubs die ook in feestelijke momenten nuchter blijven denken. Dat is in het verleden in het Brusselse voetbalbastion wel eens een probleem geweest. Bestuurders dreven te gemakkelijk mee op de golven van de euforie en anticipeerden onvoldoende op nieuwe ontwikkelingen. Die fout mag niet meer worden gemaakt. Anderlecht doet er nu goed aan de fundamenten op en naast het veld verder te verstevigen. De club zette een enorme stap vooruit door met succes uit zijn jeugdreservoir te putten, presenteerde met Vincent Kompany en Anthony Van den Borre twee potentiële toppers, houdt nog aanstormend talent achter de hand en wapent zich zo voor de toekomst. Niettemin kon dat in de terugronde een mankement niet verbloemen : de te grote afhankelijkheid van Aruna Dindane botst met de ambitie van een club die zich ook weer op de Europese kaart wil zetten. Dat moet een les zijn voor volgend seizoen. Anderlecht beschikt over veel pril talent. Maar het is inherent aan de ontwikkeling van jonge spelers dat ze op een gegeven moment een terugslag krijgen. Terecht merkte Hugo Broos zaterdag te midden van het feestgedruis op dat Anderlecht zonder aankopen zijn doelstellingen moet bijstellen. De belangstelling die paars-wit vorige week toonde voor Wesley Sonck en Jelle Van Damme moet model staan voor de ambitie voor de club, uiterst pijnlijk was echter de manier waarop dat bericht vanuit de interne keuken in de pers belandde. Er is veel meer nodig dan de aanstelling van een nieuwe manager om dat soort dingen te vermijden. En om op alle fronten verder te groeien en te bloeien. Anderlecht moet na een seizoen met een titel en een redelijk lucratieve campagne in de Champions League constateren dat het geld ontbreekt om de transfermarkt op te gaan, zonder eerst zelf spelers van de hand te doen. Ons voetbal mag dan op een artificiële bodem gebouwd zijn, dat moet aan het denken zetten. Anderlecht heeft al lang nood aan modernisme en minder familiale gebondenheid. Het is vreemd dat iedereen (zelfs erevoorzitter Constant Vanden Stock) die constatering maakt, maar dat niemand in de club daar iets mee doet. Ook niet in een tijd dat Club Brugge herschikkingen doorvoerde en RC Genk andere accenten legde. Juist Club Brugge en RC Genk, de kampioenen van de afgelopen twee jaar, willen volgend seizoen de jacht op Anderlecht inzetten. Club draagt steeds meer de signatuur van Marc Degryse, die Trond Sollied liet verstaan dat er jong talent moet worden ingepast. En RC Genk heeft met de aanstelling van de karakteriële antipoden Ariël Jacobs en René Vandereycken nieuwe sportieve lijnen getrokken. Daarbij draagt de sportieve commissie echter nog steeds de verantwoordelijkheid over de transferpolitiek, ook al leverde die de voorbije twee jaar een brevet van onbekwaamheid af. En lijkt er niet echt een kentering in zicht, zoals uit de komst van de voor de top te beperkte Dimitri de Condé blijkt. In een wereldje dat bol staat van de ego's en opgezwollen verklaringen is het niettemin een verademing dat een serieuze man als Ariël Jacobs een kans krijgt. Toch moet worden afgewacht of deze Brabander de wonderman is waarvoor velen hem aanzien. En met welke denkbeelden de angstaanjagend consequente René Vanderecyken het Fenixstadion binnenstapt. Aan de gedrevenheid en het vakmanschap van de Limburger moet niet getwijfeld worden. En zijn filosofie is bekend. Voetbal, zo vindt Vandereycken, die georganiseerd verdedigen ooit een vorm van kunst noemde, is niet gemaakt om mekaar ruimte te geven. Vanuit die instelling gaat hij straks ook in Genk aan het werk. Het is dan ook gevaarlijk dat voorzitter Jos Vaessen - in een periode dat de abonnementenverkoop op gang komt - roept dat er spektakel moet komen. Los van het gegeven of Genk daar voldoende kwaliteit voor heeft, valt het te hopen dat dit geen verkeerd verwachtingspatroon schept. Anders dreigt het Fenixstadion uit te groeien tot een theater van valse illusies. door Jacques SysDe terugslag van Aruna moet een les zijn voor volgend seizoen.