Exact tien jaar geleden, bij de Grote Prijs van Frankrijk, aanvaardde Jean Todt de zwaarste opdracht die in de Formule 1 denkbaar is. De kleine Fransman werd teamchef bij Ferrari. Intussen heeft Todt een rist ronkende bijnamen verdiend : van 'het Genie van de box' over 'Superbrein' tot 'de Napoleon van de Formule 1'. "Ik ben nu eenmaal bereid om het even welke verantwoordelijkheid op te nemen", lacht Todt, die bij Ferrari ook een tijdlang als algemeen manager functioneerde. "Dikwijls ben ik een tovenaar, dan weer een dokter, soms een brandweerman, op andere momenten gewoon manager."
...

Exact tien jaar geleden, bij de Grote Prijs van Frankrijk, aanvaardde Jean Todt de zwaarste opdracht die in de Formule 1 denkbaar is. De kleine Fransman werd teamchef bij Ferrari. Intussen heeft Todt een rist ronkende bijnamen verdiend : van 'het Genie van de box' over 'Superbrein' tot 'de Napoleon van de Formule 1'. "Ik ben nu eenmaal bereid om het even welke verantwoordelijkheid op te nemen", lacht Todt, die bij Ferrari ook een tijdlang als algemeen manager functioneerde. "Dikwijls ben ik een tovenaar, dan weer een dokter, soms een brandweerman, op andere momenten gewoon manager." En, niet te vergeten : vrederechter. Wanneer de Braziliaanse rijder Rubens Barrichello de teamorders negeert, bijvoorbeeld. "Gelukkig gebeurt dat niet te vaak", aldus Todt. "Maar het is duidelijk : in een ambitieus team moet elke rijder willen winnen. Ik zou ontgoocheld zijn mocht het anders zijn. Ik moet er alleen voor zorgen dat mijn rijders doen wat het beste is voor het team." En of ze dat doen. Sinds Todt in Maranello en Fiorano de scepter zwaait, is de zegereeks van Ferrari niet te stuiten. In Montreal bewerkstelligde Michael Schumacher onlangs de zestigste overwinning van het team in de periode-Todt. In vergelijking met die aaneenschakeling van triomfen valt het nog moeilijk voor te stellen dat de Scuderia in zak en as zat toen Todt er arriveerde. De renstal stapelde de nederlagen op en was totaal ontmoedigd geraakt. Tussen Jerez 1990 ( Alain Prost) en Hockenheim 1994 ( Gerhard Berger) behaalde Ferrari geen enkele overwinning - een periode die vier volle seizoenen en 58 races overspant. Het was de hoogste tijd dat er iemand als Todt kwam om de meubelen te redden. Toen Jean Todt in 1993 bij Ferrari aanving, vulde bij het merk niemand de functie van wedstrijdleider in. Sante Ghedini, momenteel als sectieleider aan de slag in Mugello, was sportchef. John Barnard acteerde als technisch directeur, maar opereerde meestal vanuit Engeland en lag danig overhoop met de Italiaanse technici. En Niki Lauda was door Luca di Montezemolo aangesteld tot adviseur van de voorzitter, en werkte als Piccolo Commendatore. Maar over een echte wedstrijdleider beschikte Ferrari niet. Todts overgang werd druk becommentarieerd, maar van tromgeroffel en bazuingeschal was hoegenaamd geen sprake. Zijn eerste woorden als Ferrari-teamchef : "Ferrari is een legende. Het potentieel is nog altijd aanwezig. We moeten alleen de juiste mensen laten samenwerken." Zo had nog geen enkele nieuwe teamchef bij Ferrari gesproken. Eigenlijk geloofde niemand daar nog in. De galerij van teamchefs bij Ferrari is dan ook één rariteitenkabinet. Phil Hill, wereldkampioen in 1961 maar dan wel ten faveure van de grote concurrent Graf-Trips, zei ooit : " Dragoni was een kwelduivel, Lini een uitgekookte duivel. Alleen Tavoni had graag een hart gehad, maar durfde het niet te tonen." Nadien volgden : de even geniale als chaotische Mauro Forghieri, op wie Enzo Ferrari plotseling afgunstig werd toen hij een renaissancevilla erfde ; de gewezen seminarist Marco Piccinini, wiens vader het vermogen van de Commendatore beheerde bij een bank in Monte Carlo ; de immer knalbruine en daarom 'Mister Hollywood' genoemde Cesare Fiorio, net als Todt iemand die uit de rallysport was overgestapt. Geen van hen boekte ook maar bij benadering de successen die Jean Todt kan voorleggen. De Fransman verzamelde alle kenmerken van zijn voorgangers : gewiekst, leep, met kennis van alle sluipwegen van de autosport, maar evenzeer direct en eerlijk in de omgang. Eén van de eerste telefoongesprekken die Todt na zijn entree bij Ferrari voerde, was er een met Niki Lauda. Die herinnert zich : "Zonder omwegen vertelde hij mij hoe hij de situatie bij Ferrari zag. Dan overliepen we, één voor één, alle personeelsleden van het team. Onze inzichten stemden vaak overeen."En de rijders in die tijd ? Zoals Jean Alesi bedenkingen formuleerde bij de Oostenrijkse maffia (Lauda-Berger) binnen het team, vreesde ook Gerhard Berger met Alesi-Todt voor een Franse alliantie binnen de renstal, maar hij stelde vlug vast dat die achterdocht geen grond had. 'Todt schijnt me een rechtlijnig, eerlijk iemand te zijn. En, belangrijk, voor Ferrari : hoe meer competente mensen er komen, hoe beter. ' Op 4 juli debuteerde Jean Todt bij Ferrari met een catastrofe. Bij de start hadden de raketten van Renault - Damon Hill en Alain Prost - de poleposition, bij de aankomst waren hun posities gewisseld, Prost zegevierde voor Hill. Michael Schumacher pakte voor Benetton de derde podiumplaats, de legendarische Ayrton Senna (McLaren-Ford) liep als vierde binnen, nadien volgden Martin Brundle (Benetton) en Michael Andretti (McLaren). Ferrari bleef puntenloos achter. Gerhard Berger legde na die bandenwissels beslag op de veertiende plaats, Jean Alesi gaf er onderweg de brui aan met motorschade. Todt stroopte de mouwen op en begon te werken. Geconcentreerd, doelbewust, vlijtig. Viel de job bij Ferrari zwaarder uit dan hij had vermoed ? Jean Todt : "Nee, precies zoals ik had verwacht."De Fransman leidt de renstal met moderne, vaak revolutionaire ideeën. Typisch is één van de eerste maatregelen die hij bij Ferrari nam : alle ingenieurs zouden voortaan hun naam op hun toen nog gele helmen dragen. Dat had Todt destijds ook bij Peugeot bevolen. En hij ruimde de intriges en de spionageaffaires op met dezelfde verordering : een muilkorf voor alle medewerkers. Toen in het Italiaanse tijdschrift Quattroroute geheime tekeningen verschenen van de nieuwe versnellingsbak (verkeerde tekeningen) en van de nieuwe motor (correcte tekeningen), schreef Todt elke medewerker een vriendelijk briefje. "We moeten opletten. Van nu mag niemand meer zijn mond open doen, met uitzondering van mezelf en de perschef." De vrijheid van spreken geniet inmiddels ook technisch directeur Ross Brawn, die Todt in 1996 bij Benetton wegplukte. Voor constructeur Rory Byrne, eveneens bij Benetton weggekaapt, daarentegen geldt nog altijd zwijgplicht. Met Brawn en Byrne heeft Michael Schumacher - die als tweevoudig wereldkampioen bij Benetton in 1996 aan het rode wonderteam werd toegevoegd - vanaf 1997 weer de mannen rond zich met wie hij de poort naar het succes had open gebeukt. Evident was dat allemaal niet. In Schumachers eerste contract bij Ferrari, bijvoorbeeld, stond een uitstapclausule die bepaalde dat de Duitser vrij zou kunnen opstappen, mocht Ferrari in het merken-WK in de tweede helft van het klassement parkeren. Nu, met drie opeenvolgende wereldtitels bij de rijders en vier bij de constructeurs, kan men daar vrolijk over doen. Destijds evenwel was het bittere ernst. Todt zelf was tijdens zijn beginjaren bij Ferrari lang niet onomstreden. In de loop van 2000 nog schreef de krant Resto di Carlino : "Ferrari kan pas wereldkampioen worden als Fiat eerst Montezemolo en Todt buiten gesmeten heeft." Op dat ogenblik was de Fransman al dicht in de buurt van zijn levensdroom genaderd : van Ferrari weer het nummer één van de wereld maken. Het leverde Todt langs de andere kant ook tonnen respect op. Inmiddels bevindt Jean Todt (57) - afkomstig van Pierrefort, zoon van een Poolse arts - zich op het toppunt van zijn roem. Voor zijn jubileum van tien jaar Ferrari kreeg hij het Kruis van het Erelegioen en een straat met zijn naam in zijn geboortedorp. "Daar zou mijn vader trots op geweest zijn." Todts zoon Nicolas, een begaafde jongeman en vertrouwd met de belangrijkste homepages van de hele Formule 1, is het alvast. Bij Ferrari wordt Jean Todt onder meer geroemd voor zijn fenomenaal geheugen. Hij kent alle achthonderd medewerkers van de gesta sportiva persoonlijk. En viert er een zijn verjaardag, dan wordt hij in het kantoor van Todt ontboden voor gelukwensen en een geschenk. Zijn motto getrouw : let altijd op de kleinste details, wees oprecht, loyaal en betrouwbaar. En onvermoeibaar in de inzet voor Ferrari. Todts werkdag telt vaak twintig uren, de villa die hij huurt naast het rijderskwartier, gebruikt hij louter om te slapen. "Ik heb er een kokkin en een huishoudster. Zelf koken en poetsen doe ik niet." Maar Ferrari heeft hij wel degelijk helemaal opgepoetst. En hoe ! door Heinz PrüllerTodt heeft Ferrari helemaal opgepoetst. En hoe !