Toen Tom Boonen één jaar geleden op het gebruik van cocaïne werd betrapt en er een orkaan door de wielersport raasde, belegde de ploeg van Quick-Step ten huize van de ex-wereldkampioen een geheim conclaaf. Acht uur werd er vergaderd over de te volgen strategie, verschillende scenario's passeerden de revue zonder tot de kern van de zaak - wat is er gebeurd? - te komen. Omdat het er vooral om ging de opgelopen schade te beperken, werd er zelfs een communicatiedeskundige geconsulteerd. Vervolgens werd er op de hoofdzetel van de sponsor een ontluisterende persconferentie georganiseerd waarin Boonen heel even zijn spijt betuigde en voor de rest moest zwijgen. Vooral Patrick Lefevere voerde het woord. Beteuterd keek Boonen als een gestrafte peuter toe. Voor hem stond een executiepeloton van journalisten, fotografen en cameramensen.
...

Toen Tom Boonen één jaar geleden op het gebruik van cocaïne werd betrapt en er een orkaan door de wielersport raasde, belegde de ploeg van Quick-Step ten huize van de ex-wereldkampioen een geheim conclaaf. Acht uur werd er vergaderd over de te volgen strategie, verschillende scenario's passeerden de revue zonder tot de kern van de zaak - wat is er gebeurd? - te komen. Omdat het er vooral om ging de opgelopen schade te beperken, werd er zelfs een communicatiedeskundige geconsulteerd. Vervolgens werd er op de hoofdzetel van de sponsor een ontluisterende persconferentie georganiseerd waarin Boonen heel even zijn spijt betuigde en voor de rest moest zwijgen. Vooral Patrick Lefevere voerde het woord. Beteuterd keek Boonen als een gestrafte peuter toe. Voor hem stond een executiepeloton van journalisten, fotografen en cameramensen. Opmerkelijk leek het daarom dat Boonen nu, na zijn tweede misstap in één jaar, de communicatie zelf ter hand nam. Bij hem thuis praatte hij met de VRT. Boonen klonk volgens mensen die hem menen te kennen oprecht maar in wiens oprechtheid kan je nog geloven in de bezoedelde en in een doolhof van leugens verstrikte wielersport waarin al zo veel stukjes theater zijn opgevoerd? In zijn biecht gaf de aangeslagen Boonen bij momenten meer de indruk slachtoffer te zijn dan dader. Hij zei dat het bij veelvuldig drankgebruik was alsof iemand anders in mijn kop dit gedaan heeft. Het woord cocaïne rolde niet over zijn lippen. Boonen benadrukte dat het 364 dagen goed was gegaan, maar die ene dag juist niet. Eén dag later bleek dat Boonen al voor de derde keer op het gebruik van cocaïne was betrapt. Hij onderging op 15 november 2007 - meer dan zes maanden voor de plas van mei 2008 - een controle buiten competitie van de UCI. Anders dan in België hoeft die de positieve test op cocaïne niet door te spelen aan het gerecht. Tom Boonen liet in het begin van het seizoen weten dat hij lessen had getrokken uit het verleden. Hij zei dat hij ontzettend veel geleerd had over het leven en over zichzelf. Welke niet in te dijken drang moet er dan niet in je zitten om je weer op glad ijs te begeven, in de wetenschap dat je gecontroleerd kan worden, dat er je een straf en een schorsing boven het hoofd hangt en dat je de werkzekerheid van 60 mensen op de helling kan zetten? Hoe kan het dat Boonen zich na zijn voorgeschiedenis nog steeds ophoudt in een milieu waarin cocaïne wordt gesnoven en zich omringt door mensen die hem niet tegenhouden? En hoe is het mogelijk dat niemand uit zijn professionele en privéomgeving hem daaraan kan herinneren? Natuurlijk draagt Tom Boonen in de eerste plaats zelf de verantwoordelijkheid voor zijn daden. Wie weet dat hij bij overmatig gebruik van alcohol een probleem krijgt, moet de zelfdiscipline hebben om niet te drinken. Maar dat er in een topploeg als Quick-Step, met een budget van 10 miljoen euro, geen plaats wordt gemaakt voor een professionele psychologische begeleiding is ronduit onbegrijpelijk. Ook omdat, los van het geval-Boonen, de prestaties niet alleen bepaald worden door de benen maar meer en meer door het hoofd. En dat (top)renners zo worden opgejaagd dat ze de gigantische druk nog moeilijk de baas kunnen en vanuit hun eenzaamheid irra-tioneel gaan denken en handelen. Tom Boonen bleek mentaal sterk genoeg om die pressie rond wedstrijden te verteren. Maar zijn seizoen bestaat uit enkele goed afgelijnde periodes. Los van de wedstrijden slaagt hij er niet in de valstrikken die rond de roem hangen te ontwijken. Hij is zich wat dat betreft niet bewust van zijn status. En nog minder van zijn voorbeeldfunctie of rolmodel. Nu gaat Tom Boonen zelf hulp zoeken. Niemand uit zijn omgeving kennelijk die vooraf op dat idee was gekomen. Bijna 1,4 miljoen mensen keken op paaszondag op televisie naar de finale van Parijs-Roubaix en zagen hoe Tom Boonen zijn derde zege behaalde. Dat is een marktaandeel van meer dan 80 procent. Wielerverslaggevers grepen nog maar eens in de onuitputtelijke ton van superlatieven, sommigen hadden het over een Merckxiaanse prestatie, een bespottelijke vergelijking die wijst op een gebrek aan kennis van de wielergeschiedenis. Boonen genoot op de wielerbaan van Roubaix van de triomf. Alles was hem vergeven, de blutsen in het imago waren weggeklopt, hij trad weer toe tot de galerij der allergrootsen. In dat soort momenten willen topsporters zich wel eens boven alles en iedereen verheven voelen. Ze wanen zich onaantastbaar, ze flirten niet alleen in de koers met het extreme, maar ook daarbuiten, ze hebben nood aan, zoals dat heet, decompressie. Cocaïne, de harddrug van de jetset, helpt je de werkelijkheid te ontvluchten. Het brengt je in een roes en zorgt voor een euforisch en opwindend gevoel. Ontelbaar is de lijst van supervedetten die aan de roem ten onder gingen omdat ze de demonen in hun hoofd met drank of drugs wilden bezweren. Er is heel veel nuchterheid gevraagd om als vedette jezelf te blijven. Ofschoon Tom Boonen opgroeide in een warm gezin is hem nooit geleerd met de status van volksheld om te gaan. Hij had het moeilijk om alle verleidingen het hoofd te bieden. Een Lambor-ghini in de prak rijden, een relatie met een 16-jarig meisje, met 180 kilometer per uur onder invloed de ring van Mol afrazen, twee keer zijn rijbewijs moeten inleveren en daarmee bijna nog koketteren, vedetten worden te weinig op hun fouten gewezen omdat ze omringd zijn door een hofhouding van jaknikkers. Dat leidt onherroepelijk tot normvervaging. Van cocaïne is bekend dat het geestelijk verslavend werkt. Bij veelvuldig gebruik heb je een steeds hogere concentratie nodig om de hersenen te prikkelen. Onduidelijk is het hoe ver die verslaving van Tom Boonen gaat. De feiten zijn alleen dat hij drie keer werd betrapt. Of het nu al dan niet toevallig is dat die controle er nu kwam, na een uitspatting, doet niet ter zake. Voor Boonen pleit dat cocaïne allerminst prestatiebevorderend werkt. Integendeel zelfs. Het zorgt op termijn voor hartproblemen, vermoeidheid en slaapstoornissen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat iemand die verslaafd is aan deze drug topprestaties levert en een pure slijtageslag als Parijs-Roubaix wint. Tenzij hij een medisch wonder is. Intussen is Tom Boonen door Quick-Step voor onbepaalde tijd geschorst. Zijn sportieve toekomst zit vol vraagtekens. Het valt af te wachten hoe de sponsor met deze situatie zal omgaan. Trekt Quick-Step zich terug uit het peloton? En indien niet, ziet het dan nog heil in een verdere samenwerking met Boonen? Een ontslag betekent wel dat een heel reeks andere ploegen klaarstaat om het gevallen godenkind weer in de armen te sluiten. Zelfs bij op doping betrapte renners bestaat er in de praktijk geen ethische code om hen niet meer tot de wielersport toe te laten. Tom Boonen is een commercieel product, een geldmachine zoals ook vorig jaar bleek toen Patrick Lefevere en Frans De Cock naar Parijs snelden om bij de Tourdirectie alsnog te proberen Boonen aan de start van de Ronde van Frankrijk te krijgen. Want Boonen staat garant voor successen, zij het vooral in de periode van de voorjaarsklassiekers. Zonder hem degradeert Quick-Step tot een modale ploeg, de aanwezigheid van Stijn Devolder ten spijt. Die wetenschap plaatst Quick-Step voor een moeilijk dilemma. Maar het mag Boonen geen vrijbrief geven om de ene stommiteit na de andere te begaan. Want hoe moet een rijkelijk betaalde renner na zo'n stuitend gebrek aan beroepsernst en zo veel valse en loze beloftes nog het respect afdwingen van zijn werkgever, van zijn manager, van zijn ploegleiders en vooral van zijn ploegmaats die zich voor hem uitsloven? In de wielersport wordt veel onder tafel geveegd en kan er veel. Heel veel. Maar ook daar moeten er grenzen zijn. S door jacques sys