Zo onvoorspelbaar als het mannentennis is, zo doorzichtig wordt het vrouwentennis. De Williams-zusjes flaneren rustig door het toernooi met één hand een geeuw onderdrukkend en met de andere een mokerslag uitdelend. De alleenheerschappij van de twee beste speelsters van de wereld neemt angstwekkende vormen aan. De grootste schrik moeten ze niet hebben van de andere toppers, want dan zijn ze geconcentreerd, maar wel van de zogezegd makkelijke eerste rondes waarin ze nogal eens de teugels laten vieren. De beide halve finales waren een maat voor niets en hun reputatie van onoverwinnelijk...

Zo onvoorspelbaar als het mannentennis is, zo doorzichtig wordt het vrouwentennis. De Williams-zusjes flaneren rustig door het toernooi met één hand een geeuw onderdrukkend en met de andere een mokerslag uitdelend. De alleenheerschappij van de twee beste speelsters van de wereld neemt angstwekkende vormen aan. De grootste schrik moeten ze niet hebben van de andere toppers, want dan zijn ze geconcentreerd, maar wel van de zogezegd makkelijke eerste rondes waarin ze nogal eens de teugels laten vieren. De beide halve finales waren een maat voor niets en hun reputatie van onoverwinnelijkheid neemt enorme proporties aan. Justine Henin verwoordde het nog na haar pak voor de broek van Venus als een gevoel van machteloosheid. Het verschil in kracht komt natuurlijk het meest tot zijn recht op deze snelle ondergrond, waardoor het niveauverschil nog eens geaccentueerd wordt. Met servicesnelheden die die van de mannelijke collega's vlot benaderen, hebben de Williams-zusjes vrij spel op de groene ondergrond. Gecombineerd met een eindeloos atletisch vermogen en een over-mijn-lijkmentaliteit levert dat een vrij onneembare vesting op. Het vrouwencircuit stevent af op een eentonige bedoening als er niet snel iemand de handschoen opneemt. Wat tot voor kort nog de grote kracht was van het vrouwentennis - de grote herkenbaarheid van de toppers door hun constante aanwezigheid in de finales - kan nu overgaan in een déjà-vu gevoel als weer maar eens de beide zusjes de hoofdvogel afschieten. Niet alleen bereikt de topacht bijna altijd de eindfase van een toernooi, van de strijd tussen de klappers onderling is de uitkomst ook haast altijd te voorspellen. Als Venus en Serena binnen enkele jaren andere interesses beginnen te ontwikkelen en de rackets aan een Californische palmboom hangen, krijgt het vrouwencircuit wel een serieuze klap te verwerken. Maar zover zijn we nog niet. Vooralsnog gaan ze rustig verder met domineren. Justin Henin weet wat dat betekent en kon niets inbrengen tegen de oppermachtige Venus. Mentaal zal ze ook wel tevreden geweest zijn met haar resultaat en de ultieme scherpte om tot een knalprestatie te komen was niet voorhanden. Eenmaal de klip Monica Seles omzeild, was er een enorm last gevallen van de frêle schouders van de Waalse. Een finaleplaats verdedigen op Wimbledon met een wat nare Roland Garrosherinnering in het achterhoofd is niet eenvoudig. Henin deed secuur haar job tot aan de halve finale, maar bracht nooit het fantasietennis van vorig jaar. Iedereen kent ondertussen de magistrale backhand van Justine en ze heeft het, net als Kim Clijsters, niet makkelijk om het wonderjaar 2001 te evenaren. Qua resultaten valt het allemaal nog mee, maar het onbezorgde en complexloze tennis heeft vaak plaats moeten ruimen voor wat meer maturiteit en berekening. Dit jaar moeten beide meisjes maar zien als een overgangsperiode, waarin ze kunnen ervaren wat het leven als tennisfenomeen inhoudt. Voortdurend hooggespannen verwachtingen inlossen, publiek bezit zijn en als hoge boom veel wind vangen.