Het WK in Duitsland is uitgegroeid tot een dusdanige party dat ze er daar niet genoeg van krijgen. Afgelopen zaterdag liet de burgemeester van Berlijn weten dat zijn stad zich kandidaat wil stellen voor de Olympische Spelen van 2016. Zo aanstekelijk werkt het enthousiasme dat het allemaal naar meer smaakt.
...

Het WK in Duitsland is uitgegroeid tot een dusdanige party dat ze er daar niet genoeg van krijgen. Afgelopen zaterdag liet de burgemeester van Berlijn weten dat zijn stad zich kandidaat wil stellen voor de Olympische Spelen van 2016. Zo aanstekelijk werkt het enthousiasme dat het allemaal naar meer smaakt. Dit WK zal inderdaad uitgroeien tot het meest fascinerende uit de geschiedenis. De bevolking danst wild op en neer op de golven van de euforie, zelfs de naar sensatie zoekende boulevardpers verspreidt alleen een hoerastemming, het is echt alsof de hele wereld zich verbroedert, onder een stralende zon, die bij momenten tropische temperaturen produceert. Zo presenteert Duitsland zich als een definitief herenigd land dat zijn identiteit pas nu tijdens het WK lijkt te ontdekken. Dat imago had ook de voormalige bondskanselier Gerhard Schrö- der voor ogen toen hij destijds samen met Franz Beckenbauer het nodige lobbywerk verrichtte om dit voetbalfestijn naar Duitsland te halen. Vreemd dat Schröder nu zo in de anonimiteit blijft. Voor het begin van dit WK zei de messcherpe Duitse analyticus Günter Netzer dat er tijdens dit toernooi weinig te zien zou zijn. Trainers waren volgens hem meer dan ooit uitgegroeid tot bange wezels die in de eerste plaats zelf wilden overleven. De ex-international krijgt niet helemaal gelijk. Het voetbal haalt een meer dan aanvaardbaar niveau. Bij vlagen komt het zelfs soms tot sprankelend spel. Opvallend is wel dat de zogenaamde vedetten er in een eerste fase absoluut niet in slagen hun stempel te drukken. Dat de nu plots overal bespotte Ronaldo met duizelingen naar het ziekenhuis moest, zegt veel over de druk waaronder voetballers staan. Steeds meer zorgt een gebrek aan psychische rust voor problemen. Al langer woedt de discussie of de grenzen van hoeveel een voetballer aankan, al niet lang bereikt zijn. Een zwaar kampioenschap, wedstrijden in de Champions League, interlands, vorig seizoen voor sommige landen ook nog een Con- federations Cup en nu een slopend toernooi als het WK, het lichaam kan het misschien allemaal nog aan, maar mentaal wordt het een zware dobber. In die zin is het niet verwonderlijk dat vooral Argentinië en Spanje tot dusver indruk maakten. Bij Argentinië speelt de absolute vedette, JuanRomán Riquelme, in de relatieve luwte van Villarreal en verstaat de onderschatte en wat melancholieke trainer José Pekerman kennelijk de kunst mentale rustpauzes in te bouwen. Bovendien laat hij Riquelme als een authentieke nummer tien aantreden, ontlast van verdedigend werk. Geen enkel ander team durft dat aan. En in Spanje voetballen - met een duidelijk en op Barcelona geënt systeem - hongerige leeuwen die voor de aflossing van de wacht moeten zorgen en monumenten zoals Raúl naar de bank verwijzen. Zo haalde eergierigheid en geldingsdrang het in deze eerste fase op vermoeidheid en misschien zelfs verzadiging. Toch begint het WK pas volgende zaterdag, met de achtste finale. En bewust hebben sommige voetballers, zoals bijvoorbeeld Ronaldinho, wat gas teruggenomen om in het toernooi te kunnen groeien. Zo is het ook in het verleden van het WK geweest : een ploeg die wereldkampioen wil worden, mag niet te vroeg in vorm zijn. Knap hoe tijdens dit WK de scheidsrechters overeind blijven. Vooral het samenspel met de grensrechters verloopt steeds rimpellozer en dat merken we vooral aan de buitenspelsituaties. Ook Frank De Bleeckere mag met tevredenheid op zijn twee wedstrijden terugkijken, een fel bediscussieerd doelpunt in de match tussen Argentinië en Ivoorkust ten spijt. Het is opvallend dat De Bleeckere in het buitenland aanzienlijk beter presteert dan in België. Dat komt ongetwijfeld omdat hij zich daar beter kan concentreren. Maar ook zijn attitude op het veld is anders. De Bleeckere lijkt in België vaak naar compromissen te zoeken en geeft de indruk met iedereen goed te willen staan. Graag flaneert de Oost-Vlaming op recepties in de nabijheid van topvoetballers. Hij doet er in de toekomst goed aan daar weg te blijven. Het zal zijn gemoedsrust en zijn prestaties ten goede komen. JACQUES SYS