Met slaande deuren verliet Philippe Collin de vergadering waarop hij van de aanwerving van Franky Vercauteren als jeugdcoördinator op de hoogte was gebracht. De secretaris-generaal van Anderlecht, tevens voorzitter van het jeugdcomité, was voor een voldongen feit geplaatst en dat pikte hij niet. Ruim vijf jaar later lijkt Vercauteren, 47 sinds vorige maand, niet meer ter discussie te staan in het Vanden Stockstadion. De club maakte van de verlenging van zijn aflopende contract een prioriteit, en deed dat bovendien veel vroeger dan bij de vorige verlenging. Onder meer de opvallende doorbraak van een rist eigen jongeren het laatste jaar is daar wellicht niet vreemd aan.
...

Met slaande deuren verliet Philippe Collin de vergadering waarop hij van de aanwerving van Franky Vercauteren als jeugdcoördinator op de hoogte was gebracht. De secretaris-generaal van Anderlecht, tevens voorzitter van het jeugdcomité, was voor een voldongen feit geplaatst en dat pikte hij niet. Ruim vijf jaar later lijkt Vercauteren, 47 sinds vorige maand, niet meer ter discussie te staan in het Vanden Stockstadion. De club maakte van de verlenging van zijn aflopende contract een prioriteit, en deed dat bovendien veel vroeger dan bij de vorige verlenging. Onder meer de opvallende doorbraak van een rist eigen jongeren het laatste jaar is daar wellicht niet vreemd aan. Van bij zijn terugkeer naar Anderlecht, waar hij het zelf als jeugdspeler tot het eerste elftal schopte en pas in 1987 op dertigjarige leeftijd vertrok, was Franky Vercauteren er omstreden. Stug in de omgang heette hij te zijn, althans : volgens sommigen, iemand die een vijand vermoedde achter elke boom en zelfs zijn eigen schaduw niet vertrouwde. Ook zijn autoritaire omgang met jonge voetballers botste op tegenkanting. Toch had Anderlecht hem al een paar keer eerder gepolst, maar wegens financiële meningsverschillen, aldus toenmalig manager Michel Verschueren, was dat op niets uitgedraaid. Ondertussen zette Vercauteren bij KV Mechelen de hele jeugdopleiding naar zijn hand. Wie niet mee stapte in zijn visie, schoof hij aan de kant ; andere trainers, vaak uit zijn kennissenkring, kwamen hen vervangen. Malinois kreeg een Brussels tintje, maar werd daar niet slechter van. Na een jaar als hoofdtrainer van een jonge ploeg, waarmee hij de eindronde van de tweede klasse speelde, bereikte Vercauteren in 1998 toch een akkoord met Anderlecht. Lang zou hij er geen jeugdcoördinator blijven. Al na enkele maanden dat seizoen ontsloeg de club hoofdtrainer Arie Haan. Jean Dockx nam over, op voorwaarde dat hij er Vercauteren als assistent bij kreeg. De aandacht van de jeugdcoördinator verschoof noodgedwongen naar de A-ploeg. Het was nog de tijd, minder dan drie jaar na het arrest-Bosman, dat Anderlecht verlies van spelers hoofdzakelijk compenseerde door een instroom van buitenlanders. Niets zo contraproductief voor de eigen opleiding als dat : jongeren verloren hun geduld en zochten elders het geluk. Vaak te snel, vond niettemin Franky Vercauteren als één van de eersten en gezien zijn reputatie als pleitbezorger van de jeugd ook wel verrassend. Naar zijn mening was het jonge talent in de meeste gevallen niet klaar voor het grote werk. Meer nog dan zijzelf, mocht vooral Anderlecht zich dat aanrekenen. "Jonge gasten werden voor de leeuwen geworpen", vindt tegenwoordig ook Werner Deraeve, al een jaar of twaalf technisch directeur van de Anderlechtse jeugd. "De stap van de Uefa's naar de A-ploeg was voor hen een stap in het onbekende." Dat is het vandaag niet meer. Toen Vercauteren kwam, heerste op Anderlecht nog het apartheidsregime. Er was de professionele A-kern en er was de B-kern met daarin ook de jonge talenten met een profcontract. Beide groepen trainden afzonderlijk : de ene op het bijveldje aan het Constant Vanden Stockstadion, de andere op het oefencomplex in Neerpede. Elkaar zien deden ze zelden of nooit, laat staan samen voetballen. Vercauteren wilde daar komaf mee maken. Op zijn aandringen gingen de A- en de B-kern aanvankelijk enkele keren per week samen trainen en een half jaar geleden werd de B-kern gewoon afgeschaft. Vandaag heeft Anderlecht één afgeslankte profkern van 32 voetballers, jonge en ervaren profs door elkaar. Daarvoor heeft het een team van vijf trainers in dienst. Behalve Hugo Broos, die beslist in welke groepjes er wordt getraind, en zijn assistent Vercauteren, zijn dat keepertrainer Jacky Munaron, conditietrainer Eric Dehae- seleer en Daniël Renders. Renders is de assistent van Vercauteren bij het tweede elftal. Dat laatste wordt iedere week door Broos en Vercauteren samengesteld uit de niet voor de eerste ploeg geselecteerde spelers. Afhankelijk van wie er verder geblesseerd zijn, levert dat niet zelden een nogal onevenwichtige selectie op. Zo kan het gebeuren dat een spits op het middenveld wordt uitgespeeld, of een linksbuiten als linksback. Een probleem wordt daar niet van gemaakt. "Omdat," zegt Renders, "we het resultaat niet belangrijk vinden en het aspect opleiding ook in deze wedstrijden voorop staat."Af en toe wordt voor het tweede elftal ook naar spelers van de min 19 teruggegrepen. "Om hen al eens te laten proeven van de sfeer", zegt hun trainer René Peeters, zelf op-en-top een Anderlecht-product. Begin jaren tachtig maakte hij onder Tomislav Ivic (en met Vercauteren als ploegmaat) gedurende één seizoen deel uit van de A-kern. Afgelopen zomer werd zijn spelersgroep door diezelfde Vercauteren uitvoerig toegesproken over wat het is profvoetballer te zijn op Anderlecht. Een, naar verluidt, "keiharde" speech. De primeur was een jaar eerder voor de jonge profs uit de B-kern geweest. "Vercauteren is daar de geknipte man voor", zegt Peeters. "Voor de jongens is het een stimulans dat zo iemand hen komt toespreken. Zijn boodschap was klaar en duidelijk : de weg is lang en toch moet je vandaag de dag steeds sneller klaarstaan. Vincent(Kompany, nvdr) is nu het voorbeeld, de meesten hebben nog samen met hem gevoetbald. De uitdaging is er, ze realiseren zich nu dat het snel kan gaan, maar tegelijk moeten ze beseffen dat het allemaal niet evident is." Om het jonge talent nog beter voor te bereiden op een overstap naar de profs, leidt Daniël Renders sinds dit seizoen ook wekelijks één of meer trainingen van de min 19. Per twee maanden behandelt hij twee opgelegde thema's, opdat de spelers vertrouwd geraken met de voetbalprincipes van Vercauteren. Eén keer per week ook vormt hij daartoe samen met René Peeters en Eddy Van Dael, trainer van de min 17, een groep van de beste elementen uit de min 17 (van wie er enkelen, zoals Anthony Vanden Borre en Jonathan Lejear, af en toe zelfs al met de profkern meetrainen) en de min 19. "Dat is onze zogenaamde belofteploeg," zegt Peeters, "het is de bedoeling dat ze wedstrijden gaat spelen tegen derde- en vierdeklassers." Om de twee maanden bezorgt Renders de directie hierover een rapport. Dat laat de club toe in kaart te brengen wat ze (wel en niet) heeft lopen in de opleiding, zodat voor de hiaten tijdig de scouting kan worden ingeschakeld. Ook nieuw, ten slotte, is het huiswerk voor de min 19. De jongens worden uitgenodigd om de thuiswedstrijden van de A-ploeg bij te wonen, krijgen virtuele scoutingsopdrachten of moeten op basis van een reëel scoutingsrapport de wedstrijdvoorbereiding van Anderlecht maken, tot de standaardsituaties toe. Achteraf worden hun verslagen collectief besproken door Franky Vercauteren. "Een verplichting is het niet," zegt Daniël Renders, "want Franky wil vooral eigen initiatief van de jongens. Uiteindelijk zie je toch wie er echt mee bezig is : van de een krijg je een kort verslag, van de ander twee of drie pagina's."K urt Van de Paar, Chris De Witte, Tom Soetaers : het zijn de vaakst geciteerde namen van spelers die zich na hun debuut in het eerste van Anderlecht niet konden doorzetten. Met wat vertraging manifesteert Soetaers zich nu bij Ajax. Geen toeval, zegt Daniël Renders : "De overgang van vier trainingen per week met jonge gasten van je eigen leeftijd naar dagelijkse trainingen met volwassen profs, is erg groot. In die fase moeten spelers opnieuw geduld hebben. Gemiddeld duurt het dan nog eens twee à drie seizoenen voor ze helemaal klaar zijn voor de eerste ploeg." Zo verging het Soetaers (tussenstap Roda JC) en Lucas Zelenka (Westerlo, nu Sparta Praag), maar ook Olivier Deschacht, Junior en Goran Lovre (drie jaar in de B-kern van Anderlecht en daar op een bepaald moment zelfs bijna afgeschreven). "Twee jaar geleden kregen Mark De Man en Maarten Martens in een trainingspartijtje 7 of 8-0 om de oren van Deschacht en Lovre", illustreert Renders de afgelegde weg. "Dat verschil is vandaag kleiner." Dat laatste zou ook - volgens sommigen : voorál - te maken hebben met de zwaardere klemtoon die op de fysieke preparatie van het jonge talent is gelegd. Verantwoordelijk daarvoor is Eric Dehaeseleer, een licentiaat LO, afkomstig van de Franstalige atletiekliga. Begin jaren negentig betrok Anderlecht hem als medewerker bij de werking in Neerpede, twee jaar geleden nam het hem voltijds in dienst. Bij de jeugd. Du jamais vu. "Meneer Collin vroeg mij om beter op de fysieke vaardigheden van de jeugd te gaan werken." Dat had meteen consequenties. Jongeren als Chen, Gijbels en Vastmans, lang door Neerpede de hemel in geprezen maar stuk voor stuk klein van gestalte, pasten niet langer in het profiel en werden van de hand gedaan. Met Dehaeseleer verschoof het accent van het collectieve werk naar individuele screening, gekoppeld aan training op maat. Krachttraining is zijn specialisme. Over het doorslaggevende belang van zijn aanwerving in de versnelde doorstroming naar de profkern, houdt hij zich op de vlakte. "Mijn werk is complementair met dat van anderen," zegt hij, "maar het is zeker waar dat er voor het fysieke aspect meer aandacht wordt uitgetrokken dan vroeger. Een speler moet op achttien-, negentienjarige leeftijd aan de deur van de eerste ploeg kloppen. Dan moet hij klaar zijn. Als hij twintig is, is het te laat." Januari vorig seizoen werd Dehaeseleer overgeheveld naar de B-kern. Of hij zijn promotie naar de profkern deze zomer aan Vercauteren dankt, zegt hij niet te weten. "Maar hij heeft me wel zes maanden bezig gezien. Misschien was wat ik deed nog niet zo slecht."Hugo Broos is op Anderlecht de eerste hoofdtrainer die er het jonge proftalent elke dag aan het werk ziet. In vergelijking met zijn voorgangers is dat een hele vooruitgang. Maar het is Franky Vercauteren die de directie adviseert over welke jongeren in aanmerking komen voor een profcontract. En het is Vercauteren die bepaalt wanneer een speler klaar is voor de A-ploeg. Dat Anderlecht de contractbesprekingen met Broos, als mens door zijn omgeving geprezen, voor zich uitschuift, is voor interpretatie vatbaar. "Ik hoor zeggen," zegt iemand die het van nabij meemaakte, "dat in de tijd dat Broos, Vercauteren en Munaron samenspeelden, de hiërarchie Vercauteren, Munaron, Broos was. Dat Franky vér boven die twee stond. Vandaag voel je dat nog altijd in de kleedkamer. De trainer heeft veel vertrouwen in Franky en Franky maakt daar gebruik van. Als de trainer twijfelt tussen een routinier en een jongere, zal Franky er altijd voor zorgen dat die jongere in de ploeg komt. Want je mag het draaien en keren zoals je wil : Franky wordt beoordeeld op het aantal jongeren dat doorbreekt, en dat weten die jongeren ook."Toen de ploeg enkele weken geleden na de uitsluiting van Glen De Boeck zijn thuiswedstrijd in de Champions League tegen Celtic uitspeelde met een driemansverdediging, leek dat te wijzen op een moedige beslissing van Broos. Voor Vercauteren was het vanzelfsprekend, onder meer in de wetenschap dat Vincent Kompany het in zijn opleiding niet anders gewoon is geweest. Op Neerpede spelen de jeugdelftallen in 3-4-3, ook al is niet iedereen - onder wie Vercauteren, zo wordt gezegd - het eens met de ruitvorm waarin op het middenveld wordt gespeeld. "Die 3-4-3," zegt Werner Deraeve, "hanteren we al een jaar of tien. Vandereycken kwam hier met vijf man achterin spelen, Haan wilde vier slimme verdedigers, elke hoofdtrainer had zijn idee. Daarom hebben wij als club een lijn getrokken. We hebben toen ook een handleiding gemaakt waarin voor elke positie beschreven staat wat wij eisen (toont een dikke bundel papier). Misschien is mijn nadeel dat wij geen Hollanders zijn, die weten zich namelijk wel te verkopen." Het klinkt een beetje zuur, maar het laatste wat Deraeve wil is een valse noot laten horen over de actuele ontwikkelingen in zijn club. Dat hij en Philippe Collin nooit door dezelfde deur hebben gekund met Vercauteren, is geen thema meer. Zelfs Vercauteren bezigt tegenwoordig verzoenende taal. Knappe jongen die dat voor elkaar kreeg. Zijn naam : Herman Van Holsbeeck, de man op wie het ook al wachten was geweest voor Anderlecht door het Brusselse Gewest subsidies kreeg toegezegd voor de renovatie van zijn accommodatie in Neerpede. door Jan Hauspie'Voor de jongens is het een stimulans dat iemand als Vercauteren hen komt toespreken.''Als Broos twijfelt tussen een routinier en een jongere, zal Franky er altijd voor zorgen dat die jongere in de ploeg komt.'