BSC Young Boys Bern speelt zijn thuiswedstrijden in het Stade de Suisse, het sinds 1 augustus 2005 voltooide nieuwe nationale stadion van Zwitserland. In 2006 werd het natuurgrasveld er vervangen door een kunstgrasveld. De FIFA promoot kunstgrasvelden om op te trainen en laat sinds het seizoen 2005/06 onder strikte voorwaarden ook al toe dat er interlands en UEFA Cup- en Champions Leagueduels op gespeeld worden. EK- en WK- eindrondewedstrijden worden voorlopig nog niet toegelaten op een synthetisch veld. Daarom lag er tijdens het voorbije EK 2008 in Zwitserland en Oostenrijk in het Stade de Suisse een natuurgrasmat bovenop het kunstgras.
...

BSC Young Boys Bern speelt zijn thuiswedstrijden in het Stade de Suisse, het sinds 1 augustus 2005 voltooide nieuwe nationale stadion van Zwitserland. In 2006 werd het natuurgrasveld er vervangen door een kunstgrasveld. De FIFA promoot kunstgrasvelden om op te trainen en laat sinds het seizoen 2005/06 onder strikte voorwaarden ook al toe dat er interlands en UEFA Cup- en Champions Leagueduels op gespeeld worden. EK- en WK- eindrondewedstrijden worden voorlopig nog niet toegelaten op een synthetisch veld. Daarom lag er tijdens het voorbije EK 2008 in Zwitserland en Oostenrijk in het Stade de Suisse een natuurgrasmat bovenop het kunstgras. De FIFA hanteert strenge normen voor kunstgrasvelden, de UEFA neemt die over. Volgens de website van de wereldvoetbalbond zijn er momenteel in Europa 71 synthetische wedstrijdvelden officieel goedgekeurd. Het Stade de Suisse in Bern is er een van. De velden worden elk jaar opnieuw gekeurd. Met de producenten Desso (Dendermonde), Domo (Sint-Niklaas) en Lano (Harelbeke) is België goed vertegenwoordigd op de Europese markt van kunstgrasvelden. Het aan de Universiteit Gent verbonden European Research Centre for Artificial Turf (ERCAT) is een van de acht door de FIFA geaccrediteerde centra om overal ter wereld synthetische velden te testen. Aan welke eisen moet een kunstgrasveld voldoen? "Die zijn gebaseerd op een natuurgrasveld in optimale omstandigheden", benadrukt Stijn Rambour, technisch coördinator van het onderzoeks- en testcentrum voor kunstgras ERCAT. "In feite: als het kunstgrasveld voldoet aan die vereisten, is het beter dan een natuurgrasveld. Mocht de FIFA haar normen voor kunstgras toepassen op natuurgras, dan zouden veel natuurgrasvelden niet bespeeld mogen worden. "De regels betreffen materiaal- en speeleigenschappen zoals onder meer de balrol, de verticale en de schuine balbots, de schokabsorptie, de verticale vervorming en de rotationele weerstand. Alle eigenschappen worden gemeten. Veel wordt bepaald door de invulling van het kunstgrastapijt. Het zand zorgt voor de stabiliteit en het rubber - meestal gemalen banden - bepaalt hoe hoog de bal botst en hoe zacht je valt." Het kunstgrasveld van het Stade de Suisse is van het merk Polytan. "In vergelijking met Belgische fabrikanten gebruikt het Duitse bedrijf Polytan doorgaans meer rubber", weet Rambour. "Het werkt meestal met een schokabsorberende laag en daardoor krijg je een hogere schokabsorptie. Een speler valt zachter in het Stade de Suisse dan bijvoorbeeld op het synthetische oefenveld dat Club Brugge een jaar of vijf geleden door Domo liet aanleggen, omdat toen nog niet is gewerkt met een schokabsorberende laag. Tegenwoordig wordt door de fabrikanten aan de klanten de keuze gelaten." Kunstgrasvelden heten iets sneller te zijn dan natuurgrasvelden. "Dat is moeilijk te bewijzen omdat we bij de metingen ongeveer hetzelfde resultaat krijgen, uiteraard ook weer in vergelijking met een ideaal natuurgrasveld. "Het verschil is ook: als van natuurgras de vezels worden weggespeeld, groeien ze terug. Van kunstgras gebeurt dat niet. Daarom is er nu heel wat onderzoek naar de resiliëntie - de veerkracht van het garen - om ervoor te zorgen dat kunstgras terugveert als het is weggeduwd. Dat bepaalt ook hoe constant de balrol blijft. Op een veld dat er al jaren ligt, zal de balrol iets langer worden en het spel iets sneller. Algemeen wordt aangenomen dat op kunstgras technischer voetballers worden opgeleid dan op natuurgras." In elk geval mag er op een kunstgrasveld niet met metalen noppen gevoetbald worden, omdat de vezels te snel zouden afslijten. Is de aanpassing aan een kunstgrasveld groter dan deze die wisselende natuurlijke omstandigheden vergen? Jacky Mathijssen, hoofdtrainer van Club Brugge, ging Young Boys Bern bekijken in zijn thuismatch tegen Grashoppers Zürich (1-3). "Op hun synthetisch veld spelen ze veredeld zaalvoetbal", vindt hij. "Het is een heel ander voetbal, er wordt technischer gevoetbald en het is met zo'n ondergrond zeker ook anders verdedigen. Ik begrijp niet dat dit toegelaten is. Zij zijn het gewoon, wij niet. Daarom noem ik het een bijkomende handicap. Ons synthetisch oefenveld gebruiken we zelden of nooit omdat er bij ons nogal wat jongens zijn met een natuurlijke afkeer voor zo'n veld. Nu zullen we dat wel doen ter voorbereiding van de wedstrijd in Bern. Ik wil het niet belangrijker maken dan het is, maar zeker ook wat schoeisel betreft, is het een thema." In Nederland deed ISA Sport, het Instituut voor Sportaccom- odaties, in opdracht van de Nederlandse voetbalbond een onderzoek naar de persoonlijke ervaringen van voetballers op kunstgras. Daaruit bleek dat het heel positief ervaren wordt. Een meerderheid van de respondenten is van mening dat de balsnelheid op kunstgras hoger is, dat de reactie van de bal voorspelbaarder is en dat de bal hoger verticaal opstuit. Maar er is ook nog veel weerstand, bijvoorbeeld omdat een kunstvezelmat 'fake' is. De geur van gras ontbreekt. Wat je ruikt, is rubber. Gemalen autobanden. "Bij warm weer kan een kunstgrasveld inderdaad een geur afgeven", bevestigt Stijn Rambour. "Er zijn er zelfs die echt stinken. We maakten al experimentele stalen met een grasgeur in, maar dat werd geen groot succes. We kregen er koppijn van ( lacht)." Er zijn andere prioriteiten. De verwachtingen zijn dat er een tijd komt dat er zoals in het hockey alleen nog maar op kunstgrasvelden gespeeld zal worden, maar daarvoor moet eerst de kwaliteit van het product nog verbeterd worden, benadrukt Rambour. "Zoals ik al opmerkte, zijn we vooral voor wat betreft de resiliëntie op zoek naar nog betere materialen. Ook temperatuur is een thema waarnaar we nog verder onderzoek verrichten. Bij tropisch weer kan de temperatuur van een kunstgrasveld oplopen tot 60 graden. Daar bestaan oplossingen voor, maar die zijn heel duur. In warme gebieden is besproeien voor de wedstrijd om af te koelen een mogelijkheid." Ondertussen ontwikkelde Desso GrassMaster een mat van natuurgras waartussen kunstgras wordt geprikt. Onder meer Lokeren, Anderlecht en Real Madrid spelen op GrassMaster. "Dat vergt evenveel onderhoud als een natuurgrasveld, maar biedt het voordeel van een langere bespeelbaarheid en een betere drainage", zegt Rambour. "Bovendien beschouwt de FIFA het als een natuurgrasveld en moet het dus niet gekeurd worden. "Het wordt momenteel beter geaccepteerd omdat het kunstgras alleen ervaren wordt in periodes dat het natuurgras is weggespeeld. Ik zie het als een tussenstap. "Kunstgras is de toekomst. Ieder kunstgrasveld vervangt drie à vier natuurgrasvelden. De kwaliteit is constanter en je spaart plaats en kosten." In het Nederlandse dagblad De Telegraaf verklaarde Aad de Mos onlangs dat hij niet wil werken voor een club als Young Boys Bern, die een geweldige grasmat inruilt voor kunstgras. "We zullen de oude generatie moeten overleven", denkt Rambour. "Naarmate er meer jeugdspelers opgeleid worden op kunstgras, zullen de weerstanden verdwijnen." door christian vandenabeele